Hoe kun je een uithuisplaatsing aanvechten en binnen welke termijn?
U vecht een uithuisplaatsing aan via hoger beroep bij het gerechtshof, met een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. Dit is geen veertien dagen; die korte termijn geldt alleen in het strafrecht. Bij een uithuisplaatsing gaat het om een verzoekschriftprocedure, waarvoor artikel 358 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een termijn van drie maanden bepaalt voor de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden. Spreek niet van bezwaar maken. Bezwaar hoort bij het bestuursrecht; bij een uithuisplaatsing geldt het verzoekschrift-appel bij het gerechtshof. Het hof toetst opnieuw of de wettelijke gronden voor de machtiging nog aanwezig zijn en of de plaatsing in het belang van uw kind noodzakelijk is.| Rechtsmiddel | Instantie | Termijn | |
|---|---|---|---|
| Hoger beroep tegen de machtiging | Gerechtshof | 3 maanden vanaf de dag van de uitspraak (art. 358 lid 2 Rv) | |
| Verzoek tot beeindiging | Gecertificeerde instelling (GI) | GI beslist schriftelijk binnen 2 weken (art. 1:265d BW) | |
| Verzoek tot intrekking machtiging | Kinderrechter | Geen vaste termijn; bij gewijzigde omstandigheden |
Naast hoger beroep kunt u tussentijds vragen om beeindiging of intrekking, zeker als de situatie thuis is verbeterd. Onze advocaten beoordelen welke route in uw geval de beste kans biedt en stellen de stukken op.
Wat is een spoeduithuisplaatsing en geldt daar de termijn van twee weken?
Een spoeduithuisplaatsing kan terstond worden gegeven, zonder dat u eerst wordt gehoord, maar alleen als de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het kind. Dit volgt uit artikel 800 lid 3 Rv. De spoedbeschikking verliest haar kracht na twee weken, tenzij de belanghebbenden binnen die termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken.
In de praktijk betekent dit dat er binnen twee weken na de spoedbeschikking een zitting plaatsvindt waarop u alsnog wordt gehoord. Een vervolgzitting volgt doorgaans na drie maanden; een spoeduithuisplaatsing duurt maximaal drie maanden. Juist omdat een spoedplaatsing zo ingrijpend is en u vooraf niet wordt gehoord, is het belangrijk dat u zich zo snel mogelijk laat bijstaan. Onze advocaten zijn 24/7 telefonisch bereikbaar en kunnen op korte termijn de verdediging op de eerste zitting voorbereiden.
| Kenmerk spoeduithuisplaatsing | Regeling | |
|---|---|---|
| Wanneer mogelijk | Onmiddellijk en ernstig gevaar (art. 800 lid 3 Rv) | |
| Voorafgaand verhoor | Niet vereist bij spoed | |
| Vervaltermijn beschikking | 2 weken, tenzij belanghebbenden zijn gehoord | |
| Maximale duur | 3 maanden |
Wie beslist over een uithuisplaatsing en wie kan het verzoek indienen?
De kinderrechter beslist over de machtiging tot uithuisplaatsing. Het verzoek kan worden ingediend door de gecertificeerde instelling (GI) die met de uitvoering van de ondertoezichtstelling is belast, en daarnaast door de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Het is dus niet zo dat alleen de GI kan verzoeken. Volgens artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI machtigen de minderjarige dag en nacht uit huis te plaatsen, als dat noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding of voor onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke gesteldheid van het kind. Lid 2 bepaalt dat de machtiging eveneens kan worden verleend op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie.| Rol | Wie | |
|---|---|---|
| Beslist over de machtiging | De kinderrechter | |
| Kan verzoeken | GI, raad voor de kinderbescherming, openbaar ministerie (art. 1:265b BW) | |
| Voert de plaatsing uit | De gecertificeerde instelling (in de praktijk vaak Jeugdbescherming) |
De wettelijke hoofdterm is de gecertificeerde instelling. De praktijknaam Jeugdbescherming wordt vaak gebruikt, maar juridisch gaat het om de GI die met de uitvoering is belast. Op de zitting wordt u als ouder gehoord en kunt u uw standpunt toelichten. Onze advocaten zorgen dat uw positie volledig en onderbouwd voor het voetlicht komt.
Hoe lang mag een uithuisplaatsing duren en wanneer wordt die verlengd?
Een machtiging tot uithuisplaatsing duurt ten hoogste een jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd. Dit staat in artikel 1:265c BW. De verlenging gebeurt op verzoek van de GI en wordt opnieuw door de kinderrechter beoordeeld. Een machtiging vervalt bovendien als zij na drie maanden niet ten uitvoer is gelegd.
Dat de maatregel telkens opnieuw moet worden verlengd, betekent dat er steeds een nieuw toetsmoment is. Bij elke verlenging beoordeelt de kinderrechter of uithuisplaatsing nog noodzakelijk is. Dit is een belangrijk aangrijpingspunt voor de verdediging: u kunt op de verlengingszitting aantonen dat de gronden voor de plaatsing zijn weggevallen of dat een minder ingrijpende oplossing volstaat.
| Onderwerp | Regeling (art. 1:265c BW) | |
|---|---|---|
| Maximale duur machtiging | Ten hoogste 1 jaar | |
| Verlenging | Telkens met ten hoogste 1 jaar, op verzoek GI | |
| Verval bij niet uitvoeren | Na 3 maanden |
Onze advocaten houden de verlengingstermijnen in de gaten en bereiden tijdig verweer voor, zodat een verlenging niet als vanzelfsprekend wordt aangenomen.
Hoe krijg je je kind terug na een uithuisplaatsing?
U krijgt uw kind terug zodra de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is. De GI kan de plaatsing zelf beeindigen wanneer die noodzaak ontbreekt. Daarnaast kunnen u als ouder met gezag en uw kind van twaalf jaar of ouder de GI bij gewijzigde omstandigheden zelf om beeindiging verzoeken. De GI beslist daarop schriftelijk binnen twee weken.
Weigert de GI, dan kunt u de kinderrechter vragen de machtiging geheel of gedeeltelijk in te trekken. Dit volgt uit artikel 1:265d BW. Een gedeeltelijke intrekking kan bijvoorbeeld betekenen dat de plaatsing wordt afgebouwd of dat de omgang wordt uitgebreid als opstap naar thuisplaatsing.
| Stap naar terugkeer | Regeling (art. 1:265d BW) | |
|---|---|---|
| GI beeindigt zelf | Als plaatsing niet langer noodzakelijk is (lid 1) | |
| Ouder met gezag of kind 12+ verzoekt | Bij gewijzigde omstandigheden (lid 2) | |
| GI beslist schriftelijk | Binnen 2 weken (lid 3) | |
| Kinderrechter trekt machtiging in | Geheel of gedeeltelijk op verzoek (lid 4) |
Werk waar mogelijk aan de zorgen die tot de plaatsing leidden, en leg dit vast. Onze advocaten helpen u die verbeteringen te onderbouwen en het verzoek tot beeindiging of intrekking voor te bereiden. Zie ook onze pagina over uithuisplaatsing.
Wat is het verschil tussen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing?
Ondertoezichtstelling (OTS) en uithuisplaatsing zijn twee onderscheiden maatregelen, maar een gedwongen uithuisplaatsing is wettelijk altijd aan een OTS gekoppeld. De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen als deze zo opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd (art. 1:255 BW). Bij een OTS blijft het kind in beginsel thuis wonen en krijgt het gezin begeleiding van de GI.
