Wat is een contact- of straatverbod?
Een contactverbod verbiedt iemand om op welke manier dan ook contact met u op te nemen: niet bellen, niet appen, niet mailen, niet via via. Een straatverbod (ook wel gebiedsverbod) verbiedt iemand om binnen een bepaald gebied te komen, bijvoorbeeld de straat rond uw woning of werk. De twee worden vaak gecombineerd.
Belangrijk om te weten: zo'n verbod kan op drie heel verschillende manieren ontstaan, met steeds een andere instantie die beslist.
| Route | Wie beslist | Wanneer |
|---|---|---|
| Civiel kort geding | de rechter | op verzoek van het slachtoffer |
| Tijdelijk huisverbod | de burgemeester | bij dreigend huiselijk geweld (bestuursrecht) |
| Strafrechtelijk contactverbod | de strafrechter | als onderdeel van een straf |
Hieronder leggen we elke route uit, en wat u kunt doen, of u nu degene bent die bescherming zoekt, of degene tegen wie een verbod wordt gevraagd.
Wat staat u te wachten bij het aanvragen (civiel kort geding)?
Wordt u stelselmatig lastiggevallen, bedreigd of achtervolgd, dan kunt u via een kort geding een contact- of straatverbod laten opleggen. De juridische grondslag is de onrechtmatige daad uit artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Aanhoudend ongewenst contact, stalking of bedreiging kan een inbreuk vormen op uw persoonlijke levenssfeer en in strijd zijn met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dat is onrechtmatig, en daar kan de rechter een einde aan maken.
Wat de rechter weegt:
- Is er sprake van stelselmatig en onrechtmatig handelen? Een eenmalig incident is meestal niet genoeg; het gaat om een patroon.
- Proportionaliteit en subsidiariteit. Een verbod beperkt de bewegingsvrijheid van de ander, een grondrecht. De maatregel moet in verhouding staan en er mag geen lichter middel zijn dat ook werkt.
- Reikwijdte en duur. De rechter bepaalt hoe groot het verboden gebied is en hoe lang het verbod geldt.
Om het verbod kracht bij te zetten, vragen we doorgaans een dwangsom: bij elke overtreding is de ander een geldbedrag verschuldigd. In ernstige gevallen kan de rechter ook lijfsdwang toewijzen als drukmiddel. Wij zorgen voor een goed onderbouwd dossier met bewijs van het patroon, zodat de rechter het verbod kan toewijzen.
Verweer voeren tegen een gevorderd verbod
Wordt er in kort geding een contact- of straatverbod tegen u gevorderd, dan bent u de gedaagde. De zitting laat vaak niet lang op zich wachten: een kort geding is een spoedprocedure en de zitting wordt doorgaans op korte termijn ingepland. U heeft dus weinig tijd om u voor te bereiden, en juist daarom is snel juridisch advies belangrijk.
Goed verweer kan langs meerdere lijnen lopen:
- Betwisten dat er sprake is van stelselmatig en onrechtmatig handelen. Klopt het geschetste beeld wel? Was het contact wederzijds, incidenteel of zakelijk noodzakelijk?
- Proportionaliteit en subsidiariteit aanvechten. Is een verbod echt nodig, of zijn er afspraken mogelijk die minder ingrijpen in uw leven?
- De reikwijdte of duur bestrijden. Een te ruim omschreven gebied of een te lange looptijd kan door de rechter worden afgewezen of beperkt. Als u bijvoorbeeld in het verboden gebied woont of werkt, moet daar rekening mee worden gehouden.
- Tegenbewijs en getuigen aandragen die uw lezing ondersteunen.
De rechter zal een te ruim of te lang verbod niet zomaar toewijzen. Een scherpe, feitelijke onderbouwing van uw kant kan het verschil maken tussen een afwijzing, een beperkt verbod of een volledig verbod.
Een toewijzend kort geding-vonnis aanvechten: hoger beroep
Is het verbod al toegewezen, dan kunt u in hoger beroep bij het gerechtshof. Let op: een kort geding-vonnis is meestal uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het verbod blijft gelden zolang het hoger beroep loopt, tenzij het hof anders beslist. In spoedeisende gevallen kan een spoedappel uitkomst bieden. Wij beoordelen of hoger beroep kans van slagen heeft en welke route het snelst tot een goede uitkomst leidt.
Het tijdelijk huisverbod van de burgemeester
Het tijdelijk huisverbod staat helemaal los van het civiele kort geding. Het is geen beslissing van een rechter, maar van de burgemeester, op grond van de Wet tijdelijk huisverbod. Dit is bestuursrecht.
