Wat is woonfraude en welke vormen zijn er?
Woonfraude is het onrechtmatig bewonen, onderverhuren of gebruiken van een huurwoning in strijd met de huurovereenkomst of de wet. De kern is dat de huurder de woning niet gebruikt zoals het hoort: hij woont er niet zelf, geeft de woning aan een ander, of gebruikt het pand voor verboden doelen. Woningcorporaties controleren hier actief op, vooral bij sociale huur. De meest voorkomende vormen zijn:| Vorm | Wat houdt het in | |
|---|---|---|
| Onbevoegde onderverhuur | De hele woning aan een ander in gebruik geven, of zonder eigen hoofdverblijf onderverhuren (art. 7:244 BW). | |
| Geen hoofdverblijf | De huurder woont feitelijk ergens anders en houdt de woning leeg of voor een ander aan. | |
| Toeristische verhuur | Verhuur via platforms zoals Airbnb zonder toestemming of in strijd met gemeentelijke regels. | |
| Hennepkwekerij of drugs | Teelt of handel in de woning, wat ook tot een burgemeesterssluiting kan leiden. |
Wilt u weten wat de gevolgen zijn van het beeindigen van de huur, lees dan onze pagina over ontruiming en ontbinding. Voor andere conflicten met uw verhuurder verwijzen wij naar huurgeschillen.
Mag ik mijn huurwoning (deels) onderverhuren?
In beginsel niet. De huurder van woonruimte is volgens art. 7:244 BW niet bevoegd de woning geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven. Dit is een uitzondering op de algemene regel van art. 7:221 BW, juist omdat woonruimte extra bescherming kent.
Er geldt een enkele uitzondering. De huurder van een zelfstandige woning die daar zijn hoofdverblijf heeft, mag een deel van die woning aan een ander in gebruik geven, bijvoorbeeld een kamer aan een hospita-huurder. Voorwaarde is dus dat de huurder er zelf blijft wonen.
Wat de wet niet toestaat:
- De hele woning aan een ander verhuren of in gebruik geven.
- Onderverhuren terwijl u er zelf geen hoofdverblijf heeft.
- Toeristische verhuur die in strijd is met de huurovereenkomst of gemeentelijke regels.
Let op: anders dan online samenvattingen soms suggereren, regelt art. 7:244 BW geen vrije mogelijkheid om onderverhuur af te spreken. De wet kent alleen de hoofdverblijf-deeluitzondering. Wie zonder hoofdverblijf onderverhuurt, loopt het risico op ontbinding van de huur en op winstafdracht.
Wie moet woonfraude bewijzen: de huurder of de verhuurder?
De verhuurder. Wie stelt dat sprake is van woonfraude, draagt daarvoor in beginsel de stelplicht en de bewijslast. Dat volgt uit de hoofdregel van art. 150 Rv: wie zich op een rechtsgevolg beroept, moet de feiten daarvan bewijzen. De verhuurder moet dus aannemelijk maken dat de huurder geen hoofdverblijf heeft of onbevoegd onderverhuurt.
In de praktijk is dat vaak lastig. De verhuurder verzamelt bewijs door bijvoorbeeld documenten op te vragen, zoals energieafschriften of bankgegevens, en door een woninginspectie. Worden er andere bewoners aangetroffen of staat de woning leeg, dan kan dat als aanwijzing dienen. Maar losse aanwijzingen zijn niet hetzelfde als sluitend bewijs.
Een verhuurder mag de bewijslast niet zomaar volledig op de huurder afwentelen. Een bewijsbeding dat dit doet, is door het Hof Amsterdam (2 april 2019) als oneerlijk en nietig beoordeeld. Wel mag van de huurder een gemotiveerde betwisting worden gevraagd: wie wordt aangesproken, doet er goed aan zijn werkelijke woonsituatie concreet te onderbouwen.
Hoe verloopt een woonfraudeprocedure bij de kantonrechter?
Via de kantonrechter. De verhuurder kan de huur van een woning niet zelf opzeggen wegens woonfraude. Ontbinding op grond van een tekortkoming kan bij een gebouwde onroerende zaak alleen door de rechter worden uitgesproken (art. 7:231 lid 1 BW). De verhuurder moet dus een procedure starten.
Huurzaken horen bij de kantonrechter, ongeacht de hoogte van de vordering (art. 93 sub c Rv). Bij de kantonrechter mogen partijen zonder advocaat procederen, maar gezien wat er op het spel staat is bijstand vrijwel altijd verstandig.
De stappen op hoofdlijnen:
1. De verhuurder vraagt vaak eerst om vrijwillige opzegging om een procedure te voorkomen. U bent daartoe niet verplicht.
