Wat is ondertoezichtstelling?
Ondertoezichtstelling (OTS) is een kinderbeschermingsmaatregel, geregeld in artikel 1:255 BW. De kinderrechter stelt een minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). Anders dan bij een uithuisplaatsing blijft uw kind in de meeste gevallen gewoon thuis wonen. U houdt als ouder het ouderlijk gezag en blijft verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding. Wel komt er een gezinsvoogd vanuit de GI die meekijkt en meebeslist, en wiens hulp en steun u bij de opvoeding moet accepteren.
De kinderrechter mag een OTS alleen uitspreken als aan drie voorwaarden is voldaan (art. 1:255 lid 1 BW): het kind groeit zo op dat het in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, de zorg die nodig is om die bedreiging weg te nemen wordt niet of onvoldoende door de ouders met gezag geaccepteerd, en de verwachting is gerechtvaardigd dat u binnen een aanvaardbaar te achten termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding weer zelf kunt dragen. Een OTS volgt dus pas als vrijwillige hulp geen effect heeft of niet wordt geaccepteerd.
Het is belangrijk de OTS scherp te onderscheiden van uithuisplaatsing. Bij een OTS blijft uw kind thuis en houdt u het gezag. Een uithuisplaatsing is een aparte, zwaardere machtiging (art. 1:265b BW) die de kinderrechter daarnaast kan verlenen. Meer daarover leest u op onze pagina over uithuisplaatsing.
Wat staat u te wachten?
De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt of de ontwikkeling van uw kind in gevaar is. Komt de Raad tot die conclusie, dan vraagt de Raad de kinderrechter om de OTS uit te spreken. Een verzoek kan ook komen van het Openbaar Ministerie, en onder voorwaarden van een ouder of van degene die het kind als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt (art. 1:255 lid 2 BW). De kinderrechter beslist.
In de beschikking vermeldt de kinderrechter de concrete ontwikkelingsbedreigingen van uw kind en de daarop afgestemde duur waarvoor de OTS geldt (art. 1:255 BW). De schriftelijke uitspraak, met de motivering, wordt daarna per post toegestuurd. De OTS duurt in beginsel ten hoogste een jaar (art. 1:258 BW). De kinderrechter kan de maatregel telkens met ten hoogste een jaar verlengen, zolang nog aan de grond van artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan (art. 1:260 BW). De wet stelt geen absoluut maximum aan het totale aantal verlengingen; elke verlenging moet wel opnieuw worden getoetst.
Uw rechten
U behoudt tijdens de OTS het ouderlijk gezag en blijft verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van uw kind. U heeft het recht om bij de zitting aanwezig te zijn en uw standpunt aan de kinderrechter voor te leggen. Tegen de beschikking kunt u in hoger beroep bij het gerechtshof; daarvoor is een advocaat verplicht. De beroepstermijn is in beginsel drie maanden na de uitspraak (art. 358 lid 2 Rv). Neem op tijd contact op, dan bewaken wij die termijn voor u.
Geeft de GI u een schriftelijke aanwijzing over de verzorging en opvoeding (art. 1:263 BW), dan kunt u die aanvechten. Op verzoek van een ouder met gezag, of van het kind van twaalf jaar of ouder, kan de kinderrechter een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren (art. 1:264 BW). De termijn daarvoor is kort: twee weken, ingaand op de dag na verzending of uitreiking. Bent u het oneens met de GI zelf, dan kan de kinderrechter de instelling op verzoek vervangen door een andere GI (art. 1:259 BW).
Wat doet uw advocaat?
Uw advocaat beoordeelt eerst of de OTS terecht is opgelegd: is de ontwikkeling van uw kind echt ernstig bedreigd, en is vrijwillige hulp daadwerkelijk geprobeerd? Op basis daarvan stellen we verweer op voor de zitting, of bereiden we een verlengingszitting voor. We staan u bij tijdens de behandeling bij de kinderrechter en lichten uw situatie toe.
Krijgt u een schriftelijke aanwijzing die u onredelijk vindt, dan dienen wij binnen de termijn van twee weken een verzoek in om die te laten vervallen (art. 1:264 BW). Loopt de samenwerking met de gezinsvoogd vast, dan kunnen we vragen om vervanging van de GI (art. 1:259 BW). En als de beschikking niet deugt, stellen we hoger beroep in bij het gerechtshof.
Voor procedures over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing kunt u gesubsidieerde rechtsbijstand aanvragen via een toevoeging (zaakcode P043). Of u daarvoor in aanmerking komt, hangt af van uw inkomen en vermogen. Voor aanvragen vanaf 1 januari 2026 (op basis van de fiscale gegevens over 2024) geldt een inkomensgrens tot 35.400 euro voor alleenstaanden en tot 50.000 euro voor gehuwden, samenwonenden en eenoudergezinnen. Bij toekenning betaalt u een eigen bijdrage, die in 2026 bij personen- en familierechtzaken loopt van 448 euro tot 1.120 euro, afhankelijk van uw inkomen. De actuele bedragen vindt u bij de Raad voor Rechtsbijstand.
Wanneer contact opnemen?
Heeft u een oproep voor een zitting ontvangen, een schriftelijke aanwijzing van de GI gekregen, of overweegt u hoger beroep? Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. Vooral bij schriftelijke aanwijzingen telt elke dag: de termijn om die aan te vechten is maar twee weken. Wij beoordelen uw situatie en bespreken de beste vervolgstap.
Achtergrondinformatie vindt u bij de Rijksoverheid over jeugdbescherming en bij Rechtspraak.nl over de procedurestappen.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, titel 14, afdeling 4 (OTS) - wetten.overheid.nl
- Art. 1:255 BW (gronden OTS en wie kan verzoeken)
- Art. 1:258 BW (duur OTS, ten hoogste een jaar)
- Art. 1:259 BW (vervanging gecertificeerde instelling)
- Art. 1:260 BW (verlenging OTS, telkens max een jaar)
- Art. 1:262 BW (taak gecertificeerde instelling en gezinsvoogd)
- Art. 1:263 BW (schriftelijke aanwijzing)
- Art. 1:264 BW (schriftelijke aanwijzing vervallen verklaren, termijn twee weken)
- Art. 1:265b BW (machtiging uithuisplaatsing tijdens OTS)
- Rijksoverheid - Wanneer wordt mijn kind onder toezicht gesteld?
- Rechtspraak.nl - Procedurestappen ondertoezichtstelling
- Raad voor Rechtsbijstand - Toevoeging OTS en uithuisplaatsing (zaakcode P043)
- Raad voor Rechtsbijstand - Inkomen, vermogen en eigen bijdrage 2026