Drugs en Opiumwet algemeen
Wat is de Opiumwet en wat is het verschil tussen lijst I, lijst II en lijst IA?
De Opiumwet maakt het bezit, vervoer, telen, in- en uitvoeren en verhandelen van verdovende middelen strafbaar. De wet werkt met lijsten. Op lijst I staan de harddrugs, zoals cocaïne, heroïne, MDMA en amfetamine. Op lijst II staan de softdrugs, zoals hennep. Artikel 2 van de Opiumwet verbiedt de handelingen met lijst I-middelen (onder meer telen, bereiden, verkopen, vervoeren en aanwezig hebben), artikel 3 kent dezelfde verboden voor lijst II-middelen. Sinds 1 januari 2023 staat lachgas als genotsmiddel op lijst II. Het bezit, de verkoop, de productie en het vervoer van lachgas zijn daardoor verboden, met uitzonderingen voor technisch en medisch gebruik en gebruik als voedingsadditief. Per 1 juli 2025 kent de Opiumwet daarnaast een lijst IA. Die lijst verbiedt hele groepen nieuwe psychoactieve stoffen (designerdrugs) waarvan de chemische structuur is afgeleid van een lijst I-stof, ongeacht de exacte samenstelling. Het onderscheid tussen de lijsten bepaalt rechtstreeks welke strafmaxima gelden.Welke straffen staan op drugsbezit, handel en hennepteelt?
De strafmaxima staan in artikel 10 (harddrugs) en artikel 11 (softdrugs) van de Opiumwet. Voor harddrugs is opzettelijke invoer of uitvoer het zwaarst: maximaal twaalf jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (artikel 10 lid 5). Op opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verkopen, afleveren of vervoeren van harddrugs staat maximaal acht jaar (artikel 10 lid 4). Het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs kent een maximum van zes jaar (artikel 10 lid 3). Gaat het om een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik, dan geldt op grond van artikel 10 lid 6 een maximum van een jaar of een geldboete van de derde categorie. Voor softdrugs liggen de maxima lager. Opzettelijk verkopen, vervoeren of aanwezig hebben kan op grond van artikel 11 lid 2 tot twee jaar leiden. Beroeps- of bedrijfsmatige teelt of verkoop kent op grond van artikel 11 lid 3 een maximum van zes jaar, opzettelijke in- of uitvoer op grond van artikel 11 lid 4 maximaal vier jaar. Daarnaast is via artikel 11a het te koop aanbieden, verkopen, afleveren of voorhanden hebben van benodigdheden voor beroepsmatige hennepteelt zelfstandig strafbaar, ook zonder dat er al planten staan.Wat zegt het gedoogbeleid over softdrugs, eigen gebruik en hennepplanten?
Het gedoogbeleid bepaalt per situatie of het Openbaar Ministerie wel of niet vervolgt; het is vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie. De belangrijkste gedoogde grenzen voor softdrugs staan in onderstaande tabel.| Situatie | Grens | Reactie | |
|---|---|---|---|
| Bezit voor eigen gebruik | maximaal 5 gram cannabis | geldt als geringe hoeveelheid voor eigen gebruik | |
| Bezit | 5 tot 30 gram | wel een strafrechtelijke reactie bij ontdekking, maar geen actieve opsporing | |
| Coffeeshop, verkoop | maximaal 5 gram per transactie | gedoogde grens voor coffeeshops | |
| Coffeeshop, voorraad | maximaal 500 gram | gedoogde grens voor coffeeshops | |
| Hennepteelt | vijf hennepplanten of minder | in beginsel niet-bedrijfsmatige teelt, sepot bij ontdekking mits u afstand doet van de planten |
De grens voor teelt is niet absoluut: bij minderjarigen, bij samenloop met andere strafbare feiten of als de wijze van teelt op meer dan eigen gebruik wijst, kan alsnog worden vervolgd. Het is belangrijk om deze hoeveelheden uit elkaar te houden, want de grens van 5 gram (eigen gebruik) staat los van de grens van vijf planten (teelt).