2. Bij weigering dagvaardt de verhuurder u voor de kantonrechter en vordert ontbinding en ontruiming.
3. U voert verweer en betwist het bewijs van de verhuurder gemotiveerd.
4. De kantonrechter beoordeelt of er sprake is van woonfraude en of ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd zijn.
Wonen er minderjarige kinderen in de woning, dan moet de rechter het belang van het kind meewegen (art. 3 lid 1 IVRK). De Hoge Raad oordeelde hierover op 28 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1799).
Wat zijn de gevolgen van woonfraude: ontbinding, ontruiming en winstafdracht?
De drie kerngevolgen zijn ontbinding van de huur, ontruiming van de woning en mogelijk afdracht van de behaalde winst. Wordt woonfraude vastgesteld, dan kan de kantonrechter de huurovereenkomst ontbinden en de ontruiming bevelen.
| Gevolg | Grondslag en betekenis | |
|---|---|---|
| Ontbinding huurovereenkomst | Via de rechter wegens tekortkoming (art. 7:231 lid 1 BW). De huur eindigt. | |
| Ontruiming | De huurder moet de woning verlaten; de rechter kan dit bevelen naast de ontbinding. | |
| Winstafdracht | Bij winstgevende onbevoegde onderverhuur kan de rechter de schade begroten op het bedrag van de behaalde winst (art. 6:104 BW). |
De winstafdracht van art. 6:104 BW is een discretionaire bevoegdheid van de rechter en een vorm van abstracte schadebegroting, geen zelfstandige vordering. Bij commerciele onderverhuur kan dit oplopen, omdat de huurder de gevraagde meeropbrengst dan moet afstaan.
Wat gebeurt er bij een hennepkwekerij in een huurwoning?
Bij een hennepkwekerij dreigt zowel een burgemeesterssluiting als ontbinding van de huur. Normaal kan de verhuurder de huur alleen via de rechter ontbinden. Maar is het pand door de burgemeester gesloten, bijvoorbeeld op grond van art. 13b Opiumwet, dan kan de verhuurder de huur buitengerechtelijk ontbinden (art. 7:231 lid 2 BW). De rechterlijke tussenkomst vervalt dan.
Die buitengerechtelijke route is niet onbegrensd. De Hoge Raad oordeelde op 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:587) dat een buitengerechtelijke ontbinding na een burgemeesterssluiting kan worden getoetst aan de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW), aan misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) en aan proportionaliteit (art. 8 EVRM).
Loopt er ook een strafzaak of een sluitingsbesluit, lees dan onze pagina's over drugs en de Opiumwet en over pandsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. Een sluiting raakt namelijk zowel het strafrecht, het bestuursrecht als het huurrecht tegelijk.
Word ik onterecht beschuldigd van woonfraude, wat nu?
Schakel zo snel mogelijk juridische bijstand in en geef niets toe wat niet klopt. Huurders worden soms ten onrechte beschuldigd, bijvoorbeeld na een logeerperiode, mantelzorg of tijdelijke afwezigheid. U bent niet verplicht om de huur vrijwillig op te zeggen en u hoeft niet elk verzoek van de verhuurder zonder meer in te willigen.
Wat wij voor u doen:
- Wij analyseren het dossier en beoordelen hoe sterk het bewijs van de verhuurder werkelijk is.
- Wij adviseren over uw rechten en plichten vanaf het moment dat u van de beschuldiging hoort.
- Wij voeren verweer en procederen namens u bij de kantonrechter.
Valt uw inkomen onder de grens, dan kunnen wij gesubsidieerde rechtsbijstand aanvragen. U betaalt dan een eenmalige inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Het Juridisch Loket kan een eerste probleemanalyse maken en doorverwijzen. Bent u huurder en wilt u uw verweer verder voorbereiden, lees dan rechten van huurders bij woonfraude. Neem contact met ons op zodra u een brief over woonfraude ontvangt; hoe eerder wij meekijken, hoe meer wij voor u kunnen betekenen.
Bronnen
- Artikel 7:244 BW (verbod onderverhuur woonruimte), wetten.overheid.nl
- Artikel 7:231 BW (ontbinding huur via de rechter; lid 2 buitengerechtelijk na sluiting), wetten.overheid.nl
- Artikel 6:104 BW (schadebegroting op behaalde winst), wetten.overheid.nl
- Artikel 93 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (kantonrechter, huurzaken), wetten.overheid.nl
- Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:587 (buitengerechtelijke ontbinding na pandsluiting), data.rechtspraak.nl
- Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799 (belang van het kind bij ontruiming), data.rechtspraak.nl
- Gesubsidieerde rechtsbijstand en eigen bijdrage, Rijksoverheid.nl