Hoe het werkt:
- De burgemeester kan een huisverbod opleggen aan een meerderjarige als diens aanwezigheid in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van huisgenoten, of bij een ernstig vermoeden daarvan (artikel 2 Wet tijdelijk huisverbod). Het gaat om situaties van dreigend huiselijk geweld. De burgemeester kan deze bevoegdheid in mandaat laten uitoefenen door een hulpofficier van justitie.
- Het verbod geldt in beginsel voor tien dagen. In die periode mag de uithuisgeplaatste de woning niet in en geen contact opnemen met de huisgenoten.
- De burgemeester kan het huisverbod verlengen tot ten hoogste vier weken (28 dagen) als de dreiging voortduurt (artikel 9 Wet tijdelijk huisverbod).
Een huisverbod aanvechten bij de bestuursrechter
Omdat het huisverbod een bestuursrechtelijk besluit is, loopt het aanvechten via de bestuursrechter, niet via de civiele rechter. De uithuisgeplaatste kan beroep instellen bij de rechtbank. De beroepstermijn is in beginsel zes weken na bekendmaking van het besluit.
Omdat een huisverbod kort duurt en diep ingrijpt, is snelheid hier alles. U kunt de voorzieningenrechter vragen om een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), bijvoorbeeld om het huisverbod te schorsen. In huisverbodzaken behandelt de voorzieningenrechter het verzoek vaak meteen, zodat er snel een uitspraak komt. Wij kunnen meteen na het opleggen van het huisverbod in actie komen.
Het strafrechtelijk contactverbod
Tot slot kan een contact- of gebiedsverbod ook in het strafrecht opduiken. De strafrechter kan zo'n verbod opleggen:
- Als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf (artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht). De veroordeelde mag dan bijvoorbeeld geen contact opnemen met het slachtoffer of niet in een bepaald gebied komen, op straffe van alsnog uitzitten van de straf.
- Als zelfstandige vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht), ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. Deze maatregel kan voor ten hoogste vijf jaar worden opgelegd.
Dit speelt in een strafzaak, met de officier van justitie en de strafrechter. Het staat los van het civiele verbod en het bestuursrechtelijke huisverbod, al kunnen ze in dezelfde situatie naast elkaar voorkomen.
Uw rechten: de drie routes naast elkaar
Welke rechten u heeft, hangt af van de route waarlangs een verbod speelt. Het is goed om die uit elkaar te houden:
- Civiel kort geding: de rechter beslist, op verzoek van het slachtoffer, op grond van de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Bent u gedaagde, dan heeft u recht om verweer te voeren ter zitting. Aanvechten van een toewijzing kan via hoger beroep bij het gerechtshof.
- Tijdelijk huisverbod: de burgemeester beslist, bij dreigend huiselijk geweld, voor tien dagen en verlengbaar tot 28 dagen. Aanvechten kan via beroep bij de bestuursrechter en een voorlopige voorziening.
- Strafrechtelijk contactverbod: de strafrechter beslist, in een strafzaak, als bijzondere voorwaarde (artikel 14c Sr) of als maatregel (artikel 38v Sr). U heeft daarin de gewone rechten van een verdachte, waaronder rechtsbijstand.
Wanneer contact opnemen?
Of u nu bescherming zoekt of zich verweert: bij deze procedures telt elke dag. Een kort geding wordt op korte termijn ingepland, een huisverbod duurt maar tien dagen en een bestuursrechtelijke beroepstermijn loopt door. Wij kennen alle drie de routes, weten dat ze elk hun eigen tempo en eigen rechter hebben, en komen snel in actie. Wilt u meer achtergrond, kijk dan bij de Rijksoverheid over het tijdelijk huisverbod of bij Rechtspraak.nl over de bestuursrechtelijke beroepsprocedure. Neem op tijd contact met ons op, dan zorgen wij dat uw verhaal volledig en op tijd op tafel komt.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 6:162 (onrechtmatige daad), wetten.overheid.nl
- Wet tijdelijk huisverbod, artikel 2 (burgemeester en tien dagen) en artikel 9 (verlenging tot vier weken), wetten.overheid.nl
- Wet tijdelijk huisverbod, informatie over inwerkingtreding (1 januari 2009), wetten.overheid.nl
- Wetboek van Strafrecht, artikel 14c (bijzondere voorwaarden) en artikel 38v (vrijheidsbeperkende maatregel, ten hoogste vijf jaar), wetten.overheid.nl
- Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 (voorlopige voorziening), wetten.overheid.nl
- Tijdelijk huisverbod en straf bij huiselijk geweld, rijksoverheid.nl
- Beroepsprocedure bestuursrecht (beroepstermijn zes weken, voorlopige voorziening), rechtspraak.nl