# FTW Advocaten > Advocatenkantoor in Koog aan de Zaan (Lagendijk 64a, 1541 KC). Strafrecht, familie- en jeugdrecht, civiel- en huurrecht en bestuursrecht. NOvA-geregistreerd. Bereikbaar via +31885444333 of info@ftwadvocaten.nl. ## Expertise - [Strafrecht](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/): Strafrecht regelt de relatie tussen overheid en burger wanneer sprake is van een vermoeden van een strafbaar feit. FTW behandelt strafzaken in alle fasen, van het eerste politieverhoor, de zitting bij de rechtbank tot de behandeling bij het gerechtshof. Bent u aangehouden, dan zijn wij 24/7 telefonisch bereikbaar en bezoeken wij u zo spoedig mogelijk. - [Familie- en jeugdrecht](https://ftwadvocaten.nl/expertise/familie-en-jeugdrecht/): Familie- en jeugdrecht raakt het privédomein: Gezag, omgang met de kinderen en kinderbeschermingsmaatregelen. FTW behandelt deze zaken bij de rechtbanken in Noord-Holland en daarbuiten. Het belang van het kind staat centraal. - [Huurrecht](https://ftwadvocaten.nl/expertise/huurrecht/): FTW adviseert en procedeert in huurrechtzaken. Een eerste orienterend gesprek is kosteloos. - [Bestuursrecht](https://ftwadvocaten.nl/expertise/bestuursrecht/): Bestuursrecht regelt de relatie tussen burger en overheid. FTW voert bezwaarprocedures tegen besluiten van gemeenten, ministeries en uitvoeringsinstanties. Termijnen zijn kort: van bezwaar tot beroep gelden vaak strakke wettelijke deadlines. ## Korte-termijn onderwerpen (snel handelen vereist) Bij deze onderwerpen geldt vaak een korte wettelijke termijn. Relevante pagina's: - [Aangehouden of in voorarrest](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/): Bent u aangehouden of zit een naaste vast in voorarrest? - [Bijstand bij politieverhoor](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/): Verdachte in een strafzaak? - [Bezwaar tegen DNA-afname](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/bezwaar-dna-afname/): Een veroordeling voor bepaalde misdrijven verplicht u tot DNA-afname. - [Oproep OM-zitting](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/): Een oproep voor een OM-zitting betekent dat het Openbaar Ministerie uw strafzaak zonder rechter wil afdoen met een strafbeschikking. - [Dagvaarding politierechter](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/): Een dagvaarding voor de politierechter betekent dat het Openbaar Ministerie u vervolgt voor een eenvoudige strafzaak. - [Dagvaarding meervoudige strafkamer](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/): Een dagvaarding voor de meervoudige strafkamer betekent dat u terechtstaat voor een zware of ingewikkelde strafzaak. - [Dagvaarding kinderrechter](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/dagvaarding-kinderrechter/): Een dagvaarding voor de kinderrechter betekent dat het Openbaar Ministerie uw kind vervolgt voor een strafbaar feit. - [Geweldsdelicten](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/geweldsdelicten/): Op mishandeling staat maximaal drie jaar cel (art. - [Zedenzaken](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/zedenzaken/): Verdacht van een zedendelict zoals verkrachting of aanranding? - [Contact- en straatverbod](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/contact-en-straatverbod/): Een contact- of straatverbod legt vast dat iemand geen contact met u mag opnemen of niet in een bepaald gebied mag komen. - [Hoger beroep in strafzaken](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/hoger-beroep/): Hoger beroep in een strafzaak stelt u binnen veertien dagen na de einduitspraak in bij het gerechtshof. - [Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/tul-voorwaardelijke-straf/): Een vordering tenuitvoerlegging (TUL) betekent dat het OM de rechter vraagt om uw voorwaardelijke straf alsnog uit te voeren, omdat u een voorwaarde zou hebben geschonden. - [Bezwaar tegen omzetting taakstraf](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/omzetting-taakstraf/): Het Openbaar Ministerie zet uw niet-voltooide taakstraf om in vervangende hechtenis. - [Bezwaar tegen inbeslagname](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/): Heeft de politie uw auto, telefoon of geld in beslag genomen? - [Klaagschrift inhouding rijbewijs](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/klaagschrift-rijbewijs/): Is uw rijbewijs ingevorderd na alcohol, drugs of een snelheidsovertreding? - [Klacht artikel 12 Sv niet-vervolging](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/artikel-12-sv/): Seponeert het Openbaar Ministerie uw aangifte, dan kunt u als rechtstreeks belanghebbende beklag doen bij het gerechtshof (art. - [Uithuisplaatsing](https://ftwadvocaten.nl/expertise/familie-en-jeugdrecht/uithuisplaatsing/): Een uithuisplaatsing wordt opgelegd door de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling, de Raad voor de Kinderbescherming of het OM (art. - [Ondertoezichtstelling (OTS)](https://ftwadvocaten.nl/expertise/familie-en-jeugdrecht/ondertoezichtstelling/): Een ondertoezichtstelling van uw kind voelt als een inbreuk op uw gezin, ook al blijft uw kind in de meeste gevallen gewoon thuis wonen. - [Ontruiming en ontbinding](https://ftwadvocaten.nl/expertise/huurrecht/ontruiming-ontbinding/): Een verhuurder kan u niet zomaar uit huis zetten: voor woonruimte loopt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vrijwel altijd via de rechter. - [Woonfraude](https://ftwadvocaten.nl/expertise/huurrecht/woonfraude/): Woonfraude is het onrechtmatig bewonen, onderverhuren of gebruiken van een huurwoning, bijvoorbeeld onbevoegde onderverhuur of geen hoofdverblijf. - [VOG-bezwaar](https://ftwadvocaten.nl/expertise/bestuursrecht/vog-bezwaar/): Is uw Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) geweigerd? - [Pandsluiting Opiumwet (art. 13b)](https://ftwadvocaten.nl/expertise/bestuursrecht/pandsluiting-opiumwet/): De burgemeester kan uw woning of bedrijfspand sluiten na een drugsvondst op grond van artikel 13b Opiumwet. - [Schipholpas-bezwaar](https://ftwadvocaten.nl/expertise/bestuursrecht/schipholpas-bezwaar/): Is uw Schipholpas geweigerd, dan heeft u zes weken om bezwaar te maken bij de minister. ## Onderwerpen - [Aangehouden of in voorarrest](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/): Bent u aangehouden of zit een naaste vast in voorarrest? Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis?" - [Bijstand bij politieverhoor](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/): Verdachte in een strafzaak? Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Moet ik bij een politieverhoor altijd op mijn advocaat wachten?" - [Bezwaar tegen DNA-afname](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/bezwaar-dna-afname/): Een veroordeling voor bepaalde misdrijven verplicht u tot DNA-afname. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Hoe lang heb ik om bezwaar te maken?" - [Oproep OM-zitting](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/): Een oproep voor een OM-zitting betekent dat het Openbaar Ministerie uw strafzaak zonder rechter wil afdoen met een strafbeschikking. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen een OM-zitting, een TOM-zitting en een zitting bij de rechter?" - [Dagvaarding politierechter](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/): Een dagvaarding voor de politierechter betekent dat het Openbaar Ministerie u vervolgt voor een eenvoudige strafzaak. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Hoeveel dagen van tevoren moet ik de dagvaarding krijgen?" - [Dagvaarding meervoudige strafkamer](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/): Een dagvaarding voor de meervoudige strafkamer betekent dat u terechtstaat voor een zware of ingewikkelde strafzaak. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen de politierechter en de meervoudige strafkamer?" - [Dagvaarding kinderrechter](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/dagvaarding-kinderrechter/): Een dagvaarding voor de kinderrechter betekent dat het Openbaar Ministerie uw kind vervolgt voor een strafbaar feit. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Vanaf welke leeftijd geldt het jeugdstrafrecht?" - [Geweldsdelicten](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/geweldsdelicten/): Op mishandeling staat maximaal drie jaar cel (art. Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Hoeveel straf staat er op mishandeling?" - [Zedenzaken](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/zedenzaken/): Verdacht van een zedendelict zoals verkrachting of aanranding? Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Wat is sinds 1 juli 2024 veranderd in de zedenwetgeving?" - [Drugs en Opiumwet](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/drugs/): Een dagvaarding ter zake van een feit uit de Opiumwet betekent dat het OM u vervolgt voor drugsbezit, handel of hennepteelt. Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Wat moet ik doen als ik ben aangehouden voor drugsbezit?" - [Vermogensdelicten en diefstal](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/vermogensdelicten/): Wordt u verdacht van een vermogensdelict zoals diefstal, heling of verduistering? Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen diefstal en verduistering?" - [Fraude](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/fraude/): Een verdenking van fraude zoals witwassen, oplichting of valsheid in geschrifte raakt uw leven direct. Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen oplichting en witwassen?" - [Verkeersstrafrecht](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/verkeersstrafrecht/): Verkeersstrafrecht gaat over verkeersmisdrijven uit de Wegenverkeerswet 1994: rijden onder invloed, ernstig gevaarlijk rijgedrag, een ongeval met letsel of de dood, doorrijden na een aanrijding en rijden tijdens een ontzegging. Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Wanneer wordt mijn rijbewijs op straat ingenomen?" - [Wet wapens en munitie](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/wet-wapens-en-munitie/): Verdacht van overtreding van de Wet wapens en munitie? Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen cat I en cat IV wapens?" - [Vuurwerk](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/vuurwerk/): Bezit of handel in illegaal of professioneel vuurwerk is een economisch delict, waarvoor het OM al bij kleine hoeveelheden zware straffen eist. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Wat is verboden vuurwerk?" - [Contact- en straatverbod](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/contact-en-straatverbod/): Een contact- of straatverbod legt vast dat iemand geen contact met u mag opnemen of niet in een bepaald gebied mag komen. Behandeld door Jamie Haan. Beantwoordt o.a.: "Hoe snel kan ik een verbod afdwingen?" - [Hoger beroep in strafzaken](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/hoger-beroep/): Hoger beroep in een strafzaak stelt u binnen veertien dagen na de einduitspraak in bij het gerechtshof. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Hoe lang heb ik om hoger beroep in te stellen?" - [Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/tul-voorwaardelijke-straf/): Een vordering tenuitvoerlegging (TUL) betekent dat het OM de rechter vraagt om uw voorwaardelijke straf alsnog uit te voeren, omdat u een voorwaarde zou hebben geschonden. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Wordt de hele voorwaardelijke straf altijd ten uitvoer gelegd?" - [Bezwaar tegen omzetting taakstraf](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/omzetting-taakstraf/): Het Openbaar Ministerie zet uw niet-voltooide taakstraf om in vervangende hechtenis. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Wat als ik door ziekte de taakstraf niet kon uitvoeren?" - [Bezwaar tegen inbeslagname](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/): Heeft de politie uw auto, telefoon of geld in beslag genomen? Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Hoe snel kan ik een klaagschrift indienen en hoe lang heb ik de tijd?" - [Klaagschrift inhouding rijbewijs](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/klaagschrift-rijbewijs/): Is uw rijbewijs ingevorderd na alcohol, drugs of een snelheidsovertreding? Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Hoe snel beslist de officier van justitie over mijn rijbewijs?" - [Klacht artikel 12 Sv niet-vervolging](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/artikel-12-sv/): Seponeert het Openbaar Ministerie uw aangifte, dan kunt u als rechtstreeks belanghebbende beklag doen bij het gerechtshof (art. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Hoe lang heb ik om een artikel 12 Sv-klacht in te dienen?" - [Klachtzaken gedetineerden](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/klachtzaken-gedetineerden/): Als gedetineerde kunt u beklag doen bij de beklagcommissie tegen een beslissing die door of namens de directeur van uw inrichting is genomen, zoals plaatsing in afzondering. Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Wie kan beklag indienen?" - [Slachtoffer in een strafzaak](https://ftwadvocaten.nl/expertise/strafrecht/slachtoffer/): Bent u slachtoffer van een misdrijf, dan kunt u uw schade verhalen binnen de strafzaak tegen de verdachte. Behandeld door Jamie Haan. Beantwoordt o.a.: "Heb ik een advocaat nodig als slachtoffer?" - [Gezag en omgang](https://ftwadvocaten.nl/expertise/familie-en-jeugdrecht/gezag-en-omgang/): Gezag gaat over wie de belangrijke beslissingen over een kind neemt, omgang over het contact tussen ouder en kind. Behandeld door Ilona Tol. Beantwoordt o.a.: "Heb ik altijd een advocaat nodig voor een gezag- of omgangsprocedure?" - [Uithuisplaatsing](https://ftwadvocaten.nl/expertise/familie-en-jeugdrecht/uithuisplaatsing/): Een uithuisplaatsing wordt opgelegd door de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling, de Raad voor de Kinderbescherming of het OM (art. Behandeld door Ilona Tol. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing?" - [Ondertoezichtstelling (OTS)](https://ftwadvocaten.nl/expertise/familie-en-jeugdrecht/ondertoezichtstelling/): Een ondertoezichtstelling van uw kind voelt als een inbreuk op uw gezin, ook al blijft uw kind in de meeste gevallen gewoon thuis wonen. Behandeld door Ilona Tol. Beantwoordt o.a.: "Wat is het verschil tussen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing?" - [Huurgeschillen](https://ftwadvocaten.nl/expertise/huurrecht/huurgeschillen/): Een huurgeschil draait meestal om huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst of een te hoge huurprijs. Behandeld door Jamie Haan. Beantwoordt o.a.: "Mag mijn verhuurder zomaar de huur opzeggen?" - [Ontruiming en ontbinding](https://ftwadvocaten.nl/expertise/huurrecht/ontruiming-ontbinding/): Een verhuurder kan u niet zomaar uit huis zetten: voor woonruimte loopt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vrijwel altijd via de rechter. Behandeld door Jamie Haan. Beantwoordt o.a.: "Mag een verhuurder zonder rechter de sloten vervangen of mij uit huis zetten?" - [Woonfraude](https://ftwadvocaten.nl/expertise/huurrecht/woonfraude/): Woonfraude is het onrechtmatig bewonen, onderverhuren of gebruiken van een huurwoning, bijvoorbeeld onbevoegde onderverhuur of geen hoofdverblijf. Behandeld door Simone Aart. Beantwoordt o.a.: "Wat is illegale onderverhuur?" - [VOG-bezwaar](https://ftwadvocaten.nl/expertise/bestuursrecht/vog-bezwaar/): Is uw Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) geweigerd? Behandeld door Bob Tijkotte. Beantwoordt o.a.: "Hoe lang heb ik om bezwaar te maken tegen een VOG-weigering?" - [Pandsluiting Opiumwet (art. 13b)](https://ftwadvocaten.nl/expertise/bestuursrecht/pandsluiting-opiumwet/): De burgemeester kan uw woning of bedrijfspand sluiten na een drugsvondst op grond van artikel 13b Opiumwet. Behandeld door Stefanie Langeweg. Beantwoordt o.a.: "Hoe lang heb ik om bezwaar te maken tegen een sluitingsbesluit?" - [Schipholpas-bezwaar](https://ftwadvocaten.nl/expertise/bestuursrecht/schipholpas-bezwaar/): Is uw Schipholpas geweigerd, dan heeft u zes weken om bezwaar te maken bij de minister. Behandeld door Daniel Fontein. Beantwoordt o.a.: "Hoeveel tijd heb ik om bezwaar te maken tegen een geweigerde Schipholpas?" ## Team - [Daniel Fontein](https://ftwadvocaten.nl/team/daniel-fontein/): Advocaat. Mede-oprichter FTW (2009), gespecialiseerd in zware en grote strafzaken (Passage, diamantenroof Schiphol, Purmerlandmoorden). - [Bob Tijkotte](https://ftwadvocaten.nl/team/bob-tijkotte/): Advocaat. Strafrechtspecialist sinds 2005, mede-oprichter van FTW Advocaten in 2009. - [Stefanie Langeweg](https://ftwadvocaten.nl/team/stefanie-langeweg/): Advocaat. Sinds 2017 bij FTW. - [Simone van der Aart](https://ftwadvocaten.nl/team/simone-van-der-aart/): Advocaat. Sinds 2020 bij FTW. - [Justus Sietsma](https://ftwadvocaten.nl/team/justus-sietsma/): Advocaat. Strafrechtadvocaat met focus op jeugdstrafrecht, civiel jeugdrecht (uithuisplaatsingen) en personen- en familierecht. - [Ilona Tol](https://ftwadvocaten.nl/team/ilona-tol/): Advocaat. Sinds 2024 bij FTW na ervaring bij advocatenkantoren in Amsterdam en als gerechtsjurist bij het gerechtshof Den Haag. - [Jamie de Haan](https://ftwadvocaten.nl/team/jamie-de-haan/): Advocaat. Sinds 2020 bij FTW. - [Sule Kara](https://ftwadvocaten.nl/team/sule-kara/): Advocaat. Sinds maart 2026 bij FTW na ruim 12 jaar bij het Openbaar Ministerie. ## Recente inzichten - [Uithuisplaatsing aanvechten](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/uithuisplaatsing-aanvechten/): Een uithuisplaatsing aanvechten: de procedure, uw rechten als ouder en de mogelijkheden om terugkeer van uw kind te bevorderen. FTW Advocaten. - [Aangehouden voor rijden onder invloed: uw rechten](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/aangehouden-rijden-onder-invloed/): Rechten bij aanhouding voor rijden onder invloed: recht op advocaat, het verhoor en mogelijke sancties. FTW Advocaten, Koog aan de Zaan. - [Wat te doen na een dagvaarding](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/wat-te-doen-na-een-dagvaarding/): Een dagvaarding ontvangen: wat staat erin, wat zijn uw verplichtingen en hoe bereidt een advocaat u voor op de zitting. FTW Advocaten. - [Omzetting taakstraf naar vervangende hechtenis: bezwaar en rechtsbijstand](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/omzetting-taakstraf-recht-op-gratis-advocaat-bij-bezwaarprocedure/): Taakstraf omgezet naar vervangende hechtenis? U heeft veertien dagen bezwaartermijn (art. 22g Sr). Lees wanneer gefinancierde rechtsbijstand mogelijk is. - [Verhuurder wil niet meewerken aan een woningruil, wat nu?](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/verhuurder-wil-niet-meewerken-aan-een-woningruil-wat-nu/): Verhuurder weigert mee te werken aan een woningruil? Via art. 7:270 BW kunt u de rechter om een machtiging vragen als u zwaarwichtig belang heeft bij de ruil. - [Huisverbod bij huiselijk geweld: uw rechten en mogelijkheden](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/huisverbod-bij-huiselijk-geweld-uw-rechten-en-mogelijkheden/): Een huisverbod duurt tien dagen en kan worden verlengd tot vier weken. Lees hoe u beroep instelt bij de bestuursrechter en een voorlopige voorziening vraagt. - [Onterecht vastgezeten? U hebt recht op schadevergoeding](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/onterecht-vastgezeten-u-hebt-recht-op-schadevergoeding/): Onterecht in voorarrest gezeten en daarna vrijgesproken of geseponeerd? U kunt schadevergoeding aanvragen op grond van art. 533 Sv, binnen drie maanden. - [Gratis juridische bijstand voor slachtoffers van geweldsdelicten: wat doet een slachtofferadvocaat?](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/gratis-juridische-bijstand-voor-slachtoffers-van-geweldsdelicten-wat-doet-een-slachtofferadvocaat/): Slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedendelict? U heeft recht op kosteloze bijstand (art. 44 lid 4 Wrb). Lees wat een slachtofferadvocaat voor u doet. - [Rechten van huurders bij woonfraude](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/rechten-van-huurders-bij-woonfraude/): Huurder verdacht van woonfraude? U bent niet verplicht bankafschriften te overleggen en een verhuurder kan alleen via de rechter ontbinden. Lees uw rechten. - [Kinderontvoering en het strafrecht: een overzicht](https://ftwadvocaten.nl/inzichten/kinderontvoering-en-het-strafrecht-een-overzicht/): Onttrekking van een kind aan het gezag is strafbaar (art. 279 Sr). Lees de strafmaxima, wanneer art. 280 Sr geldt en hoe het HKOV werkt. ## Recente zaken - [Mallorca-zaak](https://ftwadvocaten.nl/zaken/mallorca-zaak/): Doodslag Carlo Heuvelman, vrijspraak doodslag, veroordeling openlijke geweldpleging, cassatie HR over schadevergoedingen, schikking met partner. ## Tarieven en praktische informatie - [Kosten en pro deo](https://ftwadvocaten.nl/kosten-advocaat/): Wat kost een advocaat? Wij leggen uit wanneer pro deo mogelijk is, wat de eigen bijdrage in 2026 is en hoe u vooraf een heldere kostenindicatie krijgt. Het eerste gesprek is kosteloos. - [Over ons](https://ftwadvocaten.nl/over-ons/): FTW Advocaten in Koog aan de Zaan is actief sinds 2009. Een vast team advocaten voor strafrecht, slachtofferzaken, familierecht, huurrecht en bestuursrecht. ## Contact - Adres: Lagendijk 64a, 1541 KC Koog aan de Zaan - Telefoon: +31885444333 - Email: info@ftwadvocaten.nl - Google Bedrijfsprofiel: https://www.google.com/maps?cid=13868773974850538822 (Place ID: ChIJXcTbM-j8xUcRRg0mQXPId8A) - LinkedIn: https://www.linkedin.com/company/ftw-advocaten --- ## Aangehouden of in voorarrest (uit Strafrecht) Bent u aangehouden of zit een naaste vast in voorarrest? Bel ons direct, wij zijn bereikbaar bij spoed. De rechter kan de voorlopige hechtenis schorsen, zodat u of uw naaste de zaak in vrijheid afwacht, vaak onder voorwaarden. Onze strafrechtadvocaten toetsen of de ernstige bezwaren en gronden aanwezig zijn en bouwen een schorsingsverzoek dat de rechter een veilig alternatief biedt. ## Wat is schorsing van de voorlopige hechtenis? Schorsing betekent dat u of uw naaste de strafzaak in vrijheid afwacht, terwijl het bevel tot voorlopige hechtenis blijft bestaan. De rechter kan de voorlopige hechtenis op elk moment schorsen, ambtshalve, op vordering van het Openbaar Ministerie of op uw eigen verzoek, mits u zich bereid verklaart de gestelde voorwaarden na te komen (art. 80 lid 1 Sv). Voorlopige hechtenis is de vrijheidsbeneming van een verdachte voordat de strafzaak inhoudelijk op zitting is behandeld. Samen met de inverzekeringstelling vormt zij de periode die in het dagelijks taalgebruik voorarrest heet. Schorsing is iets anders dan het einde van de zaak: u blijft verdachte en het onderzoek loopt door, maar u zit niet langer vast. Voor wie wil vrijkomen uit de voorlopige hechtenis is een goed onderbouwd schorsingsverzoek vaak de meest reële route, omdat de rechter daarmee een controleerbaar alternatief krijgt aangereikt voor het vasthouden. ## Op welke gronden kan voorlopige hechtenis worden bevolen? Voorlopige hechtenis kan alleen als er ernstige bezwaren tegen u bestaan en daarnaast een wettelijke grond aanwezig is. Een redelijk vermoeden van schuld is niet voldoende; er moet uit feiten of omstandigheden blijken van ernstige bezwaren tegen de verdachte (art. 67 lid 3 Sv). De hechtenis is bovendien alleen toegelaten bij bepaalde misdrijven, kort gezegd feiten waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat, een aantal in de wet genoemde feiten en delicten uit bijzondere wetten zoals de Opiumwet (art. 67 lid 1 Sv). Ook kan zij worden bevolen als geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland kan worden vastgesteld bij een misdrijf waarvoor gevangenisstraf is gesteld (art. 67 lid 2 Sv). Naast de ernstige bezwaren is een grond nodig (art. 67a Sv): ernstig vluchtgevaar of een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid. Onder die laatste categorie vallen de volgende gronden. | Grond | Inhoud | Bepaling | |---|---|---| | 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) | Feit waarop twaalf jaar of meer staat en de rechtsorde ernstig is geschokt | art. 67a lid 2 onder 1 Sv | | Herhalingsgevaargrond | Ernstige vrees voor een nieuw misdrijf waarop zes jaar of meer staat, of waardoor de veiligheid van personen in gevaar komt | art. 67a lid 2 onder 2 Sv | | Recidive na eerdere veroordeling | Recidivegevaar bij een eerdere onherroepelijke veroordeling binnen vijf jaar voor bepaalde delicten | art. 67a lid 2 onder 3 Sv | | Snelrechtgrond | Bepaalde delicten op een voor het publiek toegankelijke plaats of tegen personen met een publieke taak | art. 67a lid 2 onder 4 Sv | | Onderzoeksgrond | De hechtenis is noodzakelijk voor de waarheidsvinding, anders dan door verklaringen van de verdachte | art. 67a lid 2 onder 5 Sv | Belangrijk is het anticipatiegebod: de hechtenis blijft achterwege als ernstig rekening moet worden gehouden dat geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zal volgen of dat de hechtenis langer zou duren dan de te verwachten straf (art. 67a lid 3 Sv). Onze advocaten toetsen of de ernstige bezwaren en de aangevoerde grond werkelijk standhouden en of dit anticipatiegebod in uw voordeel werkt. ## Hoe lang kun je in voorarrest zitten voordat je zaak op zitting komt? Voor de inhoudelijke behandeling kan het voorarrest oplopen tot ongeveer honderdvier dagen, opgebouwd uit opeenvolgende fasen met eigen maximale termijnen. De vrijheidsbeneming begint met de aanhouding en verloopt daarna in vaste stappen, waarbij telkens een andere autoriteit beslist. | Fase | Maximale duur | Beslist door | Bepaling | |---|---|---|---| | Inverzekeringstelling | 3 dagen, eenmaal te verlengen met 3 dagen | (Hulp)officier van justitie | art. 58 Sv | | Bewaring | 14 dagen | Rechter-commissaris | art. 64 lid 1 Sv | | Gevangenhouding of gevangenneming | 90 dagen | Rechtbank (raadkamer) | art. 66 lid 1 Sv | Wil het Openbaar Ministerie u na de inverzekeringstelling langer vasthouden, dan vordert het bewaring bij de rechter-commissaris. Bij die voorgeleiding hoort de rechter-commissaris u eerst (art. 63 Sv) voordat over bewaring wordt beslist. Daarna beslist de rechtbank over gevangenhouding. De fasen van veertien en negentig dagen samen bepalen hoe lang de voorlopige hechtenis vóór de inhoudelijke behandeling op zitting kan voortduren. Op elk moment in deze periode kan een schorsingsverzoek worden gedaan. ## Hoe vraag je schorsing van de voorlopige hechtenis aan en hoe snel beslist de rechter? Een schorsingsverzoek kan op elk moment tijdens de voorlopige hechtenis worden gedaan, mondeling op een zitting of in de raadkamer, of schriftelijk daartussenin, en de rechter beslist doorgaans kort na de behandeling. U hoeft dus niet te wachten tot een vaste datum; zodra de gronden of het dossier daar aanleiding toe geven, kan uw advocaat het verzoek indienen. In de praktijk verloopt het zo. Uw advocaat beoordeelt eerst de ernstige bezwaren, de grond en het anticipatiegebod. Vervolgens stelt hij een schorsingsverzoek op dat de rechter een veilig en controleerbaar alternatief voor hechtenis biedt. Het verzoek wordt behandeld in de raadkamer of op een reeds geplande zitting, waar uw advocaat de schorsing bepleit en het Openbaar Ministerie zijn standpunt geeft. De rechter weegt het belang van uw vrijheid af tegen de grond die voor de hechtenis is aangevoerd. Hoe eerder wij de gronden en het dossier kunnen beoordelen, hoe gerichter het verzoek. Een goede voorbereiding, met afgestemde voorwaarden en een concreet plan, vergroot de kans dat de rechter de schorsing aanvaardbaar vindt. ## Wat is het verschil tussen opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis? Bij opheffing vervalt het bevel tot voorlopige hechtenis volledig en zonder voorwaarden; bij schorsing blijft het bevel op de achtergrond bestaan en wacht u de behandeling in vrijheid af, onder voorwaarden. Dit onderscheid is wezenlijk, omdat het bepaalt welke route in uw situatie kansrijk is. | Aspect | Opheffing | Schorsing | |---|---|---| | Wat gebeurt met het bevel | Vervalt | Blijft op de achtergrond bestaan | | Voorwaarden | Geen | Altijd, zowel verplicht als bijzonder | | Wanneer aan de orde | Ernstige bezwaren of grond zijn weggevallen | Hechtenis is in beginsel terecht, maar een alternatief volstaat | | Gevolg bij overtreding | Niet van toepassing | Schorsing kan worden opgeheven en u kunt opnieuw vast | Opheffing ligt voor de hand wanneer de ernstige bezwaren of de grond niet langer standhouden, bijvoorbeeld omdat het onderzoek is afgerond of het bewijs is verzwakt. Schorsing is de aangewezen route wanneer de hechtenis op zichzelf nog wel gedragen wordt door een grond, maar er een reëel en veilig alternatief bestaat dat dezelfde belangen waarborgt. Onze advocaten beoordelen per zaak welke route de meeste kans biedt en kunnen beide verzoeken zo nodig naast elkaar voeren. ## Welke voorwaarden kan de rechter aan schorsing van het voorarrest verbinden? Aan schorsing zijn altijd verplichte voorwaarden verbonden, en de rechter kan daarnaast zekerheidstelling en bijzondere voorwaarden stellen. De verplichte voorwaarden volgen rechtstreeks uit de wet: u onttrekt zich niet aan de hechtenis als die opnieuw wordt bevolen en niet aan een op te leggen straf, en u werkt mee aan het vaststellen van uw identiteit (art. 80 lid 2 Sv). | Type voorwaarde | Voorbeelden | Bepaling | |---|---|---| | Verplichte voorwaarden | Niet onttrekken aan hechtenis of straf, meewerken aan vaststellen identiteit | art. 80 lid 2 Sv | | Zekerheidstelling of borgtocht | Geldbedrag van uzelf of een derde, hoogte bepaald door de rechter | art. 80 lid 3 en lid 5 Sv | | Bijzondere voorwaarden | Meldplicht, contact- of gebiedsverbod, behandeling onder reclasseringstoezicht | art. 80 lid 1 Sv | De rechter kan zekerheidstelling verlangen, een geldbedrag dat door u of door een derde wordt gestort en dat als waarborg dient; de rechter bepaalt in zijn beslissing het bedrag en de wijze waarop de zekerheid moet worden gesteld (art. 80 lid 3 en lid 5 Sv). De bijzondere voorwaarden zijn maatwerk en sluiten aan op de grond die voor de hechtenis is aangevoerd. Bij vluchtgevaar past een meldplicht of borgtocht, bij herhalingsgevaar eerder een contact- of gebiedsverbod of reclasseringstoezicht. Wij stemmen die voorwaarden vooraf af, zodat het verzoek voor de rechter een geloofwaardig en controleerbaar alternatief vormt. ## Kun je in hoger beroep als je schorsingsverzoek wordt afgewezen? Ja, u kunt eenmaal in hoger beroep bij het gerechtshof tegen een afwijzing van uw verzoek tot schorsing of opheffing, uiterlijk drie dagen na de betekening (art. 87 lid 2 Sv). Het hof beoordeelt de zaak dan opnieuw. Soms is een nieuw, beter onderbouwd verzoek bij de rechtbank een betere route dan hoger beroep; uw advocaat weegt die mogelijkheden met u af. Ook de andere kant kent een rechtsmiddel. Tegen een beslissing tot schorsing of een wijziging daarvan kan het Openbaar Ministerie in hoger beroep, uiterlijk veertien dagen daarna (art. 87 lid 1 Sv). De termijnen lopen dus niet gelijk op. | Wie | Waartegen | Termijn | |---|---|---| | Verdachte | Afwijzing schorsing of opheffing | 3 dagen na betekening (art. 87 lid 2 Sv) | | Openbaar Ministerie | Toewijzing of wijziging schorsing | 14 dagen (art. 87 lid 1 Sv) | Wordt uw schorsing toegewezen, dan kan het Openbaar Ministerie die binnen veertien dagen aanvechten bij het hof. Onze advocaten bewaken die termijnen aan beide zijden en verdedigen een toegekende schorsing zo nodig bij het gerechtshof, zodat de verworven vrijheid niet alsnog verloren gaat. ## Moet je zelf een advocaat regelen bij aanhouding en wat kost die piketbijstand? Nee, u hoeft in de fase van voorarrest niet zelf een advocaat te regelen, en de piketbijstand is voor u kosteloos. Bij inverzekeringstelling wordt een piketadvocaat aangewezen, en zodra voorlopige hechtenis is bevolen of gevorderd wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd, ook als u daar niet om vraagt (art. 40 en 41 Sv). Voor de rechtsbijstand in de piketfase geldt geen inkomenstoets en geen eigen bijdrage; deze bijstand is kosteloos. Vanaf de inverzekeringstelling heeft de verdachte automatisch recht op een advocaat. Voor de ambtshalve toevoeging in deze strafzaken wordt geen eigen bijdrage opgelegd. U behoudt in elke fase het recht op een advocaat en het recht uw kant van het verhaal voor de rechter te brengen; u wordt door de rechter-commissaris en in de raadkamer gehoord voordat over uw vrijheid wordt beslist. Bent u alleen uitgenodigd voor een verhoor en nog niet aangehouden? Lees dan onze pagina over [bijstand bij politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/). Komt uw zaak voor een zwaardere kamer? Zie [dagvaarding meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/). Is er ook beslag gelegd op uw spullen? Op de pagina [bezwaar tegen inbeslagname](/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/) leggen wij de beklagprocedure uit. ## Wanneer contact opnemen? Neem zo snel mogelijk contact op zodra u of een familielid is aangehouden of in verzekering is gesteld. Wij zijn 24/7 bereikbaar bij spoed. Hoe eerder wij de gronden en het dossier kunnen beoordelen, hoe gerichter het schorsingsverzoek dat wij voor u opbouwen. In de eerste dagen worden vaak beslissingen genomen die de richting van de hele zaak bepalen, van de vordering bewaring tot de eerste raadkamer over gevangenhouding. Juist in die fase telt snel en gericht handelen. Meer algemene uitleg over de procedure vindt u bij de [Rechtspraak](https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/voorlopige-hechtenis) en over kosteloze rechtsbijstand bij aanhouding bij de [Raad voor Rechtsbijstand](https://www.rvr.org/advocaten/ingeschreven/piket/). ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering (art. 40 en 41 toevoeging raadsman, 57 tot 58 inverzekeringstelling, 63 tot 66 bewaring en gevangenhouding, 67 en 67a gronden, 80 schorsing, 87 hoger beroep)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Rechtspraak.nl, voorlopige hechtenis](https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/voorlopige-hechtenis) - [Raad voor Rechtsbijstand, piket en kosteloze rechtsbijstand](https://www.rvr.org/advocaten/ingeschreven/piket/) --- ## Bijstand bij politieverhoor (uit Strafrecht) Verdachte in een strafzaak? Rond een politieverhoor heeft u recht op een advocaat: consultatiebijstand (een vertrouwelijk gesprek vooraf) en verhoorbijstand (een advocaat die het verhoor bijwoont). U mag zwijgen. Verklaar daarom pas na overleg, want wat u zonder voorbereiding zegt, blijft het hele dossier in. Onze advocaten staan u door het hele land bij, ook met spoed rond een aanhouding. ## Heb ik recht op een advocaat bij een politieverhoor? Ja. Als verdachte heeft u recht op bijstand van een advocaat rond een politieverhoor. Dat recht valt uiteen in twee delen. Consultatiebijstand is een vertrouwelijk gesprek met een advocaat voordat het verhoor begint en berust voor Nederland op het Salduz-arrest (EHRM, 27 november 2008, Salduz tegen Turkije). Verhoorbijstand is het recht om een advocaat het verhoor te laten bijwonen en daaraan te laten deelnemen. Dat recht heeft een andere, latere grondslag: EU-richtlijn 2013/48/EU, in Nederland ingevoerd in artikel 28d van het Wetboek van Strafvordering en sinds 1 maart 2017 van kracht. De Hoge Raad leidde uit Salduz zelf juist geen recht op aanwezigheid tijdens het verhoor af; dat is pas later wettelijk geregeld. Beide rechten gelden voor de aangehouden verdachte en, op verzoek, ook voor de verdachte die schriftelijk is uitgenodigd om op een plaats van verhoor te verschijnen. Bent u aangehouden of zit een naaste in voorarrest? Lees dan ook onze pagina over [aanhouding en voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/). ## Wat is het verschil tussen consultatiebijstand en verhoorbijstand? Consultatiebijstand is het gesprek vooraf, verhoorbijstand is de begeleiding tijdens het verhoor zelf. Bij consultatiebijstand krijgt de aangehouden verdachte volgens artikel 28c van het Wetboek van Strafvordering de gelegenheid om voorafgaand aan het eerste verhoor een onderhoud met een advocaat te hebben van ten hoogste een half uur. Op verzoek kan de hulpofficier van justitie dat met nog ten hoogste een half uur verlengen, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet. Het gaat dus om een maximum, niet om een vaste of minimale duur. In dat gesprek bespreekt u wat de verdenking is, wat uw rechten zijn en welke verhoorstrategie verstandig is. Verhoorbijstand is geregeld in artikel 28d van het Wetboek van Strafvordering: op verzoek mag de advocaat het verhoor bijwonen en daaraan deelnemen. De verhorend ambtenaar mag wel herhaalde onderbrekingen beletten die de orde of de voortgang van het verhoor verstoren. ## Moet ik antwoorden bij de politie of mag ik zwijgen? U mag zwijgen. Artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de verdachte niet tot antwoorden is verplicht, en dat hij voor de aanvang van het verhoor op dat zwijgrecht wordt gewezen. Die mededeling heet de cautie. Hetzelfde artikel verbiedt dat een verklaring wordt verkregen die niet in vrijheid is afgelegd; ongepaste druk of dwang is dus niet toegestaan. Naar uw personalia, zoals naam, geboortedatum en adres, wordt u op grond van artikel 27a van het Wetboek van Strafvordering gevraagd voor het vaststellen van uw identiteit. Daarnaast bestaat een aparte plicht om op vordering een identiteitsbewijs te tonen op grond van de Wet op de identificatieplicht. Het zwijgrecht zelf geldt voor alle inhoudelijke antwoorden. Een veelgemaakte fout is dat mensen denken dat zij eerlijk en uitgebreid moeten verklaren om snel vrij te komen. Een verklaring die zonder voorbereiding wordt afgelegd, blijft echter het hele dossier in en kan later tegen u worden gebruikt. "Ik wil eerst overleg met mijn advocaat" is altijd een geldig antwoord. ## Hoe lang mag de politie mij vasthouden voor verhoor? Na aanhouding mag de politie u beperkt vasthouden voor onderzoek. Op grond van artikel 56a van het Wetboek van Strafvordering bedraagt het ophouden voor onderzoek ten hoogste negen uur bij een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, en ten hoogste zes uur in de overige gevallen. De periode tussen 00.00 uur en 09.00 uur telt daarbij niet mee. Binnen die termijn vindt het verhoor plaats en wordt beoordeeld wat er daarna gebeurt: u wordt heengezonden of in verzekering gesteld. Juist omdat de tijd beperkt is, telt elk uur. Hoe eerder u of uw naasten contact opnemen, hoe meer ruimte er is voor consultatie vooraf en een doordachte verhoorstrategie. Wij zijn bij spoed rond aanhoudingen bereikbaar en komen zo snel mogelijk in actie. ## Wanneer is een advocaat bij het politieverhoor gratis? Bij aanhouding is bijstand in beginsel kosteloos via de piketregeling. De Raad voor Rechtsbijstand organiseert die regeling: de piketadvocaat die consultatie- en verhoorbijstand verleent aan de aangehouden verdachte wordt door de Staat vergoed. Voor aangehouden minderjarige en kwetsbare meerderjarige verdachten wijst de Raad voor Rechtsbijstand standaard kosteloos een advocaat toe, ongeacht het feit. Belangrijk is het onderscheid tussen het recht en de financiering daarvan. Wie alleen schriftelijk wordt uitgenodigd en niet is aangehouden, heeft wel het recht op consultatie- en verhoorbijstand, maar krijgt dat eerste bureaubezoek niet automatisch gratis. Kiest u een eigen advocaat buiten het piket, dan zijn de kosten van dat eerste bezoek in beginsel voor eigen rekening. Voor de verdere strafzaak kan vervolgens een toevoeging (gefinancierde rechtsbijstand) worden aangevraagd, ook voor de niet-aangehouden verdachte, mits aan de voorwaarden is voldaan. ## Wat doet een advocaat tijdens het politieverhoor? Een advocaat bewaakt tijdens het verhoor uw rechten en de manier waarop het verhoor verloopt. Onze advocaten wonen regelmatig politieverhoren bij. Wij zitten naast u, observeren de vraagstelling en grijpen in wanneer vragen suggestief zijn, wanneer het verhoor te lang duurt zonder pauze, of wanneer u niet meer in staat bent een ordelijke verklaring af te leggen. Wij kunnen op elk moment om een pauze vragen voor overleg. Vooraf bespreken we de verdenking en de strategie, bijvoorbeeld of en wanneer u zich op uw zwijgrecht beroept. Ook bij een tweede of derde verhoor is bijstand zinvol: de verdenking kan zijn aangescherpt en er kunnen nieuwe stukken op tafel liggen. Wordt de zaak vervolgd, dan begeleiden wij u ook in de fase daarna, bijvoorbeeld bij een [oproep voor een OM-zitting](/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/) of een [dagvaarding voor de politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/). ## Geldt het recht op een advocaat ook bij de FIOD of bij een bestuurlijke boete? Ja, het recht geldt breder dan alleen bij de politie. Consultatie- en verhoorbijstand geldt voor strafrechtelijke verhoren ongeacht welke opsporingsdienst het verhoor afneemt, dus ook bij verhoren door de FIOD of andere bijzondere opsporingsdiensten. Dat is bijvoorbeeld relevant bij [fraudezaken](/expertise/strafrecht/fraude/). Heeft u een uitnodiging gehad? Neem dan contact op voordat u verklaart, ongeacht welke dienst u oproept. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Artikel 28c Wetboek van Strafvordering (consultatiebijstand)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2024-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelII/Artikel28c) - [Artikel 28d Wetboek van Strafvordering (verhoorbijstand)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2024-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelII/Artikel28d) - [Artikel 29 Wetboek van Strafvordering (zwijgrecht en cautie)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2024-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelII/Artikel29) - [Artikel 27a Wetboek van Strafvordering (vragen naar personalia)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2024-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelII/Artikel27a) - [Artikel 56a Wetboek van Strafvordering (ophouden voor onderzoek)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2024-01-01/0/BoekTweede/TiteldeelI/Artikel56a) - [Piketregeling, Raad voor Rechtsbijstand](https://www.rvr.org/advocaten/ingeschreven/piket/) --- ## Bezwaar tegen DNA-afname (uit Strafrecht) Een veroordeling voor bepaalde misdrijven verplicht u tot DNA-afname. Het bezwaar richt zich op de bepaling en verwerking van uw DNA-profiel, niet op de afname zelf. Onze advocaten dienen het bezwaarschrift binnen veertien dagen na de afname in bij de rechtbank. Tijdig bezwaar schort de verwerking op tot de raadkamer beslist. Bel zo snel mogelijk na de afname. ## Waartegen kun je wel en niet bezwaar maken bij DNA-afname na veroordeling? Bezwaar richt zich uitsluitend tegen het bepalen en verwerken van uw DNA-profiel, niet tegen de feitelijke afname van het celmateriaal. De afname zelf, meestal via een wangslijmtest op het politiebureau, is wettelijk verplicht en daartegen staat geen rechtsmiddel open. Het bezwaarschrift gaat dus over de vraag of uw profiel mag worden vastgesteld en mag worden opgenomen in de nationale DNA-databank. Dat onderscheid is belangrijk en lijkt op andere bezwaarprocedures in het strafrecht, zoals het [bezwaar tegen inbeslagname](/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/), waar de raadkamer eveneens beslist. U bent verplicht mee te werken aan de afname, ook als de veroordeling in eerste aanleg nog niet onherroepelijk is. Tegelijk geldt een belangrijke waarborg: zolang nog bezwaar kan worden ingediend en zolang een ingediend bezwaarschrift niet is ingetrokken of er nog niet op is beslist, wordt op basis van het celmateriaal geen DNA-profiel bepaald (artikel 7 lid 4 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden). Tijdig bezwaar maken schort de verwerking dus op tot de rechter heeft beslist. Dat is een sterke reden om snel te handelen. ## Binnen welke termijn en bij welke rechtbank dien je het DNA-bezwaarschrift in? U moet het bezwaarschrift binnen veertien dagen indienen, gerekend vanaf de dag waarop het celmateriaal is afgenomen (of de dag waarop de mededeling uit artikel 6 lid 3 is betekend). De termijn loopt dus vanaf de afname, niet vanaf de ontvangst van het bevel. Het bezwaarschrift dient u in bij de rechtbank die in eerste aanleg vonnis heeft gewezen, of bij de rechtbank in het arrondissement waar tegen de strafbeschikking verzet had kunnen worden gedaan. De zaak wordt behandeld door de raadkamer, meestal in een besloten zitting. | Onderdeel | Wettelijke regel | | --- | --- | | Termijn | 14 dagen na de dag van afname celmateriaal of betekening art. 6 lid 3-mededeling | | Bevoegde rechtbank | De rechtbank die in eerste aanleg vonnis wees (of het arrondissement van het verzet) | | Behandelend orgaan | De raadkamer van de rechtbank | | Grondslag | Artikel 7 lid 1 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden | De termijn is kort en fataal. Wordt hij overschreden, dan wordt het profiel bepaald en opgenomen in de databank en is bezwaar niet meer mogelijk. Neem daarom zo snel mogelijk contact op zodra uw celmateriaal is afgenomen. ## Op welke wettelijke gronden kan een DNA-bezwaarschrift slagen? De wet kent twee gronden waarop de bepaling en verwerking achterwege moeten blijven (artikel 2 lid 1 sub a en b Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden). De rechter toetst bij een bezwaar of een van deze gronden van toepassing is: - **Er is al een DNA-profiel verwerkt** (sub a). Van de veroordeelde is al eerder een profiel in de databank opgenomen, zodat een nieuwe bepaling niet nodig is. - **Het profiel is niet van betekenis** (sub b). Het is redelijkerwijs aannemelijk dat het bepalen en verwerken van het profiel, gelet op de aard van het misdrijf of de bijzondere omstandigheden waaronder het is gepleegd, niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. In de praktijk draait een geslaagd bezwaar meestal om grond b. De Hoge Raad heeft op 19 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1694) in cassatie in het belang der wet uitgelegd hoe deze grond moet worden getoetst: bepalend is of het gaat om een type misdrijf waarvoor in het algemeen moet worden aangenomen dat DNA-onderzoek geen of slechts een ondergeschikte rol kan spelen. Die toets is abstract en staat los van de concrete uitvoering van het delict. Oudere voorbeelden uit de wetsgeschiedenis wegen door moderne opsporingstechnieken minder zwaar. Een sterk bezwaar koppelt uw persoonlijke situatie daarom concreet aan deze wettelijke maatstaf in plaats van algemene bezwaren aan te voeren. ## Hoe lang blijft je DNA-profiel in de databank bewaard? De bewaartermijn hangt af van het wettelijke strafmaximum van het misdrijf en, bij zware zaken, van de daadwerkelijk opgelegde straf. Bij een misdrijf met een maximumstraf van zes jaar of meer wordt het profiel na dertig jaar vernietigd; bij een maximumstraf van minder dan zes jaar geldt een termijn van twintig jaar (artikel 18 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken). Is de opgelegde gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel langer dan twintig jaar, dan loopt de termijn op tot vijftig jaar; bij een levenslange straf, een maatregel langer dan veertig jaar of bepaalde ernstige zedenmisdrijven tot tachtig jaar. | Misdrijf of opgelegde straf | Bewaartermijn | | --- | --- | | Strafmaximum minder dan 6 jaar | 20 jaar | | Strafmaximum 6 jaar of meer | 30 jaar | | Opgelegde gevangenisstraf of maatregel langer dan 20 jaar | 50 jaar | | Opgelegde levenslange straf of maatregel langer dan 40 jaar | 80 jaar | | Bepaalde ernstige zedenmisdrijven (artikelen 241, 243 en 245 tot en met 253 Sr) | 80 jaar | Deze termijnen verklaren waarom opname in de databank, hoewel de afname zelf niet ingrijpend is, langdurige gevolgen heeft voor uw privacy. ## Wanneer wordt je DNA-profiel weer uit de databank verwijderd? Het profiel moet worden verwijderd en vernietigd wanneer de veroordeling alsnog wegvalt of niet leidt tot een straf of maatregel. Dat is het geval bij een uiteindelijke vrijspraak, een ontslag van alle rechtsvervolging, een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (artikel 9a Wetboek van Strafrecht) of de oplegging van enkel een geldboete. In die gevallen is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet (langer) van toepassing en moeten het profiel en het celmateriaal uit de databank worden gehaald. In de praktijk gebeurt die verwijdering niet altijd automatisch. Na een onherroepelijke uitspraak die de veroordeling wegneemt, is het verstandig het Openbaar Ministerie hier actief op aan te spreken zodat het profiel daadwerkelijk wordt vernietigd. Onze advocaten kunnen die verwijdering voor u opvolgen. ## Is er hoger beroep mogelijk tegen de beslissing op het DNA-bezwaar? Tegen de beslissing van de rechtbank op het DNA-bezwaarschrift staat geen gewoon hoger beroep open. De raadkamer beslist en de wet zelf opent tegen die beschikking geen hoger rechtsmiddel. Wel is in bijzondere gevallen cassatie in het belang der wet mogelijk; die buitengewone voorziening wordt ingesteld door de procureur-generaal bij de Hoge Raad en dient de rechtseenheid, niet uw individuele zaak. De Hoge Raad benutte deze weg in zijn uitspraak van 19 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1694). Omdat een tweede kans via hoger beroep ontbreekt, telt de eerste indiening zwaar. Het bezwaarschrift moet direct juridisch sluitend zijn, met een onderbouwing die aansluit op de wettelijke gronden en de actuele lijn van de Hoge Raad. ## Voor welke veroordelingen geldt de verplichte DNA-afname? DNA-afname is verplicht na een veroordeling wegens een misdrijf als omschreven in artikel 67 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, een misdrijf waarvoor [voorlopige hechtenis](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/) mogelijk is (artikel 2 lid 1 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden). Daaronder vallen misdrijven met een wettelijk strafmaximum van vier jaar gevangenisstraf of meer, plus een limitatief opgesomde lijst van specifieke misdrijven die er ongeacht het strafmaximum onder vallen. Er bestaat geen aparte eis van verzwarende omstandigheden voor bijvoorbeeld [drugs- en Opiumwetzaken](/expertise/strafrecht/drugs/) of [vermogensdelicten en diefstal](/expertise/strafrecht/vermogensdelicten/); bepalend is of het delict onder artikel 67 lid 1 Sv valt. De officier van justitie geeft het bevel tot afname, tenzij een van de twee wettelijke uitzonderingen van artikel 2 lid 1 sub a of b van toepassing is. Onze advocaten beoordelen of uw veroordeling onder de regeling valt en of er ruimte is om de bepaling en verwerking via een bezwaarschrift tegen te houden. Wij stellen het bezwaarschrift op, dienen het tijdig in bij de juiste rechtbank en begeleiden u door de raadkamerprocedure. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (BWBR0017212), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0017212) - [Wetboek van Strafvordering, artikel 67 (BWBR0001903), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Besluit DNA-onderzoek in strafzaken (BWBR0012791), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0012791) - [DNA-onderzoek bij veroordeelden, Rijksoverheid](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/recidive/dna-onderzoek-bij-veroordeelden) - [Bewaren en verwijderen van DNA-profielen, Nederlandse DNA-databank (NFI)](https://dnadatabank.forensischinstituut.nl/dna-databanken/dna-databank-voor-strafzaken/bewaren-en-verwijderen-van-dna-profielen) --- ## Oproep OM-zitting (uit Strafrecht) Een oproep voor een OM-zitting betekent dat het Openbaar Ministerie uw strafzaak zonder rechter wil afdoen met een strafbeschikking. Die staat gelijk aan een veroordeling en komt op uw strafblad. Onze advocaten beoordelen het dossier vooraf, gaan met u mee naar de hoorzitting en bepalen of verzet binnen veertien dagen verstandig is. ## Wat is een OM-zitting en wat is een strafbeschikking? Een OM-zitting (ook wel officierszitting) is een hoorzitting waarop de officier van justitie uw zaak afdoet zonder tussenkomst van een rechter. De officier kan zelfstandig straffen opleggen via een strafbeschikking, geregeld in artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering. Een strafbeschikking is dus geen voorstel dat u kunt afwijzen door niets te doen, het is een beslissing die rechtskracht krijgt zodra de verzettermijn verloopt. Een strafbeschikking kan worden opgelegd voor alle overtredingen en voor misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat. Voor zwaardere misdrijven blijft de strafrechter bevoegd. Het accepteren van een strafbeschikking betekent dat uw schuld vaststaat. Dat heeft dezelfde gevolgen als een veroordeling door de rechter, waaronder registratie in de justitiele documentatie. Laat het dossier daarom altijd door een strafrechtadvocaat beoordelen voordat u ermee instemt. Wij beoordelen of het bewijs klopt, of de strafmaat redelijk is en of verzet kansrijk is. ## Wat is het verschil tussen een OM-zitting, een TOM-zitting en een zitting bij de rechter? Het kernverschil zit in wie beslist: bij een OM-zitting en een TOM-zitting beslist het Openbaar Ministerie, bij een gewone zitting beslist een onafhankelijke rechter. Hieronder zetten wij de drie vormen naast elkaar. | Vorm | Wie beslist | Karakter | Resultaat | | --- | --- | --- | --- | | OM-zitting / officierszitting | Officier van justitie | Hoorzitting op het parket, geen rechter | Strafbeschikking (art. 257a Sv) of sepot | | TOM-zitting (Taakstraf OM) | Parketsecretaris namens het OM | Specifiek gericht op een taakstraf | Strafbeschikking met taakstraf | | Zitting bij de strafrechter | Politierechter, kantonrechter of meervoudige kamer | Openbare zitting met onafhankelijke rechter | Vonnis | Bij zowel de OM-zitting als de TOM-zitting stemt u in met de voorgestelde sanctie. Doet u dat niet of stelt u verzet in, dan komt de zaak alsnog bij de [politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/) of kantonrechter. Het belangrijkste nadeel van de buitengerechtelijke afdoening is dat er geen onafhankelijke rechter naar het bewijs kijkt. Het voordeel is dat de strafeis bij het OM doorgaans lager ligt dan op een rechtszitting en de afhandeling sneller verloopt. ## Welke straffen kan de officier van justitie opleggen via een strafbeschikking? De officier kan via een strafbeschikking geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, want vrijheidsbeneming blijft voorbehouden aan de rechter. Wel kan de officier de volgende straffen en maatregelen opleggen. | Sanctie | Maximum / inhoud | | --- | --- | | Taakstraf | Maximaal 180 uur (60 uur voor minderjarigen) | | Geldboete | Afhankelijk van de ernst van het feit | | Ontzegging rijbevoegdheid | Maximaal zes maanden | | Gedragsaanwijzing | Geldt tijdens een proeftijd van maximaal een jaar | | Onttrekking aan het verkeer | Van inbeslaggenomen voorwerpen | | Schadevergoedingsmaatregel | Betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer | | Storting schadefonds | Geldsom in het schadefonds geweldsmisdrijven | Een gedragsaanwijzing verplicht u bijvoorbeeld tot een meldplicht of een verbod op contact met een bepaald persoon gedurende de proeftijd. ## Moet ik bij een OM-zitting worden gehoord en wanneer heb ik een advocaat nodig? Voordat de officier u via een strafbeschikking een taakstraf, een rijontzegging of een gedragsaanwijzing oplegt, moet u eerst worden gehoord. Deze hoorplicht (artikel 257c Sv) is de juridische kern van de OM-zitting: u moet worden gehoord en bereid zijn de straf te ondergaan. De hoorzitting is daarmee uw moment om verweer te voeren tegenover de officier. Bijstand van een advocaat is wettelijk verplicht wanneer de financiele sancties in de strafbeschikking samen 2.000 euro of meer bedragen. Ook onder dat bedrag is bijstand verstandig, want u staat rechtstreeks tegenover het Openbaar Ministerie zonder onafhankelijke rechter. Onze advocaten bereiden de hoorzitting voor, beoordelen of het bewijs het feit draagt en bepalen vooraf met u welke houding het meest oplevert. Waar het kan, overleggen wij met de officier over een lagere of passender sanctie. Schakel ons in zodra u de oproep ontvangt, zodat wij ruim voor de zitting het dossier kunnen wegen. ## Hoe stel ik verzet in tegen een strafbeschikking en binnen welke termijn? Verzet moet binnen veertien dagen worden ingesteld (artikel 257e Sv). Die termijn loopt vanaf het moment dat de strafbeschikking in persoon aan u is uitgereikt of u er op een andere manier kennis van heeft genomen. Met verzet komt uw zaak alsnog voor de strafrechter, de politierechter of de kantonrechter. Voor een lichte categorie geldt een afwijkende termijn. Bij een geldboete van maximaal 340 euro voor een overtreding die hoogstens vier maanden voor de toezending is gepleegd, bedraagt de verzettermijn zes weken. Verzet kunt u weer intrekken tot het moment waarop de zaak op zitting wordt behandeld. Daardoor is verzet ook een instrument om eerst het volledige dossier in te zien: u stelt verzet in, beoordeelt uw positie en trekt het in als de strafbeschikking achteraf redelijk blijkt. Onze advocaten adviseren direct na ontvangst of verzet in uw geval zinvol is en stellen het tijdig in, zodat de korte termijn nooit tegen u werkt. ## Wat gebeurt er als ik niets doe of niet op de OM-zitting verschijn? Niets doen laat de zaak niet verdwijnen. Stelt u geen verzet in en betaalt u niet, dan wordt de strafbeschikking na afloop van de verzettermijn onherroepelijk en wordt zij ten uitvoer gelegd. De inning verloopt via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De sanctie staat dan onherroepelijk vast en u heeft het recht op een inhoudelijke beoordeling door de rechter verspeeld. Verschijnt u niet op de hoorzitting, dan vervalt het voordeel van uw eigen verweer en kan de officier de zaak op het beschikbare dossier afdoen. Juist omdat de gevolgen vaak worden onderschat, is het verstandig de oproep serieus te nemen en u te laten bijstaan. Onze advocaten bewaken de termijnen, voeren namens u verweer en zorgen dat u niet door stilzitten met een onherroepelijke veroordeling blijft zitten. ## Komt een strafbeschikking op mijn strafblad en wat betekent dat voor een VOG? Een strafbeschikking staat juridisch gelijk aan een veroordeling, dus het feit wordt geregistreerd in de justitiele documentatie. In de praktijk kan dit doorwerken bij een aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), die door Justis wordt beoordeeld. Of een strafbeschikking daadwerkelijk in de weg staat, hangt af van de aard van het feit en de functie of het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Wij wijzen erop dat het accepteren van een strafbeschikking betekent dat uw schuld vaststaat. Dat is geen administratieve afhandeling maar een veroordeling met gevolgen die verder reiken dan de opgelegde straf zelf, bijvoorbeeld bij sollicitaties in de zorg of bij de overheid. Loopt u na een strafzaak vast op een afgewezen VOG, dan kunnen onze advocaten u bijstaan bij een [VOG-bezwaar](/expertise/bestuursrecht/vog-bezwaar/). Laat daarom voor u akkoord gaat altijd beoordelen wat een strafbeschikking op de lange termijn voor u betekent. ## Is verzet aantekenen riskant: kan de rechter een hogere straf opleggen? Ja, verzet brengt een risico mee. Na verzet behandelt de politierechter of kantonrechter de zaak opnieuw en die rechter is niet gebonden aan de strafbeschikking. De rechter kan dezelfde, een lagere of een hogere straf opleggen. In dat laatste geval komt u slechter uit het verzet dan u erin ging. Daar staat tegenover dat het OM bij een strafbeschikking doorgaans een lagere sanctie hanteert dan de eis op een rechtszitting, en dat verzet u volledige dossier-inzage en een onafhankelijke toets oplevert. De afweging is dus altijd maatwerk: hoe sterk is het bewijs, hoe redelijk is de aangeboden strafmaat en wat is de kans dat de rechter lager uitkomt. Onze advocaten maken die afweging samen met u voordat verzet wordt ingesteld. Omdat verzet tot aan de zitting kan worden ingetrokken, houden wij de optie open om alsnog de strafbeschikking te aanvaarden als dat na dossier-inzage de verstandigste keuze blijkt. ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering, artikel 257a Sv (strafbeschikking), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2024-01-01/0/Boek2/TiteldeelIVA/Afdeling1/Artikel257a) - [Openbaar Ministerie, Strafbeschikking (om.nl)](https://www.om.nl/onderwerpen/s/strafbeschikking) - [Aanwijzing OM-strafbeschikking (2022A003), om.nl](https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/aanwijzingen/executie/aanwijzing-om-strafbeschikking-2022a003) - [Justis, Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)](https://www.justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag) --- ## Dagvaarding politierechter (uit Strafrecht) Een dagvaarding voor de politierechter betekent dat het Openbaar Ministerie u vervolgt voor een eenvoudige strafzaak. De politierechter is een alleensprekende rechter die maximaal een jaar gevangenisstraf kan opleggen (art. 369 Sv). Onze advocaten bereiden uw verdediging voor en staan u bij op de zitting. ## Wat is een dagvaarding voor de politierechter en wat staat erin? Een dagvaarding voor de politierechter is de oproep waarmee het Openbaar Ministerie u vervolgt voor een eenvoudige strafzaak voor een alleensprekende rechter. De politierechter is een enkelvoudige kamer binnen de rechtbank, bedoeld voor zaken die volgens het OM van eenvoudige aard zijn en waarbij niet meer dan een jaar gevangenisstraf wordt geeist (art. 368 Sv). De dagvaarding zelf moet het verwijt voldoende concreet maken. Op grond van art. 261 Sv bevat de dagvaarding: | Onderdeel | Wat staat erin | | --- | --- | | Tenlastelegging | Het feit dat u wordt verweten, met omschrijving van de gedraging | | Tijd en plaats | Omstreeks welke tijd en waar het feit zou zijn begaan | | Wetsartikel | De strafbepaling die volgens het OM is overtreden | | Zittingsgegevens | Datum, tijdstip en de rechtbank waar de zitting plaatsvindt | Is de tenlastelegging onduidelijk, innerlijk tegenstrijdig of onvolledig, dan kan dat leiden tot nietigheid van de dagvaarding. Wij beoordelen de dagvaarding daarom altijd eerst op deze formele eisen. ## Hoeveel dagen van tevoren moet ik de dagvaarding ontvangen? Tussen de dag waarop de dagvaarding aan u is betekend en de zittingsdag moet een termijn van ten minste tien dagen liggen (art. 265 lid 1 Sv). Deze dagvaardingstermijn geeft u de tijd om uw verdediging voor te bereiden en een advocaat in te schakelen. Wordt de termijn niet gehaald, dan schorst de rechter het onderzoek, tenzij u toch verschijnt en geen aanhouding vraagt. Let op het verschil met de bezwaarschrifttermijn. Dat zijn twee losse termijnen: | Termijn | Wettelijke grondslag | Lengte | | --- | --- | --- | | Dagvaardingstermijn (betekening tot zitting) | art. 265 Sv | ten minste 10 dagen | | Bezwaarschrift tegen de dagvaarding | art. 262 Sv | binnen 8 dagen na betekening | Met een bezwaarschrift op grond van art. 262 Sv kunt u voor de zitting opkomen tegen bijvoorbeeld een gebrekkige tenlastelegging. Twijfelt u of de termijnen kloppen, neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. ## Welke straf kan de politierechter maximaal opleggen? De politierechter mag ten hoogste een gevangenisstraf van een jaar opleggen (art. 369 lid 1 Sv). Vindt de officier van justitie een zwaardere straf op zijn plaats, dan hoort de zaak niet bij de politierechter maar bij de meervoudige strafkamer. Binnen die grens kan de politierechter verschillende straffen en maatregelen opleggen: | Straf of maatregel | Toelichting | | --- | --- | | Gevangenisstraf | Voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, maximaal een jaar | | Taakstraf | Werkstraf of leerstraf | | Geldboete | Hoogte afhankelijk van het feit en uw draagkracht | | Bijkomende straffen | Bijvoorbeeld een rijontzegging | Bij de strafoplegging weegt de politierechter ook uw persoonlijke omstandigheden mee, zoals uw strafblad, woon- en werksituatie. Daarom is een goed onderbouwd pleidooi over uw persoon vaak even belangrijk als het verweer over het bewijs. ## Wat is het verschil tussen de politierechter, de kantonrechter en de meervoudige strafkamer? Het verschil zit in het type zaak en in het aantal rechters. Overtredingen gaan in de regel naar de kantonrechter, eenvoudige misdrijven naar de politierechter en zware of complexe zaken naar de meervoudige strafkamer. | Rechter | Behandelt | Aantal rechters | Bijzonderheid | | --- | --- | --- | --- | | Kantonrechter | Overtredingen (lichte feiten) | Een | Bijvoorbeeld veel verkeersovertredingen | | Politierechter | Eenvoudige misdrijven | Een | Maximaal een jaar gevangenisstraf (art. 369 Sv) | | Meervoudige strafkamer | Zware of complexe zaken | Drie | Geen strafmaximum binnen de bevoegdheid | Oordeelt de politierechter dat een zaak toch te complex is, dan kan hij die verwijzen naar de [meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/) (art. 369 lid 2 Sv). Veelvoorkomende politierechterzaken zijn diefstal, vernieling, mishandeling en lichtere [verkeersdelicten](/expertise/strafrecht/verkeersstrafrecht/). ## Doet de politierechter direct uitspraak na de zitting? Ja. De politierechter doet vrijwel altijd onmiddellijk na sluiting van het onderzoek mondeling uitspraak, of in elk geval op dezelfde dag (art. 378 lid 1 Sv). U weet dus direct welke straf of maatregel u krijgt. Dit is een belangrijk verschil met de meervoudige strafkamer, die de uitspraak doorgaans pas veertien dagen later doet (art. 345 Sv). De rechtbank stuurt na de zitting nog een verkorte schriftelijke uitwerking van het vonnis toe. Het is dus de schriftelijke uitwerking die later volgt, niet de uitspraak zelf. Een typische zitting verloopt als volgt: 1. De rechter bespreekt het tenlastegelegde feit met u. 2. De officier van justitie houdt het requisitoir en noemt de gevorderde straf. 3. Uw advocaat voert verweer in een pleidooi. 4. U krijgt als verdachte het laatste woord. 5. De politierechter doet direct mondeling uitspraak. ## Moet ik zelf naar de zitting van de politierechter komen? Persoonlijk verschijnen is niet verplicht, maar in de meeste zaken wel raadzaam. U kunt zich op de zitting laten verdedigen door een advocaat die verklaart daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd (art. 279 Sv). De behandeling geldt dan als op tegenspraak. Verschijnt u niet en is uw advocaat niet gemachtigd, dan beslist de rechter bij verstek. Komt u wel, dan heeft u een zwijgrecht: u bent niet verplicht antwoord te geven op vragen over de zaak (art. 29 Sv). Aan het vaststellen van uw identiteit moet u wel meewerken (art. 27a Sv). Onze advocaten bespreken vooraf met u of aanwezigheid in uw zaak verstandig is en bereiden u voor op de vragen die u kunt verwachten. ## Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met het vonnis van de politierechter? U kunt binnen veertien dagen na de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof (art. 408 Sv). Deze termijn is fataal: laat u die verstrijken, dan staat het vonnis vast. Was u in persoon gedagvaard of bent u op de zitting verschenen, dan begint de termijn op de dag van de einduitspraak. Ook tegen een verstekvonnis is het rechtsmiddel in het strafrecht hoger beroep bij het gerechtshof, niet verzet. De termijn van veertien dagen begint dan te lopen zodra zich een omstandigheid voordoet waaruit blijkt dat u van het vonnis op de hoogte bent. Ook het Openbaar Ministerie kan in hoger beroep, bijvoorbeeld tegen een vrijspraak of een lagere straf dan geeist. Wilt u in beroep, lees dan meer over [hoger beroep in strafzaken](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/) of neem zo snel mogelijk contact met ons op. ## Wat doen onze advocaten voor u? Wij beoordelen eerst of de dagvaarding aan de formele eisen voldoet en analyseren het dossier en het bewijs. Daarna bespreken wij de verdedigingsstrategie met u: vrijspraak bepleiten, het bewijs aanvechten of verzachtende omstandigheden aanvoeren voor een lagere straf. Op de zitting voeren wij namens u het woord in een pleidooi. Ontvangt u nog een [oproep voor een zitting](/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/) of dreigt verwijzing naar de [meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/), dan begeleiden wij u ook daarbij. Heeft u een dagvaarding ontvangen? Wacht niet, want de voorbereidingstijd is kort. Neem zo snel mogelijk contact op, dan beoordelen wij uw zaak en uw mogelijkheden. ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering art. 261 (dagvaarding, tenlastelegging)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering art. 262 (bezwaarschrift tegen de dagvaarding)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering art. 265 (dagvaardingstermijn van tien dagen)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering art. 368 en 369 (politierechter, strafmaximum, verwijzing)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering art. 378 (mondeling vonnis politierechter)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering art. 408 (termijn hoger beroep)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Rechtspraak.nl, Soorten strafrechters](https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/rechtsgebieden/strafrecht/soorten-strafrechters) --- ## Dagvaarding meervoudige strafkamer (uit Strafrecht) Een dagvaarding voor de meervoudige strafkamer betekent dat u terechtstaat voor een zware of ingewikkelde strafzaak. Deze kamer bestaat uit drie rechters en behandelt zaken met een strafeis van doorgaans meer dan een jaar gevangenisstraf. Onze advocaten analyseren het dossier, bepalen de verdedigingslijn en staan u bij op de zitting. ## Wat is het verschil tussen de politierechter en de meervoudige strafkamer? Het kernverschil is het aantal rechters en de zwaarte van de zaak: de politierechter is een alleensprekende rechter die maximaal een jaar gevangenisstraf mag opleggen, terwijl de meervoudige strafkamer uit drie rechters bestaat en geen eigen strafmaximum kent. De grens wordt bepaald door het wettelijk strafmaximum. De politierechter behandelt de minder ingewikkelde zaken waarin niet meer dan een jaar gevangenisstraf wordt geeist; de meervoudige strafkamer behandelt de ingewikkeldere en zwaardere zaken, waarbij ook een strafeis van meer dan twaalf maanden kan worden gedaan. | Kenmerk | Politierechter | Meervoudige strafkamer | | --- | --- | --- | | Aantal rechters | Een (alleensprekend) | Drie, van wie een voorzitter | | Maximale gevangenisstraf | Een jaar (art. 369 Sv) | Geen eigen maximum, tot levenslang | | Soort zaken | Eenvoudig, strafeis tot een jaar | Complex of zwaar, strafeis boven twaalf maanden | | Uitspraak | Meestal direct, mondeling | Doorgaans veertien dagen later, schriftelijk | Wilt u meer weten over de andere variant, lees dan onze pagina over de [dagvaarding politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/). ## Waarom gaat mijn zaak naar de meervoudige strafkamer en niet naar de politierechter? Uw zaak gaat naar de meervoudige strafkamer omdat het Openbaar Ministerie de zaak te zwaar of te ingewikkeld vindt voor een alleensprekende rechter, doorgaans omdat de strafeis hoger ligt dan een jaar gevangenisstraf. Het OM bepaalt bij het uitbrengen van de dagvaarding welke kamer de zaak behandelt. Ook de politierechter zelf kan een zaak verwijzen: acht hij de zaak van zodanige aard dat zij door de meervoudige kamer moet worden behandeld, dan verwijst hij haar daarheen (art. 369 Sv). Dat gebeurt altijd wanneer naar zijn oordeel een maatregel als tbs of de ISD-maatregel moet worden overwogen. Zware verdenkingen zoals drugshandel, [zware geweldsdelicten](/expertise/strafrecht/geweldsdelicten/) en [zedenzaken](/expertise/strafrecht/zedenzaken/) komen vaak bij de meervoudige strafkamer terecht, maar dat is geen automatisme. Lichtere varianten van diezelfde delicten worden juist door de politierechter afgedaan. Het gaat steeds om de combinatie van de hoogte van de strafeis en de complexiteit van het bewijs. ## Hoeveel rechters zitten er in de meervoudige strafkamer? De meervoudige strafkamer bestaat uit drie rechters, van wie een als voorzitter optreedt. Dit volgt uit art. 6 van de Wet op de rechterlijke organisatie: tenzij de wet anders bepaalt, bestaan meervoudige kamers uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak, van wie een als voorzitter. Rechtspraak.nl bevestigt dat een meervoudige kamer uit ten minste drie rechters bestaat en beslist over zware of ingewikkelde zaken. De drie rechters beraadslagen na de zitting gezamenlijk over de bewezenverklaring, de strafbaarheid en de straf. Dat collegiale oordeel is precies de reden waarom zware zaken niet door een alleensprekende rechter worden afgedaan: meer ogen op een complex dossier verkleinen het risico op een eenzijdige beoordeling. De voorzitter leidt de zitting en stelt de meeste vragen, maar alle drie de rechters tellen even zwaar mee in de uiteindelijke beslissing. ## Wanneer doet de meervoudige strafkamer uitspraak na de zitting? In de regel volgt de uitspraak twee weken na de zitting. Art. 345 Sv bepaalt dat de uitspraak in geen geval later mag plaatsvinden dan op de veertiende dag na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, waarbij de rechtbank kan volstaan met een verkort vonnis. Anders dan bij de politierechter doet de meervoudige strafkamer dus niet direct mondeling uitspraak; u verlaat de zitting zonder de uitkomst te kennen. Bij omvangrijke of complexe zaken, juist het terrein van deze kamer, kan de feitelijke uitspraak later vallen. De feitelijke sluiting van het onderzoek ter terechtzitting vindt dan later plaats. In megazaken kan de uitspraak daardoor weken tot maanden na de eerste zittingsdag volgen. De veertien dagen na het sluiten van het onderzoek is een uiterste termijn voor het vonnis. ## Welke straf kan de meervoudige strafkamer opleggen? De meervoudige strafkamer kan elke wettelijk toegestane straf opleggen, tot en met levenslange gevangenisstraf bij de zwaarste delicten. Anders dan de politierechter, die aan een jaar gebonden is, kent de meervoudige kamer geen eigen strafmaximum; zij past het maximum toe dat per delict in de wet staat. Bij moord is dat levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaren (art. 289 Sr). De hoogte van de straf wordt mede bepaald door de LOVS-orientatiepunten. Dit zijn landelijke afspraken van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht om de straftoemeting te uniformeren. Het zijn vertrekpunten voor de soort en de hoogte van de straf, geen wet: de rechter is er niet aan gebonden en kan afwijken op grond van uw persoonlijke omstandigheden. Naast een gevangenisstraf kan de kamer ook een taakstraf, een geldboete, een voorwaardelijke straf met proeftijd of een maatregel zoals terbeschikkingstelling (tbs) opleggen. ## Kan ik na de meervoudige strafkamer in hoger beroep? Ja. Tegen een veroordelend vonnis van de meervoudige strafkamer staat binnen veertien dagen hoger beroep open bij het gerechtshof. Die termijn van veertien dagen volgt uit art. 408 Sv en begint te lopen na de einduitspraak als u op de zitting bent verschenen of de zittingsdag u vooraf bekend was. Bent u niet verschenen, dan kan het startmoment verschuiven naar het moment waarop blijkt dat u met de uitspraak bekend bent, meestal na betekening. De termijn is fataal: laat u hem verstrijken, dan staat het vonnis vast. Omdat de uitspraak van de meervoudige strafkamer pas na de zitting volgt, is het belangrijk dat wij de uitspraakdatum bewaken en tijdig beroep instellen. In hoger beroep wordt uw zaak opnieuw behandeld door het gerechtshof. Lees meer over die procedure op onze pagina over [hoger beroep in strafzaken](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). ## Hoe verloopt een zitting bij de meervoudige strafkamer? De zitting verloopt in grote lijnen hetzelfde als bij de politierechter, maar uitgebreider en voor drie rechters. De voorzitter opent met uw persoonsgegevens, daarna bespreken de rechters de tenlastelegging en het bewijs, gevolgd door uw persoonlijke omstandigheden. Vervolgens houdt de officier van justitie het requisitoir met een strafeis, waarna uw advocaat pleit. U heeft het laatste woord. Het zwijgrecht geldt onverkort: u bent niet verplicht antwoord te geven op vragen van de rechters of het Openbaar Ministerie (art. 29 Sv). De officier draagt de tenlastelegging voor en formuleert een strafeis, maar de rechters zijn daar niet aan gebonden en kunnen lager of hoger straffen. Onze advocaten bereiden uw zaak grondig voor: - wij analyseren het volledige dossier en het bewijsmateriaal - wij bepalen samen met u de verdedigingslijn en de te voeren verweren - wij beoordelen of getuigen of een deskundige moeten worden opgeroepen - wij vertegenwoordigen u op de zitting en pleiten uw zaak - wij blijven betrokken tot de uitspraak en bewaken de beroepstermijn Zit u in voorlopige hechtenis, dan kijken wij ook naar de mogelijkheden voor [schorsing van het voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/). Neem zo snel mogelijk contact op zodra u de dagvaarding ontvangt, zodat wij voldoende tijd hebben om uw verdediging op te bouwen. ## Bronnen - [Wet op de rechterlijke organisatie, art. 6 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001830) - [Wetboek van Strafvordering, art. 29, 345, 369 en 408 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Wetboek van Strafrecht, art. 289 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854) - [Rechtspraak.nl: Soorten strafrechters](https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/rechtsgebieden/strafrecht/soorten-strafrechters) - [Rechtspraak.nl: Orientatiepunten voor straftoemeting (LOVS)](https://www.rechtspraak.nl/Voor-advocaten-en-juristen/Reglementen-procedures-en-formulieren/Strafrecht/Paginas/Orientatiepunten-voor-straftoemeting.aspx) --- ## Dagvaarding kinderrechter (uit Strafrecht) Een dagvaarding voor de kinderrechter betekent dat het Openbaar Ministerie uw kind vervolgt voor een strafbaar feit. Jeugdstrafrecht geldt vanaf 12 jaar, uw kind heeft (bij misdrijven) altijd kosteloos een advocaat en u bent als ouder verplicht aanwezig. Onze advocaten verzorgen de verdediging en adviseren over de mogelijke uitkomsten. ## Wat is een dagvaarding voor de kinderrechter? Een dagvaarding voor de kinderrechter is een schriftelijke oproep voor uw kind om te verschijnen op een strafzitting. Het Openbaar Ministerie kan een minderjarige strafrechtelijk vervolgen vanaf de leeftijd van 12 jaar. Wie jonger dan 12 jaar was op het moment van het feit, kan niet strafrechtelijk worden vervolgd (artikel 486 Sv). Het jeugdstrafrecht geldt daarmee in beginsel voor jongeren van 12 tot 18 jaar. De officier van justitie kiest voor een dagvaarding wanneer hij de zaak aan de kinderrechter wil voorleggen, bijvoorbeeld bij een ernstiger feit of als lichtere afdoeningen niet passend zijn. De kinderrechter is een gespecialiseerde rechter met ervaring in zaken waarin een minderjarige verdachte is. Voordat het zover komt, zijn er vaak alternatieve routes mogelijk. Hieronder leggen wij stap voor stap uit wat u en uw kind kunnen verwachten en waar onze advocaten op letten. ## Vanaf welke leeftijd kan mijn kind voor de kinderrechter worden gedaagd? Vanaf 12 jaar. Een kind jonger dan 12 jaar kan niet strafrechtelijk worden vervolgd; het jeugdstrafrecht geldt voor de leeftijd van 12 tot 18 jaar (artikel 486 Sv). Is uw kind jonger dan 12, dan loopt eventueel ingrijpen niet via het strafrecht maar via het civiele jeugdrecht, bijvoorbeeld een [ondertoezichtstelling](/expertise/familie-en-jeugdrecht/ondertoezichtstelling/). Voor jongeren van 12 tot 18 gelden de bijzondere regels van het jeugdstrafrecht, met eigen straffen, maatregelen en een eigen procedure. De leeftijd op het moment van het feit is bepalend, niet de leeftijd op de zittingsdag. Dat onderscheid telt: rond de grenzen van 16 en 18 jaar kan de leeftijd bepalen welk sanctiestelsel van toepassing is en welke maximale straffen gelden. ## Is de zitting bij de kinderrechter openbaar of achter gesloten deuren? In beginsel achter gesloten deuren. De zaak wordt besloten behandeld, maar de voorzitter kan toch een openbare behandeling gelasten als het belang van openbaarheid zwaarder weegt dan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het uitgangspunt is dat de zitting niet openbaar is, juist om de minderjarige te beschermen (artikel 495b lid 1 Sv). Toegang en uitzonderingen werken zo: | Onderwerp | Regel | |---|---| | Uitgangspunt | Besloten behandeling, achter gesloten deuren (art. 495b lid 1 Sv) | | Uitzondering | Voorzitter kan openbare behandeling gelasten bij zwaarder wegend belang van openbaarheid (art. 495b lid 2 Sv) | | Slachtoffers en nabestaanden | Krijgen in beginsel toegang, tenzij de voorzitter om bijzondere redenen anders beslist | | Overige belangstellenden | Voorzitter kan ook anderen bijzondere toegang verlenen | Anders dan vaak wordt gedacht, is de zitting dus niet in alle gevallen besloten en hebben niet uitsluitend slachtoffers toegang. De voorzitter maakt steeds een afweging tussen openbaarheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, medeverdachten, ouders of voogd. ## Moeten ouders verplicht aanwezig zijn bij de zitting van de kinderrechter? Ja. Ouders of de voogd van een minderjarige verdachte hebben een verschijningsplicht. Blijven zij weg, dan houdt het gerecht de zaak in beginsel aan en roept het hen opnieuw op (artikel 496a Sv). Het gerecht kan zelfs de medebrenging van de ouders of voogd bevelen. Op die hoofdregel bestaan wettelijke uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer de aanwezigheid van een ouder niet in het belang van de minderjarige is. De aanwezigheid van ouders is niet alleen een verplichting, maar ook in het voordeel van uw kind: de rechter krijgt zo een beter beeld van de thuissituatie en de begeleiding. Naast u en uw kind zijn doorgaans ook de advocaat, de officier van justitie en vaak de Raad voor de Kinderbescherming of de jeugdreclassering aanwezig. Onze advocaten bespreken vooraf met u en uw kind wat u op de zitting kunt verwachten en welke rol u daarbij heeft. ## Heeft mijn kind recht op een gratis advocaat in een jeugdstrafzaak? Ja, ingeval van misdrijven altijd en kosteloos. Aan een aangehouden minderjarige verdachte wordt ambtshalve en kosteloos een raadsman toegevoegd, en de minderjarige kan geen afstand doen van bijstand bij het verhoor (artikel 489 Sv). Dat betekent dat uw kind nooit zonder advocaat hoeft te beslissen of te worden gehoord. Wordt het recht op bijstand geschonden, dan levert dat een vormverzuim op dat gevolgen kan hebben voor het bewijs. Is uw kind uitgenodigd voor een verhoor en nog niet gedagvaard, lees dan onze pagina over [bijstand bij politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/). Wij regelen de toevoeging voor u en zorgen dat uw kind vanaf het eerste contact met politie of justitie deskundig wordt bijgestaan. Aan de kosteloze rechtsbijstand in deze fase zijn voor u geen inkomenstoets en geen eigen bijdrage verbonden. ## Welke straffen en maatregelen kan de kinderrechter opleggen? De kinderrechter kan kiezen uit lichte tot zware sancties, van een HALT-verwijzing of taakstraf tot jeugddetentie of een PIJ-maatregel. Welke sanctie passend is, hangt af van het feit, de persoon van uw kind en de omstandigheden. | Sanctie of maatregel | Kern | Wettelijke kaders | |---|---|---| | HALT-afdoening | Buitengerechtelijke afdoening; komt niet op de justitiele documentatie (strafblad). Alleen bij o.a. een eerste keer, een bekentenis en een Halt-waardig feit | art. 77e Sr | | Jeugddetentie | Vrijheidsstraf voor jeugdigen. 12 tot 15 jaar: maximaal 12 maanden. 16 tot 17 jaar: maximaal 24 maanden | art. 77i Sr | | PIJ-maatregel | Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen; standaard 3 jaar (waarvan in beginsel het laatste jaar voorwaardelijk), bij een geweld- of zedenmisdrijf verlengbaar tot maximaal 7 jaar (in beginsel laatste jaar voorwaardelijk) | art. 77s en 77t Sr | | Gedragsbeinvloedende maatregel (GBM) | Intensieve interventie gericht op gedragsverandering; minimaal 6 en maximaal 12 maanden, eenmaal verlengbaar tot in totaal maximaal 2 jaar | art. 77w Sr | | Taakstraf | Werkstraf of leerstraf, vaak gecombineerd met andere onderdelen | jeugdbepalingen art. 77g e.v. Sr | De HALT-afdoening valt op omdat die niet op het strafblad terechtkomt; dat is een belangrijk voordeel waar wij in de strategie nadrukkelijk op letten. Bij de zwaardere maatregelen weegt het advies van de Raad voor de Kinderbescherming zwaar mee. Onze advocaten zetten in op de lichtst passende afdoening die recht doet aan de situatie van uw kind. ## Welke alternatieven zijn er voor een zitting bij de kinderrechter? Een dagvaarding is niet de enige route. Bij lichtere feiten kiest het Openbaar Ministerie vaak eerst voor een buitengerechtelijke afdoening, zodat een zitting bij de kinderrechter wordt voorkomen. - HALT-afdoening: bij een lichter, bekend en Halt-waardig feit, meestal bij een eerste keer en met instemming van de jongere. Voordeel: geen aantekening op de justitiele documentatie (art. 77e Sr). - Jeugd OM-zitting (JOM of TOM): de officier van justitie nodigt de minderjarige uit en doet een voorstel voor afdoening, bijvoorbeeld een voorwaardelijk sepot, een werkstraf, een leerstraf, een geldboete of betaling van de schade aan het slachtoffer. Welke route passend is, hangt af van de aard en ernst van het feit, een eventuele bekentenis en de voorgeschiedenis. Onze advocaten beoordelen of een lichtere afdoening haalbaar is en bepleiten die waar dat in het belang van uw kind is. ## Wat is het adolescentenstrafrecht en wanneer geldt het? Het adolescentenstrafrecht maakt maatwerk rond de leeftijdsgrenzen mogelijk. De rechter kan het jeugdstrafrecht toepassen op een dader die op het moment van het feit ten minste 18 maar nog geen 23 jaar was (artikel 77c Sr). Omgekeerd kan de rechter bij een 16- of 17-jarige juist het volwassenenstrafrecht toepassen (artikel 77b Sr). | Situatie | Wat kan de rechter doen | Grondslag | Maatstaf | |---|---|---|---| | Dader 18 tot 22 jaar | Toch jeugdstrafrecht toepassen | art. 77c Sr (sinds 1 april 2014) | Persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden | | Verdachte 16 of 17 jaar | Toch volwassenenstrafrecht toepassen | art. 77b Sr | Ernst van het feit, persoonlijkheid of omstandigheden; terughoudend, alleen bij zeer ernstige feiten | Het draait dus niet alleen om de kalenderleeftijd, maar om het ontwikkelingsniveau van de jongvolwassene. Onze advocaten onderbouwen waarom het jeugdstrafrecht in het voordeel van een jongvolwassen client kan zijn, of verzetten zich juist tegen toepassing van het zwaardere volwassenenstrafrecht op een 16- of 17-jarige. ## Wat doet de Raad voor de Kinderbescherming in een jeugdstrafzaak? De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt de situatie van uw kind en adviseert de rechter over een passende straf of maatregel. Dat advies weegt zwaar mee in de beslissing. De Raad kijkt onder meer naar de gezinssituatie, het gedrag en de ontwikkeling van de jongere en een eventuele behandelbehoefte. Op basis daarvan adviseert de Raad bijvoorbeeld over begeleiding, jeugdreclassering of een specifieke maatregel. Omdat dit advies een grote rol speelt, is het belangrijk dat het beeld dat de Raad schetst klopt en evenwichtig is. Onze advocaten bespreken het rapport met u, plaatsen waar nodig kritische kanttekeningen en zorgen dat de positieve kanten en de context van uw kind voldoende voor het voetlicht komen. ## Wat doet uw advocaat bij een dagvaarding voor de kinderrechter? Onze advocaten verzorgen de volledige verdediging: van dossieronderzoek en advies tot bijstand op de zitting. De verdediging van minderjarigen vraagt specifieke ervaring, omdat het belang van de ontwikkeling van het kind steeds voorop staat. Wij onderzoeken het dossier, bespreken de strategie met u en uw kind en bereiden uw kind voor op wat er op de zitting gebeurt. Of het nu gaat om diefstal, vernieling, geweld of een drugsgerelateerd feit, wij staan uw kind in de rechtszaal bij en bepleiten de lichtst passende uitkomst. Waar mogelijk zetten wij in op een afdoening buiten de rechter om of op een maatregel die de toekomst van uw kind zo min mogelijk belast. Wij regelen de kosteloze toevoeging en houden u in elke fase op de hoogte. ## Wanneer contact opnemen? Neem zo snel mogelijk contact op zodra uw kind een dagvaarding voor de kinderrechter ontvangt, of al eerder bij een uitnodiging voor verhoor. Hoe eerder wij het dossier kunnen beoordelen, hoe gerichter wij de verdediging opbouwen. Wij zijn bij spoed snel bereikbaar. In zware of complexe jeugdstrafzaken kan de zaak voor de [meervoudige strafkamer met drie rechters](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/) komen, waarbij ten minste een van de rechters kinderrechter is. Speelt naast de strafzaak ook een civiele jeugdmaatregel, kijk dan ook bij [ondertoezichtstelling](/expertise/familie-en-jeugdrecht/ondertoezichtstelling/). Meer algemene uitleg over straffen voor jongeren vindt u bij de Rijksoverheid. ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering (art. 486 vervolgbaarheid vanaf 12 jaar, art. 489 kosteloze rechtsbijstand minderjarige, art. 495b besloten of openbare zitting, art. 496a verschijningsplicht ouders)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Wetboek van Strafrecht (art. 77b en 77c adolescentenstrafrecht, art. 77e HALT, art. 77i jeugddetentie, art. 77s en 77t PIJ-maatregel, art. 77w gedragsbeinvloedende maatregel)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854) - [Rijksoverheid, straffen en maatregelen voor jongeren](https://www.rijksoverheid.nl/themas/recht-veiligheid-en-defensie/straffen-en-maatregelen/straffen-en-maatregelen-voor-jongeren) --- ## Geweldsdelicten (uit Strafrecht) Op mishandeling staat maximaal drie jaar cel (art. 300 Sr), op zware mishandeling acht jaar (art. 302 Sr) en op doodslag vijfentwintig jaar (art. 287 Sr). Bij een verdenking van een geweldsdelict bepalen opzet, bewijs en omstandigheden de strafmaat. Onze advocaten analyseren het dossier en voeren een onderbouwde verdediging. ## Wat zijn geweldsdelicten? Geweldsdelicten zijn strafbare feiten waarbij iemand opzettelijk geweld gebruikt tegen personen of goederen. De wet kent een opbouw van licht naar zwaar, met telkens een hoger wettelijk strafmaximum. De belangrijkste delicten zijn mishandeling, zware mishandeling, openlijke geweldpleging, doodslag en moord. Het verschil tussen deze feiten zit in de mate van letsel, de aanwezigheid van voorbedachten rade en het gevolg van het geweld. | Delict | Wetsartikel | Wettelijk strafmaximum | | --- | --- | --- | | Eenvoudige mishandeling | art. 300 Sr | 3 jaar (4 jaar bij zwaar letsel, 6 jaar bij de dood) | | Mishandeling met voorbedachten rade | art. 301 Sr | 4 jaar (6 jaar bij zwaar letsel, 9 jaar bij de dood) | | Zware mishandeling | art. 302 Sr | 8 jaar (10 jaar bij de dood) | | Zware mishandeling met voorbedachten rade | art. 303 Sr | 12 jaar (15 jaar bij de dood) | | Openlijke geweldpleging in vereniging | art. 141 Sr | 4 jaar en 6 maanden (oplopend tot 12 jaar) | | Doodslag | art. 287 Sr | 25 jaar | | Moord | art. 289 Sr | levenslang of ten hoogste 30 jaar | Mishandeling houdt in dat iemand opzettelijk pijn of letsel toebrengt aan een ander, of opzettelijk de gezondheid van een ander benadeelt. Zware mishandeling vereist opzet op zwaar lichamelijk letsel, zoals blijvende verminking, langdurige beroepsongeschiktheid of meerdere botbreuken. Bij openlijke geweldpleging gaat het om geweld dat openlijk en in vereniging met anderen wordt gepleegd, bijvoorbeeld bij supportersrellen of een massale vechtpartij. ## Hoeveel straf staat er op mishandeling? Op eenvoudige mishandeling staat wettelijk maximaal drie jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (art. 300 lid 1 Sr). Wordt het letsel zwaar, dan loopt dit op tot vier jaar (lid 2); heeft de mishandeling de dood tot gevolg, dan is het maximum zes jaar (lid 3). In de praktijk komt de straf bij een eerste feit zelden in de buurt van dat wettelijke plafond. Rechters oriënteren zich op de LOVS-oriëntatiepunten, die per situatie een vertrekpunt geven. | Situatie eenvoudige mishandeling (art. 300 Sr) | Oriëntatiepunt | | --- | --- | | Droge klap of schop, alleen pijn, geen letsel | 700 euro geldboete | | Mishandeling met lichamelijk letsel | 1.000 euro geldboete | | Met slagwapen of kopstoot, met letsel | 120 uur taakstraf | LOVS-oriëntatiepunten, geverifieerd juni 2026. Dit zijn richtsnoeren voor straftoemeting, geen wettelijke maxima, en de rechter kan ervan afwijken op basis van de omstandigheden van de zaak. Mishandeling met voorbedachten rade valt onder een zwaarder artikel (art. 301 Sr) met een maximum van vier jaar, oplopend tot zes jaar bij zwaar letsel en negen jaar bij de dood. ## Wat is het verschil tussen mishandeling en zware mishandeling? Het verschil zit in het opzet en de ernst van het letsel. Bij eenvoudige mishandeling (art. 300 Sr) is opzet op pijn of licht letsel voldoende. Zware mishandeling (art. 302 Sr) vereist opzet op zwaar lichamelijk letsel en kent een veel hoger maximum: acht jaar gevangenisstraf, oplopend tot tien jaar als het feit de dood tot gevolg heeft. Of letsel als zwaar geldt, beoordeelt de rechter per geval; de bewijsvoering hierop is vaak bepalend voor de strafmaat. | Situatie zware mishandeling (art. 302 Sr) | Oriëntatiepunt | | --- | --- | | Zwaar lichamelijk letsel zonder wapen | 3 maanden gevangenisstraf | | Zwaar letsel door kopstoten, schoppen of trappen tegen het hoofd | 6 maanden gevangenisstraf | | Middelzwaar letsel met wapen, geen vuurwapen | 7 maanden gevangenisstraf | | Zeer zwaar letsel zonder wapen | 8 maanden gevangenisstraf | | Zeer zwaar letsel met wapen, geen vuurwapen | 1 jaar gevangenisstraf | LOVS-oriëntatiepunten, geverifieerd juni 2026. Wordt de zware mishandeling met voorbedachten rade gepleegd, dan geldt art. 303 Sr met een maximum van twaalf jaar, en vijftien jaar als het feit de dood tot gevolg heeft. ## Welke straf staat er op openlijke geweldpleging? Op openlijke geweldpleging in vereniging staat wettelijk maximaal vier jaar en zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (art. 141 lid 1 Sr). De maxima lopen op naarmate het gevolg ernstiger is: zes jaar bij vernieling van goederen of enig lichamelijk letsel, negen jaar bij zwaar lichamelijk letsel en twaalf jaar als het geweld de dood tot gevolg heeft (art. 141 lid 2 Sr). Voor de straftoemeting hanteren rechters daarnaast oriëntatiepunten. | Situatie openlijk geweld (art. 141 Sr) | Oriëntatiepunt | | --- | --- | | Tegen goederen, geringe schade | 20 uur taakstraf | | Tegen goederen, aanzienlijke schade | vanaf 40 uur taakstraf | | Tegen personen | 40 uur taakstraf, dan wel jeugddetentie | LOVS-oriëntatiepunten, geverifieerd juni 2026. Voor strafbaarheid hoeft een verdachte niet zelf geweld te hebben gebruikt. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is voldoende dat hij een wezenlijke en significante bijdrage aan het geweld heeft geleverd, bijvoorbeeld door aanmoedigen of organiseren. Enkel aanwezig zijn of de groep louter in aantal versterken is niet genoeg. Juist in deze zaken biedt het vaak onoverzichtelijke dossier ruimte voor de verdediging, omdat lastig te bewijzen is wie precies wat heeft gedaan. ## Wanneer is iets doodslag en wanneer moord? Het onderscheid is de voorbedachten rade. Doodslag (art. 287 Sr) is het opzettelijk doden van een ander zonder voorbedachten rade, vaak in een opwelling of bij een escalatie, met een wettelijk maximum van vijfentwintig jaar gevangenisstraf. Dat maximum is per 1 juli 2023 verhoogd van vijftien naar vijfentwintig jaar; voor feiten van voor die datum geldt het oude maximum van vijftien jaar. Moord (art. 289 Sr) vereist dat de dader met voorbedachten rade handelde en kent als maximum levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaar. De Hoge Raad heeft de maatstaf voor voorbedachten rade vastgelegd in zijn arrest van 28 februari 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BR2342). Voor voorbedachten rade is vereist dat de verdachte gelegenheid heeft gehad zich te beraden op het te nemen of genomen besluit, zodat hij de gelegenheid had na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad. Hij mag niet hebben gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Dat moment van beraad kan kort zijn, maar er moet daadwerkelijk ruimte voor reflectie zijn geweest. Het verschil tussen moord en doodslag valt vaak juist op deze toets. Onze advocaten beoordelen of het bewijs voor voorbedachten rade voldoende is en bouwen daarop tegenargumenten op. Zware zaken zoals moord en doodslag dienen bij de [meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/). ## Wat is de straf bij huiselijk geweld of geweld tegen een ambtenaar? Bij geweld tegen bepaalde naasten of een ambtenaar in functie worden de straffen verzwaard. Op grond van art. 304 Sr worden de straffen van art. 300 tot en met 303 Sr met een derde verhoogd wanneer het geweld is gericht tegen de moeder, vader, echtgenoot of partner of het eigen kind, tegen een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of wanneer een voor het leven of de gezondheid schadelijke stof is toegediend. Bij huiselijk geweld wordt in beginsel geen geldboete opgelegd. Deze strafverzwaring betekent dat eenvoudige mishandeling van een partner of kind niet maximaal drie jaar maar vier jaar kan opleveren, en dat de oriëntatiepunten zwaarder uitvallen. In huiselijk-geweldzaken speelt vaak ook een [contact- of straatverbod](/expertise/strafrecht/contact-en-straatverbod/), dat los van de strafzaak kan worden opgelegd. Onze advocaten wegen deze verzwaringsgronden mee in de verdediging en beoordelen of de tenlastegelegde relatie of hoedanigheid juridisch correct is gekwalificeerd. ## Kan ik een beroep op noodweer doen als ik werd aangevallen? Ja, als u zich noodzakelijk verdedigde tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, kan een beroep op noodweer slagen (art. 41 lid 1 Sr). Noodweer is een rechtvaardigingsgrond: het feit is dan niet strafbaar en de rechter spreekt ontslag van alle rechtsvervolging uit. Ging u in uw verdediging te ver, maar was die overschrijding het onmiddellijke gevolg van een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding werd veroorzaakt, dan kan noodweerexces aan de orde zijn (art. 41 lid 2 Sr), een schulduitsluitingsgrond. Een geslaagd beroep vraagt om een gestructureerde feitelijke onderbouwing met getuigen, camerabeelden en uw eigen verklaring. Naast noodweer beoordelen onze advocaten ook andere verweren: ontbreekt het opzet, is er voldoende causaal verband tussen de gedraging en het letsel, en is bij geweld in groepsverband sprake van een voldoende significante bijdrage. Wij toetsen de tenlastelegging op elk van deze onderdelen en bepalen waar het bewijs het zwakst is. ## Wat doet een strafrechtadvocaat bij een verdenking van een geweldsdelict? Onze advocaten staan u bij vanaf het eerste verhoor en voeren een grondige analyse van het bewijs en de omstandigheden uit. Wij adviseren u over uw zwijgrecht, beoordelen het dossier op bewijsgebreken en procedurefouten en bepalen samen met u de verdedigingsstrategie. Bij twijfel over opzet, causaliteit, medeplegen of de mogelijkheid van noodweer bouwen wij daarop een gericht verweer op. Wordt u verdacht of bent u aangehouden, dan is snelle rechtsbijstand van belang; wij komen zo snel mogelijk in actie. Ter zitting bepleiten wij vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of strafvermindering op basis van de juridische en persoonlijke omstandigheden. Bent u juist slachtoffer van een geweldsdelict, dan kunt u uw schade verhalen binnen de strafzaak; lees meer over uw positie als [slachtoffer in een strafzaak](/expertise/strafrecht/slachtoffer/). Neem bij een verdenking van een geweldsdelict zo snel mogelijk contact met ons op. ## Bronnen - Wetboek van Strafrecht, art. 300 (mishandeling), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekTweede_TiteldeelXX_Artikel300) - Wetboek van Strafrecht, art. 301 (mishandeling met voorbedachten rade), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekTweede_TiteldeelXX_Artikel301) - Wetboek van Strafrecht, art. 302 (zware mishandeling), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekTweede_TiteldeelXX_Artikel302) - Wetboek van Strafrecht, art. 303 (zware mishandeling met voorbedachten rade), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekTweede_TiteldeelXX_Artikel303) - Wetboek van Strafrecht, art. 304 (strafverzwaring), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekTweede_TiteldeelXX_Artikel304) - Wetboek van Strafrecht, art. 141 (openlijke geweldpleging), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekTweede_TiteldeelV_Artikel141) - Wetboek van Strafrecht, art. 287 (doodslag) en art. 289 (moord), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekTweede_TiteldeelXIX_Artikel287) - Wetboek van Strafrecht, art. 41 (noodweer en noodweerexces), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekEerste_TiteldeelIII_Artikel41) - Wetboek van Strafrecht, art. 45 (poging), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01#BoekEerste_TiteldeelIV_Artikel45) - Wet verhoging wettelijk strafmaximum doodslag (Stb. 2023, inwerkingtreding 1 juli 2023), [eerstekamer.nl](https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35871_verhoging_wettelijk) - Hoge Raad 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342 (maatstaf voorbedachten rade), [rechtspraak.nl](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2012:BR2342) - LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting, [rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/orientatiepunten-en-afspraken-LOVS-alttekst.pdf) --- ## Zedenzaken (uit Strafrecht) Verdacht van een zedendelict zoals verkrachting of aanranding? Wij staan u bij vanaf het eerste verhoor. Sinds 1 juli 2024 geldt de Wet seksuele misdrijven: dwang is geen vereiste meer, maar een strafverzwarende factor. Strafbaar is seksueel contact terwijl er duidelijke signalen waren dat de ander geen seks wilde. Onze advocaten werken discreet en bouwen een gerichte verdediging op uw rechtspositie. ## Wat is er sinds 1 juli 2024 veranderd voor verdachten in zedenzaken? Sinds 1 juli 2024 geldt de Wet seksuele misdrijven, die de oude zedentitel verving door een herziene Titel XIV "Seksuele misdrijven" van het Wetboek van Strafrecht. De kern is verschoven van dwang naar wil: dwang, geweld of bedreiging is niet langer een voorwaarde voor strafbaarheid, maar een strafverzwarende factor. Strafbaar is voortaan seksueel contact terwijl er duidelijke signalen waren dat de ander geen seks wilde. De wetgever voerde een nieuw onderscheid in tussen opzet en schuld. Van opzet is sprake wanneer de verdachte wist dat de ander niet wilde en toch handelde. Van schuld is sprake wanneer iemand ten onrechte uitging van instemming, terwijl er ernstige reden was om het ontbreken van de wil te vermoeden. Tegelijk zijn de artikelnummers gewijzigd en zijn diverse delicten opnieuw gerangschikt. Voor de strafrechtelijke beoordeling is daarom de pleegdatum bepalend. Feiten van vóór 1 juli 2024 worden beoordeeld naar het oude recht, feiten van daarna naar de nieuwe wet. Onze advocaten toetsen meteen welk regime van toepassing is, omdat dit het verschil maakt voor de delictsomschrijving, de bewijslast en de mogelijke straf. ## Welke nieuwe artikelnummers gelden voor aanranding en verkrachting? Onder de nieuwe wet zijn aanranding en verkrachting elk gesplitst in een schuld- en een opzetvariant, met eigen artikelnummers en strafmaxima. De onderstaande tabel zet de wettelijke maxima op een rij. | Delict | Artikel | Wettelijk strafmaximum | | --- | --- | --- | | Schuldaanranding | art. 240 Sr | 2 jaar | | Opzetaanranding | art. 241 lid 1 Sr | 6 jaar | | Gekwalificeerde opzetaanranding | art. 241 lid 2 Sr | 8 jaar | | Schuldverkrachting | art. 242 Sr | 4 jaar | | Opzetverkrachting | art. 243 lid 1 Sr | 9 jaar | | Gekwalificeerde opzetverkrachting | art. 243 lid 2 Sr | 12 jaar | De gekwalificeerde varianten gelden wanneer er dwang, geweld of bedreiging in het spel was. Bij seksuele misdrijven tegen kinderen zijn de maxima verhoogd: verkrachting van een kind onder 12 jaar kent een maximum van 15 jaar en bij een kind van 12 tot 16 jaar 12 jaar. Bezit van kinderpornografisch materiaal is verhoogd naar maximaal 6 jaar. Deze maxima zijn de wettelijke bovengrens; de rechter bepaalt de straf binnen de omstandigheden van de zaak. ## Wat zijn grooming en sexchatting onder de nieuwe wet? Grooming en sexchatting zijn twee digitale zedendelicten die sinds 1 juli 2024 beide onder artikel 251 Sr vallen, elk met een maximum van 2 jaar gevangenisstraf. Grooming staat in artikel 251 Sr (het oude artikel 248e Sr is vervallen). Het gaat om het voorstellen van een ontmoeting aan een kind onder 16 jaar met een seksueel doel, gevolgd door een handeling om die ontmoeting te realiseren. De nieuwe formulering is ruimer: het oude vereiste van "ontuchtig oogmerk" is vervangen door "seksueel doel". Sexchatting is een nieuw strafbaar gestelde gedraging binnen artikel 251 Sr en maakt eerder ingrijpen mogelijk. Anders dan bij grooming is er geen voorstel tot ontmoeting nodig. Strafbaar is het opdringerig seksueel benaderen van kinderen onder 16 jaar, en van kwetsbare 16- en 17-jarigen, via verbale of schriftelijke communicatie. Ook hiervoor geldt een maximum van 2 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Bij deze delicten draait de zaak vaak om digitaal bewijs: chatlogs, IP-gegevens en de vraag of de verdachte wist of moest weten dat de gesprekspartner minderjarig was. Wij beoordelen of het bewijs rechtmatig is verkregen en of de wettelijke bestanddelen werkelijk vervuld zijn. ## Hoeveel straf geldt voor een feit van vóór 1 juli 2024? Voor verkrachting van vóór 1 juli 2024 kent het LOVS-oriëntatiepunt (art. 242 oud Sr, wettelijk maximum 12 jaar) een driedeling naar de mate van dwang: 24 maanden bij beperkte dwang, 36 maanden bij geweld of vergelijkbare dwang, en 48 maanden bij ernstig geweld of vergelijkbare dwang. De oude aanranding, feitelijke aanranding der eerbaarheid (art. 246 oud Sr), kende een maximum van 8 jaar en vereiste steeds dwang, geweld of bedreiging. Hieronder staan de oriëntatiepunten zoals die in de actuele LOVS-tekst (bijgewerkt januari 2026) staan voor feiten van vóór 1 juli 2024. | Delict (oud recht) | LOVS-oriëntatiepunt | | --- | --- | | Verkrachting met beperkte mate van dwang (art. 242 oud Sr) | 24 maanden gevangenisstraf | | Verkrachting met geweld of vergelijkbare dwang (art. 242 oud Sr) | 36 maanden gevangenisstraf | | Verkrachting met ernstig geweld of vergelijkbare dwang (art. 242 oud Sr) | 48 maanden gevangenisstraf | | Schennis der eerbaarheid (art. 239 oud Sr) | vanaf 30 uur taakstraf | LOVS-oriëntatiepunten, geverifieerd juni 2026. Het zijn richtsnoeren voor rechters, geen wettelijke maxima, en de rechter kan ervan afwijken. Voor de eis van het Openbaar Ministerie geldt sinds 1 juli 2024 een eigen systematiek met bandbreedtes per delict, zoals hierna toegelicht. ## Hoeveel straf eist het OM onder de nieuwe wet? Voor feiten vanaf 1 juli 2024 hanteert het Openbaar Ministerie de Richtlijn voor strafvordering verkrachting (2024R004), met bandbreedtes die zijn gekoppeld aan de nieuwe artikelen. Het gaat om uitgangspunten voor de eis bij een enkel feit en een volwassen first offender; de rechter is hieraan niet gebonden. | Delict (nieuw recht) | OM-bandbreedte eis | | --- | --- | | Opzetverkrachting (art. 243 lid 1 Sr) | 2 tot 3 jaar gevangenisstraf | | Gekwalificeerde opzetverkrachting, lichter geweld (art. 243 lid 2 Sr) | 3 tot 4 jaar gevangenisstraf | | Gekwalificeerde opzetverkrachting, ernstig geweld (art. 243 lid 2 Sr) | 4 tot 8 jaar gevangenisstraf | Voor kinderpornografie (oud art. 240b Sr, sinds 1 juli 2024 art. 252 Sr) gelden afzonderlijke LOVS-oriëntatiepunten: | Delict | LOVS-oriëntatiepunt | | --- | --- | | Bezit of verwerven | 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk plus 240 uur taakstraf | | Verspreiden | 1 jaar gevangenisstraf onvoorwaardelijk | | Vervaardigen | 2 jaar gevangenisstraf onvoorwaardelijk | Welke richtlijn of welk oriëntatiepunt in uw zaak telt, hangt af van de pleegdatum, het exacte delict en de persoonlijke omstandigheden. Wij plaatsen de strafeis in die context en bouwen daar het verweer op. ## Welke rechten heb ik als verdachte bij het politieverhoor in een zedenzaak? Als verdachte heeft u zwijgrecht en recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor. Bent