Wanneer mag de burgemeester een woning sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet?
De burgemeester mag een woning, lokaal of bijbehorend erf sluiten als daar een middel van lijst I (harddrugs) of lijst II (softdrugs) wordt verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig is. Artikel 13b lid 1 Opiumwet geeft hem hiervoor de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Sluiting is de meest voorkomende uitvoering daarvan, maar juridisch gaat het dus om een bestuursdwang-bevoegdheid, niet zomaar om "sluiten". Belangrijk: artikel 13b ziet uitsluitend op drugs van lijst I of II en op voorwerpen of stoffen bestemd voor grootschalige of beroepsmatige hennepteelt of bereiding van harddrugs. Sluiting wegens ernstige overlast of andere verboden goederen loopt niet via artikel 13b, maar via aparte bevoegdheden zoals artikel 174a of 151d Gemeentewet. Een drugsvondst in het strafrecht staat los van deze bestuursrechtelijke sluiting; beide procedures kunnen naast elkaar lopen.Hoeveel drugs leiden tot een woningsluiting (handelshoeveelheid versus eigen gebruik)?
In beginsel komt de 13b-bevoegdheid in beeld boven de handelshoeveelheid. Dat is meer dan 0,5 gram harddrugs, meer dan 5 gram softdrugs of meer dan 5 hennepplanten. Boven die drempel wordt vermoed dat de drugs voor verkoop of handel aanwezig waren. Daaronder wordt in beginsel eigen gebruik aangenomen en is sluiting moeilijker te onderbouwen.| Soort | Drempel handelshoeveelheid | |
|---|---|---|
| Harddrugs (lijst I) | meer dan 0,5 gram | |
| Softdrugs (lijst II) | meer dan 5 gram | |
| Hennepplanten | meer dan 5 planten |
Let op: de grens van 30 gram die u soms tegenkomt, is het gedoogcriterium voor coffeeshopbezit en geldt niet als 13b-handelshoeveelheid. Het vereiste dat de drugs "niet uitsluitend voor eigen gebruik" zijn, staat overigens niet letterlijk in de wettekst; het volgt uit de handelshoeveelheid-toets in de rechtspraak. Bij een geringe overschrijding kunt u proberen aan te tonen dat het toch om eigen gebruik ging.
Hoe toetst de rechter een woningsluiting aan het evenredigheidsbeginsel sinds de Harderwijk-uitspraak?
Sinds de Harderwijk-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285) toetst de bestuursrechter een woningsluiting indringend aan het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 lid 2 Awb. De Afdeling verliet het oude willekeurscriterium en hanteert nu een drietrapstoets.
| Toets | Wat de rechter beoordeelt | |
|---|---|---|
| Geschiktheid | Draagt de sluiting bij aan herstel van de openbare orde en het woon- en leefklimaat? | |
| Noodzaak | Volstaat een lichter middel, zoals een waarschuwing of voorwaardelijke sluiting? | |
| Evenwichtigheid | Staan de gevolgen voor de bewoners in verhouding tot het doel? |
De burgemeester moet onderzoeken of er minder ingrijpende alternatieven zijn en rekening houden met de gevolgen voor bewoners. Of de bewoners wisten of konden weten van de drugs en of hen dat te verwijten valt, weegt mee. Bij ingrijpende gevolgen moet de burgemeester zich informeren over mogelijkheden voor vervangende woonruimte of opvang. In de Harderwijk-zaak liet de Afdeling de sluiting niet in stand: zij vernietigde het besluit en droeg de burgemeester op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de gevolgen voor de bewoners zorgvuldig worden afgewogen.
Wat veranderde er door de overzichtsuitspraak van de Raad van State van 16 juli 2025?
Op 16 juli 2025 deed de Afdeling een nieuwe overzichtsuitspraak over woningsluitingen op grond van artikel 13b Opiumwet (ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922). Daarin werkt zij de evenredigheidstoets en de toetsingsintensiteit verder uit en bouwt zij voort op de Harderwijk-lijn. Dit is op dit moment de leidende uitspraak.
In de concrete zaak (Rotterdam, harddrugs, wapens en contant geld) oordeelde de Afdeling dat sluiting weliswaar noodzakelijk was, maar onevenredig vanwege de bijzondere omstandigheid dat de bewoonster hoogzwanger was. De uitspraak bevestigt dat de duur van een sluiting geen vast gegeven is: termijnen vloeien voort uit het lokale Damocles-beleid, maar moeten sinds 2022 en 2025 de evenredigheidstoets doorstaan en kunnen door de rechter worden verkort. Een sluitingsperiode van bijvoorbeeld drie, zes of twaalf maanden is dus geen automatisme. Juist deze actuele rechtspraak vormt vaak het hart van een geslaagd verweer, zeker bij gezinnen met minderjarige kinderen.
Hoe maak ik bezwaar tegen een sluitingsbesluit en hoeveel tijd heb ik daarvoor?
U hebt zes weken om bezwaar te maken tegen het sluitingsbesluit, gerekend vanaf de dag na bekendmaking (artikel 6:7 Awb). Deze termijn is fataal: bent u te laat, dan bent u in beginsel niet-ontvankelijk, behoudens een verschoonbare termijnoverschrijding. Wij raden aan zo snel mogelijk te reageren, omdat de zienswijze-fase daarvoor meestal een kortere, door de burgemeester gestelde termijn kent.
De procedure verloopt doorgaans in deze stappen:
| Stap | Wat gebeurt er | |
|---|---|---|
| Zienswijze | U reageert op het voornemen tot sluiting binnen de door de burgemeester gestelde termijn. | |
| Bezwaar | Binnen zes weken na het besluit (artikel 6:7 Awb), fataal. | |
| Voorlopige voorziening | Spoedprocedure bij de voorzieningenrechter (artikel 8:81 Awb) om de sluiting te schorsen. | |
| Beroep en hoger beroep | Bij de rechtbank en daarna de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. |
De voorlopige voorziening is cruciaal bij dreigende onomkeerbare gevolgen, zoals een naderende ontruiming. De voorzieningenrechter kan dan de uitvoering van het sluitingsbesluit schorsen zolang het bezwaar of beroep loopt. Voor verwante bestuursrechtelijke procedures verwijzen wij naar bezwaar tegen een VOG. Voor een stap-voor-stap-uitleg leest u ook wat u kunt doen tegen de sluiting van uw woning of bedrijfspand.
Kan ik mijn huurwoning kwijtraken na een pandsluiting op grond van de Opiumwet?
Ja, dat kan. Als het gehuurde door de burgemeester is gesloten op grond van artikel 13b Opiumwet, mag de verhuurder de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW. Dat betekent ontbinding zonder tussenkomst van de rechter, al moet de verhuurder de ontbinding wel schriftelijk verklaren en moet die verklaring u hebben bereikt. De pandsluiting zelf is bestuursrechtelijk; de ontbinding is een aparte civiele kwestie die naast de bestuursrechtelijke procedure loopt.
Wordt uw bezwaar tegen de sluiting later gegrond verklaard, dan kan dat de grondslag onder de ontbinding wegnemen. Het is daarom verstandig om de bestuursrechtelijke en de civiele lijn op elkaar af te stemmen. Onze advocaten beoordelen beide sporen samen. Voor de civiele kant verwijzen wij naar ontruiming en ontbinding en naar huurgeschillen.
Wat is het verschil tussen sluiting van een woning en sluiting van een bedrijfspand of lokaal?
Het belangrijkste verschil zit in de beschermingsdrempel: bij een woning weegt het woonbelang en het huisrecht zwaarder, waardoor de burgemeester terughoudender moet zijn dan bij een lokaal. Voor beide geldt artikel 13b Opiumwet, maar de evenredigheidstoets pakt voor een woning anders uit.
| Aspect | Woning | Bedrijfspand of lokaal | |
|---|---|---|---|
| Grondslag | Artikel 13b Opiumwet | Artikel 13b Opiumwet | |
| Eerste overtreding | In beginsel eerst een waarschuwing; directe sluiting alleen in ernstige gevallen | Vaak sneller directe sluiting volgens lokaal beleid | |
| Beschermd belang | Huisrecht en woonbelang wegen zwaar | Bedrijfsbelang, minder zwaar woonbelang | |
| Evenredigheid | Indringende toets, gevolgen voor bewoners centraal | Toets gericht op herstel openbare orde |
Volgens de wetsgeschiedenis is een eerste overtreding in een woning normaliter aanleiding voor een waarschuwing of een voorwaardelijke maatregel, niet voor directe sluiting. Afwijking is alleen toegestaan in ernstige gevallen, zoals handelshoeveelheden harddrugs of aanwijzingen voor georganiseerde handel. In de praktijk hanteren veel gemeenten echter een streng Damocles-beleid, waardoor maatwerk en een goed onderbouwd verweer van belang blijven.
Wat doen onze advocaten voor u?
Onze advocaten beoordelen eerst of de sluiting de geschiktheids-, noodzaak- en evenwichtigheidstoets doorstaat in het licht van de Harderwijk-uitspraak en de overzichtsuitspraak van 16 juli 2025. Wij dienen een zienswijze in om de sluiting te voorkomen, stellen zo nodig bezwaar in binnen de fatale termijn van zes weken en vragen bij spoed een voorlopige voorziening aan. Ook overleggen wij met de gemeente over een kortere sluitingsduur of een lichter middel, en stemmen wij de bestuursrechtelijke lijn af op een eventuele huurontbinding. Valt uw inkomen onder de grens, dan vragen wij gesubsidieerde rechtsbijstand aan. Neem zo snel mogelijk contact op zodra u een voornemen tot sluiting ontvangt.
Bronnen
- Opiumwet, artikel 13b (wetten.overheid.nl)
- Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:7 (wetten.overheid.nl)
- Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 8 / artikel 8:81 (wetten.overheid.nl)
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 231 lid 2 (wetten.overheid.nl)
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285 (rechtspraak.nl)
- ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (rechtspraak.nl)
- Raad van State, nieuwsbericht sluiten woningen na drugsvondst (16 juli 2025)