Welke wapencategorieen kent de Wet wapens en munitie?
De Wet wapens en munitie (WWM) verdeelt wapens in vier categorieën, vastgelegd in artikel 2 lid 1 WWM. De volledige wettekst vindt u op wetten.overheid.nl. De indeling ziet er als volgt uit:| Categorie | Voorbeelden | |
|---|---|---|
| Categorie I | Stiletto's, valmessen en vlindermessen, boksbeugels, ploertendoders, wurgstokken, werpsterren en katapulten | |
| Categorie II | Vuurwapens die geschikt zijn om automatisch te vuren en vuurwapens die zo zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is | |
| Categorie III | Vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen, en alarm- en startpistolen en -revolvers | |
| Categorie IV | Blanke wapens met meer dan een snijkant, degens, zwaarden, sabels en bajonetten, wapenstokken, lucht-, gas- en veerdrukwapens, en kruisbogen en harpoenen |
De indeling bepaalt zowel het verbod als de strafmaat, en is daarom het eerste wat onze advocaten in een dossier controleren.
Wat betekent 'voorhanden hebben' in de zin van de WWM?
Voorhanden hebben betekent dat u beschikkingsmacht over het wapen heeft en zich bewust bent van de aanwezigheid ervan. Het is op grond van artikel 26 lid 1 WWM verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben. Voor categorie I geldt een apart verbod in artikel 13 WWM, dat onder meer het vervaardigen, voorhanden hebben, dragen, vervoeren en overdragen omvat. De rechter beoordeelt eerst of er daadwerkelijk sprake is van bezit en daarna of het voorwerp onder de wettelijke definitie van een wapen valt. Bij randgevallen zoals creditcardmesjes en imitatiewapens is de beoordeling van deskundigen vaak doorslaggevend. Wie onbewust een wapen in een woning of voertuig heeft, kan betwisten dat aan het bewustzijnsvereiste is voldaan. Wordt u over wapenbezit ondervraagd, dan is bijstand bij het politieverhoor van begin af aan belangrijk.
Wat is de maximale straf voor verboden wapenbezit onder de WWM?
De maximale straf voor het voorhanden hebben van een wapen van categorie II of III staat in artikel 55 WWM. De basisstraf voor overtreding van artikel 26 lid 1 is op grond van artikel 55 lid 1 ten hoogste 9 maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Gaat het om een wapen van categorie II of een vuurwapen van categorie III, dan verhoogt artikel 55 lid 3 onder a het maximum naar 4 jaar of een geldboete van de vijfde categorie. Voor twee zware categorie II-wapens geldt een hoger maximum: voor een automatisch vuurwapen (categorie II, onderdeel 2) en voor explosieven (categorie II, onderdeel 7) is op grond van artikel 55 lid 7 ten hoogste 8 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie mogelijk, ook bij eenmalig voorhanden hebben. Voor de overige wapens geldt 8 jaar alleen wanneer van het misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt (lid 4) of wanneer het wordt begaan met een terroristisch oogmerk (lid 5). Voor categorie I-wapens geldt via artikel 13 en artikel 55 lid 1 een maximum van 9 maanden of een geldboete van de vierde categorie. Het verschil met categorie IV is belangrijk: voor categorie IV bestaat geen verbod op het voorhanden hebben, alleen het dragen ervan is op grond van artikel 27 lid 1 WWM verboden, en dat is via artikel 54 WWM een overtreding, bestraft met een geldboete van de derde categorie.
Wat zijn de LOVS-orientatiepunten voor vuurwapenbezit?