Een uithuisplaatsing gaat een stap verder: de machtiging wordt verleend aan de GI die met de uitvoering van die OTS is belast (art. 1:265b BW), en het kind woont tijdelijk elders, bijvoorbeeld in een pleeggezin of een instelling. Er kan dus geen gedwongen uithuisplaatsing zijn zonder onderliggende ondertoezichtstelling.
| Kenmerk | Ondertoezichtstelling | Uithuisplaatsing | |
|---|---|---|---|
| Wettelijke basis | Art. 1:255 BW | Art. 1:265b BW | |
| Woont het kind thuis? | In beginsel ja | Nee, tijdelijk elders | |
| Verhouding | Zelfstandige maatregel | Gekoppeld aan een lopende OTS |
Meer leest u op onze pagina's over ondertoezichtstelling en gezag en omgang.
Krijg je een gratis advocaat bij een (spoed)uithuisplaatsing?
Ja, bij een eerste (spoed)uithuisplaatsing krijgt u sinds 1 oktober 2023 kosteloos rechtsbijstand via een pilot van de Raad voor Rechtsbijstand. Deze regeling geldt voor de eerste zitting binnen twee weken na de spoedbeschikking en voor de vervolgzitting na drie maanden. De rechtbank wijst hiervoor gespecialiseerde jeugd- en familierechtadvocaten toe.
Let op de grenzen van de regeling. Verlengingen, hoger beroep tegen de uithuisplaatsing en gesloten plaatsingen vallen buiten de pilot. Voor die procedures gelden de gewone regels van gefinancierde rechtsbijstand, afhankelijk van uw inkomen en vermogen. Omdat uithuisplaatsing diep ingrijpt in het gezinsleven, is deskundige bijstand vanaf het eerste moment van groot belang. Onze advocaten bespreken met u of u voor de kosteloze regeling of voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt.
Veelgestelde vragen
Binnen welke termijn moet ik hoger beroep instellen tegen een uithuisplaatsing?
Drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak, voor de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden (art. 358 lid 2 Rv). Dit is uitdrukkelijk geen veertien dagen; die korte termijn geldt alleen in het strafrecht. Wacht niet te lang en laat u zo snel mogelijk adviseren.
Wat is een spoeduithuisplaatsing en hoelang duurt die?
Een spoeduithuisplaatsing kan terstond worden gegeven bij onmiddellijk en ernstig gevaar voor het kind, zonder dat u vooraf wordt gehoord (art. 800 lid 3 Rv). De beschikking vervalt na twee weken als belanghebbenden niet binnen die termijn zijn gehoord. Een spoeduithuisplaatsing duurt maximaal drie maanden.
Hoe lang mag een uithuisplaatsing duren?
Een machtiging duurt ten hoogste een jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd op verzoek van de gecertificeerde instelling (art. 1:265c BW). De kinderrechter beoordeelt bij elke verlenging opnieuw of de plaatsing nog noodzakelijk is.
Kan ik mijn kind terugkrijgen voordat de termijn afloopt?
Ja. De GI kan de plaatsing beeindigen als die niet langer noodzakelijk is, en u als ouder met gezag of uw kind van twaalf jaar of ouder kan bij gewijzigde omstandigheden om beeindiging verzoeken; de GI beslist binnen twee weken. Weigert de GI, dan kunt u de kinderrechter vragen de machtiging geheel of gedeeltelijk in te trekken (art. 1:265d BW).
Krijg ik een gratis advocaat bij een (spoed)uithuisplaatsing?
Bij een eerste (spoed)uithuisplaatsing is de rechtsbijstand sinds 1 oktober 2023 kosteloos via een pilot van de Raad voor Rechtsbijstand, voor de eerste zitting binnen twee weken en de vervolgzitting na drie maanden. Verlengingen, hoger beroep en gesloten plaatsingen vallen buiten deze regeling.
Bronnen
- Art. 1:255 BW (ondertoezichtstelling)
- Art. 1:265b BW (machtiging uithuisplaatsing)
- Art. 1:265c BW (duur en verlenging)
- Art. 1:265d BW (beeindiging en intrekking)
- Art. 800 lid 3 Rv (spoedbeschikking)
- Art. 358 lid 2 Rv (hoger-beroep-termijn)
- Raad voor de Kinderbescherming, uithuisplaatsing
- Raad voor Rechtsbijstand, rechtsbijstand procedures
