Wat is fraude?
Fraude is een verzamelterm voor financieel-economische strafbare feiten waarbij iemand zich ten koste van een ander wederrechtelijk bevoordeelt. Hieronder vallen witwassen, valsheid in geschrifte, oplichting en faillissementsfraude. Elk delict heeft eigen bestanddelen: bij witwassen gaat het om het verbergen of verhullen van de herkomst van uit misdrijf afkomstig vermogen, bij valsheid in geschrifte om het vervalsen van een document, en bij oplichting om het misleiden van een ander met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. De oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS) behandelen fraude in algemene zin en omvatten uitdrukkelijk witwassen, valsheid, verduistering, bedrog, faillissementsfraude en omkoping, mits in frauduleuze context. Daardoor vallen al deze delicten onder dezelfde benadelingsbedrag-staffel. Onze advocaten verdedigen u in al deze financieel-economische strafzaken.Wat is het strafmaximum voor witwassen, oplichting en valsheid in geschrifte?
De strafmaxima verschillen sterk per delict. Witwassen kent meerdere varianten: opzetwitwassen (artikel 420bis Sr) en gewoontewitwassen (artikel 420ter Sr) worden bestraft met respectievelijk ten hoogste zes en acht jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Schuldwitwassen (artikel 420quater Sr) kent een maximum van twee jaren. Valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr) staat op ten hoogste zes jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie, zowel voor het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift als voor het opzettelijk gebruiken ervan. Oplichting (artikel 326 Sr) kent een maximum van vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Ook faillissementsfraude telt mee: bedrieglijke bankbreuk door een gefailleerde natuurlijke persoon (artikel 341 Sr) of door een bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon (artikel 343 Sr) is bedreigd met ten hoogste zes jaren gevangenisstraf. De strafmaxima voor witwassen zijn niet altijd zo hoog geweest: per 1 januari 2015 is opzetwitwassen verhoogd van vier naar zes jaar en gewoontewitwassen van zes naar acht jaar, om aan te sluiten bij andere vermogensdelicten en internationale normen.Wat is het verschil tussen opzetwitwassen, schuldwitwassen, gewoontewitwassen en eenvoudig witwassen?
Het verschil zit in de mate van wetenschap en in de aard van de gedraging. Bij opzetwitwassen (artikel 420bis Sr) wist u dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig was; het maximum is zes jaar. Bij schuldwitwassen (artikel 420quater Sr) had u dat redelijkerwijs moeten vermoeden, zonder dat u het zeker wist; het maximum is twee jaar. Maakt iemand van witwassen een gewoonte of doet hij dat in de uitoefening van beroep of bedrijf, dan geldt gewoontewitwassen (artikel 420ter Sr) met een maximum van acht jaar. Sinds 1 januari 2017 bestaan daarnaast de lichtere varianten eenvoudig witwassen (artikel 420bis.1 Sr, maximaal zes maanden) en eenvoudig schuldwitwassen (artikel 420quater.1 Sr, maximaal drie maanden). Die zien op het enkel verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp uit eigen misdrijf, zonder dat de herkomst wordt verborgen of verhuld. Dit onderscheid tussen verbergen en verhullen aan de ene kant en enkel voorhanden hebben aan de andere kant bepaalt vaak welke kwalificatie het Openbaar Ministerie kiest.Welke straf kunt u verwachten bij fraude volgens de LOVS-oriëntatiepunten?
De rechter bepaalt de straf bij fraude in belangrijke mate aan de hand van het benadelingsbedrag. De LOVS-oriëntatiepunten geven daarvoor de volgende staffel:| Benadelingsbedrag | Oriëntatiepunt | |
|---|---|---|
| Tot € 10.000 | 1 week tot 2 maanden GS ov / TS ov | |
| € 10.000 tot € 70.000 | 2 tot 5 maanden GS ov / TS ov | |
| € 70.000 tot € 125.000 | 5 tot 9 maanden GS ov / TS ov + GS vw | |
| € 125.000 tot € 250.000 | 9 tot 12 maanden GS ov | |
| € 250.000 tot € 500.000 | 12 tot 18 maanden GS ov | |
| € 500.000 tot € 1.000.000 | 18 tot 24 maanden GS ov | |
| € 1.000.000 en hoger | 24 maanden tot maximum GS ov |
Deze oriëntatiepunten zijn richtlijnen voor rechters, geen wettelijke maximumstraffen. De rechter kan hiervan afwijken afhankelijk van omstandigheden zoals het type slachtoffer, de mate van marktverstoring, en of de verdachte in de uitoefening van een beroep handelde. Onze advocaten voeren verweer op het benadelingsbedrag, omdat een lager vastgesteld bedrag direct doorwerkt in een lagere straf.