Wanneer is sprake van aanwezig hebben en wanneer van handelen?
Aanwezig hebben en handelen zijn juridisch verschillende verwijten met verschillende strafmaxima. Aanwezig hebben vereist alleen feitelijke beschikkingsmacht over het middel. Handelen vraagt een verdere stap, zoals daadwerkelijke verkoop of het voorhanden hebben in een hoeveelheid en onder omstandigheden die op verkoop wijzen.
Het OM vervolgt vaak voor handelen op basis van een dealerindicatie. Dat is een vermoeden van handel, afgeleid uit de aangetroffen hoeveelheid in verhouding tot de gedoogde grenzen voor eigen gebruik (tot 5 gram cannabis, en bij teelt maximaal vijf hennepplanten), in combinatie met factoren als verpakking, weegschalen, contant geld en meerdere telefoons. Die aanname is niet altijd terecht, zeker bij bezit op festivals of bij voorraad voor langere periode. Onze advocaten bestrijden een onjuiste dealerindicatie door de feitelijke onderbouwing per onderdeel te toetsen.
Wat is een ontnemingsvordering en hoe berekent het OM het voordeel bij hennepteelt?
Naast de straf kan het OM een ontnemingsvordering instellen om het wederrechtelijk verkregen voordeel terug te vorderen. De grondslag is artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht: de rechter kan een veroordeelde verplichten een geldbedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het voordeel, inclusief bespaarde kosten, en kan het bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel.
Bij hennepteelt onder kunstlicht berekent het OM het voordeel doorgaans met de standaardnormen uit het rapport van het BOOM (Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie). Die normen gaan uit van aannames over eerdere oogsten en gemiddelde opbrengsten. In de praktijk vallen werkelijke opbrengsten vaak lager uit, bijvoorbeeld door een mislukte oogst. Onze advocaten betwisten de berekening op de aannames, het aantal oogsten en de aftrekposten. Bij hennepzaken bestrijden wij waar nodig ook een gekoppelde vervolging wegens diefstal van stroom en doen wij zo nodig een bezwaar tegen inbeslagname van apparatuur of geld.
Wat doet uw advocaat in een Opiumwet-zaak?
Uw advocaat onderzoekt het dossier grondig en stelt een verdedigingsstrategie op. Wij toetsen de rechtmatigheid van het bewijs, voeren waar nodig verweer over de bijstand bij het politieverhoor en vragen bij detentie om schorsing van de voorlopige hechtenis. Wij staan u bij voor de politierechter, de meervoudige strafkamer en in hoger beroep. Speelt naast de strafzaak een sluiting van het pand, dan adviseren wij over pandsluiting op grond van de Opiumwet.
Bij het bepalen van de te verwachten straf zijn de LOVS-oriëntatiepunten van belang. Het zijn richtlijnen voor de straftoemeting, geen wettelijke maxima, en de rechter kan ervan afwijken, bijvoorbeeld bij recidive of georganiseerd verband. Voor het dealen van gebruikershoeveelheden harddrugs gelden de volgende oriëntatiepunten:
| Dealperiode | Oriëntatiepunt | |
|---|---|---|
| minder dan 1 maand | 3 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk | |
| 1 tot 3 maanden | 6 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk | |
| 3 tot 6 maanden | 8 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk | |
| 6 tot 12 maanden | 12 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk |
Voor hennepkwekerijen (first offender, niet in georganiseerd verband):
| Aantal planten | Oriëntatiepunt | |
|---|---|---|
| 50 tot 100 planten | geldboete van 1.300 euro | |
| 100 tot 500 planten | 120 uur taakstraf + 1 maand voorwaardelijk | |
| 500 tot 1.000 planten | 180 uur taakstraf + 2 maanden voorwaardelijk |