u van uw vrijheid beroofd, dan heeft u recht op consultatiebijstand: een vertrouwelijk gesprek met een advocaat van in beginsel 30 minuten voorafgaand aan het eerste inhoudelijke politieverhoor (art. 28c Sv). Daarnaast bestaat recht op verhoorbijstand, waarbij de advocaat tijdens het verhoor aanwezig is (art. 28d Sv). Tijdens het verhoor kan onze advocaat ingrijpen bij suggestieve vragen, een pauze vragen voor overleg of het verhoor opschorten wanneer u niet langer helder kunt verklaren. In zedenzaken is verhoorbijstand zelden een formaliteit, omdat een vroege verklaring de rest van de zaak kan kleuren. Verder heeft u recht op inzage in de processtukken zodra het onderzoek dat toelaat, op het laten horen van getuigen bij de rechter-commissaris en op een contra-expertise wanneer forensisch bewijs zoals DNA een rol speelt. Bent u aangehouden, lees dan ook onze pagina over [bijstand bij politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/) en over [aangehouden of in voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/). ## Wat doen onze advocaten bij verklaring tegen verklaring? Bij verklaring tegen verklaring richten wij ons op de betrouwbaarheid van de aangifte en op alternatieve verklaringen voor het bewijs. In veel zedenzaken staat de verklaring van de aangever tegenover die van de verdachte. Een veroordeling kan op een enkele aangifte volgen wanneer die als consistent en geloofwaardig wordt beoordeeld, maar daar liggen ook de aanknopingspunten voor de verdediging. Wij beoordelen het dossier op de samenhang tussen de verklaring en het forensische bewijs, op innerlijke tegenstrijdigheden en op de wijze waarop de verklaring tot stand kwam. DNA-bewijs toont seksueel contact aan, maar zegt op zichzelf niets over instemming of de wil. Een contra-expertise kan het forensische beeld toetsen. Waar dat zinvol is, verzoeken wij om het horen van getuigen en om het bevragen van de aangever bij de rechter-commissaris, en kan een onafhankelijk gedragsdeskundige worden ingeschakeld. Zo wordt de geloofwaardigheid van de verklaring gewogen tegen de feitelijke context. ## Wanneer kan de rechter tbs opleggen in een zedenzaak? De rechter kan terbeschikkingstelling (tbs, art. 37a Sr) opleggen wanneer drie voorwaarden samen zijn vervuld. Gezien de strafmaxima in zware zedenzaken is dat een reëel scenario dat vroeg in de zaak voorbereiding vraagt. | Voorwaarde | Toelichting | | --- | --- | | Ernstig delict | veroordeling voor een misdrijf met een wettelijk maximum van minstens 4 jaar | | Stoornis ten tijde van het feit | een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens die het feit mede verklaart | | Recidivegevaar | gevaar voor herhaling, in het belang van de veiligheid van anderen of de samenleving | De gedragskundige rapportage door psycholoog en psychiater is hierbij leidend. Het al dan niet meewerken aan onderzoek, de vraagstelling aan de deskundigen en de inhoud van de rapportage zijn momenten waarop een verdediging het verschil kan maken. Wij bespreken vooraf met u welke gevolgen meewerken of weigeren kan hebben. ## Wanneer kunt u het beste contact opnemen? Neem zo snel mogelijk contact op zodra u wordt uitgenodigd voor een verhoor, wordt aangehouden of een dagvaarding ontvangt. Elke verklaring die u aflegt kan later in de zaak meewegen, en juist in zedenzaken is een vroege, doordachte strategie bepalend. Wij zijn bij spoed 24/7 bereikbaar. Onze advocaten staan u bij vanaf het eerste verhoor tot aan de zitting bij de meervoudige strafkamer en, indien nodig, in hoger beroep. Wij werken discreet, zakelijk en gericht op uw rechtspositie. Voor algemene informatie over uw rechten bij politie en justitie kunt u terecht bij [Het Juridisch Loket](https://www.juridischloket.nl/politie-en-justitie/). ## Bronnen - Wetboek van Strafrecht, Titel XIV Seksuele misdrijven, art. 240 tot en met 243, 248 en volgende, en art. 251 (wetten.overheid.nl) - Rijksoverheid, Nieuwe wet aanpak seksuele misdrijven per 1 juli 2024 (rijksoverheid.nl) - Richtlijn voor strafvordering verkrachting 2024R004, Staatscourant 2024 nr. 19865 (officielebekendmakingen.nl) - Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken (rechtspraak.nl) - Wetboek van Strafvordering, consultatie- en verhoorbijstand art. 28c en 28d (wetten.overheid.nl) - Wetboek van Strafrecht, terbeschikkingstelling art. 37a (wetten.overheid.nl) --- ## Drugs en Opiumwet (uit Strafrecht) Een dagvaarding ter zake van een feit uit de Opiumwet betekent dat het OM u vervolgt voor drugsbezit, handel of hennepteelt. Onze advocaten onderzoeken het dossier en voeren verweer tegen de beschuldiging. De straffen lopen uiteen van een geldboete tot jarenlange gevangenisstraf, afhankelijk van het type middel, de hoeveelheid en de rol die het OM u toedicht. Wij staan u in elke fase bij. ## Wat is de Opiumwet en wat is het verschil tussen lijst I, lijst II en lijst IA? De Opiumwet maakt het bezit, vervoer, telen, in- en uitvoeren en verhandelen van verdovende middelen strafbaar. De wet werkt met lijsten. Op lijst I staan de harddrugs, zoals cocaïne, heroïne, MDMA en amfetamine. Op lijst II staan de softdrugs, zoals hennep. Artikel 2 van de Opiumwet verbiedt de handelingen met lijst I-middelen (onder meer telen, bereiden, verkopen, vervoeren en aanwezig hebben), artikel 3 kent dezelfde verboden voor lijst II-middelen. Sinds 1 januari 2023 staat lachgas als genotsmiddel op lijst II. Het bezit, de verkoop, de productie en het vervoer van lachgas zijn daardoor verboden, met uitzonderingen voor technisch en medisch gebruik en gebruik als voedingsadditief. Per 1 juli 2025 kent de Opiumwet daarnaast een lijst IA. Die lijst verbiedt hele groepen nieuwe psychoactieve stoffen (designerdrugs) waarvan de chemische structuur is afgeleid van een lijst I-stof, ongeacht de exacte samenstelling. Het onderscheid tussen de lijsten bepaalt rechtstreeks welke strafmaxima gelden. ## Welke straffen staan op drugsbezit, handel en hennepteelt? De strafmaxima staan in artikel 10 (harddrugs) en artikel 11 (softdrugs) van de Opiumwet. Voor harddrugs is opzettelijke invoer of uitvoer het zwaarst: maximaal twaalf jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (artikel 10 lid 5). Op opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verkopen, afleveren of vervoeren van harddrugs staat maximaal acht jaar (artikel 10 lid 4). Het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs kent een maximum van zes jaar (artikel 10 lid 3). Gaat het om een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik, dan geldt op grond van artikel 10 lid 6 een maximum van een jaar of een geldboete van de derde categorie. Voor softdrugs liggen de maxima lager. Opzettelijk verkopen, vervoeren of aanwezig hebben kan op grond van artikel 11 lid 2 tot twee jaar leiden. Beroeps- of bedrijfsmatige teelt of verkoop kent op grond van artikel 11 lid 3 een maximum van zes jaar, opzettelijke in- of uitvoer op grond van artikel 11 lid 4 maximaal vier jaar. Daarnaast is via artikel 11a het te koop aanbieden, verkopen, afleveren of voorhanden hebben van benodigdheden voor beroepsmatige hennepteelt zelfstandig strafbaar, ook zonder dat er al planten staan. ## Wat zegt het gedoogbeleid over softdrugs, eigen gebruik en hennepplanten? Het gedoogbeleid bepaalt per situatie of het Openbaar Ministerie wel of niet vervolgt; het is vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie. De belangrijkste gedoogde grenzen voor softdrugs staan in onderstaande tabel. | Situatie | Grens | Reactie | |---|---|---| | Bezit voor eigen gebruik | maximaal 5 gram cannabis | geldt als geringe hoeveelheid voor eigen gebruik | | Bezit | 5 tot 30 gram | wel een strafrechtelijke reactie bij ontdekking, maar geen actieve opsporing | | Coffeeshop, verkoop | maximaal 5 gram per transactie | gedoogde grens voor coffeeshops | | Coffeeshop, voorraad | maximaal 500 gram | gedoogde grens voor coffeeshops | | Hennepteelt | vijf hennepplanten of minder | in beginsel niet-bedrijfsmatige teelt, sepot bij ontdekking mits u afstand doet van de planten | De grens voor teelt is niet absoluut: bij minderjarigen, bij samenloop met andere strafbare feiten of als de wijze van teelt op meer dan eigen gebruik wijst, kan alsnog worden vervolgd. Het is belangrijk om deze hoeveelheden uit elkaar te houden, want de grens van 5 gram (eigen gebruik) staat los van de grens van vijf planten (teelt). ## Wanneer is sprake van aanwezig hebben en wanneer van handelen? Aanwezig hebben en handelen zijn juridisch verschillende verwijten met verschillende strafmaxima. Aanwezig hebben vereist alleen feitelijke beschikkingsmacht over het middel. Handelen vraagt een verdere stap, zoals daadwerkelijke verkoop of het voorhanden hebben in een hoeveelheid en onder omstandigheden die op verkoop wijzen. Het OM vervolgt vaak voor handelen op basis van een dealerindicatie. Dat is een vermoeden van handel, afgeleid uit de aangetroffen hoeveelheid in verhouding tot de gedoogde grenzen voor eigen gebruik (tot 5 gram cannabis, en bij teelt maximaal vijf hennepplanten), in combinatie met factoren als verpakking, weegschalen, contant geld en meerdere telefoons. Die aanname is niet altijd terecht, zeker bij bezit op festivals of bij voorraad voor langere periode. Onze advocaten bestrijden een onjuiste dealerindicatie door de feitelijke onderbouwing per onderdeel te toetsen. ## Wat is een ontnemingsvordering en hoe berekent het OM het voordeel bij hennepteelt? Naast de straf kan het OM een ontnemingsvordering instellen om het wederrechtelijk verkregen voordeel terug te vorderen. De grondslag is artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht: de rechter kan een veroordeelde verplichten een geldbedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het voordeel, inclusief bespaarde kosten, en kan het bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Bij hennepteelt onder kunstlicht berekent het OM het voordeel doorgaans met de standaardnormen uit het rapport van het BOOM (Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie). Die normen gaan uit van aannames over eerdere oogsten en gemiddelde opbrengsten. In de praktijk vallen werkelijke opbrengsten vaak lager uit, bijvoorbeeld door een mislukte oogst. Onze advocaten betwisten de berekening op de aannames, het aantal oogsten en de aftrekposten. Bij hennepzaken bestrijden wij waar nodig ook een gekoppelde vervolging wegens [diefstal van stroom](/expertise/strafrecht/vermogensdelicten/) en doen wij zo nodig een [bezwaar tegen inbeslagname](/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/) van apparatuur of geld. ## Wat doet uw advocaat in een Opiumwet-zaak? Uw advocaat onderzoekt het dossier grondig en stelt een verdedigingsstrategie op. Wij toetsen de rechtmatigheid van het bewijs, voeren waar nodig verweer over de [bijstand bij het politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/) en vragen bij detentie om [schorsing van de voorlopige hechtenis](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/). Wij staan u bij voor de [politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/), de [meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/) en in [hoger beroep](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). Speelt naast de strafzaak een sluiting van het pand, dan adviseren wij over [pandsluiting op grond van de Opiumwet](/expertise/bestuursrecht/pandsluiting-opiumwet/). Bij het bepalen van de te verwachten straf zijn de [LOVS-oriëntatiepunten](https://www.rechtspraak.nl/Voor-advocaten-en-juristen/Reglementen-procedures-en-formulieren/Strafrecht/Paginas/Orientatiepunten-voor-straftoemeting.aspx) van belang. Het zijn richtlijnen voor de straftoemeting, geen wettelijke maxima, en de rechter kan ervan afwijken, bijvoorbeeld bij recidive of georganiseerd verband. Voor het dealen van gebruikershoeveelheden harddrugs gelden de volgende oriëntatiepunten: | Dealperiode | Oriëntatiepunt | |---|---| | minder dan 1 maand | 3 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk | | 1 tot 3 maanden | 6 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk | | 3 tot 6 maanden | 8 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk | | 6 tot 12 maanden | 12 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk | Voor hennepkwekerijen (first offender, niet in georganiseerd verband): | Aantal planten | Oriëntatiepunt | |---|---| | 50 tot 100 planten | geldboete van 1.300 euro | | 100 tot 500 planten | 120 uur taakstraf + 1 maand voorwaardelijk | | 500 tot 1.000 planten | 180 uur taakstraf + 2 maanden voorwaardelijk | ## Wanneer kunt u het beste contact opnemen met een strafrechtadvocaat? Neem zo snel mogelijk contact op zodra u bent aangehouden of een dagvaarding ontvangt voor een Opiumwet-zaak. Een drugsverdenking begint vrijwel nooit met een toevallige controle: meestal ligt er voorafgaand onderzoek, zoals een tap of observatie. Wat u tijdens het verhoor zegt komt in het dossier. Hoe eerder wij meekijken, hoe meer ruimte er is om verweer te voeren, de dealerindicatie te bestrijden en een ontnemingsvordering te betwisten. Bij spoed zijn wij 24 uur per dag bereikbaar. Houd er rekening mee dat een veroordeling gevolgen kan hebben voor een latere VOG-aanvraag, waarover wij u kunnen adviseren via ons [VOG-bezwaar](/expertise/bestuursrecht/vog-bezwaar/). Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Opiumwet, wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/2025-07-01) - [Artikel 36e Wetboek van Strafrecht, wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/) - [Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken, Rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl/Voor-advocaten-en-juristen/Reglementen-procedures-en-formulieren/Strafrecht/Paginas/Orientatiepunten-voor-straftoemeting.aspx) - [Aanwijzing Opiumwet (2015A003), Openbaar Ministerie](https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/aanwijzingen/algemeen/aanwijzing-opiumwet-2015a003) - [Rijksoverheid, verbod op lachgas](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/drugs/verbod-op-lachgas) - [Rijksoverheid, verbod op designerdrugs](https://www.rijksoverheid.nl/themas/familie-zorg-en-gezondheid/drugs/verbod-op-designerdrugs) --- ## Vermogensdelicten en diefstal (uit Strafrecht) Wordt u verdacht van een vermogensdelict zoals diefstal, heling of verduistering? Dat betekent dat het Openbaar Ministerie u vervolgt voor een strafbaar feit. Onze advocaten analyseren het bewijs en bouwen uw verdediging op. De strafmaat hangt af van het delict, de waarde van de buit en eventuele verzwarende omstandigheden zoals braak, geweld of recidive. ## Wat zijn vermogensdelicten? Vermogensdelicten zijn misdrijven waarbij iemand zich onrechtmatig goederen of geld van een ander toe-eigent. De meest voorkomende vormen zijn diefstal, verduistering, heling en oplichting. Het Openbaar Ministerie vervolgt deze feiten regelmatig, van een eenvoudige winkeldiefstal tot een woninginbraak of een overval. Het verschil tussen de delicten zit in de manier waarop het goed in handen komt. Bij diefstal neemt u een goed weg dat aan een ander toebehoort, met het oogmerk het zich wederrechtelijk toe te eigenen (artikel 310 Sr). Bij verduistering had u het goed juist rechtmatig onder zich, bijvoorbeeld geleend of in bewaring, en eigent u het zich daarna toe (artikel 321 Sr). Bij heling gaat het om een goed dat door een ander door misdrijf is verkregen en dat u verwerft, voorhanden hebt of overdraagt (artikel 416 Sr). De juiste kwalificatie bepaalt welke strafmaxima gelden en is daarom een belangrijk aandachtspunt in de verdediging. ## Welke straf staat op diefstal, gekwalificeerde diefstal en diefstal met geweld? De wettelijke strafmaxima lopen sterk op naarmate er verzwarende omstandigheden zijn. Eenvoudige diefstal kent een maximum van vier jaar, diefstal met geweld tegen personen tot negen jaar. Hieronder de geverifieerde wettelijke maxima: | Delict | Artikel | Wettelijk strafmaximum | |--------|---------|------------------------| | Eenvoudige diefstal | art. 310 Sr | 4 jaar gevangenisstraf of geldboete 4e categorie | | Gekwalificeerde diefstal | art. 311 Sr | 6 jaar (bij samenloop verzwaringen tot 9 jaar) | | Diefstal met geweld of bedreiging | art. 312 Sr | 9 jaar gevangenisstraf of geldboete 5e categorie | | Verduistering | art. 321 Sr | 3 jaar gevangenisstraf of geldboete 5e categorie | | Opzetheling | art. 416 Sr | 4 jaar gevangenisstraf of geldboete 5e categorie | | Schuldheling | art. 417bis Sr | 1 jaar gevangenisstraf of geldboete 5e categorie | | Gewoonteheling | art. 417 Sr | 6 jaar gevangenisstraf of geldboete 5e categorie | Dit zijn de maximumstraffen die de wet toestaat. Wat de rechter in een concrete zaak oplegt, ligt doorgaans veel lager en hangt af van de omstandigheden van het geval. ## Wanneer is diefstal gekwalificeerd? Diefstal is gekwalificeerd als er een verzwarende omstandigheid uit artikel 311 Sr bij komt. Dan geldt een hoger strafmaximum van zes jaar in plaats van vier. De belangrijkste verzwaringen zijn: - **Bij nacht in een woning of op een besloten erf** (lid 1 sub 3): diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat. - **In vereniging** (lid 1 sub 4): diefstal door twee of meer verenigde personen. - **Met braak, verbreking, inklimming of valse sleutels** (lid 1 sub 5): bijvoorbeeld een woninginbraak waarbij een deur of raam wordt geforceerd. Komen deze omstandigheden samen, bijvoorbeeld een inbraak bij nacht in vereniging, dan verhoogt artikel 311 lid 2 Sr het maximum tot negen jaar of een geldboete van de vijfde categorie. Een gewone winkeldiefstal of een diefstal in een woning overdag zonder braak valt onder de eenvoudige diefstal van artikel 310 Sr en kent het lagere maximum van vier jaar. ## Wat is het verschil tussen opzetheling en schuldheling? Het verschil zit in wat u wist over de herkomst van het goed. Bij opzetheling wist u dat het goed door misdrijf was verkregen toen u het verwierf, voorhanden had of overdroeg (artikel 416 Sr, maximaal vier jaar). Bij schuldheling had u redelijkerwijs moeten vermoeden dat het goed van misdrijf afkomstig was, ook al wist u het niet zeker (artikel 417bis Sr, maximaal één jaar). Maakt iemand een gewoonte van opzetheling, dan geldt gewoonteheling met een maximum van zes jaar (artikel 417 Sr). Voor heling is geen financieel gewin vereist. Het enkele voorhanden hebben of overdragen van een goed met de vereiste wetenschap is al strafbaar. Het ontbreken van een geldelijk motief weegt wel mee in de strafmaat. De verdediging richt zich bij heling vaak op de vraag of de wetenschap of het redelijk vermoeden bewezen kan worden, want dat is het kernbestanddeel van het delict. ## Wat zijn de LOVS-orientatiepunten voor diefstal in 2026? De rechtspraak gebruikt LOVS-orientatiepunten als vertrekpunt voor de straftoemeting bij veelvoorkomende delicten. Per 1 januari 2026 zijn de geldboetes voor inflatie aangepast. De onderstaande punten gelden voor een first offender: | Delict (first offender) | LOVS-orientatiepunt | |--------------------------|---------------------| | Eenvoudige winkeldiefstal | geldboete 280 euro | | Diefstal fiets | geldboete 420 euro | | Diefstal brommer, scooter, snorfiets of elektrische fiets | 30 uur taakstraf | | Diefstal motorfiets of auto (geparkeerd, met braak of verbreking) | 120 uur taakstraf | | Zakkenrollerij | 120 uur taakstraf | Voor woninginbraak en diefstal met braak loopt het orientatiepunt op naar een taakstraf of een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, afhankelijk van de omstandigheden. Bij overvallen en zwaardere feiten gelden hogere orientatiepunten. De orientatiepunten zijn geen wettelijke maxima en geen vaste tarieven: de rechter is er niet aan gebonden en kan ervan afwijken op grond van de feiten en uw persoonlijke omstandigheden. Recidive verhoogt de straf fors. ## Wat weegt de rechter mee bij de strafmaat? De rechter kijkt naar de ernst van het feit en naar uw persoon. Verzwarend werken onder meer de waarde van de buit, het gebruik van geweld, letsel bij het slachtoffer, een georganiseerd verband en recidive. Verzachtend kunnen meewegen: teruggave of vergoeding van de schade, een first offender-status, een bekennende en meewerkende houding, en uw persoonlijke situatie. Lopende schuldhulpverlening, een betalingsregeling of een behandeling voor verslavingsproblematiek tellen mee als strafverzachtende omstandigheden. De rechter kan een (deels) voorwaardelijke straf opleggen om voortzetting van een behandeling te stimuleren. Wie zich verdedigt tegen een vermogensdelict, doet er goed aan deze omstandigheden vroeg en onderbouwd in te brengen, bijvoorbeeld met een werkgeversverklaring of behandeldocumenten. ## Wat doet uw advocaat? Onze advocaten beoordelen eerst of de tenlastelegging klopt en of het bewijs de beschuldiging draagt. We onderzoeken de kwalificatie (diefstal, verduistering of heling), de keten van het bewijs zoals camerabeelden, getuigenverklaringen en DNA-sporen, en of er vormfouten in het opsporingsonderzoek zijn gemaakt. Waar het bewijs wankel is, voeren we verweer gericht op vrijspraak. Waar dat niet kansrijk is, sturen we op een zo laag mogelijke straf via verzachtende omstandigheden. Bent u nog niet gehoord, dan is [bijstand bij het politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/) van groot belang: wat u in het eerste verhoor verklaart, beinvloedt direct uw bewijspositie. Bij een aanhouding of [voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/) staan we u bij en vragen we waar mogelijk schorsing aan. Hangt uw zaak samen met [oplichting of fraude](/expertise/strafrecht/fraude/), dan stemmen we de verdediging daarop af. Wij staan u bij voor de [politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/) en, als het nodig is, in [hoger beroep](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). ## Wanneer contact opnemen? Neem zo snel mogelijk contact op zodra u bent aangehouden of een [oproeping](/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/) of dagvaarding voor een vermogensdelict hebt ontvangen. Hoe eerder wij bij uw zaak betrokken zijn, hoe meer ruimte er is om bewijs te toetsen en verweer voor te bereiden. Voor algemene informatie over strafrecht kunt u ook terecht bij het [Juridisch Loket](https://www.juridischloket.nl/politie-en-justitie/). Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - Wetboek van Strafrecht, artikelen 310 tot en met 326 en 416 tot en met 417bis (diefstal, verduistering, heling, oplichting): [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2026-01-01) - LOVS-orientatiepunten voor straftoemeting (rechtspraak.nl): [rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl/Voor-advocaten-en-juristen/Reglementen-procedures-en-formulieren/Strafrecht/Paginas/Orientatiepunten-voor-straftoemeting.aspx) --- ## Fraude (uit Strafrecht) Een verdenking van fraude zoals witwassen, oplichting of valsheid in geschrifte raakt uw leven direct. Onze advocaten analyseren de financiele documentatie en bouwen een gerichte verdediging op. De strafmaxima lopen uiteen van 2 jaar bij schuldwitwassen tot 8 jaar bij gewoontewitwassen. ## Wat is fraude? Fraude is een verzamelterm voor financieel-economische strafbare feiten waarbij iemand zich ten koste van een ander wederrechtelijk bevoordeelt. Hieronder vallen [witwassen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XXXa), valsheid in geschrifte, oplichting en faillissementsfraude. Elk delict heeft eigen bestanddelen: bij witwassen gaat het om het verbergen of verhullen van de herkomst van uit misdrijf afkomstig vermogen, bij valsheid in geschrifte om het vervalsen van een document, en bij oplichting om het misleiden van een ander met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. De oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS) behandelen fraude in algemene zin en omvatten uitdrukkelijk witwassen, valsheid, verduistering, bedrog, faillissementsfraude en omkoping, mits in frauduleuze context. Daardoor vallen al deze delicten onder dezelfde benadelingsbedrag-staffel. Onze advocaten verdedigen u in al deze financieel-economische strafzaken. ## Wat is het strafmaximum voor witwassen, oplichting en valsheid in geschrifte? De strafmaxima verschillen sterk per delict. Witwassen kent meerdere varianten: opzetwitwassen (artikel 420bis Sr) en gewoontewitwassen (artikel 420ter Sr) worden bestraft met respectievelijk ten hoogste zes en acht jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Schuldwitwassen (artikel 420quater Sr) kent een maximum van twee jaren. Valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr) staat op ten hoogste zes jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie, zowel voor het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift als voor het opzettelijk gebruiken ervan. Oplichting (artikel 326 Sr) kent een maximum van vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Ook faillissementsfraude telt mee: bedrieglijke bankbreuk door een gefailleerde natuurlijke persoon (artikel 341 Sr) of door een bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon (artikel 343 Sr) is bedreigd met ten hoogste zes jaren gevangenisstraf. De strafmaxima voor witwassen zijn niet altijd zo hoog geweest: per 1 januari 2015 is opzetwitwassen verhoogd van vier naar zes jaar en gewoontewitwassen van zes naar acht jaar, om aan te sluiten bij andere vermogensdelicten en internationale normen. ## Wat is het verschil tussen opzetwitwassen, schuldwitwassen, gewoontewitwassen en eenvoudig witwassen? Het verschil zit in de mate van wetenschap en in de aard van de gedraging. Bij opzetwitwassen (artikel 420bis Sr) wist u dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig was; het maximum is zes jaar. Bij schuldwitwassen (artikel 420quater Sr) had u dat redelijkerwijs moeten vermoeden, zonder dat u het zeker wist; het maximum is twee jaar. Maakt iemand van witwassen een gewoonte of doet hij dat in de uitoefening van beroep of bedrijf, dan geldt gewoontewitwassen (artikel 420ter Sr) met een maximum van acht jaar. Sinds 1 januari 2017 bestaan daarnaast de lichtere varianten eenvoudig witwassen (artikel 420bis.1 Sr, maximaal zes maanden) en eenvoudig schuldwitwassen (artikel 420quater.1 Sr, maximaal drie maanden). Die zien op het enkel verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp uit eigen misdrijf, zonder dat de herkomst wordt verborgen of verhuld. Dit onderscheid tussen verbergen en verhullen aan de ene kant en enkel voorhanden hebben aan de andere kant bepaalt vaak welke kwalificatie het Openbaar Ministerie kiest. ## Welke straf kunt u verwachten bij fraude volgens de LOVS-oriëntatiepunten? De rechter bepaalt de straf bij fraude in belangrijke mate aan de hand van het benadelingsbedrag. De [LOVS-oriëntatiepunten](https://www.rechtspraak.nl/binaries/content/assets/lov/ove/lov-ove-orientatiepunten-en-afspraken-lovs.pdf) geven daarvoor de volgende staffel: | Benadelingsbedrag | Oriëntatiepunt | |---|---| | Tot € 10.000 | 1 week tot 2 maanden GS ov / TS ov | | € 10.000 tot € 70.000 | 2 tot 5 maanden GS ov / TS ov | | € 70.000 tot € 125.000 | 5 tot 9 maanden GS ov / TS ov + GS vw | | € 125.000 tot € 250.000 | 9 tot 12 maanden GS ov | | € 250.000 tot € 500.000 | 12 tot 18 maanden GS ov | | € 500.000 tot € 1.000.000 | 18 tot 24 maanden GS ov | | € 1.000.000 en hoger | 24 maanden tot maximum GS ov | Deze oriëntatiepunten zijn richtlijnen voor rechters, geen wettelijke maximumstraffen. De rechter kan hiervan afwijken afhankelijk van omstandigheden zoals het type slachtoffer, de mate van marktverstoring, en of de verdachte in de uitoefening van een beroep handelde. Onze advocaten voeren verweer op het benadelingsbedrag, omdat een lager vastgesteld bedrag direct doorwerkt in een lagere straf. ## Moet u een verklaring geven over de herkomst van geld bij een witwasverdenking? Ja, bij een witwasvermoeden mag van u een verklaring over de herkomst van het geld of goed worden verlangd, maar de bewijslast blijft bij het Openbaar Ministerie. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad geldt: als de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten een witwasvermoeden rechtvaardigen, mag van de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst worden gevergd. Geeft u zo een verklaring, dan moet het Openbaar Ministerie daar onderzoek naar doen. Het is uitdrukkelijk niet aan u om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet uit misdrijf komt. De FIOD, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst van de Belastingdienst, spoort dit soort financieel-economische en fiscale fraude op, samen met het Openbaar Ministerie. Zwijgen is daarom niet altijd de beste optie. Onze advocaten bepalen samen met u of, wanneer en hoe u een verklaring geeft, zodat u uw [recht op bijstand bij het politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/) gericht inzet. ## Wat is een ontnemingsvordering bij fraude? Naast straf kan de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel ontnemen. Op grond van artikel 36e Sr kan de rechter, op vordering van het Openbaar Ministerie, een veroordeelde verplichten een geldbedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van dat voordeel. Bij misdrijven die zijn bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie geldt een verruimde regeling, waarbij ook voordeel uit andere feiten kan worden meegenomen. Witwassen, valsheid in geschrifte en oplichting zijn alle vijfde-categorie-misdrijven, zodat deze verruimde ontneming bij fraude regelmatig speelt. Wordt het bedrag niet betaald, dan kan lijfsdwang van ten hoogste drie jaar volgen. In fraudezaken is de ontnemingsvordering vaak hoger dan de boete zelf. Tegenargumenten over de hoogte van het voordeel, over aftrekposten en over de toerekening van geldstromen bereiden onze advocaten vanaf het begin van de strafzaak voor. Voor de behandeling van uw zaak verwijzen wij naar [aangehouden of in voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/) en, bij een veroordeling, naar [hoger beroep in strafzaken](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). ## Wanneer verjaart het recht tot strafvervolging bij fraude? De verjaringstermijn hangt af van het strafmaximum van het delict: hoe hoger het maximum, hoe langer het recht tot strafvervolging blijft bestaan (artikel 70 Sr). Voor de fraudedelicten geldt: | Delict | Strafmaximum | Verjaringstermijn | |---|---|---| | Opzetwitwassen | zes jaar | twaalf jaar | | Valsheid in geschrifte | zes jaar | twaalf jaar | | Oplichting | vier jaar | twaalf jaar | | Gewoontewitwassen | acht jaar | twintig jaar | | Schuldwitwassen | twee jaar | zes jaar | Onze advocaten bewaken deze termijnen, zodat een verjaard feit niet alsnog wordt vervolgd. ## Wat doet uw advocaat? Onze advocaten analyseren de financiele gegevens en documentatie in uw zaak en bouwen daarop een verdediging. Bij witwassen toetsen wij of de aangedragen feiten werkelijk een witwasvermoeden rechtvaardigen en of een concrete, verifieerbare verklaring de herkomst kan onderbouwen. Voor [valsheid in geschrifte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XII&artikel=225) onderzoeken wij of het oogmerk om het valse document als echt te gebruiken bewijsbaar is. Bij [oplichting](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XXV&artikel=326) moet het Openbaar Ministerie aantonen dat u een van de wettelijke oplichtingsmiddelen gebruikte: een valse naam, een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels. Wij betwisten ook de ontnemingsberekening en bewaken procedurele termijnen, waaronder de verjaring (artikel 70 Sr). Neem zo snel mogelijk contact op bij een verdenking, zodat wij uw [oproep voor de OM-zitting](/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/) of dagvaarding vanaf het eerste moment kunnen begeleiden. Meer informatie over strafrecht vindt u bij het [Juridisch Loket](https://www.juridischloket.nl/politie-en-justitie/). Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Wetboek van Strafrecht artikel 225 (valsheid in geschrifte)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XII&artikel=225) - [Wetboek van Strafrecht artikel 326 (oplichting)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XXV&artikel=326) - [Wetboek van Strafrecht artikel 420bis (opzetwitwassen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XXXa&artikel=420bis) - [Wetboek van Strafrecht artikel 420ter (gewoontewitwassen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XXXa&artikel=420ter) - [Wetboek van Strafrecht artikel 420quater (schuldwitwassen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XXXa&artikel=420quater) - [Wetboek van Strafrecht artikel 341 (bedrieglijke bankbreuk)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=XXVI&artikel=341) - [Wetboek van Strafrecht artikel 36e (ontneming)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Eerste&titeldeel=IIA&artikel=36e) - [Wetboek van Strafrecht artikel 70 (verjaring)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Eerste&titeldeel=VIII&artikel=70) - [LOVS Oriëntatiepunten voor straftoemeting (hoofdstuk Fraude)](https://www.rechtspraak.nl/binaries/content/assets/lov/ove/lov-ove-orientatiepunten-en-afspraken-lovs.pdf) - [AMLC: hoge straffen voor witwassen (verhoging per 1-1-2015)](https://www.amlc.nl/hoge-straffen-voor-witwassen/) - [AMLC: stappenplan witwassen (verklaring herkomst)](https://www.amlc.nl/witwassen/stappenplan-witwassen/) - [Rijksoverheid: Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD)](https://www.rijksoverheid.nl/contact/contactgids/fiscale-inlichtingen-en-opsporingsdienst-fiod) --- ## Verkeersstrafrecht (uit Strafrecht) Verkeersstrafrecht gaat over verkeersmisdrijven uit de Wegenverkeerswet 1994: rijden onder invloed, ernstig gevaarlijk rijgedrag, een ongeval met letsel of de dood, doorrijden na een aanrijding en rijden tijdens een ontzegging. Dit zijn strafzaken met als gevolg mogelijk een strafblad, anders dan de gewone Mulderboete. Onze advocaten staan u bij vanaf het politieverhoor, bij invordering en inhouding van uw rijbewijs en op de zitting. ## Wat valt onder verkeersstrafrecht en wat onder de Mulderboete? Verkeersstrafrecht behandelt verkeersmisdrijven uit de Wegenverkeerswet 1994 die het Openbaar Ministerie via het strafrecht afdoet, met mogelijk een aantekening op uw justitiele documentatie. De meeste alledaagse overtredingen vallen daar niet onder. Te hard rijden tot een bepaalde grens, door rood, niet handsfree bellen of geen gordel dragen worden administratief afgedaan onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, de Wet Mulder. Dat levert een boete op via het CJIB, geen strafblad en geen rechter die straf oplegt. Bent u het oneens met een Mulderboete, dan gaat u eerst in beroep bij de officier van justitie via het CJIB, daarna naar de kantonrechter en als laatste stap naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dat is bestuursrechtelijk, geen strafzaak. Een overtreding wordt pas een strafzaak als het een misdrijf uit de Wegenverkeerswet betreft, bijvoorbeeld rijden onder invloed, fors te hard rijden met gevaarzetting, een ongeval met letsel of doorrijden. Dan beslist het OM over strafvervolging en kan een rechter straf opleggen. ## Wat is de straf voor rijden onder invloed van alcohol? Rijden onder invloed van alcohol is strafbaar onder artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Voor ervaren bestuurders ligt de grens op 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, ongeveer 0,5 promille in het bloed. Voor beginnend bestuurders, met een rijbewijs korter dan vijf jaar, geldt een strengere grens vanaf 88 microgram, ongeveer 0,2 promille. De rechter gebruikt de LOVS-orientatiepunten als richtlijn. Hieronder staan de orientatiepunten voor autos en motoren, met het ademalcoholgehalte in microgram per liter (AAG), het bijbehorende bloedalcoholgehalte in promille (BAG) en de straf. OBM betekent ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (rij-ontzegging), ov staat voor onvoorwaardelijk, TS voor taakstraf. | AAG (ug/l) | BAG (promille) | Straf | |---|---|---| | 235-350 | 0,54-0,80 | 390 euro | | 351-435 | 0,81-1,00 | 550 euro | | 436-500 | 1,01-1,15 | 700 euro | | 501-570 | 1,16-1,30 | 850 euro | | 571-650 | 1,31-1,50 | 850 euro + 3 maanden OBM ov | | 651-715 | 1,51-1,65 | 950 euro + 6 maanden OBM ov | | 716-785 | 1,66-1,80 | 1.100 euro + 7 maanden OBM ov | | 786-865 | 1,81-2,00 | 1.200 euro + 8 maanden OBM ov | | 866-945 | 2,01-2,15 | 1.300 euro + 9 maanden OBM ov | | 946-1020 | 2,16-2,35 | 1.400 euro + 10 maanden OBM ov | | 1021-1090 | 2,36-2,50 | 12 maanden OBM ov + 60 uur TS ov | | 1091-1195 | 2,51-2,75 | 15 maanden OBM ov + 70 uur TS ov | | 1196 en hoger | 2,76 en hoger | 18 maanden OBM ov + 80 uur TS ov | Belangrijk: vanaf de schaal 571 tot 650 microgram is de ontzegging onvoorwaardelijk, niet voorwaardelijk. Dit zijn richtsnoeren voor de rechter, geen wettelijke maxima. De rechter kan hiervan afwijken op grond van de omstandigheden. Voor beginnend bestuurders geldt een eigen, strenger schaaloverzicht. Hieronder staan de oriëntatiepunten voor beginnend bestuurders en voor besturen zonder rijbewijs, voor auto's en motoren. **Beginnend bestuurder (rijbewijs < 5 jaar)** | AAG (ug/l) | BAG (promille) | Straf | |---|---|---| | 95-350 | 0,22-0,80 | 390 euro | | 351-435 | 0,81-1,00 | 460 euro + 6 maanden OBM vw | | 436-500 | 1,01-1,15 | 550 euro + 6 maanden OBM vw | | 501-570 | 1,16-1,30 | 700 euro + 6 maanden OBM vw | | 571-650 | 1,31-1,50 | 850 euro + 6 maanden OBM ov | | 651-715 | 1,51-1,65 | 950 euro + 6 maanden OBM ov | | 716-785 | 1,66-1,80 | 1.100 euro + 7 maanden OBM ov | | 786-865 | 1,81-2,00 | 1.200 euro + 8 maanden OBM ov | | 866-945 | 2,01-2,15 | 1.300 euro + 9 maanden OBM ov | | 946-1020 | 2,16-2,35 | 1.400 euro + 10 maanden OBM ov | | 1021-1090 | 2,36-2,50 | 12 maanden OBM ov + 60 uur TS | | 1091-1195 | 2,51-2,75 | 15 maanden OBM ov + 70 uur TS | | meer dan 1195 | meer dan 2,75 | 18 maanden OBM ov + 80 uur TS | ## Hoe wordt drugsgebruik en het weigeren van de ademanalyse bestraft? Rijden onder invloed van drugs valt ook onder artikel 8 van de Wegenverkeerswet. Bij enkelvoudig gebruik van THC is het orientatiepunt een geldboete van 450 euro. Bij enkelvoudig gebruik van andere drugs of medicijnen, of bij gecombineerd middelengebruik, is het 850 euro, waarbij bij gecombineerd gebruik ook een ontzegging volgt. Bij recidive en meervoudige recidive lopen de boete, de ontzegging en de taakstraf op. Het weigeren van de ademanalyse of het bloedonderzoek is zelfstandig strafbaar onder artikel 163 van de Wegenverkeerswet. Voor autos en motoren is het orientatiepunt 1.300 euro en 9 maanden onvoorwaardelijke ontzegging, voor brom- en snorfietsen 650 euro en 6 maanden onvoorwaardelijke ontzegging. Weigeren is dus geen ontsnapping: de straf ligt op het niveau van een hoog promillage. ## Wat gebeurt er met mijn rijbewijs en wat doet het CBR? Bij ernstige feiten kan de politie uw rijbewijs op straat invorderen op grond van artikel 164 van de Wegenverkeerswet. De officier van justitie beslist daarna binnen tien dagen, gerekend vanaf het moment dat het rijbewijs is ingenomen, of het wordt teruggegeven of langer ingehouden. Tegen een doorlopende inhouding kunt u een klaagschrift indienen bij de rechtbank. Hoe die procedure precies werkt, leest u op onze pagina over een [klaagschrift voor de inhouding van het rijbewijs](/expertise/strafrecht/klaagschrift-rijbewijs/). Naast de strafzaak loopt een volledig los traject bij het CBR. Op grond van de artikelen 130 tot en met 134a van de Wegenverkeerswet start het CBR een vorderingsprocedure naar uw rijgeschiktheid of rijvaardigheid. Afhankelijk van de situatie legt het CBR een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer op, de EMA, of de lichtere variant LEMA, of een onderzoek naar de geschiktheid. Werkt u niet mee of betaalt u de kosten niet, dan verklaart het CBR uw rijbewijs ongeldig. Dit staat los van de uitkomst van de strafzaak: een gunstig strafvonnis betekent niet dat het CBR geen maatregel oplegt. Het alcoholslotprogramma wordt sinds 2015 niet meer als maatregel opgelegd. Bij recidive grijpt de recidiveregeling van artikel 123b van de Wegenverkeerswet in. Wordt u binnen vijf jaar na een eerste onherroepelijke veroordeling of strafbeschikking opnieuw veroordeeld voor een ernstig alcoholdelict, dan wordt uw rijbewijs van rechtswege ongeldig. Bij artikel 8 lid 2, 3 of 4 telt een zaak mee vanaf meer dan 570 microgram of 1,3 promille; bij artikel 8 lid 1 of lid 5 geldt geen grenswaarde. U kunt dan alleen een nieuw rijbewijs halen door opnieuw examen te doen en uw geschiktheid aan te tonen. ## Wat zijn de straffen bij een ongeval, gevaarlijk rijden of doorrijden? Gevaarlijk of hinderlijk rijgedrag is strafbaar onder artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Veroorzaakt u door schuld een ongeval waarbij iemand gewond raakt of overlijdt, dan is dat strafbaar gesteld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet, het zwaarste verkeersmisdrijf. Het oriëntatiepunt is een matrix: de ernst van het letsel, dus licht of tijdelijk letsel, zwaar lichamelijk letsel of de dood, maal de mate van schuld, oplopend van aanmerkelijke schuld via ernstige schuld en zeer hoge mate van schuld tot roekeloosheid, maal eventueel alcoholgebruik. De twee uitersten van die matrix lopen ver uiteen. | Hoek van de matrix | Orientatiepunt | |---|---| | Licht letsel, aanmerkelijke schuld, geen alcohol (lichtste hoek) | ongeveer 1.300 euro of 120 uur taakstraf + 3 maanden ontzegging | | De dood, roekeloosheid, alcohol boven 570 microgram (zwaarste hoek) | meerdere jaren gevangenisstraf + 3 tot 4 jaar ontzegging | Het wettelijk strafmaximum voor artikel 6 loopt met strafverzwarende omstandigheden op tot 9 jaar gevangenisstraf. Het verlaten van de plaats van een ongeval, doorrijden, is strafbaar onder artikel 7 van de Wegenverkeerswet. Rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid of met een ongeldig verklaard rijbewijs valt onder artikel 9; het oriëntatiepunt daarvoor is 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf. ## Hoe wordt een verkeersstrafzaak afgedaan en wat doet de advocaat? Een verkeersmisdrijf kan op drie manieren worden afgedaan. Bij lichtere zaken stuurt de officier van justitie een strafbeschikking op grond van artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering, met een boete of taakstraf. Bent u het er niet mee eens, dan tekent u binnen veertien dagen verzet aan, waarna de zaak alsnog voor de rechter komt. Daarnaast kan de officier u uitnodigen voor een OM-hoorzitting. Bij zwaardere feiten, zoals een hoog promillage, weigering of een ongeval met letsel, wordt u [gedagvaard voor de politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/). Onze advocaten beoordelen eerst het dossier en de bewijsvoering. Wij controleren de ademanalyse of het bloedonderzoek, de kalibratie van de meetapparatuur, de wachttijden en de gevolgde politie-instructies. Bij een vormverzuim kan bewijs worden uitgesloten op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Is uw rijbewijs ingehouden, dan [stellen wij snel een klaagschrift op](/expertise/strafrecht/klaagschrift-rijbewijs/) en onderbouwen wij uw belang met stukken zoals een werkgeversverklaring. [Tijdens het verhoor bewaken wij uw rechten](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/). Wij sturen ook op het CBR-traject, omdat actief meewerken aan een EMA of onderzoek verzachtend kan meewegen in de strafzaak. ## Wanneer kunt u het beste contact opnemen? Neem contact op zodra uw rijbewijs is ingevorderd of ingehouden, u wordt opgeroepen voor een verhoor of u een dagvaarding of strafbeschikking ontvangt. Bij invordering is snelle actie belangrijk voor de teruggave van uw rijbewijs. Bij spoed zijn wij snel bereikbaar en nemen wij zo snel mogelijk uw zaak in behandeling. Wij werken op uurtarief en waar mogelijk via gefinancierde rechtsbijstand. Tijdens het eerste gesprek maken wij duidelijke kostenafspraken en checken wij of u in aanmerking komt voor een toevoeging. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Wegenverkeerswet 1994 (BWBR0006622), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/) - [Artikel 164 WVW 1994 (invordering rijbewijs), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2024-06-19/0/HoofdstukIX/Artikel164/informatie) - [Artikel 123b WVW 1994 (recidiveregeling), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2025-01-01/0/HoofdstukVI/Afdeling7/Artikel123b/informatie) - [Recidiveregeling alcohol en drugs, Openbaar Ministerie](https://www.om.nl/onderwerpen/verkeer/handhaving/alcohol/recidiveregeling-alcohol-en-drugs) - [Richtlijn voor strafvordering verkeersongevallen, gevaarlijk verkeersgedrag en verlaten plaats ongeval (2022R004), Openbaar Ministerie](https://www.om.nl/onderwerpen/b/beleidsregels/richtlijnen-voor-strafvordering-resultaten/richtlijn-voor-strafvordering-verkeersongevallen-2022r004) - [Beroepsprocedure verkeersboetes (Mulderbeschikking), Rechtspraak](https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/verkeersovertredingen/beroepsprocedure-verkeersboetes) - [Vorderingsprocedure rijgeschiktheid (art. 130-134a WVW), CBR](https://www.cbr.nl/nl/service/nl/artikel/onderzoek-naar-de-rijvaardigheid) - [Het alcoholslotprogramma stopt, CBR](https://www.cbr.nl/nl/over-het-cbr/over/laatste-nieuws/nieuws/het-alcoholslotprogramma-stopt.htm) - [LOVS-orientatiepunten voor straftoemeting, Rechtspraak](https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/strafrecht/orientatiepunten-en-afspraken-lovs) --- ## Wet wapens en munitie (uit Strafrecht) Verdacht van overtreding van de Wet wapens en munitie? Het OM vervolgt u dan voor het vervaardigen, voorhanden hebben, dragen of vervoeren van een verboden wapen of munitie. De strafmaat hangt af van de wapencategorie en de plaats van bezit. Onze advocaten onderzoeken of er werkelijk sprake is van bezit en of het voorwerp onder de wettelijke definitie valt. ## Welke wapencategorieen kent de Wet wapens en munitie? De Wet wapens en munitie (WWM) verdeelt wapens in vier categorieën, vastgelegd in artikel 2 lid 1 WWM. [De volledige wettekst vindt u op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0008804/2026-01-01). De indeling ziet er als volgt uit: | Categorie | Voorbeelden | |-----------|-------------| | Categorie I | Stiletto's, valmessen en vlindermessen, boksbeugels, ploertendoders, wurgstokken, werpsterren en katapulten | | Categorie II | Vuurwapens die geschikt zijn om automatisch te vuren en vuurwapens die zo zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is | | Categorie III | Vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen, en alarm- en startpistolen en -revolvers | | Categorie IV | Blanke wapens met meer dan een snijkant, degens, zwaarden, sabels en bajonetten, wapenstokken, lucht-, gas- en veerdrukwapens, en kruisbogen en harpoenen | De indeling bepaalt zowel het verbod als de strafmaat, en is daarom het eerste wat onze advocaten in een dossier controleren. ## Wat betekent 'voorhanden hebben' in de zin van de WWM? Voorhanden hebben betekent dat u beschikkingsmacht over het wapen heeft en zich bewust bent van de aanwezigheid ervan. Het is op grond van artikel 26 lid 1 WWM verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben. Voor categorie I geldt een apart verbod in artikel 13 WWM, dat onder meer het vervaardigen, voorhanden hebben, dragen, vervoeren en overdragen omvat. De rechter beoordeelt eerst of er daadwerkelijk sprake is van bezit en daarna of het voorwerp onder de wettelijke definitie van een wapen valt. Bij randgevallen zoals creditcardmesjes en imitatiewapens is de beoordeling van deskundigen vaak doorslaggevend. Wie onbewust een wapen in een woning of voertuig heeft, kan betwisten dat aan het bewustzijnsvereiste is voldaan. Wordt u over wapenbezit ondervraagd, dan is [bijstand bij het politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/) van begin af aan belangrijk. ## Wat is de maximale straf voor verboden wapenbezit onder de WWM? De maximale straf voor het voorhanden hebben van een wapen van categorie II of III staat in artikel 55 WWM. De basisstraf voor overtreding van artikel 26 lid 1 is op grond van artikel 55 lid 1 ten hoogste 9 maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Gaat het om een wapen van categorie II of een vuurwapen van categorie III, dan verhoogt artikel 55 lid 3 onder a het maximum naar 4 jaar of een geldboete van de vijfde categorie. Voor twee zware categorie II-wapens geldt een hoger maximum: voor een automatisch vuurwapen (categorie II, onderdeel 2) en voor explosieven (categorie II, onderdeel 7) is op grond van artikel 55 lid 7 ten hoogste 8 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie mogelijk, ook bij eenmalig voorhanden hebben. Voor de overige wapens geldt 8 jaar alleen wanneer van het misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt (lid 4) of wanneer het wordt begaan met een terroristisch oogmerk (lid 5). Voor categorie I-wapens geldt via artikel 13 en artikel 55 lid 1 een maximum van 9 maanden of een geldboete van de vierde categorie. Het verschil met categorie IV is belangrijk: voor categorie IV bestaat geen verbod op het voorhanden hebben, alleen het dragen ervan is op grond van artikel 27 lid 1 WWM verboden, en dat is via artikel 54 WWM een overtreding, bestraft met een geldboete van de derde categorie. ## Wat zijn de LOVS-orientatiepunten voor vuurwapenbezit? De LOVS-oriëntatiepunten zijn richtlijnen die rechters hanteren bij de straftoemeting; zij zijn geen wet en de rechter kan ervan afwijken. [De officiële oriëntatiepunten staan op rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl/binaries/content/assets/lov/ove/lov-ove-orientatiepunten-en-afspraken-lovs.pdf). Voor het voorhanden hebben en overdragen van een vuurwapen of explosief (art. 26/31 WWM) maakt het LOVS een belangrijk onderscheid naar de plaats van het bezit: het oriëntatiepunt is lager wanneer het wapen in een woning of ander niet-publiek gebouw lag, en hoger wanneer het wapen zich in de openbare ruimte bevond. Tot de openbare ruimte rekent het LOVS ook een voertuig op de openbare weg. De volgende oriëntatiepunten gelden als onvoorwaardelijke gevangenisstraf: | Wapen | Categorie | In een woning | In de openbare ruimte | |-------|-----------|---------------|------------------------| | Pistool, revolver of geweer | III.1 | 4 maanden | 8 maanden | | Automatisch vuurwapen | II.2 | 12 maanden | 15 maanden | | Explosieven, inclusief handgranaat | II.7 | 12 maanden | 15 maanden | Voor een aantal overige categorie II- en III-wapens werkt het LOVS met één vast oriëntatiepunt, los van de plaats van het bezit: | Wapen | Categorie | Oriëntatiepunt | |-------|-----------|----------------| | Heimelijk draagbaar vuurwapen, vervaardigd of gewijzigd | II.3 | 5 maanden gevangenisstraf | | Geheim vuurwapen, gelijkend op een ander voorwerp | II.4 | 5 maanden gevangenisstraf | | Stroomstootwapen | II.5 | 650 euro geldboete | | Traangasbusje of pepperspray | II.6 | 350 euro geldboete | | Molotovcocktail | II.7 | 3 maanden gevangenisstraf | | Gaspistool of -revolver | III.1 | 1 maand gevangenisstraf | | Riot-gun | III.1 | 8 maanden gevangenisstraf | | Alarm- of startpistool of -revolver | III.4 | 650 euro geldboete | Het LOVS noemt daarnaast verzwarende factoren die de straf kunnen verhogen: het vuurwapen is geladen, doorgeladen of schietklaar, het is voorzien van een geluiddemper, het wapen lag binnen handbereik, het wapen of de munitie werd in het openbaar gedragen voor zover dat niet al in het oriëntatiepunt is verwerkt, het wapen lag in de omgeving van (kleine) kinderen, er zijn aanwijzingen voor geweld of beroepscriminaliteit, het ging om bewerkte scherpe munitie of om een aanzienlijke hoeveelheid munitie. Strafmatigend werkt dat het wapen onbruikbaar is en niet met eenvoudige middelen weer bruikbaar te maken is. Voor categorie I-wapens (art. 13 WWM) werkt het LOVS met vaste geldboetes per type: messen zoals een stiletto, valmes of vlindermes 270 euro, een boksbeugel, ploertendoder, wurgstokjes of werpster 240 euro, een katapult 240 euro, een geluiddemper 500 euro en de nabootsing van een bestaand wapen of een gewijzigd lucht-, gas- of veerdrukwapen 650 euro. ## Wanneer valt een speelgoed- of imitatiewapen onder de wapenwet? Niet elk nagemaakt wapen is verboden. Sinds juli 2014 geldt via artikel 3 van de Regeling wapens en munitie een uitzondering voor voorwerpen die kwalificeren als speelgoed in de zin van de Europese Speelgoedrichtlijn (2009/48/EG). Dergelijk speelgoed valt buiten het verbod, mits het als speelgoed onder de richtlijn kwalificeert en is voorzien van een CE-markering. Imitatie- en replicawapens die niet onder de Speelgoedrichtlijn vallen, blijven verboden als categorie I-wapen. Dit verschil is in de praktijk vaak het kantelpunt: of u strafbaar bent, hangt af van de keurmerken en de vraag of het voorwerp als speelgoed in de zin van de richtlijn kwalificeert. Onze advocaten laten dit zo nodig door een deskundige beoordelen en betrekken de CE-documentatie bij de verdediging. ## Wat doet een strafrechtadvocaat bij een WWM-zaak? Onze advocaten bestuderen het dossier eerst op de vraag of er werkelijk sprake is van voorhanden hebben in de zin van de wet en of het voorwerp onder de juiste categorie valt. Een verkeerde categorie-indeling of een onterechte aanname van bewustzijn kan het verschil maken tussen vrijspraak en een gevangenisstraf. Wij toetsen of het wapen rechtmatig is aangetroffen en kunnen [bezwaar maken tegen inbeslagname](/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/). Zit u vast, dan vragen wij [schorsing van de voorlopige hechtenis](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/) aan. Wordt u gedagvaard, dan staan wij u bij voor de [politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/) of, bij ernstiger feiten, de [meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/). Komt het wapen voor bij een ander delict, dan houden wij rekening met de samenhang met [geweldsdelicten](/expertise/strafrecht/geweldsdelicten/). Tegen een veroordeling staat [hoger beroep](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/) open. Bij spoed zijn wij 24/7 bereikbaar en reageren wij zo snel mogelijk. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Wet wapens en munitie, art. 2 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0008804/2026-01-01) - [Wet wapens en munitie, art. 26 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=26) - [Wet wapens en munitie, art. 54 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=54) - [Wet wapens en munitie, art. 55 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=55) - [LOVS-orientatiepunten voor straftoemeting (rechtspraak.nl)](https://www.rechtspraak.nl/binaries/content/assets/lov/ove/lov-ove-orientatiepunten-en-afspraken-lovs.pdf) - [Regeling wapens en munitie, art. 3, speelgoeduitzondering (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0008800/2024-01-01) - [Wijziging Regeling wapens en munitie, speelgoed-/replicawapens, Stcrt. 2014, 18098 (officielebekendmakingen.nl)](https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2014-18098.html) --- ## Vuurwerk (uit Strafrecht) Bezit of handel in illegaal of professioneel vuurwerk is een economisch delict, waarvoor het OM al bij kleine hoeveelheden zware straffen eist. Onze advocaten analyseren uw dossier en voeren uw verdediging. Het juridische kader rond het Vuurwerkbesluit is complex en de uitleg van de feiten vraagt om expertise. ## Welke straf staat er op illegaal vuurwerk in Nederland? Voor illegaal of professioneel vuurwerk eist het Openbaar Ministerie volgens de Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten (2024R011, in werking sinds 1 december 2024) al bij kleine hoeveelheden een taakstraf, oplopend tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor zwaar illegaal vuurwerk zoals cobra's en shells liggen de eisen nog hoger. Anders dan bij veel andere strafzaken bestaat er voor vuurwerkdelicten geen LOVS-orientatiepunt van de rechtspraak. Wel is er de OM-richtlijn die de eis van de officier van justitie stuurt. De rechter is daar niet aan gebonden en bepaalt zelf de straf, mede op basis van de omstandigheden van uw zaak. Onderstaande indicaties gelden voor first offenders. | Soort vuurwerk en hoeveelheid | OM-eis (first offender) | | --- | --- | | Categorie F4, 1 tot 20 stuks | taakstraf 90 uur | | Categorie F4, 40 tot 60 stuks | taakstraf 140 uur plus 2 weken voorwaardelijk | | Categorie F4, vanaf 100 stuks | onvoorwaardelijke gevangenisstraf | | Shells, cobra's, lawinepijlen, 1 tot 7 stuks | taakstraf 60 uur | | Shells, cobra's, lawinepijlen, 20 tot 40 stuks | taakstraf 180 uur | | Shells, cobra's, lawinepijlen, vanaf 100 stuks | onvoorwaardelijke gevangenisstraf | Bron: OM-richtlijn vuurwerkdelicten 2024R011, geverifieerd juni 2026. Dit zijn indicatieve OM-eisen, geen wettelijke maxima. De strafmaat hangt af van de hoeveelheid, recidive en de aard van het vuurwerk. ## Onder welke wet vallen vuurwerkovertredingen? Vuurwerkovertredingen zijn economische delicten. De regels staan in het Vuurwerkbesluit, dat zijn grondslag vindt in de Wet milieubeheer. Overtredingen zijn strafbaar gesteld via artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer in samenhang met de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten (WED). Uw zaak wordt daarom behandeld door de economische politierechter of de economische strafkamer, niet door de gewone strafrechter. Dat kader heeft praktische gevolgen. Het verschil tussen een overtreding en een misdrijf hangt af van opzet: een opzettelijk gepleegd vuurwerk-delict is onder de WED een misdrijf met een aanzienlijk hoger strafmaximum dan een overtreding. Naast straf kan de rechter bijkomende maatregelen opleggen, zoals het intrekken van een vergunning of het stilleggen van een onderneming. Welk vuurwerk is toegestaan, volgt uit de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk. Onze advocaten toetsen of de tenlastelegging het juiste wettelijke kader hanteert en of de kwalificatie als opzettelijk misdrijf wel terecht is. ## Wat is verboden vuurwerk en welke categorieen mag een particulier afsteken? Een particulier mag alleen consumentenvuurwerk uit categorie F1 (vanaf 12 jaar) en F2 (vanaf 16 jaar) afsteken. Categorie F3 is sinds 1 december 2020 verboden voor consumenten. F3 en F4 zijn professioneel vuurwerk dat alleen met certificering en een vuurwerkpas mag worden gebruikt. Zwaar illegaal vuurwerk zoals cobra's, shells (mortierbommen), lawinepijlen, nitraten, Chinese rollen en flowerbeds valt niet onder toegestaan consumentenvuurwerk. Dit zijn doorgaans professionele of niet-gecertificeerde producten en het bezit ervan is voor particulieren strafbaar. Consumentenvuurwerk moet bovendien Nederlandse productinformatie dragen. | Eis aan consumentenvuurwerk | Inhoud | | --- | --- | | Aanduiding | de tekst "Geschikt voor particulier gebruik" | | Categorie en leeftijd | vermelding van categorie (F1 of F2) en minimale leeftijd | | Herkomst | naam en adres van de fabrikant en het identificatienummer | | Taal | alles in het Nederlands, zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar | Bron: Vuurwerkbesluit, artikel 2.1.3. Ontbreekt deze informatie, dan kan het vuurwerk als niet-toegestaan worden aangemerkt. ## Is bezit van een cobra of zwaar vuurwerk strafbaar, ook zonder het af te steken? Ja. Alleen al het voorhanden hebben van professioneel of illegaal vuurwerk zoals een cobra is strafbaar, ook als u het niet hebt afgestoken. Voor het bewijs is niet vereist dat er ontbranding heeft plaatsgevonden. Bij zwaar vuurwerk dat tot een ontploffing met gevaar leidt, komt naast het economische delict ook artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht in beeld. Dat artikel stelt het teweegbrengen van een ontploffing met gevaar zwaar strafbaar. | Gevolg van de ontploffing | Maximumstraf (art. 157 Sr) | | --- | --- | | Gevaar voor goederen | ten hoogste 12 jaar gevangenisstraf | | Levensgevaar of gevaar voor zwaar letsel voor een ander | ten hoogste 15 jaar gevangenisstraf | | Levensgevaar dat iemands dood ten gevolge heeft | levenslang of ten hoogste 30 jaar | Bron: Wetboek van Strafrecht, artikel 157. Deze gevaarzettingsdelicten staan los van de OM-richtlijn en kunnen de strafmaat fors verzwaren. Onze advocaten beoordelen of de gevaarzetting feitelijk en juridisch onderbouwd is en of een lichtere kwalificatie verdedigbaar is. ## Wat is het verschil tussen bezit en handel in illegaal vuurwerk voor de strafmaat? Bij bezit hebt u vuurwerk voorhanden voor eigen gebruik. Bij handel gaat het om kopen, verkopen, importeren of distribueren, vaak met een winst- of distributie-element. De strafeis bij handel ligt substantieel hoger dan bij bezit, en bij grote partijen of import eist het OM eerder onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De hoeveelheid wordt doorgaans bepaald op gewicht (kilogrammen, inclusief verpakking) of op aantallen bij specifieke producten. Bij twijfel kan onafhankelijk onderzoek naar de classificatie en hoeveelheid worden gevraagd. Of een zaak als bezit of als handel wordt gekwalificeerd, is vaak een verdedigbaar twistpunt dat direct doorwerkt in de eis. Komt het vuurwerk in beslag, dan kunt u via een klaagschrift opkomen tegen de inbeslagname. Meer hierover leest u bij [Bezwaar tegen inbeslagname](/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/). Loopt de zaak uit op gevaarzetting of letsel, dan raakt die aan de [Geweldsdelicten](/expertise/strafrecht/geweldsdelicten/). ## Wat doet een advocaat bij een verdenking van illegaal vuurwerk? Onze advocaten analyseren uw dossier op juridische gebreken in de vervolging. Wij toetsen of het juiste wettelijke kader is gehanteerd, of de classificatie als professioneel of illegaal vuurwerk klopt en of de hoeveelheid correct is bepaald. Het Vuurwerkbesluit is technische wetgeving waarbij de uitleg van de feiten bepalend is. Daarnaast onderzoeken wij of de doorzoeking en inbeslagname rechtmatig zijn verlopen. Procedurefouten, zoals beslag buiten de machtiging om, kunnen leiden tot bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Ter zitting bepleiten wij strafvermindering op basis van uw persoonlijke omstandigheden of, bij bewijsgebrek, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging. Wordt u door de politie gehoord, dan adviseren wij u vooraf over uw zwijgrecht. Zie [Bijstand bij politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/). Neem zo snel mogelijk contact op zodra u een dagvaarding ontvangt of wordt uitgenodigd voor verhoor. ## Bronnen - OM, Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten 2024R011 (om.nl): https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/richtlijnen-voor-strafvordering-resultaten/richtlijn-voor-strafvordering-vuurwerkdelicten-2024r011 - Vuurwerkbesluit (BWBR0013360), wetten.overheid.nl: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013360/ - Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (BWBR0027932), wetten.overheid.nl: https://wetten.overheid.nl/BWBR0027932/ - Wetboek van Strafrecht, art. 157 (BWBR0001854), wetten.overheid.nl: https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/ - Rijksoverheid, Verboden en toegestaan vuurwerk: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vuurwerk/verboden-vuurwerk-vanaf-2020 --- ## Contact- en straatverbod (uit Strafrecht) Een contact- of straatverbod legt vast dat iemand geen contact met u mag opnemen of niet in een bepaald gebied mag komen. Zo'n verbod kan op drie manieren tot stand komen, elk met een eigen route en een eigen rechter. De civiele rechter legt op verzoek van een slachtoffer een verbod op in kort geding. De burgemeester kan los daarvan een tijdelijk huisverbod opleggen bij dreigend huiselijk geweld. En de strafrechter kan een contactverbod opleggen als voorwaarde bij een straf. Of u nu een verbod wilt aanvragen, of u zich juist wilt verweren tegen een verbod dat tegen u wordt gevorderd of al is opgelegd: het luistert nauw en het gaat vaak snel. FTW Advocaten staat beide kanten bij en zorgt dat uw verhaal op tijd en volledig op tafel komt. Recht is mensenwerk. ## Wat is een contact- of straatverbod? Een contactverbod verbiedt iemand om op welke manier dan ook contact met u op te nemen: niet bellen, niet appen, niet mailen, niet via via. Een straatverbod (ook wel gebiedsverbod) verbiedt iemand om binnen een bepaald gebied te komen, bijvoorbeeld de straat rond uw woning of werk. De twee worden vaak gecombineerd. Belangrijk om te weten: zo'n verbod kan op drie heel verschillende manieren ontstaan, met steeds een andere instantie die beslist. | Route | Wie beslist | Wanneer | |---|---|---| | Civiel kort geding | de rechter | op verzoek van het slachtoffer | | Tijdelijk huisverbod | de burgemeester | bij dreigend huiselijk geweld (bestuursrecht) | | Strafrechtelijk contactverbod | de strafrechter | als onderdeel van een straf | Hieronder leggen we elke route uit, en wat u kunt doen, of u nu degene bent die bescherming zoekt, of degene tegen wie een verbod wordt gevraagd. ## Wat staat u te wachten bij het aanvragen (civiel kort geding)? Wordt u stelselmatig lastiggevallen, bedreigd of achtervolgd, dan kunt u via een kort geding een contact- of straatverbod laten opleggen. De juridische grondslag is de onrechtmatige daad uit artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Aanhoudend ongewenst contact, stalking of bedreiging kan een inbreuk vormen op uw persoonlijke levenssfeer en in strijd zijn met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dat is onrechtmatig, en daar kan de rechter een einde aan maken. Wat de rechter weegt: - Is er sprake van stelselmatig en onrechtmatig handelen? Een eenmalig incident is meestal niet genoeg; het gaat om een patroon. - Proportionaliteit en subsidiariteit. Een verbod beperkt de bewegingsvrijheid van de ander, een grondrecht. De maatregel moet in verhouding staan en er mag geen lichter middel zijn dat ook werkt. - Reikwijdte en duur. De rechter bepaalt hoe groot het verboden gebied is en hoe lang het verbod geldt. Om het verbod kracht bij te zetten, vragen we doorgaans een dwangsom: bij elke overtreding is de ander een geldbedrag verschuldigd. In ernstige gevallen kan de rechter ook lijfsdwang toewijzen als drukmiddel. Wij zorgen voor een goed onderbouwd dossier met bewijs van het patroon, zodat de rechter het verbod kan toewijzen. ## Verweer voeren tegen een gevorderd verbod Wordt er in kort geding een contact- of straatverbod tegen u gevorderd, dan bent u de gedaagde. De zitting laat vaak niet lang op zich wachten: een kort geding is een spoedprocedure en de zitting wordt doorgaans op korte termijn ingepland. U heeft dus weinig tijd om u voor te bereiden, en juist daarom is snel juridisch advies belangrijk. Goed verweer kan langs meerdere lijnen lopen: - Betwisten dat er sprake is van stelselmatig en onrechtmatig handelen. Klopt het geschetste beeld wel? Was het contact wederzijds, incidenteel of zakelijk noodzakelijk? - Proportionaliteit en subsidiariteit aanvechten. Is een verbod echt nodig, of zijn er afspraken mogelijk die minder ingrijpen in uw leven? - De reikwijdte of duur bestrijden. Een te ruim omschreven gebied of een te lange looptijd kan door de rechter worden afgewezen of beperkt. Als u bijvoorbeeld in het verboden gebied woont of werkt, moet daar rekening mee worden gehouden. - Tegenbewijs en getuigen aandragen die uw lezing ondersteunen. De rechter zal een te ruim of te lang verbod niet zomaar toewijzen. Een scherpe, feitelijke onderbouwing van uw kant kan het verschil maken tussen een afwijzing, een beperkt verbod of een volledig verbod. ### Een toewijzend kort geding-vonnis aanvechten: hoger beroep Is het verbod al toegewezen, dan kunt u in hoger beroep bij het gerechtshof. Let op: een kort geding-vonnis is meestal uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het verbod blijft gelden zolang het hoger beroep loopt, tenzij het hof anders beslist. In spoedeisende gevallen kan een spoedappel uitkomst bieden. Wij beoordelen of hoger beroep kans van slagen heeft en welke route het snelst tot een goede uitkomst leidt. ## Het tijdelijk huisverbod van de burgemeester Het tijdelijk huisverbod staat helemaal los van het civiele kort geding. Het is geen beslissing van een rechter, maar van de burgemeester, op grond van de Wet tijdelijk huisverbod. Dit is bestuursrecht. Hoe het werkt: - De burgemeester kan een huisverbod opleggen aan een meerderjarige als diens aanwezigheid in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van huisgenoten, of bij een ernstig vermoeden daarvan (artikel 2 Wet tijdelijk huisverbod). Het gaat om situaties van dreigend huiselijk geweld. De burgemeester kan deze bevoegdheid in mandaat laten uitoefenen door een hulpofficier van justitie. - Het verbod geldt in beginsel voor tien dagen. In die periode mag de uithuisgeplaatste de woning niet in en geen contact opnemen met de huisgenoten. - De burgemeester kan het huisverbod verlengen tot ten hoogste vier weken (28 dagen) als de dreiging voortduurt (artikel 9 Wet tijdelijk huisverbod). ### Een huisverbod aanvechten bij de bestuursrechter Omdat het huisverbod een bestuursrechtelijk besluit is, loopt het aanvechten via de bestuursrechter, niet via de civiele rechter. De uithuisgeplaatste kan beroep instellen bij de rechtbank. De beroepstermijn is in beginsel zes weken na bekendmaking van het besluit. Omdat een huisverbod kort duurt en diep ingrijpt, is snelheid hier alles. U kunt de voorzieningenrechter vragen om een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), bijvoorbeeld om het huisverbod te schorsen. In huisverbodzaken behandelt de voorzieningenrechter het verzoek vaak meteen, zodat er snel een uitspraak komt. Wij kunnen meteen na het opleggen van het huisverbod in actie komen. ## Het strafrechtelijk contactverbod Tot slot kan een contact- of gebiedsverbod ook in het strafrecht opduiken. De strafrechter kan zo'n verbod opleggen: - Als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf (artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht). De veroordeelde mag dan bijvoorbeeld geen contact opnemen met het slachtoffer of niet in een bepaald gebied komen, op straffe van alsnog uitzitten van de straf. - Als zelfstandige vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht), ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. Deze maatregel kan voor ten hoogste vijf jaar worden opgelegd. Dit speelt in een strafzaak, met de officier van justitie en de strafrechter. Het staat los van het civiele verbod en het bestuursrechtelijke huisverbod, al kunnen ze in dezelfde situatie naast elkaar voorkomen. ## Uw rechten: de drie routes naast elkaar Welke rechten u heeft, hangt af van de route waarlangs een verbod speelt. Het is goed om die uit elkaar te houden: - Civiel kort geding: de rechter beslist, op verzoek van het slachtoffer, op grond van de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Bent u gedaagde, dan heeft u recht om verweer te voeren ter zitting. Aanvechten van een toewijzing kan via hoger beroep bij het gerechtshof. - Tijdelijk huisverbod: de burgemeester beslist, bij dreigend huiselijk geweld, voor tien dagen en verlengbaar tot 28 dagen. Aanvechten kan via beroep bij de bestuursrechter en een voorlopige voorziening. - Strafrechtelijk contactverbod: de strafrechter beslist, in een strafzaak, als bijzondere voorwaarde (artikel 14c Sr) of als maatregel (artikel 38v Sr). U heeft daarin de gewone rechten van een verdachte, waaronder rechtsbijstand. ## Wanneer contact opnemen? Of u nu bescherming zoekt of zich verweert: bij deze procedures telt elke dag. Een kort geding wordt op korte termijn ingepland, een huisverbod duurt maar tien dagen en een bestuursrechtelijke beroepstermijn loopt door. Wij kennen alle drie de routes, weten dat ze elk hun eigen tempo en eigen rechter hebben, en komen snel in actie. Wilt u meer achtergrond, kijk dan bij de [Rijksoverheid over het tijdelijk huisverbod](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/huisverbod-en-straf) of bij [Rechtspraak.nl over de bestuursrechtelijke beroepsprocedure](https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/rechtsgebieden/bestuursrecht/procedures/beroepsprocedure). Neem op tijd contact met ons op, dan zorgen wij dat uw verhaal volledig en op tijd op tafel komt. ## Bronnen - Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 6:162 (onrechtmatige daad), wetten.overheid.nl - Wet tijdelijk huisverbod, artikel 2 (burgemeester en tien dagen) en artikel 9 (verlenging tot vier weken), wetten.overheid.nl - Wet tijdelijk huisverbod, informatie over inwerkingtreding (1 januari 2009), wetten.overheid.nl - Wetboek van Strafrecht, artikel 14c (bijzondere voorwaarden) en artikel 38v (vrijheidsbeperkende maatregel, ten hoogste vijf jaar), wetten.overheid.nl - Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 (voorlopige voorziening), wetten.overheid.nl - Tijdelijk huisverbod en straf bij huiselijk geweld, rijksoverheid.nl - Beroepsprocedure bestuursrecht (beroepstermijn zes weken, voorlopige voorziening), rechtspraak.nl --- ## Hoger beroep in strafzaken (uit Strafrecht) Hoger beroep in een strafzaak stelt u binnen veertien dagen na de einduitspraak in bij het gerechtshof. Het hof beoordeelt uw zaak opnieuw en kan de straf verlagen, handhaven, verhogen of u alsnog vrijspreken. Onze advocaten stellen het beroep tijdig in, dienen een appelschriftuur in en staan u bij op de zitting. ## Wat is de termijn om hoger beroep in te stellen in een strafzaak? De termijn is veertien dagen na de einduitspraak van de rechtbank. Binnen die periode moeten u of het Openbaar Ministerie het hoger beroep instellen, anders wordt het vonnis onherroepelijk en staat de uitspraak definitief vast. De termijn is fataal, dus elke dag telt. Wanneer die veertien dagen precies beginnen te lopen, hangt af van uw aanwezigheid bij de zaak: | Situatie | Start van de termijn | | --- | --- | | Dagvaarding in persoon betekend, of u was op de zitting, of u was anderszins op de hoogte van de zittingsdatum | De dag na de einduitspraak (art. 408 lid 1 Sv) | | U was niet aanwezig en dat bleek ook niet | Pas vanaf het moment dat blijkt dat het vonnis u bekend is, meestal na betekening (art. 408 lid 2 Sv) | Omdat de termijn kort is en het startmoment per zaak verschilt, is het verstandig direct na ontvangst van het vonnis contact met ons op te nemen. Onze advocaten beoordelen wanneer de termijn loopt en stellen het beroep zo nodig zekerheidshalve tijdig in. ## Bij welk gerecht loopt hoger beroep en wat is het verschil met cassatie? Hoger beroep in een strafzaak loopt bij het gerechtshof. Na het instellen zendt de griffier van de rechtbank de processtukken zo spoedig mogelijk door aan de griffier van het gerechtshof (art. 409 Sv). Het hof beoordeelt de zaak opnieuw en houdt altijd een zitting. Een strafzaak kan in hoger beroep niet zonder zitting worden afgedaan. Het is belangrijk om hoger beroep te onderscheiden van cassatie. Beide zijn rechtsmiddelen, maar zij dienen een ander doel: | | Hoger beroep | Cassatie | | --- | --- | --- | | Instantie | Gerechtshof | Hoge Raad | | Wat wordt beoordeeld | De feiten en het recht, een volledige herbeoordeling | Alleen of het recht juist is toegepast en de uitspraak voldoende is gemotiveerd | | Nieuwe getuigen of bewijs | Mogelijk | Niet, de Hoge Raad stelt geen feiten meer vast | Na het arrest van het gerechtshof staat dus alleen nog cassatie bij de Hoge Raad open. De Hoge Raad gaat niet opnieuw over de schuldvraag, maar toetst de juridische houdbaarheid van de uitspraak. ## Kan de straf in hoger beroep hoger uitvallen dan bij de rechtbank? Ja, dat kan. In het strafrecht geldt geen algemeen verbod op reformatio in peius. Dat betekent dat u door uw eigen hoger beroep slechter af kunt zijn dan voor de rechtbank. Het gerechtshof beoordeelt de zaak volledig opnieuw en kan de straf verlagen, handhaven of verhogen, of u alsnog vrijspreken. Niet voor niets wordt gezegd dat appelleren ook riskeren is. De mogelijke uitkomsten zijn: - **Lagere straf**, bijvoorbeeld een kortere gevangenisstraf of een taakstraf in plaats van celstraf. - **Gelijke straf**, als het hof het vonnis van de rechtbank in stand laat. - **Hogere straf**, want het hof is niet gebonden aan de strafmaat van de rechtbank. - **Vrijspraak**, als het hof het bewijs onvoldoende acht. Daarom wegen onze advocaten vooraf met u af of de kans op verbetering opweegt tegen het risico van een zwaardere uitkomst. Die afweging maken wij per zaak, op basis van het dossier en de bewijspositie. ## Kan het Openbaar Ministerie hoger beroep instellen tegen een vrijspraak? Ja. Zowel de veroordeelde als de officier van justitie kan hoger beroep instellen tegen een uitspraak. Het Openbaar Ministerie kan ook appelleren tegen een vrijspraak. U als verdachte kunt dat niet, omdat een vrijspraak het beoogde resultaat al is en u daarbij geen belang heeft. In de praktijk betekent dit dat een vrijspraak bij de rechtbank nog geen eindpunt hoeft te zijn. Stelt het OM beroep in, dan wordt de zaak opnieuw beoordeeld door het gerechtshof en bestaat opnieuw het risico op een veroordeling. Andersom kan het OM ook in beroep tegen een lagere strafmaat dan het eiste. Onze advocaten staan u in beide situaties bij. Verdedigen wij u tegen een hoger beroep van het OM, dan richten wij ons op het behoud van de gunstige uitspraak en op weerlegging van de grieven van de officier. Wij houden u bovendien op de hoogte van de termijnen, zodat u weet wanneer een vrijspraak echt definitief is geworden. ## Wat houdt het voortbouwend appel in en waarom is de appelschriftuur belangrijk? Het uitgangspunt is het voortbouwend appel: het hof bouwt voort op het vonnis in eerste aanleg en concentreert zich op de bestreden punten. Dit is sinds de Wet stroomlijnen hoger beroep (in werking 2007) de hoofdregel. De zaak wordt niet volledig opnieuw uitgeprocedeerd, maar toegespitst op de bezwaren die u of het OM aandragen. Daarbij speelt de appelschriftuur, in het strafrecht de schriftuur houdende grieven, een centrale rol: | Partij | Schriftuur | Termijn | | --- | --- | --- | | Openbaar Ministerie | Verplicht | Binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep (art. 410 lid 1 Sv) | | Verdachte | Niet verplicht, wel mogelijk | Binnen veertien dagen, met opgave van te horen getuigen en deskundigen (art. 410 lid 3 Sv) | Dient u geen schriftuur in en geeft u ter zitting ook geen bezwaren op, dan kan het hof het hoger beroep zonder onderzoek niet-ontvankelijk verklaren (art. 416 lid 2 Sv). Een goed onderbouwde appelschriftuur is daarom van groot belang. Onze advocaten stellen die op en bepalen samen met u welke onderdelen van het vonnis worden aangevochten. ## Kan ik nieuwe getuigen of bewijs aandragen in hoger beroep? Ja. In hoger beroep mogen nieuwe getuigen worden opgeroepen en nieuwe stukken worden overgelegd (art. 414 Sv). Welk criterium het hof bij een getuigenverzoek toepast, hangt ervan af of u de getuige tijdig bij appelschriftuur heeft opgegeven: - **Tijdig bij schriftuur opgegeven**: het hof beoordeelt het verzoek in beginsel naar het verdedigingsbelang, een soepeler maatstaf. - **Niet bij schriftuur opgegeven**: het hof kan oproeping weigeren als horen ter zitting niet noodzakelijk is, het noodzaakscriterium (art. 418 lid 3 Sv). Hoe u en wanneer u een getuige opgeeft, maakt dus verschil voor de kans dat het verzoek wordt toegewezen. De afweging die het hof daarbij maakt, is in de rechtspraak verder ingekleurd, maar de wettelijke hoofdregel is het onderscheid tussen verdedigingsbelang en noodzaakscriterium. Onze advocaten bepalen vroeg in de procedure welke getuigen relevant zijn en zorgen dat verzoeken tijdig en gemotiveerd in de schriftuur staan, zodat de gunstigste maatstaf van toepassing is. ## Wanneer geldt het verlofstelsel? Het verlofstelsel geldt alleen in een beperkte categorie lichte zaken. Op grond van art. 410a Sv beslist de voorzitter van het gerechtshof of inhoudelijke behandeling nodig is in het belang van een goede rechtsbedeling. Het stelsel geldt uitsluitend als aan beide voorwaarden tegelijk is voldaan: 1. Het hoger beroep betreft een feit met een strafmaximum van **ten hoogste vier jaar** gevangenisstraf, en 2. er is **geen andere straf of maatregel** opgelegd dan een geldboete van in totaal **maximaal 500 euro**. Een vonnis met enkel een lage boete valt dus niet automatisch onder het verlofstelsel. Is bijvoorbeeld ook een rijontzegging of taakstraf opgelegd, of staat op het feit meer dan vier jaar cel, dan geldt het stelsel niet en wordt het beroep gewoon inhoudelijk behandeld. Wordt het verlof geweigerd, dan staat het vonnis vast. Onze advocaten beoordelen of het verlofstelsel speelt en onderbouwen waarom een inhoudelijke behandeling in uw belang is. ## Kan ik een ingesteld hoger beroep nog intrekken? Ja, maar alleen tot het moment waarop de behandeling van het beroep ter zitting begint. Tot de aanvang van de behandeling kan het hoger beroep worden ingetrokken (art. 453 lid 1 Sv). De intrekking gebeurt door een verklaring op de griffie (art. 454 Sv). Zodra de behandeling is begonnen, is intrekken niet meer mogelijk. Intrekken kan zinvol zijn als bij nader inzien blijkt dat het beroep meer risico dan kans oplevert, bijvoorbeeld wanneer het hof de straf zou kunnen verhogen. Omdat in het strafrecht geen algemeen verbod op een zwaardere uitkomst geldt, is dit een reële afweging. Onze advocaten houden tijdens de voorbereiding steeds in de gaten of doorzetten verstandig is en adviseren u tijdig als intrekken de betere keuze lijkt. Goed om te weten: in het strafrecht hoeft u als verdachte geen griffierecht te betalen om hoger beroep in te stellen. Anders dan in civiele en bestuursrechtelijke zaken is het instellen van strafrechtelijk hoger beroep griffierechtvrij. ## Wat doen onze advocaten in uw hoger beroep? Onze advocaten stellen het hoger beroep binnen de termijn van veertien dagen in en bewaken vanaf dat moment elke processtap. Wij analyseren het vonnis van de rechtbank en het volledige dossier, en bepalen samen met u welke onderdelen worden aangevochten. Concreet betekent dat: - Het tijdig instellen van het beroep bij de juiste griffie. - Het opstellen van een onderbouwde appelschriftuur met de grieven en eventuele getuigenverzoeken. - Het voorbereiden van de zitting en het bepalen van de verdedigingsstrategie. - Het voeren van het woord op de zitting van het gerechtshof. Hoger beroep volgt vaak op een eerdere zitting, bijvoorbeeld bij de [Dagvaarding politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/) of de [Dagvaarding meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/). Ook na een [Oproep OM-zitting](/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/) of bij een [Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf](/expertise/strafrecht/tul-voorwaardelijke-straf/) kan een vervolgstap aan de orde zijn. Neem zo snel mogelijk contact op na ontvangst van uw vonnis, zodat wij de termijn veiligstellen en de kansen van uw zaak met u bespreken. ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering, art. 408 (termijn hoger beroep), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2025-01-01/0/BoekDerde/HoofdstukA/TiteldeelII) - [Wetboek van Strafvordering, art. 409, 410, 410a, 414, 416 en 418, wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2025-01-01/0/BoekDerde/HoofdstukA/TiteldeelII) - [Wetboek van Strafvordering, art. 453 en 454 (intrekken), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2025-01-01/0/BoekDerde/HoofdstukA/TiteldeelVI) - [Hoger beroep in een strafzaak, rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl/naar-de-rechter/hoger-beroep/strafzaak) - [Hoger beroep, Openbaar Ministerie](https://www.om.nl/onderwerpen/slachtofferrechten/hoger-beroep) - [Stroomlijnen hoger beroep (30.320), Eerste Kamer](https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/30320_stroomlijnen_hoger_beroep) - [Wat is griffierecht, Rijksoverheid](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rechtspraak-en-geschiloplossing/vraag-en-antwoord/wat-is-griffierecht-en-hoeveel-griffierecht-moet-ik-betalen) --- ## Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (uit Strafrecht) Een vordering tenuitvoerlegging (TUL) betekent dat het OM de rechter vraagt om uw voorwaardelijke straf alsnog uit te voeren, omdat u een voorwaarde zou hebben geschonden. Sinds de Wet USB (2020) staat dit in art. 6:6:21 Sv. De rechter beslist en kan de vordering ook afwijzen, omzetten in een taakstraf of de proeftijd verlengen. Onze advocaten onderzoeken de beschuldiging en voeren verweer op de zitting. ## Wat is een vordering tenuitvoerlegging (TUL) van een voorwaardelijke straf? Een vordering tenuitvoerlegging (TUL) is het verzoek van de officier van justitie aan de rechter om een eerder voorwaardelijk opgelegde straf alsnog uit te voeren. De grondslag staat sinds de Wet USB (in werking per 1 januari 2020) in Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering, in art. 6:6:21 Sv, en niet meer in het oude art. 14g Sr. De achtergrond is simpel. Bij een voorwaardelijke straf hoeft u de straf niet te ondergaan, zolang u zich tijdens de proeftijd aan de voorwaarden houdt. Schendt u een voorwaarde, dan kan het Openbaar Ministerie de rechter vragen om de straf alsnog ten uitvoer te leggen. Dat kan gaan om een voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf of geldboete. De rechter beslist zelfstandig of tenuitvoerlegging gerechtvaardigd en proportioneel is. Niet elke overtreding leidt automatisch tot tenuitvoerlegging. ## Wanneer kan het OM de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf vorderen? Het OM kan een vordering TUL indienen wanneer u een voorwaarde niet naleeft en met een waarschuwing niet kan worden volstaan. Dit waarschuwingscriterium staat in art. 6:6:21 Sv en is belangrijk: een lichte of eerste overtreding leidt niet zonder meer tot een vordering. De officier van justitie maakt dus een afweging. Pas als hij oordeelt dat een waarschuwing onvoldoende is, gaat de zaak naar de rechter. Daarnaast geldt dat een vordering wegens een nieuw strafbaar feit alleen kan slagen als dat feit ook bewezen wordt verklaard. Wordt u voor het nieuwe feit vrijgesproken, dan ontvalt de grondslag aan de TUL wegens overtreding van de algemene voorwaarde. Dit geeft op de zitting ruimte voor verweer. Onze advocaten toetsen of het OM het waarschuwingscriterium heeft gerespecteerd, of de gestelde schending feitelijk klopt en of tenuitvoerlegging in verhouding staat tot wat er is gebeurd. ## Wat is het verschil tussen overtreding van de algemene en de bijzondere voorwaarde? Bij een voorwaardelijke straf geldt altijd de algemene voorwaarde, en daarnaast kan de rechter bijzondere voorwaarden stellen (art. 14c Sr). Het onderscheid bepaalt de hele procedure, inclusief de vraag of hoger beroep openstaat. | Soort voorwaarde | Wat houdt het in | Wettelijke basis | | --- | --- | --- | | Algemene voorwaarde | U maakt zich tijdens de proeftijd niet schuldig aan een nieuw strafbaar feit | art. 14c Sr | | Bijzondere voorwaarden | Bijvoorbeeld reclasseringstoezicht, meldplicht, behandeling, opname in een zorginstelling, contact- of locatieverbod, drugs- of alcoholverbod met controle, of schadevergoeding | art. 14c Sr | De proeftijd is in beginsel ten hoogste drie jaar (art. 14b Sr). Bij ernstig recidiverisico gericht tegen of gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam kan de proeftijd oplopen tot ten hoogste tien jaar. Wordt u tijdens een lopende proeftijd verdacht van een nieuw feit, kijk dan ook naar onze pagina over de [dagvaarding politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/) of de [meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/), want de TUL wordt vaak samen met die nieuwe zaak behandeld. ## Welke beslissingen kan de rechter nemen op een vordering tenuitvoerlegging? De rechter is niet verplicht de vordering toe te wijzen en heeft meerdere opties. Hij kan de vordering geheel of gedeeltelijk toewijzen, afwijzen, of een minder ingrijpend alternatief kiezen. De bevoegdheden volgen uit art. 6:6:21 Sv en art. 14b Sr. | Beslissing | Toelichting | | --- | --- | | Vordering afwijzen | De voorwaardelijke straf blijft voorwaardelijk; er wordt niets ten uitvoer gelegd | | Gehele tenuitvoerlegging | De volledige voorwaardelijke straf wordt alsnog uitgevoerd | | Gedeeltelijke tenuitvoerlegging | Slechts een deel van de straf wordt ten uitvoer gelegd | | Omzetting in een taakstraf | In plaats van een vrijheidsstraf gelast de rechter een taakstraf, met aftrek van reeds ondergane vrijheidsbeneming | | Verlenging van de proeftijd | De proeftijd loopt langer door; de voorwaarden blijven gelden | | Wijziging van de voorwaarden | De voorwaarden worden aangepast in plaats van de straf uit te voeren | Vooral de omzetting naar een taakstraf is een waardevol alternatief dat in veel zaken onderbelicht blijft. Onze advocaten betogen waar mogelijk dat een mildere uitkomst, zoals omzetting of verlenging van de proeftijd, recht doet aan uw situatie. Wilt u meer weten over omzetting van straffen, lees dan onze pagina over [bezwaar tegen omzetting taakstraf](/expertise/strafrecht/omzetting-taakstraf/). ## Kan ik in hoger beroep tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging? Dat hangt af van het soort voorwaarde dat is overtreden. Tegen een TUL wegens overtreding van de algemene voorwaarde (een nieuw strafbaar feit) blijft hoger beroep mogelijk; tegen een TUL wegens een bijzondere voorwaarde staat geen zelfstandig hoger beroep open. De Hoge Raad heeft dit op 6 maart 2020 bevestigd (ECLI:NL:HR:2020:389). Hoewel de Wet USB geen aparte beroepsbepaling meer kent, blijft hoger beroep mogelijk omdat de TUL-beslissing bij een nieuw strafbaar feit onderdeel is van het vonnis in de nieuwe strafzaak. De TUL volgt dan de hoofdzaak: u stelt hoger beroep in tegen het veroordelende vonnis, en de beslissing op de vordering reist mee. | Grondslag van de TUL | Hoger beroep | | --- | --- | | Algemene voorwaarde (nieuw strafbaar feit) | Ja, via hoger beroep tegen het vonnis in de nieuwe zaak | | Bijzondere voorwaarde | Nee, de beslissing is definitief | Overweegt u beroep, dan zijn de termijnen kort. Lees hoe dit werkt op onze pagina over [hoger beroep in strafzaken](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). ## Wat zijn kansrijke verweren tegen een vordering tenuitvoerlegging? Er zijn meerdere verweerlijnen mogelijk, afhankelijk van de feiten. De rechter weegt persoonlijke omstandigheden en de aard van de overtreding mee, en kan ook voor een mildere uitkomst kiezen. - Het waarschuwingscriterium: had het OM eerst met een waarschuwing kunnen volstaan? - Geen schending: de gestelde overtreding is feitelijk niet juist vastgesteld. - Overmacht: bijvoorbeeld ziekte die het volgen van een behandeling onmogelijk maakte, onderbouwd met een medische verklaring. - Fouten bij de reclassering: gemiste afspraken of miscommunicatie die u niet zijn aan te rekenen. - Proportionaliteit: een mildere uitkomst, zoals omzetting in een taakstraf, gedeeltelijke tenuitvoerlegging of verlenging van de proeftijd, doet meer recht aan de situatie. - Bij de algemene voorwaarde: het nieuwe feit is niet bewezen, waardoor de grondslag wegvalt. Onze advocaten onderbouwen deze verweren professioneel en bespreken vooraf met u welke strategie het meest kansrijk is. Neem zo snel mogelijk contact op zodra u een vordering ontvangt, zodat wij ruim de tijd hebben om uw verdediging voor te bereiden. ## Bronnen - [Artikel 6:6:21 Sv, Wetboek van Strafvordering Boek 6 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2024-01-01/0/Boek6/Hoofdstuk6/TiteldeelDerde/Artikel6:6:21/afdrukken) - [Artikel 14b Sr, proeftijd (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01/0/BoekEerste/TiteldeelII/Artikel14b/afdrukken) - [Artikel 14c Sr, algemene en bijzondere voorwaarden (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01/0/BoekEerste/TiteldeelII/Artikel14c/afdrukken) - [Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:389 (rechtspraak.nl)](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2020:389) - [Raad voor Rechtsbijstand, Hoofdstuk 4 Bereik strafzaken (rvr.org)](https://www.rvr.org/kenniswijzer/zoeken-kenniswijzer/bereik-hoofdstukken/hoofdstuk-4-bereik-straf/) --- ## Bezwaar tegen omzetting taakstraf (uit Strafrecht) Het Openbaar Ministerie zet uw niet-voltooide taakstraf om in vervangende hechtenis. U kunt daartegen binnen veertien dagen na de kennisgeving bezwaar maken bij de rechter die in eerste aanleg over uw strafzaak oordeelde. Onze advocaten dienen tijdig bezwaar in en vragen het CJIB om opschorting. Bijstand in deze procedure is voor u kosteloos. ## Wat betekent omzetting van een taakstraf in vervangende hechtenis? Omzetting van een taakstraf in vervangende hechtenis betekent dat u uw werkstraf niet (volledig) heeft uitgevoerd en daarvoor alsnog de cel in moet. Het Openbaar Ministerie beoordeelt of u de taakstraf naar behoren heeft verricht en beslist, als dat niet zo is, tot omzetting in vervangende hechtenis. De wettelijke grondslag daarvoor staat sinds 1 januari 2020 in Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering, in artikel 6:3:3 Sv. Het oude artikel 22g Wetboek van Strafrecht is per die datum vervallen door de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB). De rechter legde in 2022 ongeveer 16.440 taakstraffen op voor misdrijven, en in 2021 circa 15.925 (CBS). De meeste veroordeelden ronden hun werkstraf correct af. Gebeurt dat niet, dan kan het Openbaar Ministerie het resterende deel omzetten. Sinds de Wet USB ligt de eindverantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging bij de Minister van Justitie en Veiligheid, uitgevoerd via het CJIB en het daar ondergebrachte AICE. Het Openbaar Ministerie beoordeelt nog wel of de taakstraf naar behoren is verricht en stelt bij omzetting het aantal dagen vast. ## Hoeveel dagen vervangende hechtenis krijg ik per niet-verrichte uren taakstraf? Voor elke twee uren taakstraf die u niet heeft verricht, wordt ten hoogste een dag vervangende hechtenis opgelegd. De vervangende hechtenis bedraagt minimaal een dag en maximaal vier maanden. Dit volgt uit artikel 22d Sr, dat ook na de Wet USB geldend recht is. Heeft u de taakstraf gedeeltelijk uitgevoerd, dan wordt de vervangende hechtenis naar evenredigheid verminderd. Omdat twee niet-verrichte uren tot ten hoogste een dag hechtenis leiden, kunt u de maximale vervangende hechtenis eenvoudig uitrekenen: | Niet-verrichte uren taakstraf | Max. vervangende hechtenis | | --- | --- | | 60 uur | 30 dagen | | 80 uur | 40 dagen | | 100 uur | 50 dagen | | 120 uur | 60 dagen | Een rekenvoorbeeld maakt het concreet. Bij een taakstraf van 100 uur die volledig wordt omgezet, komt u uit op maximaal 50 dagen vervangende hechtenis. Heeft u al 40 uur verricht, dan resteert nog 60 uur en daarmee maximaal 30 dagen. Het loont dus om aan te tonen welk deel van de werkstraf u wel heeft afgerond, want elk verricht blok van twee uur scheelt een dag celstraf. Onze advocaten controleren deze omrekening nauwkeurig, omdat een foutieve berekening direct gevolgen heeft voor de duur van uw detentie. ## Binnen welke termijn moet ik bezwaar maken tegen de omzetting? U kunt binnen veertien dagen na de betekening van de kennisgeving een bezwaarschrift indienen. Dat recht staat in artikel 6:6:23 Sv. Deze termijn is kort en hard: wie de termijn mist, wordt meestal niet-ontvankelijk verklaard en kan de inhoud van de zaak niet meer laten beoordelen. Het is daarom belangrijk om direct te handelen zodra u de kennisgeving van het Openbaar Ministerie ontvangt. In de kennisgeving staat dat uw taakstraf is omgezet en hoeveel dagen vervangende hechtenis u nog moet ondergaan. Vanaf de datum van betekening loopt de termijn van veertien dagen. Wacht niet tot het laatste moment, want een gedegen bezwaarschrift vraagt voorbereiding: medische stukken, bewijs van verrichte uren of documentatie over de begeleiding door de reclassering moeten worden verzameld en juridisch onderbouwd. Onze advocaten zorgen dat het bezwaarschrift binnen de termijn en met de juiste gronden bij de rechter ligt. ## Bij welke rechter dien ik het bezwaarschrift in en wat kan de rechter beslissen? Het bezwaarschrift dient u in bij de rechter die in eerste aanleg over uw strafzaak oordeelde, ook als de taakstraf in hoger beroep is opgelegd. Die rechter kan de beslissing van het Openbaar Ministerie wijzigen. Verklaart de rechter het bezwaar gegrond, dan bepaalt hij op grond van artikel 6:6:23 Sv het aantal nog te verrichten uren taakstraf en de termijn waarbinnen u die moet afronden. Zo krijgt u alsnog de kans uw werkstraf uit te voeren in plaats van de cel in te gaan. De rechter weegt onder meer of u verwijtbaar in gebreke bent gebleven of dat er sprake was van overmacht, bijvoorbeeld bij ziekte of een gebrekkige begeleiding. Een goed onderbouwd bezwaar met medische verklaringen of bewijs van procedurele fouten vergroot de kans op een nieuwe termijn. Voldoet de zaak daar niet aan, dan kan de vervangende hechtenis in stand blijven. Loopt er ook een [vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf](/expertise/strafrecht/tul-voorwaardelijke-straf/) of een [hoger beroep in uw strafzaak](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/), dan stemmen wij de verschillende procedures op elkaar af. ## Heeft een bezwaar opschortende werking en kan ik opschorting vragen bij het CJIB? Nee, een bezwaar tegen de omzetting heeft geen opschortende werking. Dat betekent dat de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in beginsel gewoon doorgaat terwijl uw bezwaar nog bij de rechter ligt. U kunt in beginsel worden aangehouden om de hechtenis te ondergaan, ook al is de bezwaarprocedure nog niet afgerond. Snel handelen is daarom essentieel. Om te voorkomen dat u de cel in moet voordat de rechter heeft beslist, kunt u bij het CJIB en het AICE opschorting van de tenuitvoerlegging vragen. Onze advocaten doorlopen daarvoor de volgende stappen: 1. Een gemotiveerd verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging indienen bij het CJIB en het AICE. 2. Dat verzoek stevig onderbouwen, want het aanhouden van de tenuitvoerlegging is geen automatisme. 3. Het opschortingsverzoek gelijktijdig met het bezwaar indienen, zodat u tijd en ruimte krijgt om uw zaak te verdedigen. Bent u inmiddels aangehouden of zit u vast, dan kijken wij ook naar de mogelijkheden rond [voorarrest en schorsing](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/). ## Is een advocaat bij de bezwaarprocedure tegen omzetting van een taakstraf gratis? Ja. Voor bijstand van een advocaat in de procedure tegen omzetting van uw taakstraf in vervangende hechtenis betaalt u niets. De bijstand verloopt via een (ambtshalve) toevoeging zonder eigen bijdrage, zodat u zonder financiële drempel verweer kunt voeren. Een advocaat is in dit type zaken zeer sterk aan te raden. De termijn van veertien dagen is kort, het bezwaar heeft geen opschortende werking en de gronden moeten juridisch worden onderbouwd. Onze advocaten kennen de executiefase van Boek 6 Sv, weten welke medische, sociale en procedurele argumenten bij de rechter gewicht in de schaal leggen en vragen direct opschorting aan bij het CJIB. Bent u in een eerder stadium opgeroepen voor verhoor, dan helpen wij ook met [bijstand bij het politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/). Neem zo snel mogelijk contact met ons op zodra u de kennisgeving van omzetting ontvangt, want elke dag telt. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Wetboek van Strafrecht, artikel 22d (omrekening uren naar dagen vervangende hechtenis), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=22d) - [Wetboek van Strafvordering, Boek 6 (tenuitvoerlegging, art. 6:3:3 en 6:6:23), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0039301) - [Openbaar Ministerie, Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging (2020A007)](https://www.om.nl/onderwerpen/b/beleidsregels/aanwijzingen/executie/aanwijzing-kader-voor-tenuitvoerlegging-2020a007) - [CBS, Vervolging en berechting misdrijven; persoonsgegevens (tabel 83944NED)](https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83944NED) --- ## Bezwaar tegen inbeslagname (uit Strafrecht) Heeft de politie uw auto, telefoon of geld in beslag genomen? Dan kunt u een klaagschrift indienen bij de rechtbank op grond van artikel 552a Sv om uw eigendommen terug te vragen. Onze advocaten beoordelen of het beslag mag voortduren en voeren het beklag bij de raadkamer. Een ingediend klaagschrift schorst het beslag niet, dus snel handelen loont. Wij zijn bij spoed zo snel mogelijk bereikbaar. ## Wat is beslag en wanneer mag de politie uw spullen meenemen? De politie mag voorwerpen in beslag nemen die kunnen dienen om de waarheid aan te tonen, om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, of die later verbeurd verklaard of aan het verkeer onttrokken kunnen worden (art. 94 lid 1 en lid 2 Sv). Dit heet klassiek beslag. Daarnaast bestaat conservatoir beslag (art. 94a Sv): beslag dat verhaal veiligstelt voor een later op te leggen geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel. In de praktijk gaat het vaak om geld, een auto, een telefoon of een laptop. Welke toets de rechter aanlegt, hangt af van het soort beslag. Daarom is het onderscheid tussen art. 94 Sv en art. 94a Sv juridisch wezenlijk: | Soort beslag | Grondslag | Doel | | --- | --- | --- | | Klassiek beslag | Art. 94 Sv | Waarheidsvinding, verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer | | Conservatoir beslag | Art. 94a Sv | Verhaal voor geldboete, ontneming of schadevergoeding | Onze advocaten stellen eerst vast onder welk regime uw zaak valt, omdat dit bepaalt hoe wij het klaagschrift opbouwen en welke maatstaf de raadkamer moet hanteren. ## Hoe dien ik een klaagschrift in om inbeslaggenomen spullen terug te krijgen? U dient een schriftelijk klaagschrift in ter griffie van de rechtbank, op grond van art. 552a Sv. Daarmee kunt u klagen over de inbeslagneming zelf, over het gebruik van de inbeslaggenomen voorwerpen en over het uitblijven van een last tot teruggave. De raadkamer behandelt het beklag in het openbaar (art. 552a lid 6 Sv). Niet alleen de eigenaar kan klagen. Iedere belanghebbende kan een klaagschrift indienen, bijvoorbeeld een gebruiker zonder eigendom, een leasebedrijf of een ouder van een minderjarige. In dat geval roept de raadkamer vaak ook de eigenaar op. In het klaagschrift zetten wij gemotiveerd uiteen waarom het beslag moet eindigen en aan wie het voorwerp moet worden teruggegeven. Let op: een ingediend klaagschrift heeft geen schorsende werking. Het beslag loopt door en het voorwerp kan in de tussentijd worden vervreemd totdat de raadkamer beslist. Daarom is snelheid belangrijk. Onze advocaten stellen het klaagschrift op, onderbouwen het juridisch en staan u bij tijdens de behandeling in de raadkamer. ## Binnen welke termijn moet ik beklag tegen inbeslagneming indienen? Dien het klaagschrift zo spoedig mogelijk in. Is er nog geen vervolging ingesteld, dan geldt een fatale buitengrens: het klaagschrift moet uiterlijk binnen twee jaar na de inbeslagneming worden ingediend (art. 552a lid 4 Sv). Loopt er wel een vervolging, dan is het beklag niet-ontvankelijk als drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen (art. 552a lid 3 Sv). Er is dus geen wettelijke wachttermijn aan het begin: u kunt direct na de inbeslagneming klagen. De termijnen op een rij: | Situatie | Termijn voor het klaagschrift | | --- | --- | | Geen vervolging ingesteld | Zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen twee jaar na de inbeslagneming (art. 552a lid 4 Sv) | | Vervolging loopt of is geeindigd | Niet-ontvankelijk na drie maanden sinds de zaak tot een einde kwam (art. 552a lid 3 Sv) | Omdat het beslag tijdens de procedure doorloopt en het voorwerp kan worden vervreemd, adviseren wij niet te wachten tot het einde van de termijn. Neem zo snel mogelijk contact op, zodat wij de gronden en het dossier tijdig kunnen beoordelen. ## Waarop toetst de raadkamer mijn klaagschrift tegen het beslag? De raadkamer beoordeelt het beklag summier en voorlopig. De rechter mag niet vooruitlopen op de hoofdzaak en treedt niet ten gronde in de mogelijke uitkomst daarvan, omdat het dossier vaak nog niet compleet is. Welke maatstaf precies geldt, hangt opnieuw af van het soort beslag: | Soort beslag | Toetsingsmaatstaf van de raadkamer | | --- | --- | | Klassiek beslag voor waarheidsvinding (art. 94 Sv) | Verzet het belang van strafvordering zich tegen teruggave? Zo niet, dan moet teruggave worden gelast | | Beslag met oog op verbeurdverklaring of onttrekking (art. 94 Sv) | Is het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter het voorwerp later verbeurd verklaart of aan het verkeer onttrekt? | | Conservatoir beslag (art. 94a Sv) | Is het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de verdachte later een betalingsverplichting (geldboete of ontneming) oplegt? | De maatstaf hoogst onwaarschijnlijk is een marginale toets: de drempel ligt hoog en de rechter beoordeelt niet de hele zaak. Onze advocaten richten het klaagschrift precies op de maatstaf die in uw situatie van toepassing is. Verzet het belang van strafvordering zich niet langer tegen teruggave, dan moet het voorwerp in beginsel terug naar de rechthebbende. ## Wat is het verschil tussen verbeurdverklaring, onttrekking aan het verkeer en teruggave? Kort gezegd: verbeurdverklaring is een straf, onttrekking aan het verkeer is een maatregel en teruggave is herstel van uw bezit. Het zijn drie verschillende uitkomsten met elk een eigen grondslag: | Begrip | Grondslag | Wat het inhoudt | | --- | --- | --- | | Verbeurdverklaring | Art. 33 en 33a Sr | Bijkomende straf (vermogensstraf); het voorwerp gaat over naar de Staat | | Onttrekking aan het verkeer | Art. 36b Sr | Maatregel: het voorwerp wordt aan het rechtsverkeer onttrokken omdat ongecontroleerd bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang. Vernietiging is een mogelijk gevolg, niet de definitie | | Teruggave aan de rechthebbende | Art. 116 Sv (officier, tijdens onderzoek) en art. 353 Sv (rechter, bij einduitspraak) | Het voorwerp gaat terug naar de rechthebbende | De beslissing over teruggave wordt dus genomen door de officier van justitie tijdens het onderzoek (art. 116 Sv) of door de rechter bij de einduitspraak (art. 353 Sv). De tenuitvoerlegging daarvan loopt via het Openbaar Ministerie (art. 553 Sv). De rechthebbende is niet altijd dezelfde persoon als degene onder wie het voorwerp in beslag is genomen, en onze advocaten besteden daar in het klaagschrift uitdrukkelijk aandacht aan. ## Kan ik mijn in beslag genomen auto of telefoon eerder terugkrijgen? Soms wel, vooral als u kunt aantonen dat het voorwerp niet langer nodig is voor het onderzoek of een zwaarwegend belang dient. Bij een auto telt het zakelijk belang zwaar mee. Is het voertuig onmisbaar voor uw werk en is openbaar vervoer geen reeel alternatief, dan is een verzoek tot teruggave, eventueel tegen een zekerheidstelling, niet bij voorbaat kansloos. Een goede onderbouwing, bijvoorbeeld met een werkgeversverklaring en de bedrijfscontext, is daarbij doorslaggevend. Een zekerheidstelling is een geldbedrag dat u stort als waarborg, zodat verhaal of een latere verplichting gedekt blijft terwijl u het voorwerp terugkrijgt. De hoogte hangt af van de waarde van het voorwerp en de aard van de zaak. Bij een telefoon of laptop spelen vaak de waarheidsvinding en het kopieren van gegevens een rol: zodra de relevante data zijn veiliggesteld, kan het belang van strafvordering zich niet meer tegen teruggave verzetten. Onze advocaten beoordelen welke route in uw situatie het snelst tot teruggave leidt en bouwen het verzoek daarop in. ## Hoe helpt onze advocaat u bij beklag tegen inbeslagname? Wij toetsen eerst of het beslag rechtmatig is en onder welk regime het valt: klassiek beslag (art. 94 Sv) of conservatoir beslag (art. 94a Sv). Vervolgens stemmen wij het klaagschrift af op de maatstaf die de raadkamer moet hanteren en onderbouwen wij waarom uw eigendommen terug moeten naar de rechthebbende. Beklag tegen inbeslagname hangt vaak samen met een bredere strafzaak. Houdt de politie ook uw rijbewijs vast, lees dan onze pagina over het [klaagschrift inhouding rijbewijs](/expertise/strafrecht/klaagschrift-rijbewijs/). Zit u of een naaste vast, dan vindt u uitleg op [aangehouden of in voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/). Speelt het beslag in een [drugs](/expertise/strafrecht/drugs/), [fraude](/expertise/strafrecht/fraude/) of [vermogensdelicten](/expertise/strafrecht/vermogensdelicten/) onderzoek, dan stemmen wij de strategie op de hoofdzaak af. Een advocaat is niet wettelijk verplicht, maar bij waardevolle goederen of een lopend onderzoek wel verstandig: wij weten welke gronden in de raadkamer in de praktijk slagen en bewaken de termijnen. Neem zo snel mogelijk contact met ons op zodra de politie uw eigendommen heeft meegenomen. ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering, art. 94 (vatbaarheid voor inbeslagneming, klassiek beslag)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Wetboek van Strafvordering, art. 94a (conservatoir beslag, verhaal)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Wetboek van Strafvordering, art. 116 en art. 353 (beslissing teruggave) en art. 553 (tenuitvoerlegging)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Wetboek van Strafvordering, art. 552a (beklag tegen beslag, termijnen lid 3 en lid 4, behandeling raadkamer lid 6)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903) - [Wetboek van Strafrecht, art. 33 en 33a (verbeurdverklaring) en art. 36b (onttrekking aan het verkeer)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854) - [Rechtspraak.nl, Handreiking beklag tegen beslag ex art. 552a Sv](https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Handreiking-beklag-tegen-beslag-552a-Sv-rechtspraak.pdf) --- ## Klaagschrift inhouding rijbewijs (uit Strafrecht) Is uw rijbewijs ingevorderd na alcohol, drugs of een snelheidsovertreding? Met een klaagschrift op grond van artikel 164 lid 8 Wegenverkeerswet 1994 vraagt u de rechtbank om de inhouding op te heffen. Onze advocaten stellen het klaagschrift op, onderbouwen uw belang en voeren verweer in de raadkamer, zodat u zo snel mogelijk weer kunt rijden. ## Wat is een klaagschrift tegen inhouding van het rijbewijs? Een klaagschrift tegen inhouding van het rijbewijs is het rechtsmiddel waarmee u opkomt tegen de invordering of de inhouding van uw rijbewijs door de officier van justitie. De grondslag is artikel 164 lid 8 Wegenverkeerswet 1994 (WVW): elke belanghebbende kan bij klaagschrift opkomen tegen de vordering tot overgifte (lid 1) en tegen de inhouding door de officier van justitie (lid 4). Het klaagschrift wordt behandeld door de rechtbank. De rechtbank roept u op op een zogeheten rekesten zitting en geeft daarna een met redenen omklede beslissing. Omdat het Openbaar Ministerie in de praktijk striktere uitgangspunten hanteert dan de rechtbank, kan een goed onderbouwd klaagschrift uw rijbewijs eerder terugbrengen dan wanneer u de strafzaak afwacht. Onze advocaten stellen het klaagschrift op, onderbouwen uw belang en voeren verweer in de [verkeersstrafzaak](/expertise/strafrecht/verkeersstrafrecht/). ## Binnen welke termijn moet de officier van justitie beslissen over teruggave of inhouding? De officier van justitie moet binnen tien dagen na de dag van invordering beslissen of u uw rijbewijs terugkrijgt of dat het ingehouden blijft. Beslist hij niet binnen die termijn, dan moet hij het ingevorderde rijbewijs onverwijld teruggeven; u krijgt het dan van rechtswege terug. Dit volgt uit artikel 164 lid 6 WVW en uit de OM-instructie inzake de invordering van rijbewijzen (2022I004). Na invordering door de politie wordt uw rijbewijs doorgaans naar het Openbaar Ministerie gestuurd ter beoordeling. Houdt de officier het rijbewijs in, dan ontvangt u daarvan bericht. Vanaf dat moment, of zodra duidelijk is dat de inhouding voortduurt, kunt u het klaagschrift indienen bij de rechtbank. Omdat de termijnen kort zijn, is het verstandig om zo snel mogelijk juridisch advies in te winnen, zodat het klaagschrift tijdig en volledig wordt ingediend. ## Welk criterium hanteert de raadkamer bij de beoordeling van mijn klaagschrift? De rechter beoordeelt uw klaagschrift aan de hand van een wettelijk vermoeden van recidivegevaar, niet enkel aan de hand van een vrije belangenafweging. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 11 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:538) bepaald dat bij invordering op grond van artikel 164 lid 2 WVW steeds sprake is van een wettelijk vermoeden van recidivegevaar, tenzij bijzondere omstandigheden of klemmende redenen zich daartegen verzetten. Daarnaast toetst de raadkamer of ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van langere duur zal worden opgelegd dan de periode waarin het rijbewijs al ingehouden is geweest. Is dat het geval, dan kan teruggave aan de orde komen. Tegen deze achtergrond bouwen onze advocaten het klaagschrift op rond twee lijnen: uw zwaarwegende persoonlijke belang bij het rijbewijs en de verhouding tussen de inhoudingsduur en de straf die in de hoofdzaak realistisch te verwachten is. Bewijsstukken zoals een werkgeversverklaring, gegevens over uw gezinssituatie of mantelzorg en bewijs van het ontbreken van openbaar vervoer ondersteunen die onderbouwing. ## Kan ik in hoger beroep of cassatie als mijn klaagschrift wordt afgewezen? Tegen de beslissing op het klaagschrift staat geen hoger beroep open, maar wel beroep in cassatie bij de Hoge Raad. Op grond van artikel 164 lid 8 WVW kan zowel het Openbaar Ministerie als de belanghebbende binnen veertien dagen na de betekening van de beslissing beroep in cassatie instellen. Hoger beroep is dus uitgesloten, cassatie niet. Daarnaast kunt u de duur van een ontzegging van de rijbevoegdheid opnieuw aan de orde stellen in de hoofdzaak, dus in de strafzaak zelf. Wordt u gedagvaard, bijvoorbeeld voor de [politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/), dan dient de rechter de ondergane inhouding af te trekken van de uiteindelijke straf. Wijst de raadkamer het klaagschrift af, dan beoordelen onze advocaten of cassatie kansrijk is en of het zinvoller is om uw belangen verder in de hoofdzaak te behartigen. ## Vanaf welk promillage of welke overtreding wordt mijn rijbewijs ingevorderd? Uw rijbewijs wordt onder meer ingevorderd bij ernstige alcoholovertredingen, ernstige snelheidsovertredingen en gevaarzettend rijgedrag. De drempels voor alcohol staan in de OM-instructie inzake de invordering van rijbewijzen (2022I004) en verschillen tussen ervaren en beginnende bestuurders. | Situatie | Invorderingsgrens (ademalcohol) | Omgerekend promillage | |----------|----------------------------------|------------------------| | Ervaren bestuurder | vanaf 570 ug/l | circa 1,3 promille | | Beginnende bestuurder | vanaf 350 ug/l | circa 0,8 promille | Naast deze alcoholgrenzen leidt ook een forse snelheidsovertreding of ander gevaarzettend rijgedrag tot invordering. Het is belangrijk om de strafrechtelijke invorderingsgrens niet te verwarren met de grenzen die het CBR hanteert in zijn eigen, bestuurlijke traject: die liggen lager en gelden los van de strafzaak. ## Wat is het verschil tussen de strafzaak en het CBR-traject na invordering? De strafzaak en het CBR-traject zijn twee aparte procedures die naast elkaar lopen. In de strafzaak beslissen het Openbaar Ministerie en de strafrechter over straf en over een eventuele ontzegging van de rijbevoegdheid; daartegen richt zich het klaagschrift. Het CBR beoordeelt bestuurlijk, los daarvan, of u nog rijgeschikt bent. Op grond van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 gelden voor ervaren bestuurders (rijbewijs langer dan vijf jaar) de volgende CBR-maatregelen. | CBR-maatregel | Drempel (ervaren bestuurder) | Omgerekend promillage | |---------------|------------------------------|------------------------| | Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) | vanaf 435 ug/l | 1,0 promille | | Onderzoek naar de rijgeschiktheid | vanaf 785 ug/l | 1,8 promille | Voor beginnende bestuurders liggen deze grenzen lager (EMA vanaf 350 ug/l, oftewel 0,8 promille). Een gunstige beslissing op het klaagschrift betekent dus niet automatisch dat u uw rijbewijs houdt: in het CBR-traject kan alsnog een EMA, een onderzoek naar de geschiktheid of zelfs een ongeldigverklaring volgen. Actief meewerken aan het CBR-traject blijft daarom belangrijk, ook als de raadkamer uw rijbewijs teruggeeft. ## Wat gebeurt er als ik rijd terwijl mijn rijbewijs is ingevorderd of ingehouden? Rijden terwijl uw rijbewijs is ingevorderd of ingehouden is een zelfstandig strafbaar feit op grond van artikel 9 lid 7 WVW. Strafbaar is het besturen van een motorrijtuig op de weg nadat de overgifte van het rijbewijs is gevorderd of het rijbewijs is ingevorderd en niet is teruggegeven. Dit komt bovenop de oorspronkelijke verkeerszaak en kan uw positie in de strafzaak verzwaren. Tijdens de inhoudingsperiode mag u dus geen voertuig besturen waarvoor het ingenomen rijbewijs vereist is. Wacht u op de beslissing van de officier of op de behandeling van uw klaagschrift, dan blijft het rijverbod gelden tot u uw rijbewijs daadwerkelijk terugheeft. Onze advocaten adviseren u over uw positie en over de gevolgen als u toch heeft gereden, en betrekken dat zo nodig in uw verdediging. ## Wat doet uw advocaat? Onze advocaten stellen een onderbouwd klaagschrift op tegen de invordering of inhouding van uw rijbewijs en voeren namens u verweer in de raadkamer. Wij beoordelen eerst de feiten en de termijnen, en bepalen welke gronden kansrijk zijn: uw zwaarwegende belang bij het rijbewijs, procedurele gebreken rond de meting of de aanhouding, en de verhouding tussen de inhoudingsduur en de te verwachten ontzegging. Wij verzamelen en ordenen de bewijsstukken die uw belang aantonen, zoals een werkgeversverklaring, gegevens over uw gezinssituatie of mantelzorg en bewijs dat openbaar vervoer ontbreekt. Daarnaast houden wij het parallelle CBR-traject in de gaten en zorgen dat de strafzaak en het bestuurlijke spoor op elkaar afgestemd blijven. Lopen er meerdere kwesties tegelijk, bijvoorbeeld een [inbeslagname](/expertise/strafrecht/bezwaar-inbeslagname/) of een [drugsverdenking](/expertise/strafrecht/drugs/), dan behartigen wij die in samenhang. ## Wanneer contact opnemen? Neem zo snel mogelijk contact op zodra uw rijbewijs is ingevorderd of ingehouden. De officier van justitie beslist binnen tien dagen na de invordering, en de termijnen voor het klaagschrift en voor cassatie zijn kort. Hoe eerder wij uw situatie kennen, hoe gerichter wij het klaagschrift kunnen opstellen en uw belang bij behoud van het rijbewijs kunnen onderbouwen. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - Wegenverkeerswet 1994, artikel 164 (invordering, inhouding, raadkamer, cassatietermijn): [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2024-07-01/0/HoofdstukV/Paragraaf2/Artikel164) - OM-instructie inzake de invordering van rijbewijzen (2022I004): [om.nl](https://www.om.nl/onderwerpen/b/beleidsregels/instructies/verkeer/instructie-inzake-de-invordering-van-rijbewijzen-2022i004) - Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (CBR-maatregelen, EMA en onderzoek): [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0030613) - Hoge Raad 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:538 (wettelijk vermoeden recidivegevaar): [rechtspraak.nl](https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:538) - Rechtspraak.nl, procedure klaagschrift teruggave rijbewijs: [rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/klaagschrift-teruggave-rijbewijs/procedure) --- ## Klacht artikel 12 Sv niet-vervolging (uit Strafrecht) Seponeert het Openbaar Ministerie uw aangifte, dan kunt u als rechtstreeks belanghebbende beklag doen bij het gerechtshof (art. 12 Sv). Het hof kan het OM bevelen alsnog te vervolgen. Onze advocaten beoordelen of uw beklag kansrijk is, bouwen het op en staan zowel klagers als beklaagden bij. ## Wat is een artikel 12 Sv-procedure en wanneer kunt u die starten? Een artikel 12 Sv-procedure is uw mogelijkheid om bij het gerechtshof beklag te doen tegen een beslissing om niet te vervolgen. U kunt die procedure starten wanneer een strafbaar feit niet wordt vervolgd, de vervolging niet wordt voortgezet, of vervolging plaatsvindt door een strafbeschikking. In al die gevallen kan de rechtstreeks belanghebbende daarover schriftelijk klagen bij het gerechtshof binnen het rechtsgebied waar de beslissing is genomen (art. 12 lid 1 Sv). De beslissing om wel of niet te vervolgen ligt bij de officier van justitie, het zogenoemde vervolgingsmonopolie. De officier kan een zaak seponeren, bijvoorbeeld bij gebrek aan bewijs of omdat vervolging niet in het algemeen belang wordt geacht. De artikel 12 Sv-procedure is de manier om die beslissing door een onafhankelijke rechter te laten herbeoordelen. Onderzoek beschrijft deze procedure als de route voor slachtoffers om een niet-vervolgingsbeslissing te laten toetsen. Beklag is niet mogelijk als er een onherroepelijke einduitspraak is als bedoeld in artikel 482a Sv (art. 12 lid 3 Sv). ## Wie kan een artikel 12 Sv-klacht indienen en bij welk gerechtshof? Beklag kan worden gedaan door de rechtstreeks belanghebbende, bij het gerechtshof binnen het rechtsgebied waar de beslissing tot niet vervolgen is genomen. Onder rechtstreeks belanghebbende valt in de eerste plaats het slachtoffer of de benadeelde, maar in specifieke gevallen ook een rechtspersoon. Een rechtspersoon die krachtens zijn doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een belang behartigt dat door de niet-vervolgingsbeslissing rechtstreeks wordt getroffen, geldt eveneens als rechtstreeks belanghebbende (art. 12 lid 2 Sv). Welk hof bevoegd is, hangt af van het parket dat de beslissing nam. In de meeste gevallen is dat het hof in het rechtsgebied waar de beslissing viel, maar er gelden enkele bijzondere regels. | Situatie | Bevoegd gerechtshof | | --- | --- | | Reguliere beslissing van een arrondissementsparket | Hof in het rechtsgebied waar de beslissing is genomen | | Beslissing van het landelijk of functioneel parket | Gerechtshof Den Haag | | Geweld door een ambtenaar in functie (art. 7 Politiewet 2012) | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | | Beslissing van het parket CVOM | Hof in het ressort van de woonplaats van de klager | Bron: art. 12 lid 1 Sv. ## Welke termijn geldt voor een artikel 12 Sv-klacht? De termijn hangt af van het soort beslissing. Bij een uitgevaardigde strafbeschikking en bij een betekende kennisgeving van niet verdere vervolging geldt een termijn van drie maanden. Bij een gewoon sepot zonder betekende kennisgeving geldt geen vaste termijn van drie maanden; daar kunt u in beginsel klagen zolang het recht tot strafvordering niet door verjaring is vervallen. Het is belangrijk dit onderscheid scherp te houden, omdat een gemiste termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. | Soort beslissing | Termijn voor beklag | Grondslag | | --- | --- | --- | | Strafbeschikking | 3 maanden na bekendheid (en na de termijn nog mogelijk als de strafbeschikking niet volledig is uitgevoerd) | art. 12k Sv | | Betekende kennisgeving van niet verdere vervolging | 3 maanden nadat blijkt dat de belanghebbende ermee bekend is geworden | art. 12l lid 2 Sv | | Gewoon sepot zonder betekende kennisgeving | Geen vaste termijn; tot het recht tot strafvordering is verjaard | volgt uit het systeem van art. 12 Sv | Beklag is niet toegelaten als de verdachte buiten vervolging is gesteld of als hem een einde-zaak-beschikking is betekend (art. 12l lid 1 Sv). Twijfelt u welke termijn op uw situatie van toepassing is? Neem dan zo snel mogelijk contact op, zodat wij de termijn kunnen bewaken. ## Wat kan het gerechtshof beslissen op uw beklag? Het gerechtshof beoordeelt opnieuw of vervolging had moeten plaatsvinden en kan het beklag ongegrond of gegrond verklaren, of de klager niet-ontvankelijk verklaren. Na ontvangst van het klaagschrift draagt het hof de advocaat-generaal op daarover schriftelijk verslag uit te brengen (art. 12a lid 2 Sv). Vervolgens weegt het hof het algemeen belang en de haalbaarheid van een vervolging. Is de klager kennelijk niet-ontvankelijk of het beklag kennelijk ongegrond, dan kan het hof zonder nader onderzoek beslissen; er komt dan geen zitting (art. 12c Sv). U ontvangt in dat geval een gemotiveerde beschikking. In de overige gevallen beslist het hof niet voordat het de klager heeft gehoord of behoorlijk heeft opgeroepen (art. 12d lid 1 Sv). Wordt de zaak op een zitting in raadkamer behandeld, dan kan het hof ook de persoon wiens vervolging wordt verlangd oproepen om opmerkingen te maken (art. 12e lid 1 Sv). De mogelijke uitkomsten op een rij: | Uitkomst | Betekenis | | --- | --- | | Klager niet-ontvankelijk | Het beklag wordt inhoudelijk niet beoordeeld, bijvoorbeeld bij een te late of niet-belanghebbende klager | | Beklag ongegrond | Het hof oordeelt dat de niet-vervolgingsbeslissing in stand blijft | | Beklag gegrond | Het hof beveelt dat alsnog wordt vervolgd of dat eerst nader onderzoek plaatsvindt | Bron: art. 12a, 12c, 12d, 12e en 12i Sv. ## Wat gebeurt er als het hof beveelt te vervolgen? Wordt het beklag gegrond verklaard, dan beveelt het gerechtshof dat de vervolging wordt ingesteld of voortgezet (art. 12i lid 1 Sv). Het OM is dan verplicht alsnog te vervolgen. Het hof laat zich daarbij niet uit over de schuldvraag; het oordeelt alleen dat vervolging had moeten plaatsvinden. Een bevel tot vervolging wordt niet gegeven dan nadat de persoon wiens vervolging wordt verlangd is gehoord of behoorlijk is opgeroepen (art. 12e lid 2 Sv). Het bevel kan verschillende vormen aannemen. Het hof kan de last geven dat de rechter-commissaris bepaalde onderzoekshandelingen verricht of dat de verdachte wordt gedagvaard (art. 12i lid 3 Sv). Het hof kan een bevel tot vervolging ook weigeren op gronden die aan het algemeen belang zijn ontleend (art. 12i lid 2 Sv). Wordt vervolging bevolen, dan volgt in de regel een dagvaarding en wordt de zaak voor de strafrechter behandeld. Het OM bepaalt binnen die vervolging zelf de tenlastelegging. Het bevel betekent dus niet automatisch een veroordeling; het opent de deur naar een inhoudelijke behandeling. ## Kunt u in hoger beroep of cassatie tegen de beslissing van het hof? Tegen de beklagbeslissing van het gerechtshof staat in beginsel geen gewoon rechtsmiddel open: geen hoger beroep en geen gewone cassatie. De beslissing van de beklagkamer is daarmee in de regel definitief voor de betrokken partijen. Er bestaat een bijzondere uitzondering. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kan cassatie in het belang der wet instellen. Die procedure heeft geen gevolgen voor uw concrete zaak, maar dient de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Binnen de artikel 12 Sv-regeling geldt verder een bijzondere regel voor een herhaald beklag over hetzelfde feit. Heeft u over dat feit al eerder beklag gedaan, dan kan het hof afzien van een nieuwe behandeling, tenzij u nieuwe omstandigheden aanvoert die, als het hof die eerder had gekend, tot een andere beslissing op dat eerdere beklag hadden kunnen leiden (art. 12d lid 2 Sv). Een tweede beklag is dus alleen zinvol op basis van werkelijk nieuwe gegevens. Onze advocaten beoordelen of zo'n nieuw beklag in uw situatie kans van slagen heeft en hoe het het beste kan worden onderbouwd. ## Heeft u een advocaat nodig voor een artikel 12 Sv-procedure? Bijstand van een advocaat is niet wettelijk verplicht, maar wel sterk aan te raden. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat de klager en de persoon wiens vervolging wordt verlangd zich in raadkamer kunnen laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat. In de oproeping wordt gewezen op de mogelijkheid om toevoeging van een advocaat te verzoeken (art. 12f lid 1 Sv). Een artikel 12 Sv-procedure vraagt om een juridisch zuivere onderbouwing, een goede inschatting van het algemeen belang en een strategische opbouw van het klaagschrift. Onze advocaten beoordelen het dossier grondig en leggen gemotiveerd uit waarom een verdachte wel vervolgd zou moeten worden. Wij stellen het klaagschrift op, brengen waar mogelijk nieuw bewijs in en vertegenwoordigen u tijdens de behandeling in raadkamer. In artikel 12 Sv-procedures staan wij zowel klagers als beklaagden bij. Bent u slachtoffer in een strafzaak, lees dan ook onze pagina over uw positie als [slachtoffer in een strafzaak](/expertise/strafrecht/slachtoffer/). Speelt daarnaast een lopende strafzaak waarin u in beroep wilt, kijk dan bij [hoger beroep in strafzaken](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering art. 12 (beklag, rechtstreeks belanghebbende, bevoegd hof, grens onherroepelijke einduitspraak)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12) - [Wetboek van Strafvordering art. 12a (verslag advocaat-generaal)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12a) - [Wetboek van Strafvordering art. 12c (kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12c) - [Wetboek van Strafvordering art. 12d (horen klager, herhaald beklag)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12d) - [Wetboek van Strafvordering art. 12e (oproepen mogelijke verdachte)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12e) - [Wetboek van Strafvordering art. 12f (bijstand door een advocaat)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12f) - [Wetboek van Strafvordering art. 12i (bevel tot vervolging)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12i) - [Wetboek van Strafvordering art. 12k (beklagtermijn bij strafbeschikking)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12k) - [Wetboek van Strafvordering art. 12l (beklagtermijn bij kennisgeving niet verdere vervolging)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/#BoekEerste_TiteldeelI_AfdelingVierde_Artikel12l) - [Hoge Raad, cassatie in het belang der wet](https://www.hogeraad.nl/bijzondere-taken/cassatie-belang-wet/) --- ## Klachtzaken gedetineerden (uit Strafrecht) Als gedetineerde kunt u beklag doen bij de beklagcommissie tegen een beslissing die door of namens de directeur van uw inrichting is genomen, zoals plaatsing in afzondering. De termijn is kort: zeven dagen na kennisname van de beslissing. Onze advocaten stellen het klaagschrift op, vragen zo nodig schorsing aan en regelen waar mogelijk een toevoeging. ## Waartegen kan ik beklag doen volgens artikel 60 Pbw? U kunt beklag doen tegen een u betreffende beslissing die door of namens de directeur van de inrichting is genomen, of tegen de uitvoering daarvan (artikel 60 Pbw). Het beklag richt zich dus op een concrete directiebeslissing, niet op een algemene situatie zonder beslissing. Volgens de Commissie van Toezicht valt onder beklag onder meer: | Beklaggrond | Voorbeeld | | --- | --- | | Een genomen beslissing | Disciplinaire straf, plaatsing in afzondering | | Een verzuim of weigering te beslissen | Geen reactie op een verzoek waarop beslist moest worden | | De wijze van uitvoering | Uitvoering van een op zichzelf toegestane maatregel | | Een algemene regel of situatie | Toepassing van een huisregel op uw situatie | | Een tekortkoming in verzorgende taken | Structurele tekortkoming in taken van de directeur | Veelvoorkomende onderwerpen zijn een disciplinaire straf, plaatsing of overplaatsing, uitsluiting van activiteiten, bezoek en verlof. Twijfelt u of uw situatie onder het beklagrecht valt? Onze advocaten beoordelen of er sprake is van een beslissing in de zin van artikel 60 Pbw en of beklag kansrijk is. ## Hoe dien ik als gedetineerde beklag in bij de beklagcommissie? U dient beklag in door een klaagschrift in te dienen bij de beklagcommissie van de Commissie van Toezicht bij de inrichting waar de bestreden beslissing is genomen (artikel 61 lid 1 Pbw). De beklagcommissie bestaat uit drie leden van de Commissie van Toezicht, bijgestaan door een secretaris, en behandelt uw klacht onafhankelijk van de directie. In het klaagschrift omschrijft u zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover u klaagt en de redenen van uw beklag. Hoe concreter de feiten en de data, hoe gerichter de commissie kan toetsen. Onze advocaten helpen bij het opstellen van het klaagschrift, het verzamelen van bewijs en de vertegenwoordiging tijdens de hoorzitting. Wij beoordelen of de juiste procedures zijn gevolgd en of de beslissing inhoudelijk standhoudt. Komt de commissie tot een gegrond beklag, dan kan zij de beslissing van de directeur geheel of gedeeltelijk vernietigen. ## Wat is de termijn om beklag in te dienen? De beklagtermijn is zeven dagen: het klaagschrift moet uiterlijk op de zevende dag worden ingediend nadat u kennis kreeg van de beslissing (artikel 61 lid 5 Pbw). Het Bureau van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) bevestigt dat een klacht binnen zeven dagen moet worden ingediend. Spoed is dus geboden. Let op het beginpunt van de termijn: die loopt vanaf het moment dat u kennis kreeg van de beslissing, niet noodzakelijk vanaf de dag dat de beslissing op papier werd genomen. De termijn is in beginsel fataal, wat betekent dat een te laat ingediend klaagschrift het risico op niet-ontvankelijkheid loopt. Omdat de termijn zo kort is, raden wij aan direct contact op te nemen zodra u de beslissing hoort. Onze advocaten kunnen het klaagschrift snel opstellen en bewaken de termijn, zodat uw beklag op tijd bij de juiste beklagcommissie binnenkomt. ## Kan ik de tenuitvoerlegging van een beslissing laten schorsen tijdens het beklag? Ja, hangende de uitspraak op het beklag kunt u de voorzitter van de beroepscommissie van het RSJ verzoeken de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen (artikel 66 Pbw). De voorzitter beslist op uw verzoek nadat de directeur is gehoord. Het schorsingsverzoek wordt dus gericht aan de voorzitter van de beroepscommissie, niet aan het RSJ in het algemeen en niet aan de beklagcommissie. Een schorsing is vooral van belang wanneer de beslissing onmiddellijk ingrijpt, bijvoorbeeld bij een disciplinaire straf of plaatsing in afzondering. Zonder schorsing kan de maatregel namelijk al volledig zijn uitgevoerd voordat de beklagcommissie uitspraak doet. Wij dienen daarom vaak tegelijk met het klaagschrift een schorsingsverzoek in, zodat de gevolgen van de beslissing zo veel mogelijk worden beperkt terwijl de zaak loopt. Onze advocaten onderbouwen waarom de tenuitvoerlegging in uw geval niet kan worden afgewacht. ## Hoe stel ik beroep in bij de RSJ tegen de uitspraak van de beklagcommissie? Tegen de uitspraak van de beklagcommissie staat beroep open bij de beroepscommissie van het RSJ, in te stellen binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift van de uitspraak of na de mondelinge mededeling ervan (artikel 69 Pbw). Het beroepschrift moet met redenen omkleed zijn. Zowel u als gedetineerde als de directeur kan in beroep gaan. Het RSJ is de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, een onafhankelijke landelijke instantie. De beroepscommissie behandelt het beroep op basis van de schriftelijke stukken en zo nodig een zitting, en kan de uitspraak van de beklagcommissie bevestigen, vernietigen of wijzigen. Ook hier geldt de korte termijn van zeven dagen, die wij voor u bewaken. Onze advocaten beoordelen of beroep zinvol is, stellen het gemotiveerde beroepschrift op en verdedigen uw standpunt bij de beroepscommissie van het RSJ. ## Wanneer krijg ik een advocaat vergoed (toevoeging) in een klachtzaak? Voor een klachtzaak wordt in beginsel geen toevoeging verstrekt, omdat de gedetineerde voor een klacht zelfredzaam wordt geacht (werkinstructie Z080 van de Raad voor Rechtsbijstand). Bij uitzondering kan wel een toevoeging worden verleend als er sprake is van feitelijke of juridische complexiteit, of van een zwaarwegend belang. | Situatie | Toevoeging in beginsel | | --- | --- | | Eenvoudige klacht- of beroepszaak | Nee, gedetineerde geacht zelfredzaam | | Feitelijke of juridische complexiteit | Mogelijk wel | | Zwaarwegend belang | Mogelijk wel | | Plaatsing in een isoleercel of afzondering | Al snel zwaarwegend belang | Plaatsing in een isoleercel raakt de persoonlijke integriteit zo sterk dat al snel een zwaarwegend belang wordt aangenomen, waardoor een toevoeging gerechtvaardigd kan zijn. Onze advocaten beoordelen of uw zaak voor een toevoeging in aanmerking komt en vragen die waar mogelijk aan. Of bijstand noodzakelijk is, hangt af van de aard en de zwaarte van de beslissing waartegen u beklag wilt doen. ## Hoe werkt een klacht over medische zorg in detentie? Een klacht over medische zorg loopt via een eigen route, niet via de gewone beklagcommissie. U verzoekt eerst binnen veertien dagen om voorafgaande bemiddeling. Daarna bemiddelt en adviseert de Medisch Adviseur, en tegen dat advies kunt u binnen zeven dagen beroep instellen bij de medische beroepscommissie van het RSJ (artikel 71b Pbw). | Stap | Route bij medische klacht | | --- | --- | | 1. Bemiddeling aanvragen | Binnen veertien dagen om voorafgaande bemiddeling verzoeken | | 2. Advies Medisch Adviseur | De Medisch Adviseur bemiddelt en adviseert schriftelijk | | 3. Beroep | Binnen zeven dagen beroep bij de medische beroepscommissie RSJ (art. 71b Pbw) | Hetzelfde feit kan soms zowel onder de gewone beklagprocedure (artikel 60 Pbw) als onder de medische route (artikel 71b Pbw) vallen. De juiste route hangt af van de aard van uw klacht. Onze advocaten bepalen welke procedure voor uw situatie de aangewezen is en bewaken de bijbehorende termijnen. ## Welke wetten gelden voor gedetineerden, jeugdigen en tbs? Voor volwassen gedetineerden geldt de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), die het beklag- en beroepsrecht regelt. Voor jeugdigen en tbs-gestelden gelden eigen kaderwetten met een vergelijkbare opzet: beklag bij de beklagcommissie van de Commissie van Toezicht en beroep bij de beroepscommissie van het RSJ. | Doelgroep | Toepasselijke wet | | --- | --- | | Volwassen gedetineerden | Penitentiaire beginselenwet (Pbw) | | Jeugdigen | Beginselenwet justitiele jeugdinrichtingen (Bjj) | | Tbs-gestelden | Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) | De Pbw wordt nader uitgewerkt in lagere regelgeving, zoals de penitentiaire maatregel en de regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden. Het beklag- en beroepssysteem volgt in alle drie de kaders dezelfde hoofdlijn, maar de precieze artikelnummers en termijnen verschillen per wet. Onze advocaten kennen de verschillen tussen deze regelingen en weten welk kader op uw situatie van toepassing is. Klachtzaken in detentie hangen vaak samen met andere strafrechtelijke kwesties, zoals een lopende [schorsing van de voorlopige hechtenis](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/) of een [bezwaar tegen omzetting van een taakstraf](/expertise/strafrecht/omzetting-taakstraf/). ## Bronnen - [Commissie van Toezicht, beklagprocedure gedetineerden (art. 60, 61 en 69 Pbw)](https://www.commissievantoezicht.nl/dossiers/beklagprocedure/beklagprocedure-gedetineerden/) - [RSJ, waartegen kan een gedetineerde klagen (zevendagentermijn)](https://www.rsj.nl/actueel/nieuws/2023/09/01/waartegen-kan-een-gedetineerde-klagen) - [RSJ, het medisch klacht- en beroepsrecht uitgelegd (art. 71b Pbw)](https://www.rsj.nl/actueel/nieuws/2023/12/15/het-medisch-klacht--en-beroepsrecht-uitgelegd) - [Penitentiaire beginselenwet, art. 66 (schorsing door voorzitter beroepscommissie)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0009709) - [Raad voor Rechtsbijstand, kenniswijzer Z080 geschillen en klachtzaken gedetineerden](https://www.rvr.org/kenniswijzer/zoeken-kenniswijzer/toevoegen/strafz-niet-verdacht/z080-geschillen/) - [Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0008765/) --- ## Slachtoffer in een strafzaak (uit Strafrecht) Bent u slachtoffer van een misdrijf, dan kunt u uw schade verhalen binnen de strafzaak tegen de verdachte. U voegt zich als benadeelde partij, zonder aparte civiele procedure en zonder griffierecht. Daarnaast hebt u eigen rechten in het strafproces, van inzage in het dossier tot spreekrecht op de zitting. Onze advocaten staan u in elke fase bij. ## Wat zijn mijn rechten als slachtoffer in een strafzaak? Als slachtoffer hebt u in het strafproces een reeks eigen rechten, los van de rol van het Openbaar Ministerie. U bent slachtoffer in de zin van de wet als u rechtstreeks vermogensschade of ander nadeel hebt geleden door een strafbaar feit (art. 51a Sv). Datzelfde geldt voor nabestaanden als het slachtoffer is overleden. Uw belangrijkste rechten op een rij: | Recht | Wettelijke basis | Wat het inhoudt | | --- | --- | --- | | Aangifte doen | art. 161 Sv | Ieder die kennis draagt van een strafbaar feit mag aangifte doen | | Inzage en afschrift dossier | art. 51b Sv | Kennisneming van de voor u relevante processtukken, via de officier van justitie | | Schadevergoeding vorderen | art. 51f Sv | Voegen als benadeelde partij in de strafzaak | | Spreekrecht op de zitting | art. 51e Sv | Bij ernstige feiten zelf het woord voeren | | Kosteloze rechtsbijstand | art. 44 lid 4 Wrb | Bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven, ongeacht inkomen | Onze advocaten zorgen dat u deze rechten daadwerkelijk benut: zij vragen het dossier op, stellen de schadevordering op en begeleiden u rond het spreekrecht. U hoeft niet alleen tegenover de strafmachine te staan. In ernstige zaken regelen wij bovendien dat de bijstand voor u kosteloos is. ## Hoe vordert u als benadeelde partij schadevergoeding in het strafproces? U vordert schadevergoeding door u te voegen als benadeelde partij in de strafzaak tegen de verdachte (art. 51f Sv). Dat is een civiele vordering die de strafrechter meebehandelt: u start geen aparte civiele procedure en betaalt geen griffierecht. Ook een rechtspersoon kan zich voegen, en bij overlijden kunnen nabestaanden zich voegen voor hun eigen schade. De voeging verloopt in drie stappen: - U ontvangt een voegingsformulier, in de praktijk via Slachtofferhulp Nederland, waarop u aangeeft welke schade u hebt geleden. - U onderbouwt de vordering met bewijsstukken: facturen, een medische verklaring, foto's. Een goed onderbouwde vordering maakt meer kans van slagen. - U dient de vordering uiterlijk vOOr het requisitoir in, maar bij voorkeur eerder, zodat de rechter voldoende tijd heeft om die te beoordelen. De Hoge Raad heeft de maatstaven op een rij gezet in een overzichtsarrest (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793): er moet voldoende verband zijn tussen het bewezen feit en de schade, en op de vordering gelden de gewone regels van het civiele schadevergoedingsrecht. Onze advocaten houden de vordering daarom zo concreet en goed onderbouwd mogelijk. ## Welke schade kunt u als slachtoffer vergoed krijgen? U kunt zowel materiEle als immateriEle schade claimen. Sinds 1 januari 2019 kunnen ook verplaatste schade en affectieschade in het strafproces worden gevorderd, maar alleen voor schadeveroorzakende gebeurtenissen vanaf die datum. | Soort schade | Voorbeelden | | --- | --- | | Materieel | medische kosten, vernielde of gestolen goederen, gederfde inkomsten, reiskosten | | ImmateriEel (smartengeld) | leed, pijn en psychische gevolgen | | Verplaatste schade | kosten die een ander, bijvoorbeeld een ouder, voor het slachtoffer maakt | | Affectieschade | vergoeding voor naasten bij ernstig blijvend letsel of overlijden, voor feiten vanaf 1-1-2019 | De kosten van rechtsbijstand kunt u als proceskosten meevorderen. Vindt de rechter de vordering te ingewikkeld voor de strafzaak, dan kan hij die geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaren wegens onevenredige belasting van het strafgeding (art. 361 lid 3 Sv). U kunt het niet-ontvankelijke deel dan alsnog bij de civiele rechter aanbrengen. Onze advocaten beoordelen vooraf welke posten realistisch zijn en hoe u die het sterkst onderbouwt. ## Hoe werkt de voorschotregeling en krijgt u de schadevergoeding ook echt uitbetaald? Naast uw vordering kan de rechter de schadevergoedingsmaatregel opleggen (art. 36f Sr). De Staat int het bedrag dan via het CJIB bij de veroordeelde, zodat u dat niet zelf hoeft te incasseren. Betaalt de veroordeelde niet binnen acht maanden nadat het vonnis onherroepelijk is geworden, dan keert de Staat uit op grond van de voorschotregeling (art. 36f lid 6 Sr). | Type misdrijf | Uitkering door de Staat | | --- | --- | | Ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en bepaalde andere aangewezen misdrijven | het volledige toegewezen bedrag, ongemaximeerd | | Overige misdrijven | tot een maximum van 5.000 euro | Welke misdrijven precies onder de ongemaximeerde categorie vallen, staat in het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen. Er ligt een voorstel om die categorie verder uit te breiden, onder meer met opzettelijke brandstichting, gijzeling en dood door schuld in het verkeer; dat voorstel was begin 2026 nog in voorbereiding en nog niet definitief van kracht. Onze advocaten leggen u uit op welk bedrag u in uw zaak realistisch mag rekenen en hoe de inning verloopt. ## Wanneer heeft u recht op kosteloze rechtsbijstand als slachtoffer? U hebt recht op kosteloze rechtsbijstand, ongeacht uw inkomen, als u slachtoffer bent van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf, de vervolging is ingesteld en u in aanmerking komt voor een uitkering op grond van art. 3 Wet schadefonds geweldsmisdrijven (art. 44 lid 4 Wet op de rechtsbijstand). Dat geldt ook voor nabestaanden als het slachtoffer is overleden. Er is dan geen eigen bijdrage en geen inkomens- of vermogenstoets. In andere zaken kunnen de advocaatkosten als proceskosten op de veroordeelde worden verhaald. Komt u niet in aanmerking voor de kosteloze regeling, dan kijken wij of u met een reguliere toevoeging (gesubsidieerde rechtsbijstand) in aanmerking komt voor een lage eigen bijdrage. Onze advocaten vragen de kosteloze toevoeging voor u aan en regelen de aanmelding bij de Raad voor Rechtsbijstand. Zo weet u vooraf waar u financieel aan toe bent en kunt u zich richten op de zaak zelf. Twijfelt u of u onder de regeling valt, neem dan zo snel mogelijk contact met ons op, want de timing van de vervolging is bepalend. ## Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven en hoeveel krijgt u? Staat de dader niet vast of wordt hij niet veroordeeld, dan kunt u bij een geweldsmisdrijf met ernstig letsel een tegemoetkoming aanvragen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit staat los van de strafzaak. Het Schadefonds werkt met zes vaste letselcategorieEn: | Categorie | Tegemoetkoming | | --- | --- | | 1 | 1.000 euro | | 2 | 2.500 euro | | 3 | 5.000 euro | | 4 | 10.000 euro | | 5 | 20.000 euro | | 6 | 35.000 euro | De maximale tegemoetkoming bedraagt 35.000 euro. Nabestaanden ontvangen een vast bedrag van 5.000 euro, met daarnaast een mogelijke vergoeding voor uitvaartkosten en gederfd levensonderhoud. Per 1 januari 2026 gelden een nieuwe beleidsbundel en letsellijst; de hier genoemde bedragen zijn die van de actuele 2026-versie. De aanvraagtermijn is tien jaar na het feit; bij minderjarige slachtoffers begint die termijn pas bij meerderjarigheid. Onze advocaten beoordelen of u in aanmerking komt en stellen de aanvraag voor u op. ## Wat houdt het spreekrecht voor slachtoffers in en sinds wanneer is het onbeperkt? Bij ernstige feiten hebt u spreekrecht op de zitting (art. 51e Sv). Sinds 1 juli 2016 is dat spreekrecht onbeperkt: u mag zich niet alleen uitspreken over de gevolgen van het feit, maar ook over de bewezenverklaring, de schuld van de verdachte en de op te leggen straf. Het is dus niet pas in 2024 verruimd; in 2024 werd wel de kring van spreekgerechtigden en het spreekrecht bij TBS- en PIJ-zittingen uitgebreid. Het spreekrecht geldt bij misdrijven met een wettelijk strafmaximum van acht jaar of meer, plus een aantal specifiek aangewezen delicten. U meldt vooraf schriftelijk bij de officier van justitie dat u gebruik wilt maken van het spreekrecht. Wilt u niet zelf spreken, dan kunt u een schriftelijke slachtofferverklaring laten opnemen in het dossier, of het woord laten voeren door uw advocaat. Daarnaast mag u bij de zitting aanwezig zijn, ontvangt u bericht over datum en tijd, en kunt u vooraf een gesprek met de officier van justitie hebben. Op basis van een individuele beoordeling zijn beschermingsmaatregelen mogelijk, zoals beperkt contact met de verdachte of een aparte wachtruimte. ## Wat doet uw advocaat in een slachtofferzaak? Onze advocaten stellen de voeging op en onderbouwen de vordering, vragen de processtukken op (art. 51b Sv), lichten de vordering ter zitting toe en begeleiden u bij het spreekrecht of de schriftelijke slachtofferverklaring. Bij ernstige gewelds- en zedenzaken vragen wij de kosteloze toevoeging voor u aan en, waar dat kan, een aanvraag bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Gaat het om een [geweldsmisdrijf](/expertise/strafrecht/geweldsdelicten/) of een [zedendelict](/expertise/strafrecht/zedenzaken/), dan loopt uw vordering vaak parallel aan de strafzaak tegen de verdachte. Besluit de officier van justitie niet te vervolgen, dan kunnen wij namens u een [klacht op grond van artikel 12 Sv](/expertise/strafrecht/artikel-12-sv/) indienen bij het gerechtshof. Neem zo snel mogelijk contact op, want de termijnen rond voeging en aangifte lopen door zodra de zaak in beweging komt. ## Bronnen - Wetboek van Strafvordering, art. 51a, 51b, 51e, 51f, 160, 161 en 361 ([wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/)) - Wetboek van Strafrecht, art. 36f, schadevergoedingsmaatregel en voorschotregeling ([wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/)) - Wet op de rechtsbijstand, art. 44 lid 4 ([wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0009382/)) - HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, overzichtsarrest vordering benadeelde partij ([data.rechtspraak.nl](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2019:793)) - Voorschotregeling en inning ([cjib.nl](https://www.cjib.nl/voorschotregeling)) - Beleidsbundel en letsellijst per 1 januari 2026 ([schadefonds.nl](https://schadefonds.nl/wp-content/uploads/2025/12/Beleidsbundel-Schadefonds-Geweldsmisdrijven-1-januari-2026-1.pdf)) --- ## Gezag en omgang (uit Familie- en jeugdrecht) Gezag gaat over wie de belangrijke beslissingen over een kind neemt, omgang over het contact tussen ouder en kind. Onze advocaten regelen gezagswijzigingen, omgangsregelingen en vervangende toestemming via de rechtbank. Het belang van het kind staat in deze procedures altijd voorop. Loopt het vast na een scheiding? Wij beoordelen uw positie en treden zo snel mogelijk voor u op. ## Wat is het verschil tussen ouderlijk gezag en omgang? Gezag en omgang zijn twee verschillende juridische begrippen. Gezag gaat over de verantwoordelijkheid voor opvoeding en verzorging en over belangrijke beslissingen, zoals schoolkeuze, medische zorg en het beheer van het vermogen van het kind. Omgang gaat over het feitelijke recht op contact tussen ouder en kind. Het verschil is praktisch belangrijk. Een ouder zonder gezag kan wel recht op omgang hebben, terwijl een ouder met gezag in beginsel altijd recht op omgang houdt, tenzij dat niet in het belang van het kind is. Het gezag kan op drie manieren zijn geregeld: bij gezamenlijk gezag zijn beide ouders samen verantwoordelijk, bij eenhoofdig gezag heeft één ouder het gezag, en bij voogdij is een derde met het gezag belast. Omgang kan daarnaast verschillende vormen hebben, van onbegeleid contact tot begeleide omgang onder toezicht. Welke vorm passend is, hangt af van de situatie van het kind en de verhouding tussen de ouders. ## Wanneer ontstaat automatisch gezamenlijk gezag? Ouders die met elkaar gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, oefenen automatisch gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Dit volgt uit artikel 1:251 lid 1 BW: gedurende het huwelijk of geregistreerd partnerschap oefenen de ouders het gezag gezamenlijk uit. Dat gezag ontstaat van rechtswege bij de geboorte van het kind, zonder dat u er iets voor hoeft aan te vragen. Na een scheiding of na ontbinding van het geregistreerd partnerschap blijft dit gezamenlijk gezag in beginsel gewoon doorlopen. De rechter kan op verzoek van een of beide ouders bepalen dat het gezag voortaan aan één ouder alleen toekomt (artikel 1:251a lid 1 BW), maar gebeurt dat niet, dan houden beide ouders na de scheiding samen het gezag. Eenhoofdig gezag is dus de uitzondering, niet de regel: de rechter kent het slechts toe als gezamenlijk gezag aantoonbaar niet in het belang van het kind is. ## Krijgt een vader na erkenning sinds 2023 automatisch gezamenlijk gezag? Ja. Sinds 1 januari 2023 krijgt een ongehuwde, niet-geregistreerde partner die een kind erkent van rechtswege gezamenlijk gezag samen met de moeder. Erkenning en gezag ontstaan dan in beginsel tegelijk, zonder aparte aanvraag bij de rechtbank. Vóór 1 januari 2023 was dat anders: toen moesten ouders het gezamenlijk gezag na erkenning nog apart aanvragen, bijvoorbeeld via een aantekening in het gezagsregister of via de rechter. Voor erkenningen van vóór die datum geldt de nieuwe automatische regeling dus niet. Op de nieuwe hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer al een voogd is benoemd, wanneer eerder al gezag werd uitgeoefend, of wanneer de ouders samen verklaren dat alleen de moeder het gezag houdt. Twijfelt u of u na erkenning gezag heeft, dan kijken onze advocaten dat na in het gezagsregister en adviseren wij over de vervolgstappen. ## Wanneer mag je met je kind verhuizen en hoe vraag je vervangende toestemming? Bij gezamenlijk gezag heeft u voor een verhuizing met het kind toestemming van de andere ouder nodig, zeker als u buiten een redelijke afstand of naar het buitenland wilt verhuizen. Geeft de andere ouder geen toestemming, dan kunt u de rechter om vervangende toestemming vragen. De grondslag daarvoor is artikel 1:253a BW. Dat artikel bepaalt dat geschillen bij de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechter kunnen worden voorgelegd, waarna de rechter de beslissing neemt die hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. In verhuiszaken weegt de rechter alle omstandigheden tegen elkaar af, met het belang van het kind als eerste overweging. Daarbij spelen onder meer een rol: de noodzaak en de voorbereiding van de verhuizing, de gevolgen voor het contact met de andere ouder, en de mate waarin dat contact op een andere manier kan worden voortgezet. Dezelfde route via artikel 1:253a BW geldt ook voor andere geschillen tussen gezagdragende ouders, bijvoorbeeld over een paspoort of een reis naar het buitenland. ## Wat kun je doen als de andere ouder zich niet aan de omgangsregeling houdt? Houdt de andere ouder zich niet aan een vastgelegde omgangsregeling, dan zijn er meerdere routes om nakoming af te dwingen. In de praktijk werkt vaak een combinatie van hernieuwde mediation en gerichte communicatie via de advocaten het beste, omdat dwangmiddelen het onderliggende conflict zelden zelf oplossen. Lukt dat niet, dan kan de rechter de nakoming afdwingen. De volgende stappen zijn mogelijk: | Route | Wat houdt het in | Grondslag | |-------|------------------|-----------| | Dwangsom | Een geldbedrag dat de andere ouder verbeurt per gemiste omgang | art. 611a Rv | | Wijziging omgangsregeling | De rechter past de regeling aan als die structureel niet werkt | art. 1:377e BW | | Wijziging gezag | In uitzonderlijke gevallen een verzoek tot wijziging van het gezag | art. 1:253n BW | Een dwangsom kan op grond van artikel 611a Rv worden opgelegd voor het geval niet aan de uitspraak wordt voldaan. De dwangsom kan pas worden verbeurd nadat de uitspraak aan de andere ouder is betekend, dus officieel is overhandigd door een deurwaarder. ## Wanneer kan de rechter de omgang beperken of ontzeggen? De rechter mag het recht op omgang alleen op een beperkt aantal wettelijke gronden ontzeggen. Het uitgangspunt is dat een kind recht heeft op omgang met beide ouders; ontzegging is de uitzondering. De gronden staan in artikel 1:377a lid 3 BW. De rechter kan de omgang ontzeggen wanneer: - omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind; - de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat is tot omgang; - een kind van twaalf jaar of ouder bij verhoor laat blijken ernstige bezwaren tegen omgang te hebben; - omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Situaties als geweld, misbruik of ernstige verwaarlozing zijn voorbeelden die onder deze wettelijke gronden kunnen vallen, met name onder ernstig nadeel of zwaarwegende belangen van het kind. De rechter beoordeelt steeds concreet of de drempel wordt gehaald en kiest waar mogelijk voor een minder vergaande oplossing, zoals begeleide omgang of een tijdelijke beperking, in plaats van volledige ontzegging. ## Vanaf welke leeftijd wordt een kind gehoord? Vanaf twaalf jaar moet de rechter het kind in de gelegenheid stellen zijn of haar mening kenbaar te maken in zaken over gezag en omgang. Dat volgt uit artikel 809 Rv: de rechter beslist niet voordat een kind van twaalf jaar of ouder de gelegenheid heeft gehad gehoord te worden, behoudens een kennelijk ondergeschikt belang of spoed. Het kind wordt dus uitgenodigd, maar is niet verplicht te verschijnen. Kinderen jonger dan twaalf jaar kan de rechter op een door hem te bepalen wijze horen, bijvoorbeeld als het kind daar zelf om vraagt of als de rechter dat zinvol vindt. Het kindgesprek vindt plaats in een aparte ruimte zonder de ouders erbij; de duur ervan is praktijk en geen wettelijke norm. De rechter weegt de mening van het kind mee, maar neemt de uiteindelijke beslissing zelf, met het belang van het kind als maatstaf. ## Is een ouderschapsplan verplicht bij scheiding? Ja. Voor gehuwde en geregistreerde ouders, en voor samenwonende ouders met gezamenlijk gezag, is een ouderschapsplan wettelijk verplicht bij een scheiding. Bij een echtscheidingsverzoek moet het ouderschapsplan op grond van artikel 815 lid 2 Rv bij het verzoekschrift worden gevoegd. In het ouderschapsplan leggen ouders afspraken vast over onder meer de verdeling van de zorg, het contact met beide ouders, de kosten van de kinderen en de manier waarop zij elkaar informeren over belangrijke zaken. Een omgangsregeling kan vastleggen wanneer, hoe vaak en op welke wijze het contact plaatsvindt, bijvoorbeeld over de frequentie, de duur en de vorm van het contact. Komen ouders er samen niet uit, dan kan de rechter partijen naar een mediator verwijzen en uiteindelijk zelf een regeling vaststellen. Onze advocaten stellen het ouderschapsplan op of toetsen een bestaand plan en zien erop toe dat de afspraken werkbaar en in het belang van het kind zijn. ## Wat doet uw advocaat? Onze familierechtadvocaten begeleiden u bij procedures over gezag en omgang. Wij beoordelen eerst uw juridische positie: hoe het gezag is geregeld, wat er in een eventueel ouderschapsplan staat en welke beslissing haalbaar is. Vervolgens dienen wij de juiste verzoeken in bij de rechtbank, bijvoorbeeld voor het aanvragen of wijzigen van gezag, het vaststellen of wijzigen van een omgangsregeling, of vervangende toestemming voor een verhuizing. In familierechtelijke procedures over gezag en omgang is procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht: het verzoekschrift moet door een advocaat worden ondertekend en ingediend. Wij bereiden ook het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming met u voor en verdedigen uw belangen tijdens de zitting. Speelt naast gezag en omgang ook een jeugdbeschermingsmaatregel, zoals een [ondertoezichtstelling](/expertise/familie-en-jeugdrecht/ondertoezichtstelling/) of een [uithuisplaatsing](/expertise/familie-en-jeugdrecht/uithuisplaatsing/), dan staan onze advocaten u ook daarin bij. ## Wanneer contact opnemen? Gezag- en omgangszaken zijn juridisch en emotioneel ingrijpend. Neem zo snel mogelijk contact op zodra er vragen of een conflict ontstaan over gezag, hoofdverblijfplaats of een omgangsregeling. Vroegtijdig advies voorkomt escalatie en beschermt de belangen van uw kind. Voor meer informatie over ouderschap kunt u ook terecht bij het [Juridisch Loket](https://www.juridischloket.nl/familie-en-relatie/ouderschap/). Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - Artikel 1:251 BW (gezamenlijk gezag tijdens huwelijk of geregistreerd partnerschap), artikel 1:251a BW (gezag na scheiding), artikel 1:253a BW (geschillen bij gezamenlijk gezag, vervangende toestemming), artikel 1:253n BW (beëindiging gezamenlijk gezag) en artikel 1:377a BW (recht op omgang en ontzeggingsgronden): [wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 1](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2023-01-01) - Gezamenlijk gezag door erkenning sinds 1 januari 2023: [Rijksoverheid](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ouderlijk-gezag/gezamenlijk-gezag-door-erkenning-vanaf-2023) - Artikel 809 Rv (hoorrecht kind), artikel 611a Rv (dwangsom) en artikel 815 Rv (ouderschapsplan bij echtscheidingsverzoek): [wetten.overheid.nl, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827) - Informatie over familie en relaties: [Rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/familie-en-relaties) --- ## Uithuisplaatsing (uit Familie- en jeugdrecht) Een uithuisplaatsing wordt opgelegd door de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling, de Raad voor de Kinderbescherming of het OM (art. 1:265b BW). Onze advocaten toetsen of de maatregel terecht is, voeren verweer en zoeken naar het minst ingrijpende alternatief, zoals plaatsing binnen uw eigen netwerk. ## Wat is een uithuisplaatsing en wie beslist erover? Een uithuisplaatsing betekent dat een kind tijdelijk niet meer thuis woont en wordt ondergebracht in een pleeggezin, gezinshuis of instelling. Bij een gedwongen uithuisplaatsing beslist de kinderrechter, op verzoek van de gecertificeerde instelling (GI), de Raad voor de Kinderbescherming of het openbaar ministerie (art. 1:265b lid 1 en 2 BW). De rechter kan de GI machtigen het kind uit huis te plaatsen als dat noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, of voor onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke gesteldheid van het kind. Er bestaan twee vormen. Bij een vrijwillige uithuisplaatsing stemmen ouders zelf in dat hun kind tijdelijk elders woont; er is dan geen machtiging van de kinderrechter nodig. Bij een gedwongen uithuisplaatsing legt de kinderrechter de maatregel op, ook tegen de wil van de ouders in. Wij beoordelen in beide situaties of de stap echt nodig is en of er een minder ingrijpend alternatief bestaat. ## Wat is het verschil tussen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing? Een uithuisplaatsing is de zwaardere stap; een ondertoezichtstelling is de lichtere maatregel waarbij het kind thuis blijft. Bij een [ondertoezichtstelling](/expertise/familie-en-jeugdrecht/ondertoezichtstelling/) (art. 1:255 BW) krijgt het gezin een gezinsvoogd die meebeslist over de opvoeding, terwijl het kind in het eigen gezin blijft wonen. Een uithuisplaatsing (art. 1:265b BW) gaat verder: het kind wordt feitelijk uit het ouderlijk huis gehaald. Een uithuisplaatsing kan alleen worden ingezet als een ondertoezichtstelling met (thuis)hulp onvoldoende is om de ernstige ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De machtiging is gekoppeld aan de GI die de ondertoezichtstelling uitvoert, dus een uithuisplaatsing veronderstelt een lopende of gelijktijdige ondertoezichtstelling. De grondslag voor die ondertoezichtstelling is dat een kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, de noodzakelijke zorg niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en de verwachting bestaat dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid weer kunnen dragen (art. 1:255 lid 1 BW). ## Hoe lang mag een uithuisplaatsing duren en hoe werkt verlenging? Een machtiging uithuisplaatsing geldt voor ten hoogste een jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd door de kinderrechter (art. 1:265c BW). De maatregel is dus altijd tijdelijk en wordt periodiek opnieuw getoetst. Bij elke verlenging moet de gecertificeerde instelling opnieuw onderbouwen waarom voortzetting nodig is; wij kunnen daar verweer tegen voeren. Een machtiging die drie maanden niet ten uitvoer is gelegd, vervalt van rechtswege. De duur van een ondertoezichtstelling is eveneens ten hoogste een jaar, telkens met een jaar verlengbaar (art. 1:258 BW). De belangrijkste termijnen op een rij: | Maatregel | Maximale duur per beschikking | Verlenging | Grondslag | | --- | --- | --- | --- | | Ondertoezichtstelling | 1 jaar | Telkens max. 1 jaar | art. 1:258 BW | | Uithuisplaatsing | 1 jaar | Telkens max. 1 jaar | art. 1:265c BW | | Spoeduithuisplaatsing | Vervalt na 2 weken zonder zitting | Volgt reguliere termijn na toetsing | art. 800 lid 3 Rv | Verlengingsverzoeken worden gewoonlijk ingediend voor het aflopen van de lopende maatregel, zodat de kinderrechter tijdig kan beslissen. Wij bewaken die termijnen en kunnen om intrekking of bekorting vragen zodra de thuissituatie dat toelaat. ## Wat is een spoeduithuisplaatsing en wat zijn mijn rechten daarbij? Een spoeduithuisplaatsing kan zonder voorafgaand verhoor van de ouders worden verleend, maar uw recht om gehoord te worden blijft gewaarborgd. De kinderrechter kan de maatregel terstond geven als de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het kind (art. 800 lid 3 Rv). De beschikking verliest echter haar kracht na twee weken, tenzij de belanghebbenden binnen die termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken. Dat betekent dat er na een spoedmaatregel binnen twee weken alsnog een zitting volgt waarop wordt getoetst of de uithuisplaatsing terecht was. Bij een spoeduithuisplaatsing geldt bovendien kosteloze rechtsbijstand voor de procedure in eerste aanleg. Wij zijn bij spoed 24/7 bereikbaar en zorgen dat uw standpunt zo snel mogelijk en goed onderbouwd op tafel ligt voor die toetsingszitting. De Raad voor de Kinderbescherming bevestigt dat bij een spoeduithuisplaatsing binnen veertien dagen een rechtszaak volgt. ## Heb ik een advocaat nodig en is rechtsbijstand kosteloos? Een advocaat is in jeugdbeschermingszaken niet verplicht, maar u heeft er wel recht op en wij raden het sterk aan. U mag zonder advocaat naar de zitting, maar de procedure is ingrijpend en juridisch-technisch, dus tijdige bijstand versterkt uw positie aanzienlijk. Wij beoordelen of de uithuisplaatsing rechtmatig is, voeren verweer bij de kinderrechter, adviseren over [contact en omgang](/expertise/familie-en-jeugdrecht/gezag-en-omgang/) en ondersteunen bij verlengings- of beeindigingsverzoeken. Voor de kosten is het onderscheid tussen procedures belangrijk: | Procedure | Rechtsbijstand | Eigen bijdrage | | --- | --- | --- | | Eerste (spoed)uithuisplaatsing, eerste aanleg | Kosteloos via toegewezen advocaat | Geen, inkomen blijft buiten beschouwing | | Gezagsbeeindigende maatregel, eerste aanleg | Kosteloos via toegewezen advocaat | Geen, inkomen blijft buiten beschouwing | | Verlengingsprocedure | Gesubsidieerde rechtsbijstand mogelijk | Inkomensafhankelijke eigen bijdrage | | Hoger beroep | Gesubsidieerde rechtsbijstand mogelijk | Inkomensafhankelijke eigen bijdrage | Bij een eerste (spoed)uithuisplaatsing en bij gezagsbeeindigende maatregelen wijst de rechtbank een gespecialiseerde advocaat toe die kosteloos rechtsbijstand verleent in eerste aanleg; uw financiele draagkracht blijft buiten beschouwing en er wordt geen eigen bijdrage opgelegd. Dit is een pilot van de Raad voor Rechtsbijstand, die per 1 oktober 2023 is uitgebreid naar de eerste (spoed)uithuisplaatsing en is verlengd tot 1 januari 2027. De regeling geldt niet voor verlengingsprocedures en hoger beroep; daar kan wel gesubsidieerde rechtsbijstand met een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gelden. ## Kan ik vragen om plaatsing van mijn kind in het eigen netwerk? Ja, bij een uithuisplaatsing geldt een voorkeur voor plaatsing in het eigen netwerk boven een neutraal pleeggezin of een instelling. De wetgever en de Richtlijn Uithuisplaatsing gaan uit van een zo thuis mogelijke plek: bij voorkeur binnen het eigen netwerk, zoals familie of bekenden, daarna een pleeggezin en pas als laatste residentiele opvang. Zo blijft de inbreuk op het gezinsleven zo beperkt mogelijk. Wij kunnen de kinderrechter verzoeken om een netwerkplaatsing of om een ander, minder ingrijpend alternatief. Ook tegen de gekozen plaatsingsplek kunt u opkomen: op verzoek toetst de kinderrechter de plaatsingsbeslissing, bijvoorbeeld om een overplaatsing van een instelling naar een netwerkpleeggezin te onderbouwen. Het argument is dan dat de gekozen plek niet in het belang van het kind is of dat een minder ingrijpend alternatief beschikbaar is. ## Welke rol speelt de Raad voor de Kinderbescherming? De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is en kan zelf een machtiging uithuisplaatsing bij de kinderrechter verzoeken. De Raad start onderzoek op signaal van bijvoorbeeld Veilig Thuis of de gemeente en voert gesprekken met ouders, het kind en derden zoals school en huisarts. Bij de start van een ondertoezichtstelling kan de Raad de machtiging aanvragen; loopt er al een ondertoezichtstelling, dan vraagt de gecertificeerde instelling de machtiging aan. Het Raadsrapport eindigt met een advies aan de rechter. Dat advies weegt zwaar, maar is niet bindend. Wij vragen het rapport zo vroeg mogelijk op, zodat wij standpunten kunnen bestrijden of aanvullen voordat de rechter beslist. Bij een spoeduithuisplaatsing volgt, zoals hierboven beschreven, binnen veertien dagen een rechtszaak. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 255 (ondertoezichtstelling), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel255) - [Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 258 (duur ondertoezichtstelling), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel258) - [Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 265b (machtiging uithuisplaatsing), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel265b) - [Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 265c (duur uithuisplaatsing), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel265c) - [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 800 lid 3 (spoedmaatregel), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827) - [Raad voor Rechtsbijstand: kosteloze rechtsbijstand bij (spoed)uithuisplaatsing en gezagsbeeindiging](https://www.rvr.org/advocaten/ingeschreven/rechtsbijstand-procedures/) - [Raad voor de Kinderbescherming: Uithuisplaatsing](https://www.kinderbescherming.nl/themas/u/uithuisplaatsing) - [Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming: Uithuisplaatsing en terugplaatsing](https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl/uithuisplaatsing-en-terugplaatsing/beslissen-over-uithuisplaatsing-en-terugplaatsing/plaats-een) --- ## Ondertoezichtstelling (OTS) (uit Familie- en jeugdrecht) Een ondertoezichtstelling van uw kind voelt als een inbreuk op uw gezin, ook al blijft uw kind in de meeste gevallen gewoon thuis wonen. Onze advocaten leggen u uit wat de gezinsvoogd wel en niet mag, beoordelen of de kinderrechter de maatregel terecht heeft opgelegd en stellen waar nodig verweer op. We staan naast u tijdens de zitting, vechten onterechte schriftelijke aanwijzingen aan en gaan, als dat kan, in hoger beroep. Bij FTW geldt: recht is mensenwerk, en uw kind staat voorop. ## Wat is ondertoezichtstelling? Ondertoezichtstelling (OTS) is een kinderbeschermingsmaatregel, geregeld in artikel 1:255 BW. De kinderrechter stelt een minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). Anders dan bij een uithuisplaatsing blijft uw kind in de meeste gevallen gewoon thuis wonen. U houdt als ouder het ouderlijk gezag en blijft verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding. Wel komt er een gezinsvoogd vanuit de GI die meekijkt en meebeslist, en wiens hulp en steun u bij de opvoeding moet accepteren. De kinderrechter mag een OTS alleen uitspreken als aan drie voorwaarden is voldaan (art. 1:255 lid 1 BW): het kind groeit zo op dat het in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, de zorg die nodig is om die bedreiging weg te nemen wordt niet of onvoldoende door de ouders met gezag geaccepteerd, en de verwachting is gerechtvaardigd dat u binnen een aanvaardbaar te achten termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding weer zelf kunt dragen. Een OTS volgt dus pas als vrijwillige hulp geen effect heeft of niet wordt geaccepteerd. Het is belangrijk de OTS scherp te onderscheiden van uithuisplaatsing. Bij een OTS blijft uw kind thuis en houdt u het gezag. Een uithuisplaatsing is een aparte, zwaardere machtiging (art. 1:265b BW) die de kinderrechter daarnaast kan verlenen. Meer daarover leest u op onze pagina over [uithuisplaatsing](/expertise/familie-en-jeugdrecht/uithuisplaatsing/). ## Wat staat u te wachten? De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt of de ontwikkeling van uw kind in gevaar is. Komt de Raad tot die conclusie, dan vraagt de Raad de kinderrechter om de OTS uit te spreken. Een verzoek kan ook komen van het Openbaar Ministerie, en onder voorwaarden van een ouder of van degene die het kind als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt (art. 1:255 lid 2 BW). De kinderrechter beslist. In de beschikking vermeldt de kinderrechter de concrete ontwikkelingsbedreigingen van uw kind en de daarop afgestemde duur waarvoor de OTS geldt (art. 1:255 BW). De schriftelijke uitspraak, met de motivering, wordt daarna per post toegestuurd. De OTS duurt in beginsel ten hoogste een jaar (art. 1:258 BW). De kinderrechter kan de maatregel telkens met ten hoogste een jaar verlengen, zolang nog aan de grond van artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan (art. 1:260 BW). De wet stelt geen absoluut maximum aan het totale aantal verlengingen; elke verlenging moet wel opnieuw worden getoetst. ## Uw rechten U behoudt tijdens de OTS het ouderlijk gezag en blijft verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van uw kind. U heeft het recht om bij de zitting aanwezig te zijn en uw standpunt aan de kinderrechter voor te leggen. Tegen de beschikking kunt u in hoger beroep bij het gerechtshof; daarvoor is een advocaat verplicht. De beroepstermijn is in beginsel drie maanden na de uitspraak (art. 358 lid 2 Rv). Neem op tijd contact op, dan bewaken wij die termijn voor u. Geeft de GI u een schriftelijke aanwijzing over de verzorging en opvoeding (art. 1:263 BW), dan kunt u die aanvechten. Op verzoek van een ouder met gezag, of van het kind van twaalf jaar of ouder, kan de kinderrechter een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren (art. 1:264 BW). De termijn daarvoor is kort: twee weken, ingaand op de dag na verzending of uitreiking. Bent u het oneens met de GI zelf, dan kan de kinderrechter de instelling op verzoek vervangen door een andere GI (art. 1:259 BW). ## Wat doet uw advocaat? Uw advocaat beoordeelt eerst of de OTS terecht is opgelegd: is de ontwikkeling van uw kind echt ernstig bedreigd, en is vrijwillige hulp daadwerkelijk geprobeerd? Op basis daarvan stellen we verweer op voor de zitting, of bereiden we een verlengingszitting voor. We staan u bij tijdens de behandeling bij de kinderrechter en lichten uw situatie toe. Krijgt u een schriftelijke aanwijzing die u onredelijk vindt, dan dienen wij binnen de termijn van twee weken een verzoek in om die te laten vervallen (art. 1:264 BW). Loopt de samenwerking met de gezinsvoogd vast, dan kunnen we vragen om vervanging van de GI (art. 1:259 BW). En als de beschikking niet deugt, stellen we hoger beroep in bij het gerechtshof. Voor procedures over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing kunt u gesubsidieerde rechtsbijstand aanvragen via een toevoeging (zaakcode P043). Of u daarvoor in aanmerking komt, hangt af van uw inkomen en vermogen. Voor aanvragen vanaf 1 januari 2026 (op basis van de fiscale gegevens over 2024) geldt een inkomensgrens tot 35.400 euro voor alleenstaanden en tot 50.000 euro voor gehuwden, samenwonenden en eenoudergezinnen. Bij toekenning betaalt u een eigen bijdrage, die in 2026 bij personen- en familierechtzaken loopt van 448 euro tot 1.120 euro, afhankelijk van uw inkomen. De actuele bedragen vindt u bij de Raad voor Rechtsbijstand. ## Wanneer contact opnemen? Heeft u een oproep voor een zitting ontvangen, een schriftelijke aanwijzing van de GI gekregen, of overweegt u hoger beroep? Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. Vooral bij schriftelijke aanwijzingen telt elke dag: de termijn om die aan te vechten is maar twee weken. Wij beoordelen uw situatie en bespreken de beste vervolgstap. Achtergrondinformatie vindt u bij de [Rijksoverheid over jeugdbescherming](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdbescherming/vraag-en-antwoord/wanneer-ondertoezichtstelling) en bij [Rechtspraak.nl over de procedurestappen](https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/ondertoezichtstelling/wat-is-ondertoezichtstelling-procedurestappen). ## Bronnen - [Burgerlijk Wetboek Boek 1, titel 14, afdeling 4 (OTS) - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656) - [Art. 1:255 BW (gronden OTS en wie kan verzoeken)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel255) - [Art. 1:258 BW (duur OTS, ten hoogste een jaar)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel258) - [Art. 1:259 BW (vervanging gecertificeerde instelling)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel259) - [Art. 1:260 BW (verlenging OTS, telkens max een jaar)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel260) - [Art. 1:262 BW (taak gecertificeerde instelling en gezinsvoogd)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel262) - [Art. 1:263 BW (schriftelijke aanwijzing)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel263) - [Art. 1:264 BW (schriftelijke aanwijzing vervallen verklaren, termijn twee weken)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel264) - [Art. 1:265b BW (machtiging uithuisplaatsing tijdens OTS)](https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-1/artikel265b) - [Rijksoverheid - Wanneer wordt mijn kind onder toezicht gesteld?](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdbescherming/vraag-en-antwoord/wanneer-ondertoezichtstelling) - [Rechtspraak.nl - Procedurestappen ondertoezichtstelling](https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/ondertoezichtstelling/wat-is-ondertoezichtstelling-procedurestappen) - [Raad voor Rechtsbijstand - Toevoeging OTS en uithuisplaatsing (zaakcode P043)](https://www.rvr.org/kenniswijzer/zoeken-kenniswijzer/toevoegen/personen/p043/) - [Raad voor Rechtsbijstand - Inkomen, vermogen en eigen bijdrage 2026](https://www.rvr.org/@20455/inkomen-vermogen-eigen-bijdrage-2026/) --- ## Huurgeschillen (uit Huurrecht) Een huurgeschil draait meestal om huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst of een te hoge huurprijs. Onze advocaten beoordelen uw positie en voorkomen waar mogelijk ontruiming. Valt er een dagvaarding op de mat, dan gelden korte termijnen en is snel handelen belangrijk. Wij zijn bij spoed zo snel mogelijk bereikbaar en bespreken vrijblijvend uw situatie. ## Wat is huurrecht en welke geschillen vallen eronder? Huurrecht regelt de verhouding tussen huurders en verhuurders en is grotendeels vastgelegd in Boek 7, titel 4 van het Burgerlijk Wetboek. De meest voorkomende huurgeschillen gaan over huurachterstand, [ontruiming en ontbinding van de huurovereenkomst](/expertise/huurrecht/ontruiming-ontbinding/), de hoogte van de huurprijs en gebreken aan de woning. Daarnaast spelen geschillen over [woonfraude](/expertise/huurrecht/woonfraude/) en, bij verdenkingen rond drugs, [sluiting van een pand op grond van de Opiumwet](/expertise/bestuursrecht/pandsluiting-opiumwet/). De Wet betaalbare huur, die op 1 juli 2024 in werking trad, breidt de huurprijsregulering uit naar het middensegment en past het woningwaarderingsstelsel aan. Bij een betalingsachterstand of een conflict over contractbreuk is snel handelen belangrijk, omdat termijnen kort kunnen zijn. ## Mag de verhuurder de huur zomaar opzeggen, en op welke gronden? Nee. Voor zelfstandige woonruimte voor onbepaalde tijd kan de verhuurder de huur alleen opzeggen op een van de wettelijke gronden van artikel 7:274 lid 1 BW. Dat artikel kent een beperkt aantal gronden, opgesomd onder sub a tot en met i, zoals slecht huurderschap, dringend eigen gebruik, het niet instemmen met een redelijk aanbod, verwezenlijking van een functie uit het omgevingsplan en verkoop door een natuurlijk persoon. Opzegging op een andere grond is nietig. De opzegtermijn voor de verhuurder bedraagt minimaal drie maanden, verlengd met een maand per jaar dat de huurder onafgebroken in de woning heeft gewoond, tot maximaal zes maanden (art. 7:271 BW). De opzegging moet bij deurwaardersexploot of aangetekende brief en moet, op straffe van nietigheid, de gronden vermelden. Stemt de huurder niet in, dan beslist de rechter en weegt hij de belangen af. ## Wanneer kan een huurovereenkomst worden ontbonden bij huurachterstand? Ontbinding van een huurovereenkomst voor een gebouwde onroerende zaak wegens een tekortkoming van de huurder kan alleen door de rechter (art. 7:231 lid 1 BW). De verhuurder kan dus niet zelf ontbinden of de huurder eigenhandig op straat zetten. De rechter toetst aan de algemene ontbindingsgrond van artikel 6:265 lid 1 BW: iedere tekortkoming geeft de wederpartij de bevoegdheid tot ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis die ontbinding niet rechtvaardigt. Bij een huurachterstand betekent dit dat de rechter beoordeelt hoe hoog de achterstand is en of ontbinding en ontruiming proportioneel zijn. Een kleine of inmiddels ingelopen achterstand rechtvaardigt niet altijd het einde van de huur. Onze advocaten beoordelen of een betalingsregeling of incassoverweer kansrijk is en voeren waar nodig verweer tegen de ontbindingsvordering. ## Is mijn huurprijs te hoog, en hoe laat ik dit toetsen? Of uw huur te hoog is, hangt af van het puntenaantal volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS), dat sinds 1 januari 2025 dwingend is. Verhuurders moeten sindsdien een puntenberekening verstrekken. Het puntenaantal bepaalt in welke sector uw woning valt en welke maximale aanvangshuur en maximale jaarlijkse verhoging gelden: | Puntenbereik | Sector | Max. aanvangshuur (peil 1 januari 2025) | Max. verhoging 2025 | | --- | --- | --- | --- | | Tot en met 143 punten | Sociale sector | 900,07 euro per maand | 5% bij een huur van 350 euro of meer, anders maximaal 25 euro (vanaf 1 juli 2025) | | 144 tot en met 186 punten | Gereguleerd middensegment | 1.184,82 euro per maand | 7,7% (middenhuur) | | 187 punten of meer | Vrije sector | Geen maximum | 4,1% | Klopt de huur of de verhoging niet, dan kunt u de prijs laten toetsen door de Huurcommissie. ## Wat zijn mijn rechten bij gebreken aan de huurwoning? Bij een gebrek kunt u herstel eisen en zo nodig tijdelijke huurverlaging vragen bij de Huurcommissie van 20, 30 of 40 procent van de huur, afhankelijk van de ernst. Een gebrek is volgens artikel 7:204 lid 2 BW een staat of eigenschap van de zaak, of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de woning niet het genot verschaft dat de huurder mocht verwachten. Denk aan ernstige lekkages, schimmel, ongedierte of een defecte verwarming. De juiste route is dat u het gebrek schriftelijk meldt en om herstel vraagt. Herstelt de verhuurder niet, dan kunt u vanaf zes weken na de melding een zaak starten bij de Huurcommissie. De Huurcommissie beslist dan binnen ongeveer vier maanden over een tijdelijke verlaging totdat het gebrek is hersteld. Onze advocaten helpen u de melding en het dossier zo op te bouwen dat uw aanspraak stevig staat. ## Bij welke rechter loopt een huurgeschil, en heb ik een advocaat nodig? De kantonrechter is bevoegd in huurzaken, ongeacht de hoogte of de waarde van de vordering (art. 93 sub c Rv). Voor de kantonrechter is procesvertegenwoordiging door een advocaat niet wettelijk verplicht, maar bij ontruiming, een wanbetalingsvordering of een geschil over bedrijfsruimte is bijstand in de praktijk verstandig. Een uitspraak van de Huurcommissie wordt overigens pas bindend als geen van partijen binnen acht weken na verzending naar de kantonrechter stapt. De Huurcommissie levert geen executoriale titel: voor het innen van een vordering is alsnog een uitspraak van de kantonrechter nodig. Bij bedrijfsruimte is het onderscheid belangrijk: voor middenstandsbedrijfsruimte zoals detailhandel en horeca (art. 7:290 BW) geldt een huurtermijn van vijf jaar die van rechtswege met vijf jaar wordt verlengd (art. 7:292 BW). Onze advocaten begeleiden u in al deze procedures, van advies tot zitting. ## Wanneer kunt u het beste contact opnemen? Neem contact op zodra u een dagvaarding, een opzegging of een geschil op korte termijn ziet aankomen. Een snelle reactie voorkomt vaak dat de zaak escaleert en versterkt uw onderhandelingspositie. Wacht u tot de zitting, dan worden de mogelijkheden kleiner. Het eerste contactmoment is vrijblijvend, zodat u zonder risico uw situatie kunt bespreken. Bij spoed zijn onze advocaten zo snel mogelijk bereikbaar. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Rijksoverheid, Wet betaalbare huur aangenomen en van kracht vanaf 1 juli](https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/06/25/wet-betaalbare-huur-aangenomen-en-van-kracht-vanaf-1-juli) - [Huurcommissie, Wet betaalbare huur](https://www.huurcommissie.nl/onderwerpen/wet-betaalbare-huur) - [wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 274](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2024-07-01/0/Boek7/Titeldeel4/Afdeling5/ParagraafOnderafdeling4/Artikel274/afdrukken) - [wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 271](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2024-01-01/0/Boek7/Titeldeel4/Afdeling5/ParagraafOnderafdeling4/Artikel271/afdrukken) - [wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 204](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2024-07-01/0/Boek7/Titeldeel4/Afdeling2/Artikel204/afdrukken) - [wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 265](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2023-07-01/0/Boek6/Titeldeel5/Afdeling5/Artikel265/afdrukken) - [wetten.overheid.nl, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 93](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelTweede/AfdelingTweede/Artikel93/afdrukken) - [wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 292](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2024-07-01/0/Boek7/Titeldeel4/Afdeling6/Artikel292/afdrukken) - [Rijksoverheid, Wat is de maximale huurverhoging in 2025?](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-huren/vraag-en-antwoord/wat-is-de-maximale-huurverhoging-in-2025) - [Rijksoverheid, Maximale huurverhoging vanaf 1 januari 2025](https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/12/17/maximale-huurverhoging-vanaf-1-januari-2025-41-procent-voor-vrije-sector-en-77-procent-voor-middenhuur) - [Rijksoverheid, Hoe krijg ik tijdelijke huurverlaging bij ernstige onderhoudsgebreken?](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-huren/vraag-en-antwoord/hoe-krijg-ik-tijdelijke-huurverlaging-bij-ernstige-onderhoudsgebreken) - [Huurcommissie, Na de uitspraak](https://www.huurcommissie.nl/onderwerpen/procedure/na-de-uitspraak) --- ## Ontruiming en ontbinding (uit Huurrecht) Een verhuurder kan u niet zomaar uit huis zetten: voor woonruimte loopt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vrijwel altijd via de rechter. Tussen de dagvaarding en de daadwerkelijke ontruiming zit een procedure met momenten waarop u verweer kunt voeren en de uitzetting nog kunt afwenden. Onze advocaten stellen verweer op, verzamelen bewijs en procederen gericht bij huurachterstand of contractbreuk, voor huurders en verhuurders. ## Hoe verloopt de procedure bij ontruiming van een huurwoning? Ontruiming van een huurwoning kan alleen na een rechterlijke uitspraak: een verhuurder mag u niet zelf op straat zetten, maar moet eerst ontbinding en ontruiming vorderen bij de kantonrechter. Voor woonruimte, een gebouwde onroerende zaak, kan de huur wegens een tekortkoming uitsluitend door de rechter worden ontbonden (artikel 7:231 lid 1 BW). De hele weg van eerste tekortkoming tot daadwerkelijke ontruiming verloopt in vaste stappen. | Stap | Wat gebeurt er | Wie | | --- | --- | --- | | 1. Tekortkoming | Huurachterstand, overlast of verboden gebruik; vaak eerst aanmaning en verzuim | Verhuurder | | 2. Dagvaarding | Verhuurder dagvaardt de huurder en vordert ontbinding, ontruiming en betaling | Verhuurder | | 3. Zitting en vonnis | Kantonrechter beoordeelt het verweer en wijst toe of af | Kantonrechter | | 4. Betekening | Het toewijzende vonnis wordt officieel aan de huurder overhandigd | Deurwaarder | | 5. Ontruimingstermijn | Termijn uit het vonnis (vaak twee tot vier weken) waarbinnen u zelf kunt vertrekken | Huurder | | 6. Gedwongen ontruiming | Loopt de termijn af, dan ontruimt de deurwaarder, zo nodig met politie | Deurwaarder | De doorlooptijd verschilt sterk per zaak en is geen wettelijke termijn. Belangrijk is dat ieder van deze stappen een moment is waarop verweer of een regeling nog mogelijk is. Hoe de betekening en de gedwongen ontruiming juridisch precies werken, leest u verderop op deze pagina. Loopt het conflict eigenlijk over de huurprijs of over gebreken, kijk dan bij [huurgeschillen](/expertise/huurrecht/huurgeschillen/). ## Wanneer kan een huurovereenkomst worden ontbonden? Een huurovereenkomst van woonruimte kan in beginsel alleen door de rechter worden ontbonden, en alleen als de huurder ernstig genoeg tekortschiet. De hoofdregel staat in artikel 6:265 lid 1 BW: iedere tekortkoming geeft recht op ontbinding, tenzij die tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Is nakoming nog mogelijk, dan ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas zodra de huurder in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW). Voor een gebouwde onroerende zaak moet die ontbinding bovendien door de rechter worden uitgesproken (artikel 7:231 lid 1 BW). - **Buitengerechtelijke ontbinding mag niet bij woonruimte.** Anders dan bij veel contracten kan een verhuurder een huurovereenkomst voor woonruimte niet met een enkele brief ontbinden; daar is altijd een rechterlijk vonnis voor nodig. - **Een geringe tekortkoming is niet genoeg.** Een eenmalige of kleine wanbetaling, of een gebrek van beperkte betekenis, rechtvaardigt de ontbinding en het verlies van de woning meestal niet. - **De rechter weegt alle omstandigheden.** Hoe ernstig is de tekortkoming, hoe lang loopt die al, en welke gevolgen heeft uitzetting voor de huurder en eventuele gezinsleden. De smalle uitzonderingen waarbij de verhuurder de huur buiten de rechter om kan beeindigen, bijvoorbeeld bij sluiting wegens de openbare orde, de Opiumwet of de Woningwet, staan in artikel 7:231 lid 2 BW. Gaat het om onderverhuur of een hennepkwekerij, dan speelt vaak [woonfraude](/expertise/huurrecht/woonfraude/). ## Kan ik een ontruiming voorkomen? Vaak wel: een dreigende ontruiming is geen voldongen feit, en op vrijwel elk moment in de procedure zijn er nog mogelijkheden om uitzetting af te wenden of uit te stellen. Welke route kansrijk is, hangt af van de grond en van het stadium waarin uw zaak zit. - **Achterstand inlopen of een betalingsregeling treffen.** Wordt de huurachterstand voor de zitting voldaan of in een afspraak vastgelegd, dan vervalt de belangrijkste grond voor ontbinding vaak. - **Vragen om een laatste betaaltermijn.** Bij een huurachterstand kan de kantonrechter u op grond van artikel 7:280 BW een terme de grace van ten hoogste een maand geven om alsnog te betalen en zo de ontbinding af te wenden. De rechter is daartoe niet verplicht en geeft die termijn alleen als aannemelijk is dat u binnen die maand kunt en zult betalen. - **Aanvoeren dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt.** Is de achterstand klein of inmiddels ingelopen, of is het gebrek van geringe betekenis, dan kan de tenzij-regel van artikel 6:265 lid 1 BW eraan in de weg staan dat de woning wordt ontruimd. - **Het gebrek herstellen of het verboden gebruik beeindigen.** Stopt de overlast of wordt een hennepkwekerij verwijderd voordat de rechter beslist, dan kan dat het oordeel in uw voordeel beinvloeden. Tijd is hierbij doorslaggevend: hoe eerder u reageert op een aanmaning, dagvaarding of aangekondigde ontruiming, hoe meer ruimte er is om uitzetting te voorkomen. Neem daarom zo snel mogelijk contact op zodra een conflict dreigt te escaleren. ## Wat is het verschil tussen ontruiming en ontbinding? Ontbinding is de juridische beeindiging van de huurovereenkomst, ontruiming is de feitelijke uitzetting uit de woning. Bij huurconflicten lopen die twee vaak samen. Voor een gebouwde onroerende zaak, waaronder woonruimte, kan de huur wegens een tekortkoming alleen door de rechter worden ontbonden. Dat staat in artikel 7:231 lid 1 BW, behoudens de wettelijke uitzonderingen van lid 2 (sluiting wegens openbare orde, de Opiumwet of de Woningwet) en artikel 7:210 BW. Een verhuurder kan u dus niet zonder gerechtelijke procedure uit de woning zetten. Beide stappen volgen meestal op een huurachterstand, ernstige wanprestatie of contractbreuk. Loopt het conflict over de hoogte van de huur of over gebreken, kijk dan ook bij [huurgeschillen](/expertise/huurrecht/huurgeschillen/). Gaat het om onderverhuur of een hennepkwekerij, dan speelt vaak [woonfraude](/expertise/huurrecht/woonfraude/). Eigenrichting, zoals het wisselen van de sloten terwijl u er nog woont, is voor woonruimte onrechtmatig. ## Op welke gronden kan de huur worden ontbonden? De wettelijke basis is artikel 6:265 BW: iedere tekortkoming geeft de verhuurder recht op ontbinding, tenzij die tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Is nakoming nog mogelijk, dan ontstaat de bevoegdheid pas bij verzuim (artikel 6:265 lid 2 BW). In de praktijk gaat het meestal om de volgende gronden: - **Huurachterstand:** uit vaste rechtspraak volgt dat een achterstand van ongeveer drie maanden of meer doorgaans tot ontbinding en ontruiming leidt, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten. - **Overlast:** structurele en bewezen overlast voor omwonenden. - **Verboden gebruik:** onderverhuur, geen hoofdverblijf of een hennepkwekerij in de woning. De rechter weegt steeds of de tekortkoming ernstig genoeg is om het verlies van de woning te rechtvaardigen. De Hoge Raad heeft in het Tenzij-arrest (HR 28 september 2018) bepaald dat alleen een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding en dat de rechter alle omstandigheden van het geval moet meewegen, ook bij sociale huur. ## Hoe verloopt een ontruimingsprocedure bij de kantonrechter? Huurzaken worden in eerste aanleg altijd door de kantonrechter behandeld, ongeacht de hoogte van de vordering (artikel 93 Rv). Bij de kantonrechter is procesvertegenwoordiging niet verplicht: u mag in persoon procederen, maar deskundige bijstand vergroot de kans op een goede uitkomst aanzienlijk. De procedure verloopt in grote lijnen zo: 1. **Dagvaarding:** de verhuurder dagvaardt de huurder. Daarin staan de zittingsdatum en wat wordt gevorderd, meestal ontbinding, ontruiming en betaling van de achterstand. 2. **Zitting en verweer:** op de zitting voert de huurder verweer. In een kort geding doet de voorzieningenrechter in de praktijk vaak binnen enkele weken uitspraak. Een bodemprocedure duurt langer en kent meerdere schriftelijke rondes. 3. **Vonnis:** wijst de rechter de vordering toe, dan volgt een ontruimingsvonnis, vaak met een ontruimingstermijn. Deze doorlooptijden zijn praktijkindicaties; de feitelijke duur verschilt per rechtbank en per zaak en is geen wettelijke termijn. ## Hoe wordt een ontruimingsvonnis uitgevoerd? Een toewijzend vonnis wordt eerst door de deurwaarder aan de huurder betekend, officieel overhandigd. Pas daarna mag worden ontruimd. De gedwongen ontruiming moet worden voorafgegaan door een bevel van de deurwaarder om binnen drie dagen aan de titel te voldoen (artikel 555 Rv). Die drie dagen zijn het wettelijk minimum op het bevel; de feitelijke ontruimingstermijn die in het vonnis staat is meestal langer, vaak veertien dagen tot vier weken. De gedwongen ontruiming zelf wordt uitgevoerd door de deurwaarder (artikel 556 Rv), in de praktijk met hulp van de politie en een slotenmaker. Sinds 2020 moet het exploot ook de ontruimingsdatum vermelden; bij uitstel moet een nieuwe datum ten minste drie dagen tevoren worden aangezegd. Een ontruimingsvonnis is vaak uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv): de ontruiming mag dan doorgaan, ook als de huurder hoger beroep instelt. ## Kunt u de huisuitzetting nog tegenhouden? Ja, vaak is er meer mogelijk dan huurders denken. Er zijn verschillende manieren om een dreigende uitzetting af te wenden of uit te stellen: - **Alsnog betalen of een terme de grace:** bij huurachterstand kan de kantonrechter u op grond van artikel 7:280 BW een laatste termijn van ten hoogste een maand geven om de achterstand alsnog te voldoen en zo de ontbinding af te wenden. De rechter is daartoe niet verplicht en geeft die termijn alleen als aannemelijk is dat u binnen die maand kunt en zult betalen. - **Inhoudelijk verweer:** de hoogte of het bestaan van de achterstand betwisten, of aanvoeren dat de tekortkoming te gering is voor ontbinding (artikel 6:265 lid 1 BW). - **Executiegeschil:** is het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, dan kan uw advocaat in kort geding een executiegeschil starten (artikel 438 Rv) om de ontruiming te laten schorsen, bijvoorbeeld bij een feitelijke misslag of een noodsituatie. Tijdens hoger beroep kan ook het hof om schorsing van de executie worden gevraagd. - **Beeindigingsregeling:** soms is een minnelijke regeling met de verhuurder sneller en gunstiger dan doorprocederen. ## Wat doen onze advocaten voor u? Onze advocaten beoordelen eerst de grondslag: huurachterstand, ernstige wanprestatie of contractbreuk. Daarna wegen we bewijs, stellingnames en termijnen om te bepalen of een ontruimingsverzoek kansrijk is of juist met succes te bestrijden valt. We stellen een verweer op (namens de huurder) of een dagvaarding (namens de verhuurder), verzamelen bewijsstukken zoals het huurcontract, de betalingshistorie en correspondentie, en bereiden de zitting voor. Bij spoed, zoals acute overlast of een dreigende ontruiming op korte termijn, inventariseren we snel de feiten en onderbouwen we het spoedeisend belang. Neem zo snel mogelijk contact op bij een dagvaarding, een ontruimingsverzoek of een huurconflict, want de termijnen zijn vaak kort. We werken op uurtarief en controleren of gefinancierde rechtsbijstand (pro deo) mogelijk is. U krijgt vooraf een transparante kosteninschatting. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Artikel 7:231 BW: ontbinding huur gebouwde onroerende zaak alleen door de rechter](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2017-07-01/0/Boek7/Titeldeel4/afdrukken) - [Artikel 6:265 BW: ontbinding bij tekortkoming, geringe-betekenis-uitzondering](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2024-01-01/0/Boek6/Titeldeel5/Afdeling8/Artikel265) - [Artikel 7:280 BW: terme de grace, uitstel van ten hoogste een maand](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2017-07-01/0/Boek7/Titeldeel4/afdrukken) - [Artikel 93 Rv: huurzaken bij de kantonrechter](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelTweede/AfdelingTweede/Artikel93) - [Artikel 233 Rv: uitvoerbaarheid bij voorraad](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelTweede/AfdelingTiende/Artikel233) - [Artikel 438 Rv: executiegeschil](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/BoekTweede/TiteldeelEerste/Artikel438) - [Artikel 555 Rv: bevel van de deurwaarder, termijn van drie dagen](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/BoekTweede/TiteldeelDerde/AfdelingZesde/Artikel555) - [Artikel 556 Rv: gedwongen ontruiming door de deurwaarder](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/BoekTweede/TiteldeelDerde/AfdelingZesde/Artikel556) - [Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810 (Eigen Haard, Tenzij-arrest)](https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:1810) --- ## Woonfraude (uit Huurrecht) Woonfraude is het onrechtmatig bewonen, onderverhuren of gebruiken van een huurwoning, bijvoorbeeld onbevoegde onderverhuur of geen hoofdverblijf. De verhuurder kan de huur niet zelf opzeggen, maar moet ontbinding en ontruiming bij de kantonrechter vorderen en daar het bewijs leveren. Onze advocaten beoordelen het bewijs en staan u bij in de procedure. ## Wat is woonfraude en welke vormen zijn er? Woonfraude is het onrechtmatig bewonen, onderverhuren of gebruiken van een huurwoning in strijd met de huurovereenkomst of de wet. De kern is dat de huurder de woning niet gebruikt zoals het hoort: hij woont er niet zelf, geeft de woning aan een ander, of gebruikt het pand voor verboden doelen. Woningcorporaties controleren hier actief op, vooral bij sociale huur. De meest voorkomende vormen zijn: | Vorm | Wat houdt het in | | --- | --- | | Onbevoegde onderverhuur | De hele woning aan een ander in gebruik geven, of zonder eigen hoofdverblijf onderverhuren (art. 7:244 BW). | | Geen hoofdverblijf | De huurder woont feitelijk ergens anders en houdt de woning leeg of voor een ander aan. | | Toeristische verhuur | Verhuur via platforms zoals Airbnb zonder toestemming of in strijd met gemeentelijke regels. | | Hennepkwekerij of drugs | Teelt of handel in de woning, wat ook tot een burgemeesterssluiting kan leiden. | Wilt u weten wat de gevolgen zijn van het beeindigen van de huur, lees dan onze pagina over [ontruiming en ontbinding](/expertise/huurrecht/ontruiming-ontbinding/). Voor andere conflicten met uw verhuurder verwijzen wij naar [huurgeschillen](/expertise/huurrecht/huurgeschillen/). ## Mag ik mijn huurwoning (deels) onderverhuren? In beginsel niet. De huurder van woonruimte is volgens art. 7:244 BW niet bevoegd de woning geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven. Dit is een uitzondering op de algemene regel van art. 7:221 BW, juist omdat woonruimte extra bescherming kent. Er geldt een enkele uitzondering. De huurder van een zelfstandige woning die daar zijn hoofdverblijf heeft, mag een deel van die woning aan een ander in gebruik geven, bijvoorbeeld een kamer aan een hospita-huurder. Voorwaarde is dus dat de huurder er zelf blijft wonen. Wat de wet niet toestaat: - De hele woning aan een ander verhuren of in gebruik geven. - Onderverhuren terwijl u er zelf geen hoofdverblijf heeft. - Toeristische verhuur die in strijd is met de huurovereenkomst of gemeentelijke regels. Let op: anders dan online samenvattingen soms suggereren, regelt art. 7:244 BW geen vrije mogelijkheid om onderverhuur af te spreken. De wet kent alleen de hoofdverblijf-deeluitzondering. Wie zonder hoofdverblijf onderverhuurt, loopt het risico op ontbinding van de huur en op winstafdracht. ## Wie moet woonfraude bewijzen: de huurder of de verhuurder? De verhuurder. Wie stelt dat sprake is van woonfraude, draagt daarvoor in beginsel de stelplicht en de bewijslast. Dat volgt uit de hoofdregel van art. 150 Rv: wie zich op een rechtsgevolg beroept, moet de feiten daarvan bewijzen. De verhuurder moet dus aannemelijk maken dat de huurder geen hoofdverblijf heeft of onbevoegd onderverhuurt. In de praktijk is dat vaak lastig. De verhuurder verzamelt bewijs door bijvoorbeeld documenten op te vragen, zoals energieafschriften of bankgegevens, en door een woninginspectie. Worden er andere bewoners aangetroffen of staat de woning leeg, dan kan dat als aanwijzing dienen. Maar losse aanwijzingen zijn niet hetzelfde als sluitend bewijs. Een verhuurder mag de bewijslast niet zomaar volledig op de huurder afwentelen. Een bewijsbeding dat dit doet, is door het Hof Amsterdam (2 april 2019) als oneerlijk en nietig beoordeeld. Wel mag van de huurder een gemotiveerde betwisting worden gevraagd: wie wordt aangesproken, doet er goed aan zijn werkelijke woonsituatie concreet te onderbouwen. ## Hoe verloopt een woonfraudeprocedure bij de kantonrechter? Via de kantonrechter. De verhuurder kan de huur van een woning niet zelf opzeggen wegens woonfraude. Ontbinding op grond van een tekortkoming kan bij een gebouwde onroerende zaak alleen door de rechter worden uitgesproken (art. 7:231 lid 1 BW). De verhuurder moet dus een procedure starten. Huurzaken horen bij de kantonrechter, ongeacht de hoogte van de vordering (art. 93 sub c Rv). Bij de kantonrechter mogen partijen zonder advocaat procederen, maar gezien wat er op het spel staat is bijstand vrijwel altijd verstandig. De stappen op hoofdlijnen: 1. De verhuurder vraagt vaak eerst om vrijwillige opzegging om een procedure te voorkomen. U bent daartoe niet verplicht. 2. Bij weigering dagvaardt de verhuurder u voor de kantonrechter en vordert ontbinding en ontruiming. 3. U voert verweer en betwist het bewijs van de verhuurder gemotiveerd. 4. De kantonrechter beoordeelt of er sprake is van woonfraude en of ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd zijn. Wonen er minderjarige kinderen in de woning, dan moet de rechter het belang van het kind meewegen (art. 3 lid 1 IVRK). De Hoge Raad oordeelde hierover op 28 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1799). ## Wat zijn de gevolgen van woonfraude: ontbinding, ontruiming en winstafdracht? De drie kerngevolgen zijn ontbinding van de huur, ontruiming van de woning en mogelijk afdracht van de behaalde winst. Wordt woonfraude vastgesteld, dan kan de kantonrechter de huurovereenkomst ontbinden en de ontruiming bevelen. | Gevolg | Grondslag en betekenis | | --- | --- | | Ontbinding huurovereenkomst | Via de rechter wegens tekortkoming (art. 7:231 lid 1 BW). De huur eindigt. | | Ontruiming | De huurder moet de woning verlaten; de rechter kan dit bevelen naast de ontbinding. | | Winstafdracht | Bij winstgevende onbevoegde onderverhuur kan de rechter de schade begroten op het bedrag van de behaalde winst (art. 6:104 BW). | De winstafdracht van art. 6:104 BW is een discretionaire bevoegdheid van de rechter en een vorm van abstracte schadebegroting, geen zelfstandige vordering. Bij commerciele onderverhuur kan dit oplopen, omdat de huurder de gevraagde meeropbrengst dan moet afstaan. ## Wat gebeurt er bij een hennepkwekerij in een huurwoning? Bij een hennepkwekerij dreigt zowel een burgemeesterssluiting als ontbinding van de huur. Normaal kan de verhuurder de huur alleen via de rechter ontbinden. Maar is het pand door de burgemeester gesloten, bijvoorbeeld op grond van art. 13b Opiumwet, dan kan de verhuurder de huur buitengerechtelijk ontbinden (art. 7:231 lid 2 BW). De rechterlijke tussenkomst vervalt dan. Die buitengerechtelijke route is niet onbegrensd. De Hoge Raad oordeelde op 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:587) dat een buitengerechtelijke ontbinding na een burgemeesterssluiting kan worden getoetst aan de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW), aan misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) en aan proportionaliteit (art. 8 EVRM). Loopt er ook een strafzaak of een sluitingsbesluit, lees dan onze pagina's over [drugs en de Opiumwet](/expertise/strafrecht/drugs/) en over [pandsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet](/expertise/bestuursrecht/pandsluiting-opiumwet/). Een sluiting raakt namelijk zowel het strafrecht, het bestuursrecht als het huurrecht tegelijk. ## Word ik onterecht beschuldigd van woonfraude, wat nu? Schakel zo snel mogelijk juridische bijstand in en geef niets toe wat niet klopt. Huurders worden soms ten onrechte beschuldigd, bijvoorbeeld na een logeerperiode, mantelzorg of tijdelijke afwezigheid. U bent niet verplicht om de huur vrijwillig op te zeggen en u hoeft niet elk verzoek van de verhuurder zonder meer in te willigen. Wat wij voor u doen: - Wij analyseren het dossier en beoordelen hoe sterk het bewijs van de verhuurder werkelijk is. - Wij adviseren over uw rechten en plichten vanaf het moment dat u van de beschuldiging hoort. - Wij voeren verweer en procederen namens u bij de kantonrechter. Valt uw inkomen onder de grens, dan kunnen wij gesubsidieerde rechtsbijstand aanvragen. U betaalt dan een eenmalige inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Het Juridisch Loket kan een eerste probleemanalyse maken en doorverwijzen. Bent u huurder en wilt u uw verweer verder voorbereiden, lees dan [rechten van huurders bij woonfraude](/inzichten/rechten-van-huurders-bij-woonfraude/). Neem contact met ons op zodra u een brief over woonfraude ontvangt; hoe eerder wij meekijken, hoe meer wij voor u kunnen betekenen. ## Bronnen - [Artikel 7:244 BW (verbod onderverhuur woonruimte), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2025-01-01/0/afdrukken) - [Artikel 7:231 BW (ontbinding huur via de rechter; lid 2 buitengerechtelijk na sluiting), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2025-01-01/0/afdrukken) - [Artikel 6:104 BW (schadebegroting op behaalde winst), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2025-07-01/0/afdrukken) - [Artikel 93 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (kantonrechter, huurzaken), wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2025-01-01/0/afdrukken) - [Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:587 (buitengerechtelijke ontbinding na pandsluiting), data.rechtspraak.nl](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2026:587) - [Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799 (belang van het kind bij ontruiming), data.rechtspraak.nl](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2025:1799) - [Gesubsidieerde rechtsbijstand en eigen bijdrage, Rijksoverheid.nl](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rechtspraak-en-geschiloplossing/vraag-en-antwoord/hoe-verloopt-het-aanvragen-van-gesubsidieerde-rechtsbijstand) --- ## VOG-bezwaar (uit Bestuursrecht) Is uw Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) geweigerd? U heeft zes weken om bezwaar te maken tegen het besluit van Justis. Onze advocaten dienen binnen die termijn het bezwaarschrift in, staan u bij op de hoorzitting en gaan zo nodig in beroep. Wij onderzoeken uw dossier en analyseren waarom de VOG is afgewezen. ## Wat is een VOG en wat verklaart Justis precies? Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een verklaring dat uw justitiele verleden geen bezwaar vormt voor een specifieke functie of een specifiek doel. Het is dus niet zo dat de VOG aantoont dat u geen strafbare feiten op uw naam heeft staan: ook iemand met een strafblad kan een VOG krijgen, terwijl de afgifte altijd wordt beoordeeld in het licht van de functie waarvoor u de verklaring aanvraagt. De VOG wordt afgegeven door Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Binnen Justis beoordeelt de afdeling COVOG (Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag) uw aanvraag. Bij die beoordeling raadpleegt Justis het Justitieel Documentatiesysteem (JDS), en voor strafbare feiten in andere EU-lidstaten kan ook het ECRIS (European Criminal Records Information System) worden geraadpleegd. Een aanvraag via de gemeente kost 41,35 euro, een digitale aanvraag die de werkgever in gang zet 33,85 euro, beide zonder btw. De doorlooptijd is doorgaans 1 tot 4 weken. ## Wanneer wordt een VOG geweigerd (objectief en subjectief criterium)? Een VOG wordt geweigerd na een tweetrapstoets. Eerst past Justis het objectieve criterium toe (paragraaf 3.1.3 Beleidsregels VOG-NP-RP 2025): de VOG wordt in beginsel geweigerd als de aangetroffen justitiele gegevens, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak of bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd. Het gaat dus om de vraag of het feit, zou het zich herhalen, botst met juist die functie. Vervolgens komt het subjectieve criterium aan bod (paragraaf 3.1.4). Op grond daarvan kan Justis oordelen dat uw belang bij verstrekking van de VOG zwaarder weegt dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het via het objectieve criterium vastgestelde risico. Hierbij tellen onder meer de afdoening van de strafzaak, het tijdsverloop en het aantal eerdere strafrechtelijke contacten. In dit subjectieve criterium ligt voor de meeste mensen de echte kans. Weigering is overigens uitzondering: in 2024 werden van circa 1,59 miljoen VOG-NP-aanvragen ongeveer 2.877 geweigerd, ongeveer 0,18 procent (cijfers onder voorbehoud van lopende procedures). ## Hoe ver kijkt Justis terug op uw strafblad (terugkijktermijnen)? De standaard terugkijktermijn voor een VOG is 4 jaar: Justis beoordeelt de vier jaar voorafgaand aan het moment waarop uw aanvraag wordt beoordeeld (paragraaf 3.1.1 Beleidsregels VOG-NP-RP 2025). De termijn is echter niet voor iedereen gelijk; hij hangt af van uw leeftijd, het type delict en de functie waarvoor u de VOG aanvraagt. Onderstaande tabel zet de termijnen op een rij. | Situatie | Terugkijktermijn | | --- | --- | | Standaard (de meeste aanvragen) | 4 jaar | | Jongeren tot 23 jaar (onder voorwaarden) | 2 jaar | | Functies met hoge integriteitseisen (advocaten, ambtenaren, tolken) | 10 jaar | | Bepaalde functies (bijvoorbeeld rechters of DJI-personeel) | tot 30 jaar | | Zeden- en terroristische delicten | onbeperkt | Heeft u binnen de terugkijktermijn een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel ondergaan, dan wordt de termijn verlengd met de periode waarin uw vrijheid beperkt is geweest. Er geldt dus geen vaste verlengde termijn bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf: de duur van de detentie bepaalt de verlenging. Bij de verkorte termijn van 2 jaar voor jongeren tot 23 jaar geldt nog een belangrijke uitzondering. Deze verkorting knoopt aan bij de leeftijd tot 23 jaar, niet bij minderjarigheid op het moment van het feit. Bovendien geldt zij niet bij ernstige gewelds- en drugsdelicten, waarvoor de standaardtermijn blijft gelden, en niet bij zeden- en terroristische delicten. Voor zedendelicten en terroristische delicten kijkt Justis namelijk onbeperkt terug. ## Wat is het verschil tussen een zienswijze en bezwaar tegen een VOG-weigering? Een zienswijze en een bezwaar zijn twee verschillende momenten in de procedure. Een zienswijze is uw schriftelijke reactie op het voornemen tot weigering, dus voordat Justis een definitief besluit neemt. Een sterke, goed onderbouwde zienswijze kan Justis ertoe brengen alsnog de VOG af te geven, zonder dat een formele bezwaarprocedure nodig is. Het loont daarom om al in deze fase scherp te reageren op de redenering van Justis. Bezwaar maakt u pas nadat de VOG definitief is geweigerd. Het is een formele heroverweging van het besluit, waarbij u in een bezwaarschrift onderbouwt waarom de beoordeling anders moet uitvallen. Na indiening worden betrokkenen meestal opgeroepen voor een hoorzitting, waar u en uw advocaat de zaak persoonlijk kunnen toelichten en kunnen reageren op vragen. Soms berust een weigering op een administratieve fout of een misinterpretatie van uw verleden; juist dan kan een goed opgebouwd bezwaar het verschil maken. ## Welke termijnen gelden voor zienswijze, bezwaar en beroep? De termijnen in een VOG-procedure zijn kort en fataal, dus snel handelen is van belang. Op een voornemen tot afwijzing kunt u binnen 2 weken na de dagtekening van dat voornemen een zienswijze indienen. Wordt de VOG daarna definitief geweigerd, dan kunt u binnen 6 weken na de datum van de afwijzing bezwaar maken. Deze bezwaartermijn vloeit voort uit artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Blijft de VOG na de beslissing op bezwaar geweigerd, dan kunt u binnen 6 weken na de datum van die beslissing beroep instellen bij de rechtbank, sector bestuursrecht. Overschrijdt u een termijn, dan riskeert u dat uw stuk niet-ontvankelijk wordt verklaard, ongeacht hoe sterk uw inhoudelijke argumenten zijn. Het is daarom verstandig zo snel mogelijk contact op te nemen zodra u een voornemen of een afwijzing ontvangt, zodat er voldoende tijd is om uw stuk zorgvuldig op te bouwen. ## Wat kunt u doen als Justis ook uw bezwaar afwijst (beroep en hoger beroep)? Wijst Justis ook uw bezwaar af, dan is de procedure niet ten einde. U kunt binnen 6 weken na de beslissing op bezwaar beroep instellen bij de rechtbank (artikel 6:7 Awb). De bestuursrechter beoordeelt of Justis de beleidsregels juist heeft toegepast en of de weigering in uw concrete geval houdbaar is, waarbij vooral de belangenafweging uit het subjectieve criterium kritisch wordt getoetst. Bent u het oneens met de uitspraak van de rechtbank, dan staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste algemene bestuursrechter. Deze instantie behandelt VOG-zaken regelmatig en heeft daarover een uitgebreide lijn aan uitspraken. Een VOG-weigering raakt vaak direct aan uw werk of stage, en hangt soms samen met een onderliggende strafzaak, bijvoorbeeld rond [drugs en Opiumwet](/expertise/strafrecht/drugs/), [fraude](/expertise/strafrecht/fraude/) of [zedenzaken](/expertise/strafrecht/zedenzaken/). Ook andere bestuursrechtelijke screenings kennen een vergelijkbare opzet, zoals het [Schipholpas-bezwaar](/expertise/bestuursrecht/schipholpas-bezwaar/). ## Wat doet uw advocaat in een VOG-bezwaarprocedure? Onze advocaten onderzoeken eerst uw dossier en analyseren nauwkeurig waarom Justis de VOG heeft geweigerd. Op basis daarvan geven wij helder en praktisch advies over de haalbaarheid van een zienswijze, bezwaar of beroep, en over de vraag of het subjectieve criterium in uw geval ruimte biedt. Wij stellen de zienswijze of het bezwaarschrift op, verwijzen waar nodig naar de Beleidsregels VOG-NP-RP 2025 en relevante rechtspraak, en zorgen dat alle relevante informatie en bewijsstukken op de juiste manier worden aangeleverd. Tijdens de hoorzitting bij Justis verlenen wij bijstand, lichten wij uw zaak toe en reageren wij op vragen van de commissie. Blijft de weigering in stand, dan staan wij u bij in beroep bij de rechtbank en zo nodig in hoger beroep bij de Raad van State. Een VOG-weigering heeft vaak grote gevolgen voor uw werk of opleiding. Neem daarom zo snel mogelijk contact met ons op zodra u een voornemen tot afwijzing of een definitieve weigering ontvangt; bij spoed zijn wij 24/7 bereikbaar. Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026. ## Bronnen - [Justis, Terugkijktermijnen voor de VOG](https://www.justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag/beoordeling-en-besluit-vog/terugkijktermijnen) - [Justis, Beoordeling en besluit VOG](https://www.justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag/beoordeling-en-besluit-vog) - [Justis, Bezwaar maken tegen afwijzing VOG-aanvraag](https://www.justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag/bezwaar-maken-vog) - [Justis, Wat is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)?](https://www.justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag/wat-is-een-vog) - [Justis, Kwartaalcijfers 2024 VOG NP, VOG voor vrijwilligers en VOG P](https://justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag/kwartaalcijfers-2024-vog-np-vog-voor-vrijwilligers-en-vog-p) - [Beleidsregels VOG-NP-RP 2025, wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0051163/2025-07-01) - [Raad van State, In (hoger) beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak](https://www.raadvanstate.nl/overrvs/bestuursrechtspraak/hoger-beroep/) --- ## Pandsluiting Opiumwet (art. 13b) (uit Bestuursrecht) De burgemeester kan uw woning of bedrijfspand sluiten na een drugsvondst op grond van artikel 13b Opiumwet. Dit is een last onder bestuursdwang die u kunt aanvechten met een zienswijze, bezwaar binnen zes weken en zo nodig een spoedprocedure. Onze advocaten beoordelen of de sluiting de evenredigheidstoets doorstaat en starten zo snel mogelijk verweer. ## Wanneer mag de burgemeester een woning sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet? De burgemeester mag een woning, lokaal of bijbehorend erf sluiten als daar een middel van lijst I (harddrugs) of lijst II (softdrugs) wordt verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig is. Artikel 13b lid 1 Opiumwet geeft hem hiervoor de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Sluiting is de meest voorkomende uitvoering daarvan, maar juridisch gaat het dus om een bestuursdwang-bevoegdheid, niet zomaar om "sluiten". Belangrijk: artikel 13b ziet uitsluitend op drugs van lijst I of II en op voorwerpen of stoffen bestemd voor grootschalige of beroepsmatige hennepteelt of bereiding van harddrugs. Sluiting wegens ernstige overlast of andere verboden goederen loopt niet via artikel 13b, maar via aparte bevoegdheden zoals artikel 174a of 151d Gemeentewet. Een [drugsvondst in het strafrecht](/expertise/strafrecht/drugs/) staat los van deze bestuursrechtelijke sluiting; beide procedures kunnen naast elkaar lopen. ## Hoeveel drugs leiden tot een woningsluiting (handelshoeveelheid versus eigen gebruik)? In beginsel komt de 13b-bevoegdheid in beeld boven de handelshoeveelheid. Dat is meer dan 0,5 gram harddrugs, meer dan 5 gram softdrugs of meer dan 5 hennepplanten. Boven die drempel wordt vermoed dat de drugs voor verkoop of handel aanwezig waren. Daaronder wordt in beginsel eigen gebruik aangenomen en is sluiting moeilijker te onderbouwen. | Soort | Drempel handelshoeveelheid | |---|---| | Harddrugs (lijst I) | meer dan 0,5 gram | | Softdrugs (lijst II) | meer dan 5 gram | | Hennepplanten | meer dan 5 planten | Let op: de grens van 30 gram die u soms tegenkomt, is het gedoogcriterium voor coffeeshopbezit en geldt niet als 13b-handelshoeveelheid. Het vereiste dat de drugs "niet uitsluitend voor eigen gebruik" zijn, staat overigens niet letterlijk in de wettekst; het volgt uit de handelshoeveelheid-toets in de rechtspraak. Bij een geringe overschrijding kunt u proberen aan te tonen dat het toch om eigen gebruik ging. ## Hoe toetst de rechter een woningsluiting aan het evenredigheidsbeginsel sinds de Harderwijk-uitspraak? Sinds de Harderwijk-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285) toetst de bestuursrechter een woningsluiting indringend aan het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 lid 2 Awb. De Afdeling verliet het oude willekeurscriterium en hanteert nu een drietrapstoets. | Toets | Wat de rechter beoordeelt | |---|---| | Geschiktheid | Draagt de sluiting bij aan herstel van de openbare orde en het woon- en leefklimaat? | | Noodzaak | Volstaat een lichter middel, zoals een waarschuwing of voorwaardelijke sluiting? | | Evenwichtigheid | Staan de gevolgen voor de bewoners in verhouding tot het doel? | De burgemeester moet onderzoeken of er minder ingrijpende alternatieven zijn en rekening houden met de gevolgen voor bewoners. Of de bewoners wisten of konden weten van de drugs en of hen dat te verwijten valt, weegt mee. Bij ingrijpende gevolgen moet de burgemeester zich informeren over mogelijkheden voor vervangende woonruimte of opvang. In de Harderwijk-zaak liet de Afdeling de sluiting niet in stand: zij vernietigde het besluit en droeg de burgemeester op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de gevolgen voor de bewoners zorgvuldig worden afgewogen. ## Wat veranderde er door de overzichtsuitspraak van de Raad van State van 16 juli 2025? Op 16 juli 2025 deed de Afdeling een nieuwe overzichtsuitspraak over woningsluitingen op grond van artikel 13b Opiumwet (ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922). Daarin werkt zij de evenredigheidstoets en de toetsingsintensiteit verder uit en bouwt zij voort op de Harderwijk-lijn. Dit is op dit moment de leidende uitspraak. In de concrete zaak (Rotterdam, harddrugs, wapens en contant geld) oordeelde de Afdeling dat sluiting weliswaar noodzakelijk was, maar onevenredig vanwege de bijzondere omstandigheid dat de bewoonster hoogzwanger was. De uitspraak bevestigt dat de duur van een sluiting geen vast gegeven is: termijnen vloeien voort uit het lokale Damocles-beleid, maar moeten sinds 2022 en 2025 de evenredigheidstoets doorstaan en kunnen door de rechter worden verkort. Een sluitingsperiode van bijvoorbeeld drie, zes of twaalf maanden is dus geen automatisme. Juist deze actuele rechtspraak vormt vaak het hart van een geslaagd verweer, zeker bij gezinnen met minderjarige kinderen. ## Hoe maak ik bezwaar tegen een sluitingsbesluit en hoeveel tijd heb ik daarvoor? U hebt zes weken om bezwaar te maken tegen het sluitingsbesluit, gerekend vanaf de dag na bekendmaking (artikel 6:7 Awb). Deze termijn is fataal: bent u te laat, dan bent u in beginsel niet-ontvankelijk, behoudens een verschoonbare termijnoverschrijding. Wij raden aan zo snel mogelijk te reageren, omdat de zienswijze-fase daarvoor meestal een kortere, door de burgemeester gestelde termijn kent. De procedure verloopt doorgaans in deze stappen: | Stap | Wat gebeurt er | |---|---| | Zienswijze | U reageert op het voornemen tot sluiting binnen de door de burgemeester gestelde termijn. | | Bezwaar | Binnen zes weken na het besluit (artikel 6:7 Awb), fataal. | | Voorlopige voorziening | Spoedprocedure bij de voorzieningenrechter (artikel 8:81 Awb) om de sluiting te schorsen. | | Beroep en hoger beroep | Bij de rechtbank en daarna de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. | De voorlopige voorziening is cruciaal bij dreigende onomkeerbare gevolgen, zoals een naderende ontruiming. De voorzieningenrechter kan dan de uitvoering van het sluitingsbesluit schorsen zolang het bezwaar of beroep loopt. Voor verwante bestuursrechtelijke procedures verwijzen wij naar [bezwaar tegen een VOG](/expertise/bestuursrecht/vog-bezwaar/). Voor een stap-voor-stap-uitleg leest u ook [wat u kunt doen tegen de sluiting van uw woning of bedrijfspand](/inzichten/help-wat-kan-ik-doen-tegen-de-sluiting-van-woning-of-bedrijfspand/). ## Kan ik mijn huurwoning kwijtraken na een pandsluiting op grond van de Opiumwet? Ja, dat kan. Als het gehuurde door de burgemeester is gesloten op grond van artikel 13b Opiumwet, mag de verhuurder de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW. Dat betekent ontbinding zonder tussenkomst van de rechter, al moet de verhuurder de ontbinding wel schriftelijk verklaren en moet die verklaring u hebben bereikt. De pandsluiting zelf is bestuursrechtelijk; de ontbinding is een aparte civiele kwestie die naast de bestuursrechtelijke procedure loopt. Wordt uw bezwaar tegen de sluiting later gegrond verklaard, dan kan dat de grondslag onder de ontbinding wegnemen. Het is daarom verstandig om de bestuursrechtelijke en de civiele lijn op elkaar af te stemmen. Onze advocaten beoordelen beide sporen samen. Voor de civiele kant verwijzen wij naar [ontruiming en ontbinding](/expertise/huurrecht/ontruiming-ontbinding/) en naar [huurgeschillen](/expertise/huurrecht/huurgeschillen/). ## Wat is het verschil tussen sluiting van een woning en sluiting van een bedrijfspand of lokaal? Het belangrijkste verschil zit in de beschermingsdrempel: bij een woning weegt het woonbelang en het huisrecht zwaarder, waardoor de burgemeester terughoudender moet zijn dan bij een lokaal. Voor beide geldt artikel 13b Opiumwet, maar de evenredigheidstoets pakt voor een woning anders uit. | Aspect | Woning | Bedrijfspand of lokaal | |---|---|---| | Grondslag | Artikel 13b Opiumwet | Artikel 13b Opiumwet | | Eerste overtreding | In beginsel eerst een waarschuwing; directe sluiting alleen in ernstige gevallen | Vaak sneller directe sluiting volgens lokaal beleid | | Beschermd belang | Huisrecht en woonbelang wegen zwaar | Bedrijfsbelang, minder zwaar woonbelang | | Evenredigheid | Indringende toets, gevolgen voor bewoners centraal | Toets gericht op herstel openbare orde | Volgens de wetsgeschiedenis is een eerste overtreding in een woning normaliter aanleiding voor een waarschuwing of een voorwaardelijke maatregel, niet voor directe sluiting. Afwijking is alleen toegestaan in ernstige gevallen, zoals handelshoeveelheden harddrugs of aanwijzingen voor georganiseerde handel. In de praktijk hanteren veel gemeenten echter een streng Damocles-beleid, waardoor maatwerk en een goed onderbouwd verweer van belang blijven. ## Wat doen onze advocaten voor u? Onze advocaten beoordelen eerst of de sluiting de geschiktheids-, noodzaak- en evenwichtigheidstoets doorstaat in het licht van de Harderwijk-uitspraak en de overzichtsuitspraak van 16 juli 2025. Wij dienen een zienswijze in om de sluiting te voorkomen, stellen zo nodig bezwaar in binnen de fatale termijn van zes weken en vragen bij spoed een voorlopige voorziening aan. Ook overleggen wij met de gemeente over een kortere sluitingsduur of een lichter middel, en stemmen wij de bestuursrechtelijke lijn af op een eventuele huurontbinding. Valt uw inkomen onder de grens, dan vragen wij gesubsidieerde rechtsbijstand aan. Neem zo snel mogelijk contact op zodra u een voornemen tot sluiting ontvangt. ## Bronnen - [Opiumwet, artikel 13b (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=13b) - [Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:7 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) - [Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 8 / artikel 8:81 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/) - [Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 231 lid 2 (wetten.overheid.nl)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&boek=7&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=231) - [ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285 (rechtspraak.nl)](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:RVS:2022:285) - [ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (rechtspraak.nl)](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:RVS:2025:2922) - [Raad van State, nieuwsbericht sluiten woningen na drugsvondst (16 juli 2025)](https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/juli/sluiten-woningen-na-drugsvondst/) --- ## Schipholpas-bezwaar (uit Bestuursrecht) Is uw Schipholpas geweigerd, dan heeft u zes weken om bezwaar te maken bij de minister. De pas vereist een Verklaring van geen bezwaar (VGB) onder de Wet veiligheidsonderzoeken. De Koninklijke Marechaussee voert het onderzoek uit, de minister van BZK beslist. Onze advocaten voeren de bezwaar- en beroepsprocedure en vragen zo nodig een voorlopige voorziening. ## Wie geeft de Verklaring van geen bezwaar voor een Schipholpas af, en wie doet het onderzoek? De Verklaring van geen bezwaar (VGB) wordt afgegeven of geweigerd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het onderliggende veiligheidsonderzoek voor de burgerluchtvaart wordt uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee (KMar), onder mandaat van de Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO). De AIVD is op grond van artikel 7 van de Wet veiligheidsonderzoeken de wettelijk verantwoordelijke dienst, maar voor Schiphol is de feitelijke uitvoering aan de KMar gemandateerd. Het is belangrijk dit onderscheid zuiver te houden. De KMar voert het onderzoek uit en motiveert het onderzoeksresultaat. Het besluit om de VGB af te geven of te weigeren neemt vervolgens de minister. Wie bezwaar maakt, richt zich dus tegen het besluit van de minister, niet tegen de KMar. Voor de Security Restricted Areas, de beveiligde gebieden van Schiphol, is een Schipholpas met VGB verplicht. De functie geldt als vertrouwensfunctie in de zin van artikel 1 van de Wet veiligheidsonderzoeken. Het onderzoek kijkt breder dan alleen veroordelingen: ook overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden tellen mee. Onze advocaten kennen beide kanten van dit proces en kunnen uw zaak op het juiste orgaan richten. ## Mijn Schipholpas is geweigerd, hoeveel tijd heb ik om bezwaar te maken? Zes weken. De bezwaartermijn bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht zes weken, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van het besluit (artikel 6:8 Awb). Deze termijn is fataal: bent u te laat, dan wordt uw bezwaar in beginsel niet-ontvankelijk verklaard. Het bezwaar gaat naar de minister van BZK. Die wordt bij de beoordeling geadviseerd door de Bezwarencommissie veiligheidsonderzoeken. Blijft de weigering in stand, dan kunt u beroep instellen bij de rechtbank en daarna hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook in beroep en hoger beroep geldt telkens een termijn van zes weken. | Fase | Instantie | Termijn | |---|---|---| | Zienswijze | Minister (voornemen-brief) | Staat in de voornemen-brief | | Bezwaar | Minister van BZK, advies Bezwarencommissie | 6 weken (art. 6:7 Awb) | | Beroep | Rechtbank | 6 weken | | Hoger beroep | Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State | 6 weken | Wacht niet tot het einde van de termijn. Hoe eerder onze advocaten het dossier zien, hoe meer tijd er is om de zienswijze en het bezwaar goed te onderbouwen. ## Welke strafbare feiten kunnen tot weigering van de VGB leiden, en hoe ver wordt teruggekeken? Een VGB kan worden geweigerd als er onvoldoende waarborgen zijn dat u de plichten van de vertrouwensfunctie onder alle omstandigheden getrouwelijk zult vervullen. Dat is de wettelijke weigeringsgrond uit artikel 8 van de Wet veiligheidsonderzoeken. De beoordeling van strafgegevens verloopt via de Beleidsregel vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken op de burgerluchthavens, die de aard, ouderdom en zwaarte van delicten weegt. De beleidsregel noemt onder meer de volgende delictcategorieen als relevant: | Categorie | Voorbeelden | |---|---| | Drugs | Gebruik of handel in harddrugs | | Wapens | Voorhanden hebben of handel in vuurwapens | | Vermogen | Diefstal, inbraak, heling | | Geweld | Misdrijven tegen het leven gericht | | Luchtvaart | Luchtvaartmisdrijven | De terugkijktermijn is langer dan veel mensen denken. Voor een A-onderzoek geldt in beginsel een periode van tien jaar voorafgaand aan de aanvraag, voor een B-onderzoek acht jaar. De diepgang van het onderzoek (A, B of C) hangt af van de mogelijke schade aan de nationale veiligheid die bij de functie hoort. De termijn van ongeveer vier jaar die soms wordt genoemd, hoort bij de VOG en geldt niet voor de VGB onder de Wet veiligheidsonderzoeken. Bij delicten met een direct verband met de luchtvaart kan zwaarder en langer worden gewogen. ## Wat is het verschil tussen een VOG en een Verklaring van geen bezwaar voor Schiphol? Het zijn twee verschillende documenten onder twee verschillende wetten. De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt afgegeven door Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid, op grond van de Wet justitiele en strafvorderlijke gegevens. De VOG toetst in de kern uw justitiele documentatie. De Verklaring van geen bezwaar (VGB) valt onder de Wet veiligheidsonderzoeken en kijkt breder dan alleen veroordelingen. | Kenmerk | VOG | VGB (Schipholpas) | |---|---|---| | Wet | Wet justitiele en strafvorderlijke gegevens | Wet veiligheidsonderzoeken | | Instantie | Justis (JenV) | Minister van BZK, onderzoek door KMar | | Reikwijdte | Justitiele documentatie | Ook overige gedragingen en omstandigheden | | Bezwaarroute | Justis, dan rechtbank | Minister, dan rechtbank, dan Raad van State | Voor de beveiligde gebieden van Schiphol is de VGB doorslaggevend. Het onderzoek voor de VGB is grondiger dan een VOG-screening en kan ook politie-informatie en andere bronnen meewegen, ook zonder veroordeling. Wordt uw VOG geweigerd, dan loopt die procedure langs een ander spoor. Wij behandelen ook [VOG-bezwaar](/expertise/bestuursrecht/vog-bezwaar/), zodat u beide trajecten op een plek kunt beleggen. ## Kan ik tijdens de bezwaarprocedure blijven werken op Schiphol? Niet automatisch. Wordt de VGB ingetrokken met onmiddellijke uitvoerbaarheid, dan heeft een bezwaar of beroep geen schorsende werking van rechtswege. Dat betekent dat u in beginsel uw toegang tot de beveiligde gebieden verliest zolang de procedure loopt, tenzij u opschorting weet te bereiken. De route daarvoor is een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter kan de uitvoering van het besluit opschorten. Daarvoor geldt wel het connexiteitsvereiste: er moet al een bezwaar of beroep aanhangig zijn waar de voorziening mee samenhangt. Onze advocaten kunnen het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig indienen, zodat er zo snel mogelijk een oordeel ligt. Daarnaast speelt uw arbeidsrechtelijke positie. Een werkgever kan u in afwachting van de uitkomst herplaatsen op een functie buiten de beveiligde zones, vaak met behoud van loon. Wij denken mee over de samenhang tussen de bestuursrechtelijke procedure en uw arbeidsrelatie, zodat u niet onnodig inkomen verliest. ## Hoe verloopt de procedure: van voornemen tot weigering tot hoger beroep bij de Raad van State? De procedure kent vaste stappen. Het begint met een voornemen en eindigt, als het zover komt, bij de hoogste bestuursrechter. Hieronder het stappenplan. 1. Voornemen tot weigering. Wil de minister geen VGB afgeven, dan ontvangt u een voornemen. U krijgt de gelegenheid uw zienswijze te geven. De termijn daarvoor staat in de voornemen-brief zelf. 2. Definitief besluit. Daarna neemt de minister een definitief besluit. Wordt de VGB geweigerd, dan krijgt u geen Schipholpas en geen toegang tot de beveiligde gebieden. 3. Bezwaar. Binnen zes weken kunt u bezwaar maken bij de minister. De Bezwarencommissie veiligheidsonderzoeken adviseert. 4. Beroep. Blijft de weigering in stand, dan kunt u binnen zes weken beroep instellen bij de rechtbank. 5. Hoger beroep. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, eveneens binnen zes weken. Dat een weigering stand kan houden, blijkt uit de rechtspraak. In een uitspraak van 16 december 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3812) oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de minister van BZK een VGB voor een vertrouwensfunctie op Schiphol mocht weigeren na een veroordeling voor verduistering en valse aangifte, met een taakstraf van 120 uur. De Afdeling vond dat de verduistering op zichzelf al een weigeringsgrond kon zijn, ondanks het tijdsverloop en het ontbreken van recidive. Goede onderbouwing van uw persoonlijke context en de functie-relevantie is daarom van het begin af aan belangrijk. ## Hoe lang duurt een veiligheidsonderzoek en hoe lang is een VGB geldig? Een veiligheidsonderzoek duurt in beginsel maximaal acht weken. In de burgerluchtvaart wordt bovendien elke vijf jaar een hernieuwd onderzoek uitgevoerd. De VGB en daarmee uw Schipholpas zijn in de praktijk dus maximaal vijf jaar geldig, waarna een herhaalonderzoek volgt. | Aspect | Termijn | |---|---| | Duur veiligheidsonderzoek | In beginsel maximaal 8 weken | | Geldigheid VGB / herhaalonderzoek | Elke 5 jaar opnieuw | Houd rekening met deze doorlooptijd bij een nieuwe aanvraag of een functiewisseling. Een herhaalonderzoek kan opnieuw tot een voornemen tot weigering leiden, bijvoorbeeld door feiten die na de vorige afgifte zijn ontstaan. Ook dan gelden dezelfde zienswijze- en bezwaarrechten. Verwacht u dat een eerdere veroordeling of een politie-incident bij het herhaalonderzoek een rol gaat spelen, neem dan tijdig contact op. Hoe eerder wij meekijken, hoe meer ruimte er is om de juiste stukken en context aan te leveren voordat het besluit valt. ## Wat doen onze advocaten voor u? Onze advocaten onderzoeken eerst de gronden van de weigering en beoordelen uw kansen. Wij stellen de zienswijze op, dienen het bezwaar in bij de minister en voeren zo nodig beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State. Waar de uitvoering meteen ingaat, vragen wij een voorlopige voorziening om uw werk zo lang mogelijk te beschermen. Wij bouwen het verweer op met de juiste juridische argumenten: de weigeringsgrond uit artikel 8 van de Wet veiligheidsonderzoeken, de beleidsregel voor de burgerluchthavens, de relevante terugkijktermijn en de functie-context. Speelt er een strafzaak op de achtergrond, bijvoorbeeld rond [fraude](/expertise/strafrecht/fraude/), [drugs](/expertise/strafrecht/drugs/) of [vermogensdelicten](/expertise/strafrecht/vermogensdelicten/), dan stemmen wij de verdediging in die zaak en de bestuursrechtelijke procedure op elkaar af. Ook voor het [hoger beroep](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/) staan wij voor u klaar. Wij zijn zo snel mogelijk bereikbaar zodra u een voornemen of een weigering ontvangt. Bronnen en bedragen geverifieerd: juni 2026. ## Bronnen - [Wet veiligheidsonderzoeken (wetten.overheid.nl, BWBR0008277)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0008277) - [Beleidsregel vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken op de burgerluchthavens (wetten.overheid.nl, BWBR0008521)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0008521) - [Algemene wet bestuursrecht (wetten.overheid.nl, BWBR0005537)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537) - [AIVD, Veiligheidsonderzoek voor de burgerluchtvaart](https://www.aivd.nl/onderwerpen/taken-van-de-aivd/veiligheidsonderzoek/veiligheidsonderzoek-voor-de-burgerluchtvaart) - [ECLI:NL:RVS:2015:3812, Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 16-12-2015](https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:RVS:2015:3812) - [Justis, Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)](https://www.justis.nl/producten/vog) --- ## Uithuisplaatsing aanvechten _Door Justus Sietsma_ Een uithuisplaatsing aanvechten kan op twee manieren: hoger beroep bij het gerechtshof binnen drie maanden na de uitspraak, of een verzoek aan de gecertificeerde instelling en de kinderrechter om de machtiging in te trekken. De maatregel wordt door de kinderrechter verleend en is altijd gekoppeld aan een ondertoezichtstelling. Onze advocaten begeleiden ouders door de hele procedure. ## Hoe kun je een uithuisplaatsing aanvechten en binnen welke termijn? U vecht een uithuisplaatsing aan via hoger beroep bij het gerechtshof, met een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. Dit is geen veertien dagen; die korte termijn geldt alleen in het strafrecht. Bij een uithuisplaatsing gaat het om een verzoekschriftprocedure, waarvoor artikel 358 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een termijn van drie maanden bepaalt voor de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden. Spreek niet van bezwaar maken. Bezwaar hoort bij het bestuursrecht; bij een uithuisplaatsing geldt het verzoekschrift-appel bij het gerechtshof. Het hof toetst opnieuw of de wettelijke gronden voor de machtiging nog aanwezig zijn en of de plaatsing in het belang van uw kind noodzakelijk is. | Rechtsmiddel | Instantie | Termijn | |---|---|---| | Hoger beroep tegen de machtiging | Gerechtshof | 3 maanden vanaf de dag van de uitspraak (art. 358 lid 2 Rv) | | Verzoek tot beeindiging | Gecertificeerde instelling (GI) | GI beslist schriftelijk binnen 2 weken (art. 1:265d BW) | | Verzoek tot intrekking machtiging | Kinderrechter | Geen vaste termijn; bij gewijzigde omstandigheden | Naast hoger beroep kunt u tussentijds vragen om beeindiging of intrekking, zeker als de situatie thuis is verbeterd. Onze advocaten beoordelen welke route in uw geval de beste kans biedt en stellen de stukken op. ## Wat is een spoeduithuisplaatsing en geldt daar de termijn van twee weken? Een spoeduithuisplaatsing kan terstond worden gegeven, zonder dat u eerst wordt gehoord, maar alleen als de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het kind. Dit volgt uit artikel 800 lid 3 Rv. De spoedbeschikking verliest haar kracht na twee weken, tenzij de belanghebbenden binnen die termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken. In de praktijk betekent dit dat er binnen twee weken na de spoedbeschikking een zitting plaatsvindt waarop u alsnog wordt gehoord. Een vervolgzitting volgt doorgaans na drie maanden; een spoeduithuisplaatsing duurt maximaal drie maanden. Juist omdat een spoedplaatsing zo ingrijpend is en u vooraf niet wordt gehoord, is het belangrijk dat u zich zo snel mogelijk laat bijstaan. Onze advocaten zijn 24/7 telefonisch bereikbaar en kunnen op korte termijn de verdediging op de eerste zitting voorbereiden. | Kenmerk spoeduithuisplaatsing | Regeling | |---|---| | Wanneer mogelijk | Onmiddellijk en ernstig gevaar (art. 800 lid 3 Rv) | | Voorafgaand verhoor | Niet vereist bij spoed | | Vervaltermijn beschikking | 2 weken, tenzij belanghebbenden zijn gehoord | | Maximale duur | 3 maanden | ## Wie beslist over een uithuisplaatsing en wie kan het verzoek indienen? De kinderrechter beslist over de machtiging tot uithuisplaatsing. Het verzoek kan worden ingediend door de gecertificeerde instelling (GI) die met de uitvoering van de ondertoezichtstelling is belast, en daarnaast door de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Het is dus niet zo dat alleen de GI kan verzoeken. Volgens artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI machtigen de minderjarige dag en nacht uit huis te plaatsen, als dat noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding of voor onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke gesteldheid van het kind. Lid 2 bepaalt dat de machtiging eveneens kan worden verleend op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. | Rol | Wie | |---|---| | Beslist over de machtiging | De kinderrechter | | Kan verzoeken | GI, raad voor de kinderbescherming, openbaar ministerie (art. 1:265b BW) | | Voert de plaatsing uit | De gecertificeerde instelling (in de praktijk vaak Jeugdbescherming) | De wettelijke hoofdterm is de gecertificeerde instelling. De praktijknaam Jeugdbescherming wordt vaak gebruikt, maar juridisch gaat het om de GI die met de uitvoering is belast. Op de zitting wordt u als ouder gehoord en kunt u uw standpunt toelichten. Onze advocaten zorgen dat uw positie volledig en onderbouwd voor het voetlicht komt. ## Hoe lang mag een uithuisplaatsing duren en wanneer wordt die verlengd? Een machtiging tot uithuisplaatsing duurt ten hoogste een jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd. Dit staat in artikel 1:265c BW. De verlenging gebeurt op verzoek van de GI en wordt opnieuw door de kinderrechter beoordeeld. Een machtiging vervalt bovendien als zij na drie maanden niet ten uitvoer is gelegd. Dat de maatregel telkens opnieuw moet worden verlengd, betekent dat er steeds een nieuw toetsmoment is. Bij elke verlenging beoordeelt de kinderrechter of uithuisplaatsing nog noodzakelijk is. Dit is een belangrijk aangrijpingspunt voor de verdediging: u kunt op de verlengingszitting aantonen dat de gronden voor de plaatsing zijn weggevallen of dat een minder ingrijpende oplossing volstaat. | Onderwerp | Regeling (art. 1:265c BW) | |---|---| | Maximale duur machtiging | Ten hoogste 1 jaar | | Verlenging | Telkens met ten hoogste 1 jaar, op verzoek GI | | Verval bij niet uitvoeren | Na 3 maanden | Onze advocaten houden de verlengingstermijnen in de gaten en bereiden tijdig verweer voor, zodat een verlenging niet als vanzelfsprekend wordt aangenomen. ## Hoe krijg je je kind terug na een uithuisplaatsing? U krijgt uw kind terug zodra de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is. De GI kan de plaatsing zelf beeindigen wanneer die noodzaak ontbreekt. Daarnaast kunnen u als ouder met gezag en uw kind van twaalf jaar of ouder de GI bij gewijzigde omstandigheden zelf om beeindiging verzoeken. De GI beslist daarop schriftelijk binnen twee weken. Weigert de GI, dan kunt u de kinderrechter vragen de machtiging geheel of gedeeltelijk in te trekken. Dit volgt uit artikel 1:265d BW. Een gedeeltelijke intrekking kan bijvoorbeeld betekenen dat de plaatsing wordt afgebouwd of dat de omgang wordt uitgebreid als opstap naar thuisplaatsing. | Stap naar terugkeer | Regeling (art. 1:265d BW) | |---|---| | GI beeindigt zelf | Als plaatsing niet langer noodzakelijk is (lid 1) | | Ouder met gezag of kind 12+ verzoekt | Bij gewijzigde omstandigheden (lid 2) | | GI beslist schriftelijk | Binnen 2 weken (lid 3) | | Kinderrechter trekt machtiging in | Geheel of gedeeltelijk op verzoek (lid 4) | Werk waar mogelijk aan de zorgen die tot de plaatsing leidden, en leg dit vast. Onze advocaten helpen u die verbeteringen te onderbouwen en het verzoek tot beeindiging of intrekking voor te bereiden. Zie ook onze pagina over [uithuisplaatsing](/expertise/familie-en-jeugdrecht/uithuisplaatsing/). ## Wat is het verschil tussen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing? Ondertoezichtstelling (OTS) en uithuisplaatsing zijn twee onderscheiden maatregelen, maar een gedwongen uithuisplaatsing is wettelijk altijd aan een OTS gekoppeld. De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen als deze zo opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd (art. 1:255 BW). Bij een OTS blijft het kind in beginsel thuis wonen en krijgt het gezin begeleiding van de GI. Een uithuisplaatsing gaat een stap verder: de machtiging wordt verleend aan de GI die met de uitvoering van die OTS is belast (art. 1:265b BW), en het kind woont tijdelijk elders, bijvoorbeeld in een pleeggezin of een instelling. Er kan dus geen gedwongen uithuisplaatsing zijn zonder onderliggende ondertoezichtstelling. | Kenmerk | Ondertoezichtstelling | Uithuisplaatsing | |---|---|---| | Wettelijke basis | Art. 1:255 BW | Art. 1:265b BW | | Woont het kind thuis? | In beginsel ja | Nee, tijdelijk elders | | Verhouding | Zelfstandige maatregel | Gekoppeld aan een lopende OTS | Meer leest u op onze pagina's over [ondertoezichtstelling](/expertise/familie-en-jeugdrecht/ondertoezichtstelling/) en [gezag en omgang](/expertise/familie-en-jeugdrecht/gezag-en-omgang/). ## Krijg je een gratis advocaat bij een (spoed)uithuisplaatsing? Ja, bij een eerste (spoed)uithuisplaatsing krijgt u sinds 1 oktober 2023 kosteloos rechtsbijstand via een pilot van de Raad voor Rechtsbijstand. Deze regeling geldt voor de eerste zitting binnen twee weken na de spoedbeschikking en voor de vervolgzitting na drie maanden. De rechtbank wijst hiervoor gespecialiseerde jeugd- en familierechtadvocaten toe. Let op de grenzen van de regeling. Verlengingen, hoger beroep tegen de uithuisplaatsing en gesloten plaatsingen vallen buiten de pilot. Voor die procedures gelden de gewone regels van gefinancierde rechtsbijstand, afhankelijk van uw inkomen en vermogen. Omdat uithuisplaatsing diep ingrijpt in het gezinsleven, is deskundige bijstand vanaf het eerste moment van groot belang. Onze advocaten bespreken met u of u voor de kosteloze regeling of voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt. ## Veelgestelde vragen ### Binnen welke termijn moet ik hoger beroep instellen tegen een uithuisplaatsing? Drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak, voor de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden (art. 358 lid 2 Rv). Dit is uitdrukkelijk geen veertien dagen; die korte termijn geldt alleen in het strafrecht. Wacht niet te lang en laat u zo snel mogelijk adviseren. ### Wat is een spoeduithuisplaatsing en hoelang duurt die? Een spoeduithuisplaatsing kan terstond worden gegeven bij onmiddellijk en ernstig gevaar voor het kind, zonder dat u vooraf wordt gehoord (art. 800 lid 3 Rv). De beschikking vervalt na twee weken als belanghebbenden niet binnen die termijn zijn gehoord. Een spoeduithuisplaatsing duurt maximaal drie maanden. ### Hoe lang mag een uithuisplaatsing duren? Een machtiging duurt ten hoogste een jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd op verzoek van de gecertificeerde instelling (art. 1:265c BW). De kinderrechter beoordeelt bij elke verlenging opnieuw of de plaatsing nog noodzakelijk is. ### Kan ik mijn kind terugkrijgen voordat de termijn afloopt? Ja. De GI kan de plaatsing beeindigen als die niet langer noodzakelijk is, en u als ouder met gezag of uw kind van twaalf jaar of ouder kan bij gewijzigde omstandigheden om beeindiging verzoeken; de GI beslist binnen twee weken. Weigert de GI, dan kunt u de kinderrechter vragen de machtiging geheel of gedeeltelijk in te trekken (art. 1:265d BW). ### Krijg ik een gratis advocaat bij een (spoed)uithuisplaatsing? Bij een eerste (spoed)uithuisplaatsing is de rechtsbijstand sinds 1 oktober 2023 kosteloos via een pilot van de Raad voor Rechtsbijstand, voor de eerste zitting binnen twee weken en de vervolgzitting na drie maanden. Verlengingen, hoger beroep en gesloten plaatsingen vallen buiten deze regeling. ## Bronnen - [Art. 1:255 BW (ondertoezichtstelling)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel255) - [Art. 1:265b BW (machtiging uithuisplaatsing)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel265b) - [Art. 1:265c BW (duur en verlenging)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel265c) - [Art. 1:265d BW (beeindiging en intrekking)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling4/Artikel265d) - [Art. 800 lid 3 Rv (spoedbeschikking)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/Boek3/Titeldeel6) - [Art. 358 lid 2 Rv (hoger-beroep-termijn)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/2024-01-01/0/Boek1/Titeldeel7/Vierdeafdeling) - [Raad voor de Kinderbescherming, uithuisplaatsing](https://www.kinderbescherming.nl/themas/u/uithuisplaatsing) - [Raad voor Rechtsbijstand, rechtsbijstand procedures](https://www.rvr.org/advocaten/ingeschreven/rechtsbijstand-procedures/) --- ## Aangehouden voor rijden onder invloed: uw rechten _Door Bob Tijkotte_ Aangehouden voor rijden onder invloed? De wettelijke grens is 0,5 promille (220 ug/l ademalcohol) voor ervaren bestuurders en 0,2 promille (88 ug/l) voor beginnende bestuurders. U heeft recht op een advocaat voor het verhoor en bent verplicht mee te werken aan de ademanalyse. Wij staan u zo snel mogelijk bij. ## Hoeveel promille alcohol mag je achter het stuur hebben? Voor een ervaren bestuurder geldt een grens van 0,5 promille, voor een beginnende bestuurder 0,2 promille. Daarboven bent u strafbaar op grond van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). De wet rekent in twee eenheden: het bloedalcoholgehalte (in promille of mg/ml bloed) en het ademalcoholgehalte (in microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, ug/l). De politie meet aan de weg en op het bureau met de adem, dus die grenswaarde is in de praktijk het belangrijkste. | Bestuurder | Bloedalcohol | Ademalcohol | |---|---|---| | Ervaren bestuurder | 0,5 promille (0,5 mg/ml) | 220 ug/l | | Beginnende bestuurder | 0,2 promille (0,2 mg/ml) | 88 ug/l | De strengere grens voor beginnende bestuurders geldt doorgaans binnen vijf jaar na het eerste rijbewijs. Voor wie het rijbewijs categorie AM of T al voor het achttiende jaar haalde, loopt die termijn op tot zeven jaar. Bent u net gestart met rijden, dan is de marge dus klein, en is goed advies extra belangrijk. ## Welke grens geldt voor een beginnende bestuurder? Voor een beginnende bestuurder geldt 0,2 promille, oftewel 88 ug/l ademalcohol. Dit is geregeld in artikel 8 lid 3 WVW. De regel raakt vooral wie korter dan vijf jaar in het bezit is van een rijbewijs, en blijft daarmee gelden in de fase waarin u net zelfstandig rijdt. In de praktijk betekent 0,2 promille dat zelfs een enkel glas al over de grens kan brengen. De achtergrond is dat onervaren bestuurders een hoger risico lopen. De wetgever houdt de marge bewust laag. Het gevolg is dat de sancties uit de OM-richtlijn al bij relatief lage waarden in beeld komen en dat ook de bestuursrechtelijke maatregelen van het CBR sneller kunnen volgen. Twijfelt u of u onder het beginnende regime valt, bijvoorbeeld door een eerder buitenlands rijbewijs of een AM-rijbewijs, laat dat dan toetsen. De juiste categorie bepaalt welke grens en welke straf-indicaties van toepassing zijn. Onze advocaten kijken naar uw rijbewijsgeschiedenis en de exacte meetwaarde, want net onder of net boven een grenswaarde maakt voor de uitkomst veel uit. ## Is het weigeren van de ademanalyse strafbaar? Ja. Het weigeren van de ademanalyse of het bevolen bloedonderzoek is een zelfstandig strafbaar feit op grond van artikel 163 WVW, met strafbaarstelling via artikel 176 WVW. Belangrijk is het onderscheid tussen twee momenten. Aan de weg krijgt u eerst een voorlopige ademtest (artikel 160 WVW): een indicatieve selectietest. Daarna volgt op het bureau de ademanalyse (artikel 163 WVW): de meting die als bewijs telt. De strafbare weigering ziet op die ademanalyse en op het bloedonderzoek, niet op de indicatieve test aan de weg. Weigeren levert vrijwel nooit voordeel op. De OM-richtlijn rekent een weigering juist zwaar af, met een indicatieve boete van ongeveer 1.000 euro en negen maanden ontzegging van de rijbevoegdheid. Bovendien telt een weigering net als een veroordeling mee voor de recidiveregeling. Onze advocaten kunnen wel de rechtmatigheid en de juistheid van het ademonderzoek toetsen, bijvoorbeeld of de juiste procedure is gevolgd en of de apparatuur correct is ingezet. Dat is iets anders dan weigeren: u werkt mee, en wij bewaken achteraf of alles volgens de regels is verlopen. ## Heb ik recht op een advocaat voordat ik word verhoord? Ja. Als aangehouden verdachte heeft u recht op consultatiebijstand: een vertrouwelijk gesprek met een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor. Dit recht volgt uit de Salduz-rechtspraak en is vastgelegd in de artikelen 28 en 28c van het Wetboek van Strafvordering. Het consultatiegesprek duurt in beginsel maximaal een half uur, verlengbaar met een half uur. Daarnaast heeft u recht op verhoorbijstand, waarbij een advocaat bij het verhoor aanwezig kan zijn. Maak van dit recht gebruik. Tijdens het verhoor vraagt de politie naar uw rijgedrag, het tijdstip van uw laatste consumptie en eventueel medicijngebruik. U bent niet verplicht uzelf te belasten. Wat u verklaart, komt in het procesdossier en kan door het Openbaar Ministerie als bewijs worden gebruikt. Daarom is het verstandig vooraf met een advocaat te bespreken welke verklaring u wilt afleggen, of dat u zich beroept op uw zwijgrecht. Onze advocaten zijn dag en nacht bereikbaar via het piketrooster en staan u zo snel mogelijk bij. Meer over deze fase leest u op onze pagina over [bijstand bij politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/) en bij [aangehouden of in voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/). ## Wat is de straf voor rijden onder invloed bij een eerste overtreding? Rijden onder invloed is een misdrijf (artikel 176 jo. 178 WVW), met als maximumstraf drie maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie. In de praktijk volgt bij een eerste overtreding meestal een geldboete via de OM-richtlijn, en bij hogere ademalcoholwaarden komt daar een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid (OBM) bij. De tabel hieronder geeft de indicatieve bedragen voor een ervaren bestuurder bij een eerste overtreding. | Ademalcohol (ug/l) | Geldboete | Ontzegging (OBM) | |---|---|---| | 235 tot 350 | ca. 300 euro | geen | | 355 tot 435 | ca. 425 euro | geen | | 440 tot 500 | ca. 550 euro | geen | | 505 tot 570 | ca. 650 euro | geen | | 575 tot 650 | ca. 650 euro | 4 maanden | | 655 tot 715 | ca. 750 euro | 6 maanden | | 720 tot 785 | ca. 850 euro | 7 maanden | | 790 tot 865 | ca. 950 euro | 8 maanden | | Weigering ademanalyse/bloedproef | ca. 1.000 euro | 9 maanden | Bedragen indicatief, OM-richtlijn 2025. Boven 865 ug/l en voor beginnende bestuurders gelden hogere boetes en langere ontzeggingen. De rechter kan een OBM opleggen van maximaal vijf jaar, en maximaal tien jaar bij recidive (artikel 179 WVW). Welke rechter oordeelt hangt af van de complexiteit en ernst van de zaak en de strafverwachting, niet rechtstreeks van het promillage. Een misdrijf als dit wordt berecht door de politierechter, of bij zware zaken door de meervoudige strafkamer, en buiten de rechter om kan een OM-strafbeschikking volgen. De kantonrechter behandelt overtredingen en dus niet dit misdrijf. Bekijk ook onze pagina [verkeersstrafrecht](/expertise/strafrecht/verkeersstrafrecht/). ## Wanneer raak je je rijbewijs van rechtswege kwijt bij recidive? Uw rijbewijs wordt van rechtswege ongeldig bij recidive als aan drie voorwaarden is voldaan (artikel 123b WVW): - een tweede onherroepelijke veroordeling of strafbeschikking voor rijden onder invloed of weigering; - binnen vijf jaar, gerekend vanaf het moment dat de eerste veroordeling onherroepelijk werd; - de tweede overtreding bedraagt ten minste 570 ug/l (1,3 promille), of het betreft een weigering van de ademanalyse of het bloedonderzoek. Een tweede meting onder die 570 ug/l valt dus buiten de regeling. Ook een onherroepelijke strafbeschikking telt mee als veroordeling. Dit is een zware en vaak onderschatte regeling. Wie binnen vijf jaar een tweede keer onherroepelijk wordt veroordeeld voor een feit dat onder de regeling valt, is het rijbewijs kwijt en moet, om weer te mogen rijden, opnieuw het volledige traject doorlopen. Het rijbewijs verliest dan automatisch zijn geldigheid, los van wat de rechter verder oplegt. Daarbij speelt vaak ook het CBR een rol met aanvullende eisen. Juist omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn, kan het verschil maken of een eerste zaak met een strafbeschikking wordt afgedaan of dat verzet of verweer wordt gevoerd. Onze advocaten wegen dit mee in de verdediging. Is uw rijbewijs al ingevorderd, dan kunt u soms snel terug via een klaagschrift, zie [klaagschrift inhouding rijbewijs](/expertise/strafrecht/klaagschrift-rijbewijs/). ## Wat is het verschil tussen de strafzaak en de EMA van het CBR? De strafzaak en de maatregelen van het CBR staan los van elkaar en kunnen naast elkaar lopen. Naast de strafrechtelijke afdoening kan het CBR bestuursrechtelijk een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) opleggen. Die maatregel staat volledig los van de straf die de rechter of het OM oplegt. De kosten draagt u zelf. Volgens het CBR liggen die rond de 700 tot 1.300 euro, bovenop een eventuele boete. Veel mensen ervaren dit als een onaangename verrassing: zij denken dat de zaak met de boete is afgedaan, en krijgen daarna alsnog een brief van het CBR. Werkt u niet mee aan de EMA, of betaalt u niet, dan wordt uw rijbewijs ongeldig verklaard. Het CBR kan het rijbewijs ook invorderen en de geldigheid afhankelijk maken van een onderzoek naar uw rijgeschiktheid. Omdat het twee aparte sporen zijn, moet u beide in de gaten houden: de strafzaak bij het OM of de politierechter, en de bestuursrechtelijke procedure bij het CBR. Onze advocaten kunnen u over beide sporen adviseren en, waar nodig, in de strafzaak hoger beroep instellen, zie [hoger beroep in strafzaken](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). ## Veelgestelde vragen ### Hoeveel promille mag je achter het stuur hebben? Voor een ervaren bestuurder geldt 0,5 promille (220 ug/l ademalcohol) en voor een beginnende bestuurder 0,2 promille (88 ug/l). Dit staat in artikel 8 WVW. De grens voor beginnende bestuurders geldt doorgaans binnen vijf jaar na het eerste rijbewijs. ### Is het weigeren van de ademanalyse strafbaar? Ja. Het weigeren van de ademanalyse of het bevolen bloedonderzoek is een zelfstandig strafbaar feit (artikel 163 jo. 176 WVW), met indicatief ongeveer 1.000 euro boete en negen maanden ontzegging. De indicatieve ademtest aan de weg is iets anders dan de ademanalyse op het bureau die als bewijs telt. ### Heb ik recht op een advocaat voordat ik word verhoord? Ja. Als aangehouden verdachte heeft u recht op een vertrouwelijk gesprek met een advocaat voorafgaand aan het eerste verhoor (consultatierecht, artikelen 28 en 28c Sv). Onze advocaten zijn dag en nacht bereikbaar via het piket en staan u zo snel mogelijk bij. ### Wanneer raak ik mijn rijbewijs van rechtswege kwijt? Bij een tweede onherroepelijke veroordeling of strafbeschikking binnen vijf jaar wordt uw rijbewijs van rechtswege ongeldig, mits die tweede overtreding ten minste 570 ug/l (1,3 promille) is of een weigering betreft (artikel 123b WVW). De termijn loopt vanaf het onherroepelijk worden van de eerste veroordeling. ### Komt er naast de strafzaak nog iets van het CBR? Mogelijk wel. Het CBR kan los van de strafzaak een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) opleggen. De kosten daarvan, ongeveer 700 tot 1.300 euro, betaalt u zelf. Werkt u niet mee, dan kan het CBR uw rijbewijs ongeldig verklaren. ## Bronnen - [Wegenverkeerswet 1994 art. 8 (grenswaarden) - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2025-01-01/0/HoofdstukII/Artikel8) - [Wegenverkeerswet 1994 art. 163 (medewerking ademanalyse/bloedonderzoek) - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2025-01-01/0/HoofdstukIX/Artikel163) - [Wegenverkeerswet 1994 art. 176 (strafbaarstelling, misdrijf) - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2025-01-01/0/HoofdstukXI/Artikel176) - [Wegenverkeerswet 1994 art. 179 (ontzegging rijbevoegdheid) - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2025-01-01/0/HoofdstukXI/Artikel179) - [Wegenverkeerswet 1994 art. 123b (recidiveregeling) - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2025-01-01/0/HoofdstukVI/Afdeling7/Artikel123b) - [Wetboek van Strafvordering art. 28-28c (consultatierecht) - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2025-01-01/0/BoekEerste/TiteldeelII/Artikel28c) - [Richtlijn voor strafvordering rijden onder invloed - wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0042986/) - [Cursus over alcohol en verkeer (EMA) - cbr.nl](https://www.cbr.nl/nl/onveilig-rijgedrag/nl/mijn-rijbewijs-is-ingevorderd-wat-nu/alcohol-in-het-verkeer/cursus-over-alcohol-en-verkeer-ema-1) Bronnen en bedragen geverifieerd: juni 2026. --- ## Wat te doen na een dagvaarding _Door Daniel Fontein_ Een dagvaarding is een formele oproep om voor de strafrechter te verschijnen. Schakel zo snel mogelijk een advocaat in, want de termijn voor verweren en bewijsverzoeken loopt vanaf de ontvangst. Dit artikel legt uit wat er op de dagvaarding staat, of u moet komen en welke stappen u direct zet. ## Wat staat er precies op een dagvaarding? Een dagvaarding bevat de tenlastelegging: de precieze omschrijving van het feit waarvan u wordt verdacht, met de tijd en plaats waarop het zou zijn begaan en de wetsartikelen waarbij dat feit strafbaar is gesteld. Ook de datum, het tijdstip en de rechtbank van de zitting staan erin. Dit is geregeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is het hart van het document. Daarop reageert de rechter, daaraan toetst hij het bewijs, en alleen voor wat daarin staat kunt u worden veroordeeld. Naast de feitomschrijving en de wettelijke voorschriften vermeldt de dagvaarding de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Lees de dagvaarding daarom zorgvuldig en bewaar de envelop met de datum van betekening: die datum bepaalt vaak hoeveel tijd u nog heeft. Onze advocaten lopen de tenlastelegging woord voor woord met u na, omdat een onduidelijke of innerlijk tegenstrijdige tenlastelegging zelf al een verweer kan opleveren. ## Moet ik naar de rechtszaak komen of mag ik wegblijven? In de meeste strafzaken is verschijnen een recht, geen plicht. U mag de verdediging overlaten aan een gemachtigd raadsman, en de rechter kan uw zaak bij afwezigheid bij verstek behandelen. Dit staat op Rijksoverheid.nl en is gebaseerd op artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering, dat de verdediging door een uitdrukkelijk gemachtigde advocaat mogelijk maakt. Op deze hoofdregel bestaat sinds 1 juli 2024 een uitzondering. Voor verdachten die al in voorlopige hechtenis of detentie zitten en worden vervolgd voor ernstige gewelds- en zedenmisdrijven (de zaken waarin het slachtoffer spreekrecht heeft, artikel 258a Sv) geldt wel een verschijningsplicht op de inhoudelijke zitting en bij de uitspraak. Dat is ingevoerd zodat het slachtoffer in aanwezigheid van de verdachte kan spreken. Voor de meeste andere zaken geldt die plicht niet. Toch is aanwezig zijn vaak verstandig. De rechter krijgt zo een gezicht bij de zaak, u kunt context geven en het laatste woord voeren. Of verschijnen in uw geval gunstig is, hangt af van de zaak. Wij wegen dat met u af. ## Wat gebeurt er als ik niet verschijn (verstek)? Verschijnt u niet en is er geen gemachtigd advocaat, dan kan de rechtbank verstek verlenen en de zaak buiten uw aanwezigheid voortzetten. Dit volgt uit artikel 280 van het Wetboek van Strafvordering: ziet de rechtbank geen reden om de zaak aan te houden, dan wordt het onderzoek voortgezet en kan er een uitspraak volgen zonder dat u erbij was. Een verstekvonnis is geen vrijbrief. De zaak wordt gewoon inhoudelijk behandeld op basis van het dossier en de eis van de officier van justitie, alleen zonder uw verhaal. Daardoor mist de rechter belangrijke context en blijft de eis van het Openbaar Ministerie vaak onbeantwoord. Een gemachtigde advocaat kan dat opvangen: ook als u zelf niet komt, kan uw advocaat namens u het woord voeren, verweren bespreken en bewijsverzoeken doen. Bent u het later niet eens met een verstekvonnis, dan kunt u in hoger beroep, maar de termijn daarvoor begint pas te lopen op het moment dat u met de uitspraak bekend raakt. Wacht daar niet op af: laat ons direct na ontvangst van de dagvaarding meekijken, dan voorkomt u dat er buiten u om wordt beslist. ## Welke stappen zet u direct na ontvangst van een dagvaarding? Neem zo snel mogelijk contact op met een advocaat. De volgende stappen zijn in vrijwel elke zaak verstandig, in deze volgorde: 1. Bewaar de dagvaarding en de envelop met de datum van betekening; noteer de zittingsdatum. 2. Schakel direct een strafrechtadvocaat in, zodat er tijd is voor het dossier en eventuele bewijsverzoeken. 3. Laat de advocaat het volledige procesdossier opvragen bij het Openbaar Ministerie. 4. Bespreek of u zelf verschijnt of de verdediging machtigt aan uw advocaat. 