Moet u een verklaring geven over de herkomst van geld bij een witwasverdenking?
Ja, bij een witwasvermoeden mag van u een verklaring over de herkomst van het geld of goed worden verlangd, maar de bewijslast blijft bij het Openbaar Ministerie. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad geldt: als de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten een witwasvermoeden rechtvaardigen, mag van de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst worden gevergd. Geeft u zo een verklaring, dan moet het Openbaar Ministerie daar onderzoek naar doen. Het is uitdrukkelijk niet aan u om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet uit misdrijf komt. De FIOD, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst van de Belastingdienst, spoort dit soort financieel-economische en fiscale fraude op, samen met het Openbaar Ministerie. Zwijgen is daarom niet altijd de beste optie. Onze advocaten bepalen samen met u of, wanneer en hoe u een verklaring geeft, zodat u uw recht op bijstand bij het politieverhoor gericht inzet.
Wat is een ontnemingsvordering bij fraude?
Naast straf kan de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel ontnemen. Op grond van artikel 36e Sr kan de rechter, op vordering van het Openbaar Ministerie, een veroordeelde verplichten een geldbedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van dat voordeel. Bij misdrijven die zijn bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie geldt een verruimde regeling, waarbij ook voordeel uit andere feiten kan worden meegenomen. Witwassen, valsheid in geschrifte en oplichting zijn alle vijfde-categorie-misdrijven, zodat deze verruimde ontneming bij fraude regelmatig speelt. Wordt het bedrag niet betaald, dan kan lijfsdwang van ten hoogste drie jaar volgen. In fraudezaken is de ontnemingsvordering vaak hoger dan de boete zelf. Tegenargumenten over de hoogte van het voordeel, over aftrekposten en over de toerekening van geldstromen bereiden onze advocaten vanaf het begin van de strafzaak voor. Voor de behandeling van uw zaak verwijzen wij naar aangehouden of in voorarrest en, bij een veroordeling, naar hoger beroep in strafzaken.
Wanneer verjaart het recht tot strafvervolging bij fraude?
De verjaringstermijn hangt af van het strafmaximum van het delict: hoe hoger het maximum, hoe langer het recht tot strafvervolging blijft bestaan (artikel 70 Sr). Voor de fraudedelicten geldt:
| Delict | Strafmaximum | Verjaringstermijn | |
|---|---|---|---|
| Opzetwitwassen | zes jaar | twaalf jaar | |
| Valsheid in geschrifte | zes jaar | twaalf jaar | |
| Oplichting | vier jaar | twaalf jaar | |
| Gewoontewitwassen | acht jaar | twintig jaar | |
| Schuldwitwassen | twee jaar | zes jaar |
Onze advocaten bewaken deze termijnen, zodat een verjaard feit niet alsnog wordt vervolgd.
Wat doet uw advocaat?
Onze advocaten analyseren de financiele gegevens en documentatie in uw zaak en bouwen daarop een verdediging. Bij witwassen toetsen wij of de aangedragen feiten werkelijk een witwasvermoeden rechtvaardigen en of een concrete, verifieerbare verklaring de herkomst kan onderbouwen. Voor valsheid in geschrifte onderzoeken wij of het oogmerk om het valse document als echt te gebruiken bewijsbaar is. Bij oplichting moet het Openbaar Ministerie aantonen dat u een van de wettelijke oplichtingsmiddelen gebruikte: een valse naam, een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels. Wij betwisten ook de ontnemingsberekening en bewaken procedurele termijnen, waaronder de verjaring (artikel 70 Sr). Neem zo snel mogelijk contact op bij een verdenking, zodat wij uw oproep voor de OM-zitting of dagvaarding vanaf het eerste moment kunnen begeleiden. Meer informatie over strafrecht vindt u bij het Juridisch Loket.
Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026.
Bronnen
- Wetboek van Strafrecht artikel 225 (valsheid in geschrifte)
- Wetboek van Strafrecht artikel 326 (oplichting)
- Wetboek van Strafrecht artikel 420bis (opzetwitwassen)
- Wetboek van Strafrecht artikel 420ter (gewoontewitwassen)
- Wetboek van Strafrecht artikel 420quater (schuldwitwassen)
- Wetboek van Strafrecht artikel 341 (bedrieglijke bankbreuk)
- Wetboek van Strafrecht artikel 36e (ontneming)
- Wetboek van Strafrecht artikel 70 (verjaring)
- LOVS Oriëntatiepunten voor straftoemeting (hoofdstuk Fraude)
- AMLC: hoge straffen voor witwassen (verhoging per 1-1-2015)
- AMLC: stappenplan witwassen (verklaring herkomst)
- Rijksoverheid: Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD)