Wat is een uithuisplaatsing
Een uithuisplaatsing is een kinderbeschermingsmaatregel die door de rechter kan worden uitgesproken als de ontwikkeling of veiligheid van een kind ernstig wordt bedreigd en vrijwillige hulpverlening niet volstaat. De maatregel wordt uitgevoerd door de gecertificeerde instelling (GI), doorgaans Jeugdbescherming. Het kind verblijft tijdelijk bij een pleeggezin of in een residentiële instelling.
De rol van de rechter
De kinderrechter toetst het verzoek van de GI aan de wettelijke criteria. Ouders worden opgeroepen voor de zitting en kunnen hun standpunt kenbaar maken. Het is van belang aanwezig te zijn en u te laten bijstaan door een advocaat. Zonder juridische begeleiding is het moeilijk uw positie goed voor het voetlicht te brengen.
Aanvechten van de maatregel
Ouders kunnen bezwaar maken tegen de uithuisplaatsing door in hoger beroep te gaan bij het gerechtshof. Daarnaast is het mogelijk de GI te verzoeken de maatregel te beëindigen wanneer de omstandigheden zijn verbeterd. FTW adviseert over de haalbaarheid van een aanvechting en stelt de benodigde stukken op.
Omgang tijdens de uithuisplaatsing
Tijdens de uithuisplaatsing heeft u als ouder recht op omgang met uw kind, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Als de GI de omgang beperkt of ontzegt, kan de rechter worden gevraagd een omgangsregeling vast te stellen. FTW ondersteunt ouders bij het bewaken van hun omgangsrecht.
Terugkeer
Het doel van een uithuisplaatsing is doorgaans tijdelijk. Wanneer de situatie thuis voldoende is verbeterd, kan de GI besluiten de maatregel te beeindigen of kan de rechter daartoe worden verzocht. FTW begeleidt ouders in het traject naar terugkeer en adviseert over de te zetten stappen.