De LOVS-oriëntatiepunten zijn richtlijnen die rechters hanteren bij de straftoemeting; zij zijn geen wet en de rechter kan ervan afwijken. De officiële oriëntatiepunten staan op rechtspraak.nl. Voor het voorhanden hebben en overdragen van een vuurwapen of explosief (art. 26/31 WWM) maakt het LOVS een belangrijk onderscheid naar de plaats van het bezit: het oriëntatiepunt is lager wanneer het wapen in een woning of ander niet-publiek gebouw lag, en hoger wanneer het wapen zich in de openbare ruimte bevond. Tot de openbare ruimte rekent het LOVS ook een voertuig op de openbare weg. De volgende oriëntatiepunten gelden als onvoorwaardelijke gevangenisstraf:
| Wapen | Categorie | In een woning | In de openbare ruimte | |
|---|---|---|---|---|
| Pistool, revolver of geweer | III.1 | 4 maanden | 8 maanden | |
| Automatisch vuurwapen | II.2 | 12 maanden | 15 maanden | |
| Explosieven, inclusief handgranaat | II.7 | 12 maanden | 15 maanden |
Voor een aantal overige categorie II- en III-wapens werkt het LOVS met één vast oriëntatiepunt, los van de plaats van het bezit:
| Wapen | Categorie | Oriëntatiepunt | |
|---|---|---|---|
| Heimelijk draagbaar vuurwapen, vervaardigd of gewijzigd | II.3 | 5 maanden gevangenisstraf | |
| Geheim vuurwapen, gelijkend op een ander voorwerp | II.4 | 5 maanden gevangenisstraf | |
| Stroomstootwapen | II.5 | 650 euro geldboete | |
| Traangasbusje of pepperspray | II.6 | 350 euro geldboete | |
| Molotovcocktail | II.7 | 3 maanden gevangenisstraf | |
| Gaspistool of -revolver | III.1 | 1 maand gevangenisstraf | |
| Riot-gun | III.1 | 8 maanden gevangenisstraf | |
| Alarm- of startpistool of -revolver | III.4 | 650 euro geldboete |
Het LOVS noemt daarnaast verzwarende factoren die de straf kunnen verhogen: het vuurwapen is geladen, doorgeladen of schietklaar, het is voorzien van een geluiddemper, het wapen lag binnen handbereik, het wapen of de munitie werd in het openbaar gedragen voor zover dat niet al in het oriëntatiepunt is verwerkt, het wapen lag in de omgeving van (kleine) kinderen, er zijn aanwijzingen voor geweld of beroepscriminaliteit, het ging om bewerkte scherpe munitie of om een aanzienlijke hoeveelheid munitie. Strafmatigend werkt dat het wapen onbruikbaar is en niet met eenvoudige middelen weer bruikbaar te maken is.
Voor categorie I-wapens (art. 13 WWM) werkt het LOVS met vaste geldboetes per type: messen zoals een stiletto, valmes of vlindermes 270 euro, een boksbeugel, ploertendoder, wurgstokjes of werpster 240 euro, een katapult 240 euro, een geluiddemper 500 euro en de nabootsing van een bestaand wapen of een gewijzigd lucht-, gas- of veerdrukwapen 650 euro.
Wanneer valt een speelgoed- of imitatiewapen onder de wapenwet?
Niet elk nagemaakt wapen is verboden. Sinds juli 2014 geldt via artikel 3 van de Regeling wapens en munitie een uitzondering voor voorwerpen die kwalificeren als speelgoed in de zin van de Europese Speelgoedrichtlijn (2009/48/EG). Dergelijk speelgoed valt buiten het verbod, mits het als speelgoed onder de richtlijn kwalificeert en is voorzien van een CE-markering. Imitatie- en replicawapens die niet onder de Speelgoedrichtlijn vallen, blijven verboden als categorie I-wapen. Dit verschil is in de praktijk vaak het kantelpunt: of u strafbaar bent, hangt af van de keurmerken en de vraag of het voorwerp als speelgoed in de zin van de richtlijn kwalificeert. Onze advocaten laten dit zo nodig door een deskundige beoordelen en betrekken de CE-documentatie bij de verdediging.
Wat doet een strafrechtadvocaat bij een WWM-zaak?
Onze advocaten bestuderen het dossier eerst op de vraag of er werkelijk sprake is van voorhanden hebben in de zin van de wet en of het voorwerp onder de juiste categorie valt. Een verkeerde categorie-indeling of een onterechte aanname van bewustzijn kan het verschil maken tussen vrijspraak en een gevangenisstraf. Wij toetsen of het wapen rechtmatig is aangetroffen en kunnen bezwaar maken tegen inbeslagname. Zit u vast, dan vragen wij schorsing van de voorlopige hechtenis aan. Wordt u gedagvaard, dan staan wij u bij voor de politierechter of, bij ernstiger feiten, de meervoudige strafkamer. Komt het wapen voor bij een ander delict, dan houden wij rekening met de samenhang met geweldsdelicten. Tegen een veroordeling staat hoger beroep open. Bij spoed zijn wij 24/7 bereikbaar en reageren wij zo snel mogelijk.
Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026.
Bronnen
- Wet wapens en munitie, art. 2 (wetten.overheid.nl)
- Wet wapens en munitie, art. 26 (wetten.overheid.nl)
- Wet wapens en munitie, art. 54 (wetten.overheid.nl)
- Wet wapens en munitie, art. 55 (wetten.overheid.nl)
- LOVS-orientatiepunten voor straftoemeting (rechtspraak.nl)
- Regeling wapens en munitie, art. 3, speelgoeduitzondering (wetten.overheid.nl)
- Wijziging Regeling wapens en munitie, speelgoed-/replicawapens, Stcrt. 2014, 18098 (officielebekendmakingen.nl)