5. Verzamel zelf relevante stukken, namen van getuigen en context die in uw voordeel kunnen werken. Het recht op inzage in de processtukken is wettelijk verankerd in artikel 30 van het Wetboek van Strafvordering en wordt u in elk geval verleend vanaf het eerste verhoor na aanhouding. Dat dossier bevat de processen-verbaal, getuigenverklaringen, technische rapportages en eventueel beeldmateriaal. Pas als het compleet is, kan een verdediging worden opgebouwd. Wilt u getuigen of deskundigen laten horen, dan gelden termijnen: bij meer dan veertien dagen tussen dagvaarding en zitting moet de opgave ten minste tien dagen vooraf naar de officier van justitie (artikel 263 Sv). Tijd is daarom uw belangrijkste bondgenoot. ## Wat is het verschil tussen de politierechter en de meervoudige strafkamer? Het verschil zit in het aantal rechters en de zwaarte van de zaak. De politierechter is een alleensprekende rechter voor eenvoudiger zaken waarin maximaal een jaar gevangenisstraf wordt geeist. De meervoudige strafkamer bestaat uit drie rechters en behandelt de zwaardere, ingewikkelder zaken waarin meer dan twaalf maanden wordt geeist. Dit onderscheid staat beschreven door de Rechtspraak. Dat verschil bepaalt ook wanneer u de uitspraak hoort. De politierechter (en de kantonrechter) doen vrijwel altijd direct mondeling uitspraak op de zittingsdag zelf. De meervoudige strafkamer beraadslaagt en doet in beginsel binnen veertien dagen na de zitting schriftelijk uitspraak. Aan welke rechter uw zaak is toebedeeld, kunt u vaak al afleiden uit de dagvaarding en de zwaarte van de tenlastelegging. | | Politierechter | Meervoudige strafkamer | |---|---|---| | Aantal rechters | 1 | 3 | | Soort zaak | eenvoudiger | zwaarder, ingewikkelder | | Strafeis | tot maximaal 1 jaar | meer dan 12 maanden | | Uitspraak | meestal direct mondeling | in beginsel binnen 14 dagen schriftelijk | Meer over deze procedures leest u op onze pagina's [Dagvaarding politierechter](/expertise/strafrecht/dagvaarding-politierechter/) en [Dagvaarding meervoudige strafkamer](/expertise/strafrecht/meervoudige-strafkamer/). Ging het om een OM-zitting in plaats van een dagvaarding, kijk dan bij [Oproep OM-zitting](/expertise/strafrecht/oproep-om-zitting/). ## Welke verweren kan mijn advocaat voeren op basis van het dossier? Welke verweren kansrijk zijn, hangt af van het dossier; daarom begint elke verdediging met dossierstudie. Pas als de stukken compleet zijn, kan uw advocaat de bewijspositie wegen en bepalen welke lijn het meeste oplevert. Veelvoorkomende verweren zijn de volgende. | Verweer | Kern | |---|---| | Betwisting van de feiten | Het bewijs is onvoldoende voor een veroordeling. | | Rechtvaardigings- of schulduitsluitingsgrond | Bijvoorbeeld noodweer of overmacht. | | Vormverzuimen | Schending van uw rechten tijdens het opsporingsonderzoek. | | Gebrek in de tenlastelegging | Onduidelijkheid of innerlijke tegenstrijdigheid. | | Getuigen of deskundigen horen | Verzoek op grond van artikel 263 Sv. | Op de zitting voert de officier van justitie na het verhoor het woord en legt zijn eis (het requisitoir) over. Daarna is het woord aan de verdediging. U houdt op straffe van nietigheid altijd het recht om als laatste te spreken; dit is geregeld in artikel 311 van het Wetboek van Strafvordering. Onze advocaten bereiden dat laatste woord met u voor, want een goed laatste woord kan het beeld dat de rechter van u heeft bijstellen. ## Hoeveel tijd heb ik om in hoger beroep te gaan na de uitspraak? In beginsel veertien dagen na de uitspraak. Bent u op de zitting aanwezig geweest of is de dagvaarding aan u in persoon betekend, dan loopt de termijn van veertien dagen vanaf de dag van de uitspraak. Dit is geregeld in artikel 408 van het Wetboek van Strafvordering en bevestigd door de Rechtspraak. Er is een belangrijke nuance. Was u niet op de zitting en is de dagvaarding niet in persoon betekend, dan begint de termijn van veertien dagen pas te lopen op het moment dat u daadwerkelijk met de uitspraak bekend bent geworden. Dat voorkomt dat uw beroepstermijn ongemerkt verloopt, maar het is geen reden om af te wachten: laat de uitspraak direct beoordelen. Hoger beroep gaat naar het gerechtshof, dat de zaak in volle omvang opnieuw behandelt. Wij adviseren over de haalbaarheid en voeren de procedure als u dat wilt. Meer leest u op [Hoger beroep in strafzaken](/expertise/strafrecht/hoger-beroep/). Werd u eerder aangehouden of zit u in voorarrest, kijk dan ook bij [Aangehouden of in voorarrest](/expertise/strafrecht/voorlopige-hechtenis-schorsing/) en [Bijstand bij politieverhoor](/expertise/strafrecht/bijstand-politieverhoor/). ## Veelgestelde vragen ### Moet ik verschijnen op mijn strafzitting? In de meeste zaken is verschijnen een recht en geen plicht: u mag de verdediging machtigen aan uw advocaat (artikel 279 Sv) en de zaak kan bij verstek worden behandeld. Sinds 1 juli 2024 geldt wel een verschijningsplicht voor verdachten die al in voorlopige hechtenis of detentie zitten en worden vervolgd voor ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. Aanwezig zijn is vaak toch verstandig; wij wegen dat met u af. ### Wat gebeurt er als ik niet kom opdagen? Dan kan de rechtbank verstek verlenen en de zaak zonder u voortzetten (artikel 280 Sv). De rechter beslist dan alleen op basis van het dossier en de eis van de officier van justitie, zonder uw kant van het verhaal. Een gemachtigde advocaat kan ook bij uw afwezigheid namens u het woord voeren. ### Hoeveel tijd heb ik om in hoger beroep te gaan? In beginsel veertien dagen na de uitspraak (artikel 408 Sv). Was u niet op de zitting en is de dagvaarding niet in persoon aan u betekend, dan begint die termijn pas te lopen zodra u met de uitspraak bekend raakt. Laat de uitspraak altijd direct beoordelen, zodat u de termijn niet mist. ### Wat is het verschil tussen de politierechter en de meervoudige strafkamer? De politierechter is een alleensprekende rechter voor eenvoudiger zaken met een eis tot maximaal een jaar en doet meestal direct mondeling uitspraak. De meervoudige strafkamer bestaat uit drie rechters voor zwaardere zaken met een eis boven twaalf maanden en doet in beginsel binnen veertien dagen schriftelijk uitspraak. ### Wat moet ik als eerste doen na een dagvaarding? Bewaar de dagvaarding en de envelop met de datum van betekening, noteer de zittingsdatum en schakel zo snel mogelijk een strafrechtadvocaat in. Die vraagt het volledige procesdossier op (artikel 30 Sv) en bepaalt op basis daarvan de verdediging. Hoe eerder u dit doet, hoe meer ruimte er is voor verweren en bewijsverzoeken. Bronnen en bedragen geverifieerd: juni 2026. ## Bronnen - [Wetboek van Strafvordering, artikel 261 (inhoud dagvaarding)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering, artikel 30 (kennisneming processtukken)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering, artikelen 263 en 264 (getuigen en deskundigen)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering, artikelen 279 en 280 (gemachtigd raadsman en verstek)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering, artikel 311 (requisitoir en laatste woord)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Wetboek van Strafvordering, artikel 408 (termijn hoger beroep)](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/) - [Rijksoverheid.nl, Wat gebeurt er als ik moet terechtstaan voor een strafbaar feit](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rechtspraak-en-geschiloplossing/vraag-en-antwoord/wat-gebeurt-er-als-ik-moet-terechtstaan-voor-een-strafbaar-feit) - [Rechtspraak.nl, Soorten strafrechters](https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/rechtsgebieden/strafrecht/soorten-strafrechters) - [Rechtspraak.nl, Hoger beroep strafzaak](https://www.rechtspraak.nl/naar-de-rechter/hoger-beroep/strafzaak) --- ## Verhuurder wil niet meewerken aan een woningruil, wat nu? Op een krappe woningmarkt kan een woningruil een praktische oplossing zijn: twee huurders wisselen van woning omdat de andere woning beter aansluit bij hun persoonlijke situatie. Als beide verhuurders instemmen, verloopt de ruil soepel. Weigert een verhuurder echter mee te werken, dan biedt art. 7:270 BW huurders een wettelijke mogelijkheid om via de rechter alsnog toestemming te verkrijgen. ## Wat is een woningruil? Bij een woningruil wisselen twee huurders hun huurwoning met elkaar. Beide huurders worden elkaars nieuwe huurder. Dat verschilt van onderhuur (art. 7:244 BW), waarbij de oorspronkelijke huurder zijn eigen huurcontract behoudt en een derde tijdelijk in de woning laat wonen. Bij een woningruil eindigt de bestaande huurovereenkomst en wordt een nieuwe huurovereenkomst gesloten. ## Rechterlijke machtiging op grond van art. 7:270 BW Weigert de verhuurder in te stemmen met de ruil, dan kan de huurder op grond van art. 7:270 lid 1 BW vorderen dat de rechter hem machtigt een ander in zijn plaats als huurder te stellen (indeplaatsstelling). De rechter beslist met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. De vordering wordt alleen toegewezen als aan twee kernvoorwaarden is voldaan: - De huurder heeft een **zwaarwichtig belang** bij de woningruil (art. 7:270 lid 2 BW). - De kandidaat-huurder biedt **voldoende financiele waarborg** om de huurprijs te kunnen blijven betalen. Zijn aan deze voorwaarden voldaan, dan kan de rechter de machtiging verlenen. De rechter kan daar voorwaarden of lasten aan verbinden. Van art. 7:270 BW kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken (lid 3). ### Wat geldt als zwaarwichtig belang? De wet omschrijft het begrip niet nader; de rechter beoordeelt dit per geval. Uit de rechtspraktijk blijkt dat de volgende situaties als zwaarwichtig belang kunnen worden erkend: - Een ouder echtpaar of alleenstaande met mobiliteitsbeperkingen die een gelijkvloerse woning zoekt. - Een huurder in een (te) grote woning die wil ruilen met een gezin met ruimtebehoefte. - Een huurder die om persoonlijke redenen dichter bij familie wil wonen. Louter woonwensen of een voorkeur voor een andere buurt zijn in de regel onvoldoende. ### Huisvestingsvergunning In gemeenten waar hoofdstuk 2 van de Huisvestingswet 2014 van toepassing is, moet de kandidaat-huurder bij de vordering een huisvestingsvergunning overleggen. Dit geldt voor sociale huurwoningen in gemeenten die een vergunningplicht hebben ingesteld. Zonder vergunning wijst de rechter de vordering af. ## Procedure De huurder start een procedure bij de kantonrechter. De rechter weegt het belang van de huurder af tegen de bezwaren van de verhuurder. De verhuurder kan bezwaar maken op inhoudelijke gronden, bijvoorbeeld door aan te tonen dat de kandidaat-huurder financieel onvoldoende draagkrachtig is, of dat de woningruil om andere redenen niet aanvaardbaar is. Een advocaat kan u helpen de vordering goed te onderbouwen en de benodigde stukken (zoals inkomensbewijs van de kandidaat-huurder) tijdig aan te leveren. ## Veelgestelde vragen **Mag de verhuurder een woningruil zomaar weigeren?** Niet zonder meer. Werkt de verhuurder niet mee, dan kan de huurder de rechter vragen hem te machtigen een ander in zijn plaats als huurder te stellen (art. 7:270 BW). **Wanneer is er een zwaarwichtig belang?** De wet omschrijft dit niet; de rechter beoordeelt het per geval. Erkend worden bijvoorbeeld mobiliteitsbeperkingen die een gelijkvloerse woning vereisen, een te grote of te kleine woning, of de wens dichter bij familie te wonen. Een enkele woonwens of voorkeur voor een andere buurt is in de regel onvoldoende. **Op welke grond kan de rechter de ruil afwijzen?** Onder meer als de voorgestelde huurder financieel onvoldoende waarborg biedt voor een behoorlijke betaling van de huur (art. 7:270 lid 2 BW). **Heb ik een huisvestingsvergunning nodig?** In gemeenten waar hoofdstuk 2 van de Huisvestingswet 2014 geldt, moet de kandidaat-huurder een huisvestingsvergunning overleggen. Zonder die vergunning wijst de rechter de vordering af. ## Bronnen - Art. 7:270 BW (woningruil en rechterlijke machtiging tot indeplaatsstelling), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 7:244 BW (onderhuur woonruimte), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Huisvestingswet 2014, hoofdstuk 2 (huisvestingsvergunning), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) --- ## Omzetting taakstraf naar vervangende hechtenis: bezwaar en rechtsbijstand Besluit de officier van justitie uw taakstraf om te zetten in vervangende hechtenis, dan kunt u daartegen binnen veertien dagen bezwaar maken bij de rechter. Gefinancierde rechtsbijstand is in veel gevallen mogelijk. Besluit de officier van justitie uw taakstraf om te zetten in vervangende hechtenis, dan kunt u daartegen binnen veertien dagen bezwaar maken bij de rechter. In Nederland legt de rechter jaarlijks tienduizenden taakstraffen op. De meeste veroordeelden ronden de werkstraf correct af, maar als dat niet het geval is, kan de officier van justitie besluiten tot omzetting in vervangende hechtenis. ## Wanneer kan de officier een taakstraf omzetten? Op grond van artikel 22g lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan het openbaar ministerie vervangende hechtenis toepassen als de veroordeelde niet aanvangt met de taakstraf, geen medewerking verleent aan de vaststelling van zijn identiteit, of de taakstraf niet naar behoren verricht of heeft verricht. De rechter kan daar van afwijken als sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die na het opleggen van de taakstraf zijn voorgedaan en die omzetting naar zwaarwegende maatstaven onbillijk maken. Het openbaar ministerie doet vervolgens een kennisgeving aan de veroordeelde (art. 22g lid 2 Sr). Die kennisgeving vermeldt het aantal uren taakstraf dat naar het oordeel van het openbaar ministerie is verricht en het aantal dagen vervangende hechtenis dat resteert. ## Bezwaar maken: termijn en procedure Tegen de kennisgeving kunt u binnen **veertien dagen** na betekening een bezwaarschrift indienen bij de rechter die de straf heeft opgelegd (art. 22g lid 3 Sr). De rechter kan de beslissing van het openbaar ministerie wijzigen. Als het bezwaarschrift gegrond wordt verklaard, bepaalt de rechter hoeveel uren taakstraf nog moeten worden verricht en binnen welke termijn. Let op twee praktische punten: - De termijn van veertien dagen is kort. Wie de deadline mist, riskeert een niet-ontvankelijkverklaring. - Het indienen van een bezwaarschrift heeft **geen opschortende werking**. De tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis kan al beginnen terwijl de procedure nog loopt. De procedureregels voor de behandeling van het bezwaarschrift zijn opgenomen in artikel 22h Sr. ## Opschorting van de tenuitvoerlegging Parallel aan het bezwaarschrift kunt u bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een gemotiveerd verzoek indienen om opschorting van de tenuitvoerlegging van de hechtenis. Zo'n verzoek moet stevig worden onderbouwd. Als het verzoek wordt gehonoreerd, geeft dat tijd en ruimte om de bezwaarprocedure voor te bereiden. ## Rechtsbijstand Voor een bezwaarprocedure als deze kunt u via de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging aanvragen (Wet op de rechtsbijstand). Of u in aanmerking komt, hangt af van uw inkomen en vermogen. Valt uw inkomen binnen de daarvoor vastgestelde grenzen, dan betaalt u alleen een inkomensafhankelijke eigen bijdrage; de overige kosten worden vergoed. Dreigt daadwerkelijk vrijheidsbeneming, dan kan de rechter ook ambtshalve of op verzoek een last tot toevoeging geven. ## Bronnen - Art. 22g Sr (bevel tenuitvoerlegging vervangende hechtenis en bezwaarschrift), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 22h Sr (procedureregels behandeling bezwaarschrift), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 44 Wet op de rechtsbijstand (toevoeging in strafzaken), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) --- ## Gratis juridische bijstand voor slachtoffers van geweldsdelicten: wat doet een slachtofferadvocaat? Slachtoffers van ernstige gewelds- of zedendelicten hebben in Nederland recht op kosteloze juridische bijstand door een gespecialiseerde slachtofferadvocaat. Deze advocaat behartigt uw belangen in de strafzaak, ondersteunt u bij het claimen van schadevergoeding en begeleidt u bij het uitoefenen van uw spreekrecht. Slachtoffers van ernstige gewelds- of zedendelicten staan voor ingrijpende juridische en emotionele uitdagingen. Een slachtofferadvocaat helpt u door het strafproces heen: van het indienen van een schadevergoedingsvordering tot het uitoefenen van uw spreekrecht. Bijzonder is dat de overheid de kosten in veel gevallen volledig vergoedt, ongeacht uw inkomen. ## Wat doet een slachtofferadvocaat? Een slachtofferadvocaat is gespecialiseerd in het bijstaan van slachtoffers van ernstige misdrijven, zoals mishandeling, bedreiging en zedendelicten. De advocaat behartigt uw belangen tijdens de strafrechtelijke procedure en zorgt ervoor dat uw stem gehoord wordt. De voornaamste taken zijn: - **Voegen als benadeelde partij**: de advocaat dient namens u een schadevergoedingsverzoek in bij de strafrechter, voor zowel materiele schade (zoals medische kosten en inkomstenderving) als immaterieel nadeel (zoals smartengeld). - **Ondersteuning bij spreekrecht**: op grond van art. 51e Sv heeft u als slachtoffer van een ernstig misdrijf het recht om ter terechtzitting te verklaren over de gevolgen die het strafbare feit bij u teweeg heeft gebracht. Uw advocaat bereidt u hierop voor. - **Informatie en advies**: het strafproces is complex. Een ervaren advocaat legt elke stap uit en beantwoordt uw vragen, zodat u precies weet waar u aan toe bent. - **Vertegenwoordiging tijdens de strafzaak**: de advocaat helpt bij het opstellen en voordragen van de slachtofferverklaring, zodat de rechter begrijpt welke impact het delict op uw leven heeft gehad. ## Wanneer heeft u recht op kosteloze bijstand? Op grond van art. 44 lid 4 Wet op de rechtsbijstand is rechtsbijstand aan een slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf kosteloos, als aan twee voorwaarden is voldaan: - in de zaak is vervolging ingesteld door het openbaar ministerie, en - het slachtoffer komt in aanmerking voor een uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (art. 3 Wet schadefonds geweldsmisdrijven). De Raad voor Rechtsbijstand wijst in dat geval een advocaat toe zonder dat u een eigen bijdrage verschuldigd bent. Uw inkomen speelt geen rol. ## Het Schadefonds Geweldsmisdrijven Naast schadevergoeding via de strafrechter kunt u als slachtoffer van een ernstig geweldsmisdrijf een beroep doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit fonds verstrekt een tegemoetkoming als de dader onbekend is, vrijgesproken wordt of de schadevergoeding niet kan betalen. De criteria voor een uitkering zijn vastgelegd in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. ## Spreekrecht: uw stem in de strafzaak Art. 51e Sv geeft slachtoffers het recht om ter terechtzitting een verklaring af te leggen over de gevolgen van het misdrijf. Dit spreekrecht geldt bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer staat, alsmede bij een aantal specifiek aangewezen delicten. Nabestaanden en, in bepaalde gevallen, ouders of verzorgers van minderjarige slachtoffers kunnen dit recht eveneens uitoefenen. Minderjarige slachtoffers vanaf twaalf jaar kunnen zelf het woord voeren. ## Bronnen - Art. 44 lid 4 Wet op de rechtsbijstand (kosteloze bijstand slachtoffers gewelds- en zedenmisdrijven), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 3 Wet schadefonds geweldsmisdrijven (criteria voor uitkering), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 51e Wetboek van Strafvordering (spreekrecht slachtoffers), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 51f Wetboek van Strafvordering (voegen als benadeelde partij), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Raad voor Rechtsbijstand, rvr.org --- ## Onterecht vastgezeten? U hebt recht op schadevergoeding Heeft u onterecht in voorarrest gezeten en is uw zaak geseponeerd, bent u vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging? Dan kunt u op grond van artikel 533 Sv een schadevergoeding aanvragen voor de dagen dat u van uw vrijheid bent beroofd. ## Wanneer hebt u recht op schadevergoeding? Artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering biedt de mogelijkheid om een vergoeding te vragen als u in voorlopige hechtenis heeft gezeten en uw strafzaak eindigt zonder oplegging van een straf of maatregel, en ook artikel 9a Sr (schuldigverklaring zonder oplegging van straf) niet is toegepast. Het gaat daarbij om de volgende situaties: - **Vrijspraak:** de rechter acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. - **Ontslag van alle rechtsvervolging:** de rechter stelt vast dat het feit wel bewezen is, maar niet strafbaar. - **Sepot:** het Openbaar Ministerie besluit de vervolging niet voort te zetten, bijvoorbeeld wegens onvoldoende bewijs. De vergoeding kan worden gevraagd voor inverzekeringstelling, klinische observatie en voorlopige hechtenis. ## Kosten van rechtsbijstand Naast de vergoeding voor de dagen van detentie kunt u op grond van artikel 530 Sv vergoeding vragen voor de kosten van uw raadsman (advocaat) die in de strafprocedure zijn gemaakt. Dit artikel regelt de vergoeding van de kosten van juridische bijstand na een einduitspraak zonder veroordeling. ## Hoe vraagt u de vergoeding aan? U dient een verzoekschrift in bij de rechtbank die uw strafzaak heeft behandeld. De rechter beoordeelt daarna of en in welke mate de vergoeding billijk is, rekening houdend met de omstandigheden van het geval. **Termijn:** Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen drie maanden nadat de beslissing in uw strafzaak onherroepelijk is geworden. Bij een sepot gaat de termijn lopen op het moment dat u de sepotbrief ontvangt. In de praktijk telt u daarna drie maanden, waarbij de onherroepelijkheid van de sepotbeslissing doorgaans veertien dagen na de kennisgeving intreedt. ## Hoogte van de vergoeding De hoogte van de vergoeding is niet wettelijk vastgelegd, maar de rechter hanteert als richtlijn de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Er geldt een forfaitair bedrag per dag, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verblijf op het politiebureau (inverzekeringstelling) en verblijf in een huis van bewaring. Bij bijzondere beperkingen tijdens de detentie kan een aanvullend dagbedrag worden vergoed. Omdat de LOVS-oriëntatiepunten periodiek worden bijgesteld, worden hier geen vaste bedragen genoemd. De actuele bedragen zijn op te vragen bij uw advocaat of te raadplegen via de gepubliceerde oriëntatiepunten op de website van de Rechtspraak. ## Verrekening met openstaande schulden Let op: een toegekende schadevergoeding kan worden verrekend met openstaande boetes of andere schulden aan de overheid. Dit is wettelijk geregeld en kan ertoe leiden dat u een deel of het gehele bedrag niet uitbetaald krijgt. ## Gesubsidieerde rechtsbijstand In veel gevallen kunt u voor het indienen van een verzoek op grond van artikel 533 Sv of artikel 530 Sv een beroep doen op gesubsidieerde rechtsbijstand (pro deo). Of u daarvoor in aanmerking komt, is afhankelijk van uw inkomen en vermogen. ## Veelgestelde vragen **Wanneer heb ik recht op schadevergoeding na voorarrest?** Als u in voorlopige hechtenis heeft gezeten en uw zaak eindigt zonder oplegging van een straf of maatregel: bij vrijspraak, ontslag van alle rechtsvervolging of een sepot (art. 533 Sv). **Binnen welke termijn moet ik het aanvragen?** Binnen drie maanden nadat de beslissing in uw strafzaak onherroepelijk is geworden. Bij een sepot gaat die termijn lopen vanaf de kennisgeving daarvan. **Krijg ik ook mijn advocaatkosten vergoed?** U kunt op grond van artikel 530 Sv afzonderlijk vergoeding vragen voor de kosten van rechtsbijstand die in de strafprocedure zijn gemaakt. **Hoeveel vergoeding krijg ik per dag?** De rechter hanteert de forfaitaire dagbedragen uit de LOVS-oriëntatiepunten, met onderscheid tussen verblijf op het politiebureau en in een huis van bewaring. Omdat die bedragen periodiek worden bijgesteld, vraagt u de actuele bedragen op bij uw advocaat of raadpleegt u de gepubliceerde oriëntatiepunten van de Rechtspraak. ## Bronnen - Art. 533 Sv (schadevergoeding na einduitspraak zonder straf of maatregel, voorheen art. 89 Sv), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 530 Sv (vergoeding kosten raadsman, voorheen art. 591a Sv), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 9a Sr (schuldigverklaring zonder oplegging van straf), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - LOVS-oriëntatiepunten schadevergoeding ex art. 533 Sv, [rechtspraak.nl](https://www.rechtspraak.nl) --- ## Huisverbod bij huiselijk geweld: uw rechten en mogelijkheden Wanneer de burgemeester een huisverbod oplegt na een verdenking van huiselijk geweld, mag u uw woning niet betreden en verliest u tijdelijk contact met uw gezin. Dit artikel legt uit welke rechtsmiddelen u heeft en hoe de procedure verloopt. Wanneer de burgemeester een huisverbod oplegt na een verdenking van huiselijk geweld, mag u uw woning niet betreden en verliest u tijdelijk contact met uw gezin. Het verbod geldt aanvankelijk tien dagen en kan worden verlengd. Overtreedt u het huisverbod, dan pleegt u daarmee direct een nieuw strafbaar feit. ## Wanneer wordt een huisverbod opgelegd? De burgemeester kan op grond van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod opleggen wanneer er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestaat voor de veiligheid van personen in de thuissituatie. In de praktijk baseert de burgemeester zich soms op een enkele aangifte zonder aanvullend bewijs. Dit kan tot gevolg hebben dat iemand tijdelijk de toegang tot de eigen woning verliest terwijl de situatie daarvoor onvoldoende aanleiding gaf. ## Duur van het huisverbod Het huisverbod geldt aanvankelijk tien dagen. Indien het gevaar voortduurt, kan de burgemeester het huisverbod verlengen. De totale duur mag niet meer bedragen dan vier weken gerekend vanaf het moment van oplegging (art. 9 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod). ## Mogelijkheden om het huisverbod aan te vechten U staat niet machteloos. Er zijn twee routes om het huisverbod aan te vechten: - **Beroep bij de bestuursrechter:** hiermee vraagt u de rechter om een inhoudelijke toetsing van het besluit van de burgemeester. Deze procedure vergt meer tijd. - **Voorlopige voorziening:** dit is een versnelde procedure bij de voorzieningenrechter. Op grond van artikel 6 van de Wet tijdelijk huisverbod wordt u binnen drie dagen gehoord en beslist de rechter in de regel direct na de zitting. Beide rechtsmiddelen kunnen naast elkaar worden ingezet. ## Kosten van de procedures Voor zowel beroep als een voorlopige voorziening in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod betaalt u geen griffierecht. Bovendien kan in veel gevallen een toevoeging worden aangevraagd op grond van de Wet op de rechtsbijstand, waardoor de kosten geheel of gedeeltelijk door de overheid worden gedragen. ## Hoe toetst de rechter? De rechter beoordeelt of de burgemeester zorgvuldig en rechtmatig heeft gehandeld. Daarbij kijkt de rechter onder andere naar de volgende punten: - Welke feiten en omstandigheden golden op het moment van het besluit? - Zijn de formele vereisten nageleefd, waaronder hoor en wederhoor? - Is er voldoende objectief bewijs, zoals letsel of getuigenverklaringen? Ontbreekt bewijs of spreken verklaringen elkaar tegen, dan kan de rechter het besluit vernietigen. Loopt er naast het huisverbod al een strafrechtelijke procedure met vergelijkbare voorwaarden, dan acht de rechter een verlenging van het huisverbod soms overbodig. ## Veelgestelde vragen ### Hoe lang duurt een huisverbod? Een huisverbod geldt aanvankelijk tien dagen. Het kan worden verlengd, maar de totale duur mag niet meer bedragen dan vier weken gerekend vanaf het moment van oplegging. ### Kan ik het huisverbod laten toetsen? Ja. U kunt beroep instellen bij de bestuursrechter en daarnaast een voorlopige voorziening aanvragen bij de voorzieningenrechter. Bij een voorlopige voorziening wordt u binnen drie dagen gehoord. ### Wat kost procederen tegen een huisverbod? De procedures zijn financieel laagdrempelig: er is geen griffierecht verschuldigd en u kunt een toevoeging aanvragen op grond van de Wet op de rechtsbijstand. ## Bronnen - Wet tijdelijk huisverbod (BWBR0024649), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Artikel 2 Wet tijdelijk huisverbod (bevoegdheid burgemeester, duur tien dagen) - Artikel 6 Wet tijdelijk huisverbod (voorlopige voorziening, termijn drie dagen) - Artikel 9 Wet tijdelijk huisverbod (verlenging tot maximaal vier weken) - Wet op de rechtsbijstand (BWBR0006368), [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) --- ## Help! Wat kan ik doen tegen de sluiting van mijn woning of bedrijfspand? De burgemeester kan op grond van artikel 13b Opiumwet een woning of bedrijfspand sluiten als daar drugs worden verkocht of aanwezig zijn. Zelfs als u zelf niets heeft gedaan, kunt u met zo'n sluiting worden geconfronteerd. De burgemeester kan op grond van artikel 13b Opiumwet een woning of bedrijfspand sluiten als daar drugs worden verkocht of aanwezig zijn. Zelfs als u zelf niets heeft gedaan, kunt u met zo'n sluiting worden geconfronteerd. Gemeenten voeren hiervoor een zogeheten Damoclesbeleid. ## Wanneer mag de burgemeester een pand sluiten? De bevoegdheid om een pand te sluiten staat in artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester mag bestuursdwang toepassen als in een woning, lokaal of bijbehorend erf: - drugs van lijst I of lijst II worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, of daartoe aanwezig zijn - voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die worden gebruikt bij de voorbereiding van drugshandel (zoals bedoeld in art. 10a, 10c of 11a Opiumwet) Het gaat daarbij niet alleen om de eigenaar of bewoner als dader. Ook als een gezinslid of bezoeker drugs in het pand heeft, kan de sluiting worden opgelegd. Medische beroepsbeoefenaren (apothekers, artsen, tandartsen, dierenartsen) die hun beroep uitoefenen zijn uitgezonderd van deze bevoegdheid. ## Hoe verloopt het sluitingsproces? Voordat de burgemeester formeel sluit, ontvangt u doorgaans eerst een voornemen tot sluiting. Daarin staat waarom de gemeente overweegt uw pand te sluiten en krijgt u de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Reageert u niet, of verwerpt de gemeente uw reactie, dan volgt een formeel sluitingsbesluit met een ingangsdatum en een sluitingsduur. De sluitingsduur verschilt per gemeente en per geval. Sommige gemeenten geven eerst een waarschuwing, anderen leggen direct een sluiting op van drie tot zes maanden. In ernstige gevallen kan de sluiting twaalf maanden of langer duren. ## Twee trajecten tegelijk Bij een drugsincident in uw pand lopen vaak twee procedures naast elkaar: - **Een strafrechtelijk traject**: u of een huisgenoot kan worden verdacht van overtreding van de Opiumwet. Laat u bij politieverhoor altijd bijstaan door een advocaat. - **Een bestuursrechtelijk traject**: de burgemeester legt de sluiting op via een bestuursbesluit. Dit staat los van de strafzaak. ## Wat kunt u doen tegen de sluiting? ### Bezwaar maken Tegen het sluitingsbesluit kunt u binnen zes weken bezwaar maken bij de gemeente. Tijdig bezwaar maken is belangrijk: hoe eerder u juridische bijstand inschakelt, hoe groter de kans dat de sluiting wordt voorkomen of verkort. Het is een misverstand dat bezwaar weinig zin heeft. ### Voorlopige voorziening aanvragen Naast het bezwaar kunt u bij de rechter een voorlopige voorziening aanvragen. Dit is een verkorte procedure waarbij de rechter op korte termijn beoordeelt of de sluiting in stand kan blijven. Als de rechter de voorlopige voorziening toewijst, kan uw pand worden heropend terwijl de bezwaarprocedure nog loopt. ## Proportionaliteit en noodzaak Zelfs als de gemeente de bevoegdheid heeft om te sluiten, moet de maatregel proportioneel zijn. De burgemeester moet afwegen of de sluiting niet te zwaar is in verhouding tot de overtreding en of er daadwerkelijk sprake is van een verstoring van de openbare orde. Ontbreekt die afweging, dan biedt dat aanknopingspunten voor bezwaar of beroep. ## Gevolgen voor huur en hypotheek Een sluiting heeft directe gevolgen voor lopende huurovereenkomsten en hypotheekverplichtingen. Als huurder of verhuurder kunt u geconfronteerd worden met claims wegens wanprestatie. Het is verstandig ook op dat vlak juridisch advies in te winnen. ## Bronnen - Art. 13b Opiumwet, [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) (Stb. 1928, 167, laatste wijziging geraadpleegd juni 2024) - Art. 10a, 10c en 11a Opiumwet, [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 174a Gemeentewet, [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) (aanvullende sluitingsbevoegdheid burgemeester bij ernstige overlast) --- ## Moord en liquidaties: welke straffen legt de rechter op? ## Wat is een liquidatie? Een liquidatie is een specifieke vorm van moord waarbij een schutter, vaak tegen betaling, de opdracht krijgt om iemand te vermoorden. Deze moorden kenmerken zich door een hoge mate van organisatie en voorbereiding. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het gebruik van (semi)automatische wapens, gestolen auto's en pogingen om sporen door brand te wissen. ## Straffen voor moord en liquidaties Artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht stelt moord strafbaar. Moord is het opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven beroven van een ander. Het wetsartikel noemt als maximum: levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaar. Het verschil met doodslag (art. 287 Sr) zit in de voorbedachten rade: bij doodslag ontbreekt die vooraf genomen beslissing en handelt de dader in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Sinds de inwerkingtreding van de Wet verhoging wettelijk maximum doodslag op 1 juli 2023 bedraagt de maximumstraf voor doodslag vijfentwintig jaar gevangenisstraf (voorheen vijftien jaar). De wetgever wilde daarmee het gat met moord verkleinen. Dat de wet een maximum noemt, wil niet zeggen dat de rechter bij elke moord levenslang oplegt. Er zijn geen vaste richtlijnen voor de strafmaat, waardoor elke zaak individueel beoordeeld wordt. De afgelopen jaren is een trend zichtbaar naar hogere straffen voor moord, al verschilt de opgelegde straf sterk per zaak en naar de omstandigheden waaronder het feit is begaan. ## Specifieke straffen voor liquidaties Liquidaties worden in de praktijk doorgaans zwaarder bestraft dan een gewone moord. Rechters leggen voor liquidaties veelal gevangenisstraffen op in de orde van vijftien tot twintig jaar, afhankelijk van de rol van de verdachte en de omstandigheden van het geval. ## Onderbouwing van zwaardere straffen Rechters onderbouwen zware straffen door te wijzen op het toenemende vuurwapengeweld en de brute wijze waarop liquidaties worden uitgevoerd. Het geven van een moordopdracht voor geld en het uitvoeren daarvan worden beschouwd als een van de ernstigste vormen van strafrechtelijke betrokkenheid bij de dood van een ander. De toename van dit soort incidenten leidt tot maatschappelijke verontwaardiging en een roep om zwaardere straffen. ## Invloed van hogere straffen op het aantal liquidaties Of zwaardere straffen het aantal liquidaties daadwerkelijk terugdringen, is niet met zekerheid vast te stellen. Rechters constateren ook zelf dat hogere straffen alleen niet voldoende zijn om dit geweld te stoppen. ## Veelgestelde vragen **Wat is het verschil tussen moord en doodslag?** Bij beide wordt iemand opzettelijk van het leven beroofd. Het verschil is de voorbedachte raad: handelde de dader na kalm beraad (moord, art. 289 Sr) of in een ogenblikkelijke opwelling (doodslag, art. 287 Sr)? **Wat is de maximumstraf voor moord?** Levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaar (art. 289 Sr). **Wat is de maximumstraf voor doodslag?** Sinds 1 juli 2023 vijfentwintig jaar gevangenisstraf (art. 287 Sr); daarvoor was dat vijftien jaar. **Worden liquidaties zwaarder bestraft dan een gewone moord?** In de praktijk vaak wel, doorgaans in de orde van vijftien tot twintig jaar, afhankelijk van de rol en de omstandigheden. ## Bronnen - Art. 287 Sr (doodslag) en art. 289 Sr (moord): [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854) - Wet verhoging wettelijk maximum doodslag, in werking getreden 1 juli 2023 (doodslag van 15 naar 25 jaar): [eerstekamer.nl](https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35871_verhoging_wettelijk) --- ## Het adolescentenstrafrecht: kansen en mogelijkheden voor jongvolwassen verdachten Met ingang van 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht ingevoerd, dat de rechter de mogelijkheid geeft om bij verdachten van 18 tot 23 jaar het jeugdstrafrecht toe te passen. Naast de aandacht voor strengere maatregelen biedt deze wet juist ook kansen voor jongvolwassen verdachten. Met ingang van 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht ingevoerd. Dit bracht wijzigingen aan in artikel 77c Sr, waarbij het kabinet aangaf dat deze wet noodzakelijk is om grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren terug te dringen. Hierdoor kunnen verdachten bij ernstige delicten zwaarder gestraft worden, terwijl er tegelijkertijd beter rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van jongeren. ## Kritiek en mogelijkheden Hoewel de media aanvankelijk vooral de nadruk legde op de strengere bijkomstigheden van deze wet, biedt het adolescentenstrafrecht ook kansen en mogelijkheden. Dat geldt met name voor jongvolwassen verdachten. ## Uitbreiding van het jeugdstrafrecht Artikel 77c Sr bepaalt dat de rechter ten aanzien van een jongvolwassene die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van achttien jaren doch nog niet die van drieentwintig jaren heeft bereikt, recht kan doen overeenkomstig de bepalingen voor jeugdigen, indien hij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. Waar het jeugdstrafrecht voorheen al kon worden toegepast op meerderjarigen tot 21 jaar, is deze categorie met de invoering van het adolescentenstrafrecht uitgebreid tot 23 jaar. Dit betekent dat de verdediging meer mogelijkheden heeft om alternatieve sancties te bepleiten, ook voor jongvolwassenen die relatief ernstige vergrijpen hebben gepleegd, zoals zedendelicten of overvallen. ## Sanctiestelsel en alternatieve sancties Het sanctiestelsel biedt bij toepassing van het jeugdstrafrecht meer mogelijkheden voor alternatieve sancties. Dit is voordelig voor jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar die een ernstig vergrijp hebben gepleegd. Indien er aanwijzingen zijn van een beperkte persoonlijke ontwikkeling, kan een advocaat via een psychologische rapportage aansturen op toepassing van het jeugdstrafrecht. Hierdoor kan een verdachte worden geplaatst in een jeugdinrichting in plaats van in een huis van bewaring of gevangenis. Het jeugdige sanctiestelsel legt de nadruk op maatregelen en streng toezicht, maar de netto detentietijd die iemand daadwerkelijk doorbrengt is doorgaans aanzienlijk lager dan bij het gewone strafrecht. ## Ervaring van FTW Advocaten De advocaten van FTW Advocaten hebben al onder het oude systeem ervaring opgebouwd met de toepassing van het jeugdstrafrecht bij meerderjarige verdachten. Op deze wijze hebben zij clients kunnen behoeden voor langdurige gevangenisstraffen. Het adolescentenstrafrecht biedt ook voor de toekomst duidelijke kansen voor de verdediging van jongvolwassen verdachten. ## Bronnen - Art. 77c Sr, Wetboek van Strafrecht, [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Wet van 27 november 2013 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de invoering van het adolescentenstrafrecht (Stb. 2014, 131), inwerkingtreding 1 april 2014 - Parlementaire geschiedenis adolescentenstrafrecht, Kamerstukken II 2012/13, 33 498 --- ## Brandstichting volgens artikel 157 Sr: een overzicht ## Wat is brandstichting? Artikel 157 Sr stelt strafbaar het opzettelijk brand stichten, een ontploffing teweegbrengen of een overstroming veroorzaken. Het enkele in brand steken van een zaak is onvoldoende voor een bewezenverklaring. Noodzakelijk is dat **gemeen gevaar voor goederen of personen** kan ontstaan. ## Strafmaxima Artikel 157 Sr kent drie strafcategorieën afhankelijk van de ernst van het gevolg: - **Gevaar voor goederen:** maximaal 12 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. - **Levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander:** maximaal 15 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. - **De dood tot gevolg:** levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van maximaal 30 jaar. ## Opzet of schuld? Het verschil met artikel 158 Sr Artikel 157 Sr vereist opzet, waaronder ook voorwaardelijk opzet valt: bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat brand met gemeen gevaar ontstaat. Ontstaat de brand niet opzettelijk maar door schuld (onvoorzichtigheid of nalatigheid), dan geldt artikel 158 Sr, met veel lagere straffen: ten hoogste zes maanden bij gemeen gevaar voor goederen, één jaar bij levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, en twee jaar als het feit iemands dood tot gevolg heeft. Het onderscheid tussen opzet en schuld is daarom vaak het scharnierpunt in een brandstichtingszaak. ## Wat is gemeen gevaar? Onder "gemeen gevaar voor goederen" wordt verstaan: een gevaar dat meerdere goederen in de nabijheid bedreigt. Er moet gevaar kunnen ontstaan voor andere (roerende of onroerende) zaken dan hetgeen in brand is gestoken, zoals spullen die in de buurt staan of de inboedel van een woning. Het uitsluitend in brand steken van eigen goederen valt niet onder artikel 157 Sr. ## Voorbeelden van brandstichting Het in brand steken van een auto of prullenbak op een verder leeg parkeerterrein levert geen brandstichting op: er is geen gevaar voor andere goederen. De officier van justitie kan in dat geval kiezen voor vervolging wegens andere feiten, zoals vernieling of openlijke geweldpleging. Indien de rook hinder voor het verkeer veroorzaakt, kan ook overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) aan de orde zijn. ## Is een poging ook strafbaar? Ja. Ook een poging tot brandstichting is strafbaar op grond van artikel 45 Sr, zodra er sprake is van een begin van uitvoering. Het strafmaximum van een poging ligt een derde lager dan dat van het voltooide delict. ## Onderzoek en verdediging Bij brandstichting verricht justitie doorgaans technisch onderzoek. De verdediging zal de zorgvuldigheid van dat onderzoek beoordelen en zo nodig betwisten, bijvoorbeeld door een tegenonderzoek te laten uitvoeren. ## Medeplegen en rolverdeling Naast het gemeen gevaar moet ook worden vastgesteld of er sprake is van een strafbare rol. In het bekende arrest over de zogenoemde Wormerveerse brandstichting (HR 1934, NJ 1934) oordeelde de Hoge Raad dat er sprake is van medeplegen bij een nauwe en bewuste samenwerking. Het was in die zaak min of meer toevallig wie de brandende lucifer bij het stro hield. ## Vrijspraak door gebrek aan bewijs Indien iemand weet dat een brandstichting op handen is, bestaat er geen juridische plicht om in te grijpen. In een zaak waarbij FTW Advocaten optrad, kon de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte wetenschap had van of opzet had op de brandstichting, en sprak de rechtbank de verdachte om die reden vrij. ## Veelgestelde vragen **Hoeveel straf staat er op brandstichting?** Tot 12 jaar bij gemeen gevaar voor goederen, tot 15 jaar bij levensgevaar of gevaar voor zwaar letsel, en levenslang of 30 jaar als de brand iemands dood tot gevolg heeft (art. 157 Sr). **Wat is het verschil tussen artikel 157 en 158 Sr?** Artikel 157 Sr gaat over opzettelijke brandstichting; artikel 158 Sr over brand door schuld, met veel lagere straffen (zes maanden tot twee jaar). **Wanneer is er gemeen gevaar?** Als er gevaar kan ontstaan voor andere goederen of personen dan het voorwerp dat in brand is gestoken. Alleen eigen goederen in brand steken zonder overslagrisico valt er niet onder. **Is een mislukte brandstichting strafbaar?** Ja, een poging is strafbaar (art. 45 Sr), met een strafmaximum dat een derde lager ligt. ## Bronnen - Art. 157 Sr (opzettelijke brandstichting met gemeen gevaar), art. 158 Sr (brand door schuld) en art. 45 Sr (strafbare poging): [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854) - Art. 5 Wegenverkeerswet 1994: [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622) - Wormerveerse brandstichting (medeplegen), Hoge Raad 1934, NJ 1934 --- ## Kinderontvoering en het strafrecht: een overzicht Kinderontvoering door een ouder is in Nederland strafbaar, ook als het kind niet naar het buitenland wordt meegenomen. Dit artikel legt uit wanneer sprake is van onttrekking aan het gezag, welke strafrechtelijke bepalingen gelden en welke rol het internationale verdragsrecht speelt. Kinderontvoering zoals die zijn oorsprong vindt in de jaren dertig in de Verenigde Staten, waarbij ouders werden gedwongen losgeld te betalen voor hun ontvoerde kinderen, komt in Nederland niet veel voor. Wat hier wel vaker voorkomt, is kinderontvoering door een van de ouders. Vaak ziet een van de ouders geen andere uitweg, bijvoorbeeld in geval van een ernstige huwelijkscrisis, dan om met het kind naar het buitenland te vluchten. Dit is doorgaans het land van herkomst van die ouder. ## Wat is internationale kinderontvoering? Indien een minderjarig kind zonder toestemming van de andere ouder of gezaghebbende naar een ander land wordt meegenomen met de intentie om niet terug te keren naar het land waar men voorheen met het kind woonde, is er sprake van internationale kinderontvoering. Iedere ongeoorloofde onttrekking aan het gezag is echter al strafbaar, ook als het kind niet naar het buitenland wordt meegenomen. Onder omstandigheden kan het niet tijdig terugbrengen van een kind na een omgangsregeling, of het verborgen houden van een kind voor een gezaghoudende organisatie zoals jeugdzorg, een strafbaar feit opleveren. ## Strafrechtelijk kader: artikel 279 Sr Het onttrekken van een minderjarige aan het wettig over hem gesteld gezag is een misdrijf op grond van **artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht**. De wet kent twee strafmaxima: - **Zes jaar gevangenisstraf** of een geldboete van de vierde categorie (het basisdelict). - **Negen jaar gevangenisstraf** of een geldboete van de vijfde categorie, indien het feit is gepleegd met list, geweld of bedreiging met geweld, of indien het kind jonger is dan twaalf jaar. ## Hulp bij het verborgen houden: artikel 280 Sr Het opzettelijk verbergen van een kind dat is onttrokken aan het gezag, is afzonderlijk strafbaar gesteld in **artikel 280 Sr**. Daarvoor gelden de volgende strafmaxima: - **Drie jaar gevangenisstraf** of een geldboete van de vierde categorie (basisdelict). - **Zes jaar gevangenisstraf** of een geldboete van de vierde categorie, indien het kind jonger is dan twaalf jaar. Artikel 280 Sr kent uitzonderingen voor personen die onmiddellijk melding doen bij de bevoegde autoriteit, voor hulpverleners die handelen binnen de Jeugdwet, en voor degenen die zorgvuldige bijstand verlenen en zich daarvoor melden. Wanneer aangifte wordt gedaan van onttrekking aan het gezag, stelt het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek in. De verdachte loopt dan het risico op een aanzienlijke gevangenisstraf. ## Het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV 1980) Bij internationale kinderontvoering speelt naast het strafrecht ook het internationale verdragsrecht een rol. Nederland is aangesloten bij het **Haags Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen** (HKOV, Den Haag, 25 oktober 1980). Dit verdrag verplicht aangesloten landen om een ongeoorloofd overgebracht kind zo snel mogelijk terug te geleiden naar het land van gewone verblijfplaats. De uitvoering van het HKOV in Nederland is opgedragen aan de **Centrale Autoriteit**, ondergebracht bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Bij internationale gevallen kan de achterblijvende ouder bij de Centrale Autoriteit een verzoek tot teruggeleiding indienen. Dat verzoek kan leiden tot een civielrechtelijke procedure, maar staat los van een eventuele strafrechtelijke vervolging op grond van artikel 279 Sr. Het **IKO (Centrum Internationale Kinderontvoeringen)** ondersteunt achterblijvende ouders en houdt een lijst bij van gespecialiseerde advocaten die aan de vereisten van de Raad voor Rechtsbijstand voldoen voor internationale kinderontvoeringszaken. ## Belang van gespecialiseerde rechtsbijstand Zowel de verdachte van onttrekking aan het gezag als de achterblijvende ouder heeft baat bij gespecialiseerde juridische bijstand. De strafrechtelijke aspecten en de civielrechtelijke teruggeleiding lopen vaak gelijktijdig, en de keuzes die in de ene procedure worden gemaakt kunnen gevolgen hebben voor de andere. ## Bronnen - Art. 279 Sr, Wetboek van Strafrecht, [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) (geverifieerd via maxius.nl op 2026-06-07) - Art. 280 Sr, Wetboek van Strafrecht, [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) (geverifieerd via maxius.nl op 2026-06-07) - Haags Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, 25 oktober 1980 (HKOV), hcch.net - Centrale Autoriteit internationale kinderaangelegenheden, Ministerie van Justitie en Veiligheid, rijksoverheid.nl - Centrum Internationale Kinderontvoeringen (IKO), iko.nl --- ## Rechten van huurders bij woonfraude Woningcorporaties sturen huurders geregeld een brief met het verzoek de huurovereenkomst op te zeggen omdat er sprake zou zijn van woonfraude. Dit kan gaan om het niet aanhouden van een hoofdverblijf in de woning, of het illegaal onderverhuren daarvan. Onderverhuur hoeft daarbij niet gepaard te gaan met betaling: ook het zonder vergoeding in gebruik geven van (een deel van) de woning kan als woonfraude worden aangemerkt. Wat veel huurders niet weten: de verhuurder moet de woonfraude bewijzen, en uw huurwoning kan niet zomaar worden afgepakt. ## Verdenkingen van woonfraude door woningcorporaties Als een woningcorporatie een vermoeden van woonfraude heeft, sturen zij vaak een brief aan de huurder die aanstuurt op het opzeggen van de huurovereenkomst. Verhuurders wekken daarbij soms de indruk dat dit de enige optie is. Dat is niet het geval. ## Rechten en plichten van huurders bij woonfraude Het is belangrijk dat huurders op de hoogte zijn van hun mogelijkheden. Woningcorporaties zijn lang niet altijd duidelijk of transparant over de rechten en plichten van huurders. Zij stellen soms dat huurders verplicht zijn bepaalde informatie te verstrekken, zoals inzage in bankafschriften, gas- of energierekeningen of andere persoonlijke informatie. Als huurder bent u daartoe echter niet verplicht. Een verhuurder moet bovendien naar de rechter stappen om een huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de huurder zelf akkoord gaat met de ontbinding (art. 7:231 lid 1 BW). Die bepaling is dwingend recht ten gunste van de huurder. Ga daarom niet bij voorbaat akkoord met de ontbinding en zeg de huurovereenkomst niet op voordat u heeft bekeken wat uw mogelijkheden zijn en welk bewijs de verhuurder daadwerkelijk heeft verzameld. ## De bewijslast ligt bij de verhuurder Wie iets stelt, moet het bewijzen. Op grond van artikel 150 Rv moet de verhuurder die woonfraude verwijt, ook stellen en bewijzen dat u uw verplichtingen niet nakomt, bijvoorbeeld dat u er niet werkelijk woont of de woning hebt onderverhuurd. Die last kan de verhuurder niet zomaar op u afschuiven met een contractbeding: het gerechtshof Amsterdam oordeelde in 2019 dat een huurvoorwaarde die de bewijslast van het hoofdverblijf bij de huurder legt een oneerlijk beding is en daarom vernietigbaar (ECLI:NL:GHAMS:2019:1109). Wel rust op u een verhoogde stelplicht: omdat de feiten over uw woonsituatie in uw eigen sfeer liggen, mag van u worden verwacht dat u onderbouwt dat en hoe u in de woning woont. De verplichting om er uw hoofdverblijf te houden volgt overigens niet automatisch uit de wet: de norm van goed huurderschap (art. 7:213 BW) is een open norm. Staat er in uw contract geen uitdrukkelijke hoofdverblijfclausule, dan staat de verhuurder zwakker. ## Is onderverhuur altijd verboden? Niet per se. Op grond van artikel 7:244 BW mag een huurder van een zelfstandige woning die er zelf zijn hoofdverblijf houdt, een deel van de woning aan een ander in gebruik geven, tenzij het huurcontract dat verbiedt. Pas de hele woning onderverhuren of de woning leeg laten staan levert in de regel problemen op. Bij verboden onderverhuur kan de verhuurder via artikel 6:104 BW bovendien de behaalde winst opeisen; de Hoge Raad heeft daarvoor het kader uitgewerkt (ECLI:NL:HR:2010:BM0893), waarbij de rechter de schade mag begroten op (een deel van) die winst. ## Gesubsidieerde rechtsbijstand In veel gevallen is bijstand mogelijk op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand (pro deo). Dat betekent dat u alleen een eigen bijdrage verschuldigd bent. Of u in aanmerking komt, wordt direct bij aanvang besproken. ## Veelgestelde vragen **Mag de verhuurder mij zomaar uit huis zetten bij verdenking van woonfraude?** Nee. De huur van woonruimte kan alleen door de rechter worden ontbonden (art. 7:231 lid 1 BW), tenzij u zelf instemt. De verhuurder moet de woonfraude eerst bewijzen. **Moet ik mijn bankafschriften of energierekeningen aan de corporatie geven?** Nee, daartoe bent u niet verplicht. De bewijslast ligt bij de verhuurder (art. 150 Rv). **Is onderverhuur altijd verboden?** Nee. Een huurder van een zelfstandige woning die er zijn hoofdverblijf houdt, mag een deel onderverhuren tenzij het contract dat verbiedt (art. 7:244 BW). De hele woning onderverhuren mag in de regel niet. **Kan ik de winst van onderverhuur kwijtraken?** Bij verboden onderverhuur kan de verhuurder via artikel 6:104 BW de behaalde winst opeisen; de rechter beslist of en in hoeverre. ## Bronnen - Art. 7:213 BW (goed huurderschap), art. 7:231 lid 1 BW (ontbinding huurwoning via de rechter, tenzij huurder instemt), art. 7:244 BW (onderhuur woonruimte) en art. 6:104 BW (winstafdracht): [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Art. 150 Rv (bewijslastverdeling): [wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl) - Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019, [ECLI:NL:GHAMS:2019:1109](https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1109) (beding bewijslast hoofdverblijf is oneerlijk en vernietigbaar) - Hoge Raad, [ECLI:NL:HR:2010:BM0893](https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2010:BM0893) (kader winstafdracht bij illegale onderverhuur) --- ## Over ons ## Over FTW Advocaten FTW Advocaten is een advocatenkantoor in Koog aan de Zaan, actief sinds 2009. Wij staan particulieren en ondernemers bij in strafrecht, slachtofferzaken, familie- en jeugdrecht, huur- en civiel recht en bestuursrecht. Mede-oprichters Daniel Fontein en Bob Tijkotte zijn nog altijd aan het kantoor verbonden, dat gevestigd is in een karakteristiek Zaans pand aan de Lagendijk 64a. Wij werken met een vast team advocaten, elk met een eigen specialisatie. FTW werkt zonder tussenpersoon en zonder doorverwijzing naar andere kantoren. Ons kantoor staat in Koog aan de Zaan, maar wij werken in heel Nederland. Voor zittingen reizen wij naar de rechtbank waar uw zaak wordt behandeld. ## Een persoonlijke aanpak Bij FTW krijgt u één vaste advocaat die uw dossier echt kent. Geen wisselende behandelaars en geen klantencentrum: u belt of WhatsAppt rechtstreeks met de advocaat die uw zaak doet, van het eerste gesprek tot de afronding. Dat persoonlijke, rechtstreekse contact is wat cliënten in hun beoordelingen vaak benoemen. Wij leggen vooraf duidelijk uit wat wij voor u kunnen doen en wat het kost. U ontvangt een opdrachtbevestiging met het uurtarief en een inschatting van de uren, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. ## 24 uur per dag bereikbaar bij spoed Een aanhouding of huiszoeking gebeurt zelden op een handig moment. Daarom zijn de advocaten van FTW bij spoed 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar via het piket. Bent u of is een naaste aangehouden? Neem zo snel mogelijk contact op, dan staat er een strafrechtadvocaat voor u klaar. Buiten spoedgevallen is het kantoor op werkdagen telefonisch bereikbaar van 09.00 tot 17.30 uur.